28 januari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Westerkwartier

Participatieverordening uit RO2 14012026

Een raadslid stelde op 28 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Westerkwartier.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Beantwoording openstaande vragen Participatieverordening Tijdens het Raadsoverleg van 14 januari 2026 is de Participatieverordening besproken. Tijdens dit overleg werden een aantal vragen gesteld waarvan de portefeuillehouder heeft aangegeven daar op een later moment op terug te komen. In dit document geven wij antwoord op deze vragen.

Vragen met betrekking tot Artikel 5 – Eindverslag:  Is de verplichting om binnen 6 weken een eindverslag op te stellen haalbaar voor de organisatie?  Geldt deze verplichting ook wanneer de participatiestap uitsluitend uit informeren bestaat? En dus voor alle stappen op de participatieladder? Of is het idee dat dit eindverslag betrekking heeft op het uitdaagrecht? Hoe hebben we hierover nagedacht?

In hoofdstuk 2 van de Participatieverordening wordt aandacht besteed aan inwonersparticipatie. In artikel 3 gaat het daarbij over het opstellen van een participatieplan, en in artikel 5 gaat het over het eindverslag van inwonersparticipatie. In beide gevallen betreffen dit overkoepelende documenten over een geheel participatieproces, wat in veel gevallen uit meerdere stappen en middelen zal bestaan. In het (overkoepelende) participatieplan vooraf wordt onder andere het doel, proces en de planning van de inwonersparticipatie uitgewerkt (zie artikel 3.2 sub b). In artikel 5 wordt vervolgens geschetst dat er van het gehele participatieproces ook een (overkoepelend) eindverslag wordt gemaakt waarin het proces, de uitkomsten, reactie daarop en een evaluatie wordt uitgewerkt (zie artikel 5.2 sub a-d). Voor zowel het participatieplan als het eindverslag geldt dat deze rondom een totaal participatieproces worden opgesteld en worden gepubliceerd. Het gaat daarbij niet om afzonderlijke momenten, middelen of treden op de participatietrap. De vorm van een participatieplan is vrij. Het plan kan onderdeel zijn van een voordracht, projectplan of beleidsstuk, maar ook een losstaand document is mogelijk. Daarmee verwachten wij dat de verplichting om deze binnen 6 weken op te stellen, haalbaar is.

In de beantwoording van de technische vragen van de fractie van het CDA (12 januari 2026) hebben we aangegeven dat er op korte termijn wordt gewerkt aan een centrale landingspagina voor alles rondom participatie op de gemeentelijke website. Dit lijkt vooralsnog ook een logische plek voor het publiceren van de participatieplannen en eindverslagen. Een centrale landingspagina voor alle participatieprocessen in onze gemeente draagt bij aan transparantie en vindbaarheid van deze informatie voor alle deelnemers en andere belangstellenden.  Is het logisch om te veronderstellen dat we een eindverslag maken voor al die momenten dat we inwoners middels een brief informeren? En wat betekent dit voor de werkdruk en het aantal eindverslagen?

Een eindverslag van participatie gaat om een totaal participatieproces, niet om elke aparte bijeenkomst of verzonden brief. Net als dat er niet voor elke brief of bijeenkomst een apart participatieplan, zoals bedoeld in artikel 3, wordt opgesteld. Dat neemt niet weg dat er tijdens het uitvoeringsproces van participatie op momenten ook verslagen van bijvoorbeeld een bijeenkomst gemaakt kunnen worden. Hoe en op welke wijze je dat doet, en inzet, in een groter participatieproces, wordt uitgewerkt in het participatieplan wat vooraf opgesteld wordt.

Gezien bovenstaande beantwoording verwachten wij dat dit niet zal zorgen voor onevenredige toename in de werkdruk. Mocht in de komende periode blijken dat dit wel het geval is, dan nemen wij dat uiteraard mee in de evaluatie.

Vragen met betrekking tot Artikel 2 – Reikwijdte:

Artikel 2 beschrijft de uitzonderingsgronden waarbij geen inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht plaatsvindt. Met name artikel 2 lid 3a ziet op lopende uitvoerings- of evaluatietrajecten, dan wel ondergeschikte herzieningen van deze trajecten of van beleid. In de bespreking werd ingebracht dat deze formulering ertoe kan leiden dat het uitdaagrecht feitelijk wordt uitgesloten bij lopende uitvoeringstrajecten, zoals bijvoorbeeld bij groenonderhoud.

Daarmee rijst de vraag of de huidige formulering onbedoeld initiatieven van inwoners blokkeert.

Hieronder geven we nadere toelichting en verduidelijking op enkele punten.  Hoe definiëren we lopende uitvoerings- of evaluatietrajecten?

Met lopende uitvoerings- of evaluatietrajecten bedoelen we trajecten die reeds gestart zijn voor de inwerkingtreding van de participatieverordening. Met ondergeschikte herziening van deze trajecten of het beleid wordt bedoeld, een situatie waarin een beleid niet in zijn geheel opnieuw ter besluitvorming voorligt, maar waarbij in de uitvoering soms wel wijzigingen of accentverschuivingen plaats vinden. Inzichten of lessen die we tussentijds kunnen trekken nemen we dan mee. Daarmee bestaat de kans dat we lerenderwijs onderdelen toevoegen aan de praktijk zonder daarbij beleid te herzien (zie ook beantwoording van de technische vragen van de fractie van de VVD, 13 januari 2026).  Hoe is oorspronkelijk bedoeld om om te gaan met lopende zaken in relatie tot het uitdaagrecht?

Voor zover het gaat om lopende uitvoeringstrajecten die aanbesteed, dan wel contractueel voor een bepaalde periode belegd zijn bij een derde partij, dienen we ons als gemeente te houden aan gemaakte afspraken en contracten. Dat betekent inderdaad dat hier het uitdaagrecht niet op toegepast kan worden. Voor taken die de gemeente in eigen beheer heeft, ligt dat anders.

Als je dit vertaalt naar het genoemde voorbeeld van het groenonderhoud betekent dit dus dat taken die je (Europees) hebt aanbesteed voor een bepaalde periode, op dit moment geen ruimte bieden voor het uitdaagrecht. Taken van groenonderhoud die wij als gemeente zelf uitvoeren, en waar geen andere juridische of contractuele verplichtingen op rusten, bieden daarvoor wellicht meer mogelijkheden.

Voor wat betreft lopende evaluatietrajecten geldt dat we daarvan eerst de resultaten afwachten, alvorens een besluit te nemen over het al dan niet toekennen van een verzoek van het uitdaagrecht.

Maar evaluatietrajecten bieden na afronding wel juist ruimte om verschillende mogelijkheden te bezien om bepaalde taken uit te voeren, waaronder toepassing van het uitdaagrecht.  In welke gevallen is het logisch en wenselijk om het uitdaagrecht uit te sluiten bij lopende trajecten, en wanneer juist niet?

Zie de beantwoording hierboven. Het zijn van een betrouwbare overheid betekent ook dat we ons betrouwbaar opstellen naar onze contractpartners en we ons houden aan gemaakte afspraken. Dat betekent dus dat we in deze gevallen het uitdaagrecht niet toepassen. Het beoordelen en al dan niet toepassen van het uitdaagrecht blijft in alle gevallen maatwerk.  Kan de formulering van artikel 2 lid 3a zo worden verduidelijkt dat onbedoelde uitsluiting van initiatieven wordt voorkomen?

We leggen artikel 2, lid 3a als volgt uit: Het toepassen van het uitdaagrecht, en het beoordelen ervan, brengt altijd maatwerk met zich mee. De vitale taken van de gemeente kunnen in geen geval uitgedaagd worden. Dat zijn bijvoorbeeld taken op grond van openbare orde en veiligheid, maar ook gemeentelijke belastingheffing. Deze taken kunnen wettelijk gezien niet worden overgedragen.

Uitdaging is daarnaast soms ook niet wenselijk, bijvoorbeeld wanneer Europese aanbestedingsregels moeten worden gevolgd. Ook kan de uitvoering van beleid dusdanige spoedeisendheid met zich meebrengen dat het uitdaagrecht niet kan worden afgewacht. En ten slotte kunnen zich situaties voordoen waarbij het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor haar inwoners (algemeen belang) zwaarder moet wegen dan toepassing geven aan het uitdaagrecht.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen over Participatieverordening uit RO2 14012026

Bron: raadsinformatie van de gemeente Westerkwartier (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Westerkwartier

Alle artikel 35-vragen in Westerkwartier