14 november 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Waterland

heroriëntatie dorpshuizen en de Bolder (n.a.v. RID 198-12)

Een raadslid stelde op 14 november 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Waterland.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

BEANTWOORDING RAADSVRAGEN

Nummer Onderwerp Portefeuillehouder Datum

: 189-15 : Heroriëntatie dorpshuizen en de Bolder (RID 198-12) : Astrid van de Weijenberg : 14 augustus 2024

Vragen van de fractie van JOUW Waterland aan het college van burgemeester en wethouders (ingezonden op 15 juli 2024) en beantwoording daarvan door het college van burgemeester en wethouders in cursief.

Aanleiding De eenmansfractie JOUW Waterland is erg tevreden met de beschikbaarstelling van het RID 198-12 en omdat ik niet aanwezig kan zijn bij de bijeenkomst van 5 september heb ik wat vragen over het RID en de financiële paragraaf.

In de raad hebben we altijd gesproken over een herijking. Daarmee ging onze fractie ervan uit, dat bepaald zou worden of de subsidieondersteuning en de uitvoering van de taken nog wel voldoen aan de normen. In het RID wordt gesproken over heroriëntatie en dat betekent volgens mij het bepalen van een strategische heroverweging. Voor mijn gevoel zijn dat twee verschillende doelstellingen, waarbij de grondslag voor het herijkingsproces werd opgestart vanwege de financiële positie van de Bolder.

Vraag 1 Kan de wethouder aangeven in hoeverre de heroriëntatie aansluit bij de doelstelling verbonden aan de herijking?

Antwoord 1 Wij zijn ervan uitgegaan dat de woorden herijking en heroriëntatie ongeveer dezelfde betekenis hebben. We hebben gekeken naar de rol die het sociaal cultureel werk speelt en moet spelen in Waterland en wat daarbij de functie van de dorpshuizen en de Bolder is. Daarbij is binnen het bestaand budget gezocht naar een mogelijkheid om zowel sociaal cultureel werk te bieden in alle kernen als de dorpshuizen in alle kernen in positie te brengen.

Het voorstel is gericht op volwaardig sociaal cultureel werk, waarbij de dorpshuizen als instrument voor de uitvoering in alle kernen fungeren. Het voorstel is daarmee breder dan de passage uit het coalitieakkoord.

Het heeft het belang van de gehele gemeenschap en de integrale verstrekking van het zogenoemde voorliggend veld, met name op preventie, voor ogen. Versterking van het voorliggend veld is nodig omdat er ook een opgave ligt om de kosten in de zorg terug te dringen.

Het belang van de dorpshuizen wordt in het voorstel benadrukt door het opzetten van een dorpshuizenfonds.

Om het sociaal cultureel werk volwaardig op te zetten is kwaliteit en verbinding nodig. We willen dat een overkoepelde organisatie coördinerend uitvoering geeft aan het sociaal cultureel werk. Wij willen de samenwerking met verschillende partijen in de gemeente goed en duurzaam opzetten.

Wij begrijpen dat het voor de dorpshuizen Ilpendam en Marken een teleurstelling is dat de bijdrage van de gemeente waarschijnlijk lager in plaats van hoger wordt. Dit om binnen budgetneutraliteit een evenredige verdeling over de kernen te bewerkstelligen. Nogmaals willen we benadrukken dat het in het voorstel gaat om het principe en dat de budgetten nog slechts indicatief zijn.

De financiële problemen van dorpshuis Ilpendam lossen we met dit voorstel inderdaad niet op. Die hebben ook voornamelijk betrekking op de staat van het gebouw. Daarom zijn wij samen met dorpshuis Ilpendam aan het onderzoeken hoe dit op te lossen, los van deze herijking. Het is namelijk niet mogelijk, maar ook niet wenselijk, om gelden voor sociaal cultureel werk in een gebouw te stoppen.

Vraag 2 Zoals aangegeven zou de herijking er komen vanwege de financiële situatie van de Bolder. In hoeverre zorgt dit voorstel tot een verbetering van de financiële positie van de Bolder?

Antwoord 2 We willen het gebouwenbeheer en het sociaal cultureel werk lostrekken, zodat helder is hoeveel geld er beschikbaar is voor sociaal cultureel werk. Daarnaast geven kaders en eisen aan wat we verwachten van het sociaal cultureel werk. We gaan ervan uit dat een partij die inschrijft op de aanbesteding uit zal komen met het bedrag van de aanbesteding.

Toelichting bij vraag Het financiële succes van deze heroriëntatie zou liggen in het aanbesteden van het sociaal cultureel werk.

Ik kan mij vinden in 4 van de 5 verwachte verbeteringen. Mijn fractie ziet als risico de verwachte kostenbesparing, die gedeeltelijk gebaseerd is op schaalvoordelen.

Vraag 3 Bij een aanbesteding ga je uit van een goed uitgeschreven cultureel programma. Wie gaat dat programma samenstellen en wie gaat uiteindelijk de aanbesteding beoordelen?

Antwoord 3 De beleidsmedewerkers die zich op inhoud bezighouden met het voorliggend veld en preventie zullen het programma van eisen opstellen. Het college stelt het programma van eisen vast. De uiteindelijke beoordeling van de aanbesteding wordt door de afdeling Inkoop, de betrokken beleidsmedewerkers en het college uitgevoerd.

Vraag 4 Lopen we kwaliteits- of programma-aanbodrisico’s van het culturele programma, als de financiële middelen niet aansluiten bij het programma van aanbesteding?

Antwoord 4 In het voorstel is bij de inschatting van het budget voor de aanbesteding geprobeerd om zo dicht mogelijk bij het huidige subsidiebedrag voor het sociaal cultureel werk te zitten. Op deze manier willen wij ervoor zorgen dat de financiële middelen bij het programma van de aanbesteding aansluiten.

Vraag 5 Is er financiële ruimte om een bepaalde flexibiliteit te realiseren als daar behoefte aan is?

Antwoord 5 Op dit moment is de flexibiliteit minimaal. We hebben geen financiële ruimte. Het uitgangspunt is budgetneutraliteit en er ligt momenteel een grote bezuinigingsopgave bij de afdeling Samenleving en andere afdelingen. De behoefte voor meer financiële ruimte is gewenst, maar kan gelet op de huidige en toekomstige bezuinigingen niet worden gerealiseerd. Het voorstel is realistisch met de betrekking tot de mogelijkheden.

Toelichting bij vraag In de tijdbalk hebben we kunnen vaststellen dat de aanbesteding pas in 2026 en 2027 zal kunnen plaatsvinden, omdat het herverdelen van de huidige financiële ondersteuning niet op korte termijn gerealiseerd kan worden (art. 4:51 Awb). In het RID staat dat door de lange subsidierelatie met de Bolder de afbouwperiode van de subsidie wel 2 tot 3 jaar zou kunnen duren. Juist deze financiële onderbouwing en de berichtgevingen van de Bolder waren juist de reden voor de herijking.

Vraag 6 De Bolder geeft aan financiële middelen te kort te komen. De raad wil in feite niet meer geven, maar vervolgens gaat het 2 tot 3 jaren duren om dit plan door te voeren. Gaat de Bolder het zolang uitzingen?

Antwoord 6 Het gebruik van het gebouw door verschillende partijen wordt voortgezet. SCC de Bolder is met nieuwe plannen bezig en wij zijn met de Bolder in contact over de toekomst.

Vraag 7 De grootste uitgavenpost van de Bolder zijn de loonkosten; met de huidige subsidie en de marge op de huurinkomsten financieren zij de organisatie en het culturele programma. Wat gaat er in hun personele situatie wijzigen door deze heroriëntaties?

Antwoord 7 Wij hebben de Bolder gevraagd om hier een antwoord op te formuleren. Echter willen zij dit apart doen middels een brief aan uw raad. Wij kunnen deze vraag niet namens de Bolder beantwoorden.

Toelichting bij vraag In de financiële paragraaf lezen we over de beschikbare gelden. We hebben in de raad gesproken over de indexering van de subsidie, want zoals het RID aangeeft geeft de huidige financiële ondersteuning een vertekend beeld. Dit, omdat de subsidie die de Bolder krijgt in feite niet bedoeld is voor het organiseren van activiteiten. Het RID geeft in feite aan dat de bijdrage bestemd is voor organisatorische ondersteuning. Dan is het goed dat we nu gaan proberen transparant te zijn.

Vraag 8 Klopt het dat, als het culturele programma wordt uitbesteed, de feitelijke dagelijkse werkzaamheden van de Bolder worden beperkt tot mogelijk alleen gebouwbeheer? Wat verandert er dan in de organisatie?

Antwoord 8 Wij zijn van plan om het gebouwbeheer door de gemeente zelf uit te laten voeren, om voor een duidelijke splitsing te zorgen tussen de uitvoering van het sociaal cultureel werk en de functie van (onder)verhuurder aan de overige partijen. Hoe hier precies invulling aan wordt gegeven zal in de verdere implementatie worden uitgewerkt. Wij zullen de raad gedurende het proces informeren.

Vraag 9 Wordt er in toekomstige begrotingen en jaarrekeningen onderscheid gemaakt tussen subsidiebijdrage voor culturele activiteiten en ondersteuning beleidsdragers?

Antwoord 9 In de huidige begrotingen en jaarrekening wordt al een onderscheid gemaakt tussen de subsidie aan culturele organisaties die culturele activiteiten uitvoeren en de subsidie voor de uitvoering van het sociaal cultureel werk. De subsidies aan culturele organisaties worden verstrekt aan verenigingen en stichtingen zoals; Stichting Marker Jongeren, Cantorij Monnickendam etc. De subsidie met betrekking tot het sociaal cultureel werk wordt aan SCC de Bolder verstrekt.

Toelichting bij vraag Het dorpshuisfonds lijkt een transparante opzet te hebben.…

Bekijk de brief: 198-15 Beantwoording schriftelijke vragen JOUW Waterland over heroriëntatie dorpshuizen en de Bolder (n.a.v. RID 198-12)

Bron: raadsinformatie van de gemeente Waterland (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Waterland

Alle artikel 35-vragen in Waterland