2 juni 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Weststellingwerf

vragen VVD

Een raadslid stelde op 2 juni 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf (11 vragen).

In het kort

11 vragen en wat het college antwoordt

  • Het raadsvoorstel noemt lelieteelt en sierteelt, terwijl u in bijlage 5 (terminologie) als College kiest voor uitsluitend lelieteelt in plaats van sierteelt. → En waarom wordt de keuze (volgens u uitsluitend lelieteelt) niet consequent in het raadsvoorstel en in alle door of namens de gemeente opgestelde bijlagen doorgevoerd?
  • U geeft in bijlage 6 aan hoeveel hectares van specifieke teelten plaatsvinden. → Hieronder ziet u een grafiek van de teelt van bloembollen in Weststellingwerf aan de hand van de Basisregistratie Gewaspercelen en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO).
  • Hieruit voortvloeiend (en ik begrijp dat er een keuze is gemaakt voor optie 3c) wordt in gemeente Westerveld 375-400 ha bollen geteeld en 265-290 ha aan lelies. → Dit om een idee te hebben hoe nijpend het probleem is.
  • Als er een directe lijn is met RVO waar jaarlijks alle gecombineerde opgaven binnenkomen, kan de gemeente per jaar (vóór 15 mei elk jaar) aflezen waar in onze gemeente… → Is handhaving een gemeentelijke activiteit of wordt dit bij de NVWA ondergebracht?
  • Is het gemeentelijk apparaat voorbereid op het afhandelen van alle binnenkomende vergunningsaanvragen? → Is een berekening c.q. financiële inschatting gemaakt wat ons dit als gemeente in de toekomst aan ambtelijk apparaat gaat kosten?
  • Hoe zal ná dit raadsvoorstel worden omgegaan met lelieteelt en/of sierteelt waarbij uitsluitend biologische of groene bestrijdingsmiddelen worden gebruikt? → U hebt de insprekers bij het inloopspreekuur horen aangeven dat er een aanvraag van het CTGB loopt voor vergroenen.
  • Is bekend of, en hoeveel hectare er op dit moment aan biologische lelieteelt in onze gemeente plaatsvindt? → Ons is niet bekend dat er op dit moment biologische lelieteelt in onze gemeente plaatsvindt.
  • Wat verstaat u onder ‘nieuwe teelt’? → In bijlage 11 heeft PlasBossinade Advocaten & Notarissen nieuwe teelt zo verwoord: “De regulering ziet op percelen waar wél teelt met gewasbeschermingsmiddelen mag plaatsvinden, maar waar…

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Datum: 30 mei 2025 Onderwerp: Beantwoording vragen van de VVD over raadsvoorstel lelieteelt/sierteelt Geachte mevrouw Kroondijk, Op 28 mei 2025 hebben wij van mevrouw Kroondijk namens de VVD schriftelijke technische vragen ontvangen over het raadsvoorstel regulering lelieteelt/sierteelt dat maandag 2 juni 2025 in de Raadscommissie wordt besproken. Met dit raadsvoorstel voert het college van B&W de toezegging van 3 februari 2025 uit om voor het zomerreces van 2025 te zorgen voor een raadsvoorstel over de regulering van lelieteelt. In het voorstel legt het college drie keuzescenario’s voor aan de raad. Het scenario dat de raad kiest moet vervolgens verder uitgewerkt worden. Deze verdere uitwerking wordt in januari 2026 voorgelegd aan de raad.

Op verzoek van mevrouw Kroondijk delen wij hieronder de vragen namens de VVD en onze beantwoording daarvan (cursief gedrukt) met de gehele gemeenteraad.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Het raadsvoorstel noemt lelieteelt en sierteelt, terwijl u in bijlage 5 (terminologie) als College kiest voor uitsluitend lelieteelt in plaats van sierteelt. Vervolgens noemt u deze begrippen in het verdere raadsvoorstel door elkaar (bijvoorbeeld kop RV, maar ook in bijlage 3 waar het over lelieteelt/sierteelt gaat). Zoals u weet zijn er grote verschillen tussen lelieteelt en sierteelt en maakt dit ook juridisch en beleidsmatig een groot verschil. Lelies staan bekend om het intensieve gebruik van bestrijdingsmiddelen. Boomkwekerijen (sierteelt) bijvoorbeeld in beginsel niet, waarbij een boomkwekerij onder sierteelt valt. Welke teelt/teelten bedoelt u in dit raadsvoorstel exact?

Antwoord van het college

En waarom wordt de keuze (volgens u uitsluitend lelieteelt) niet consequent in het raadsvoorstel en in alle door of namens de gemeente opgestelde bijlagen doorgevoerd?

Er is inderdaad groot verschil tussen het gebruik van de term “sierteelt” en de term “lelieteelt”. Lelieteelt valt onder sierteelt. Sierteelt is een veelomvattender term. Sierteelt betreft de productie van bloemen, planten en boomkwekerijproducten voor decoratieve en esthetische doeleinden. Het gaat om bijvoorbeeld bloembollen, snijbloemen, sierheesters, fruitbomen, potplanten, vaste planten en laanbomen. Het gaat hierbij nadrukkelijk niet om voedselgewassen.

In het raadsvoorstel wordt voorgesteld om bij verkoop of verhuren/verpachten van grond van de gemeente geen sierteelt toe te staan. Hier wordt dus de scheidslijn gelegd tussen voedselgewassen (belangrijk voor de voedselvoorziening) en siergewassen (luxeproduct).

Dit is ook het geval in voorkeursscenario 3c: de spuitvrije zone. Binnen een afstand van 50 meter van gevoelige functies wordt nieuwe teelt van siergewassen verboden zonder vergunning.

Sierteelt is veelomvattender dan alleen lelieteelt, maar omdat de beperking alleen voor een zone van 50 meter geldt, zijn de gevolgen voor de telers minder vergaand. Tegelijk wordt met dit voorstel rekening gehouden met de zorgen van omwonenden.

In scenario 3b heeft het college gekozen om de beperking alleen voor nieuwe lelieteelt te laten gelden in plaats van sierteelt. De vergunningplicht in scenario 3b is een beperking op gehele percelen, niet alleen een zone in de betreffende percelen. Dit heeft een grotere impact op de mogelijkheden van telers. Daarom is het voorstel in dit scenario ervoor te kiezen alleen nieuwe lelieteelt te beperken, omdat bij lelieteelt de meeste gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Ook hierbij wordt dus enerzijds rekening

gehouden met de impact voor telers en tegelijk met de gezondheid en zorgen van omwonenden.

De afweging van beide belangen spelen dus mee in de keuze om in het ene scenario te kiezen voor lelieteelt en in het andere voor sierteelt.

Vraag 2

U geeft in bijlage 6 aan hoeveel hectares van specifieke teelten plaatsvinden. Zo vindt er 42 hectare tulp, bloembollen en -knollen, 33 hectare aan pioenroos, overige bloemkwekerijgewassen, 2 hectare aan vaste planten, open grond en 88 hectare aan lelie, bloembollen en -knollen plaats (naast consumptie en vermeerderingsgewassen). Kunt u aangeven of de lelieteelt en/of sierteelt over de afgelopen jaren gestegen is (in hectares) in onze gemeente en zo ja met hoeveel hectares jaarlijks?

Antwoord van het college

Hieronder ziet u een grafiek van de teelt van bloembollen in Weststellingwerf aan de hand van de Basisregistratie Gewaspercelen en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO). In deze grafiek is te zien dat er een daling was in het aantal hectares lelieteelt na 2019.

In 2024 is echter juist een flinke stijging te zien in het aantal hectares lelieteelt. Het betreft ruim een verdubbeling ten opzichte van voorgaande jaren (van 34-45 hectare naar 87,5 hectare.). Overigens gaat het bij lelieteelt vaak om wisselteelt en om percelen in verschillende gemeenten. Het is dus nog niet bekend of het om een blijvende stijging gaat.

Het kan zijn dat een ander jaar een ander beeld laat zien.

Vraag 3

Hieruit voortvloeiend (en ik begrijp dat er een keuze is gemaakt voor optie 3c) wordt in gemeente Westerveld 375-400 ha bollen geteeld en 265-290 ha aan lelies. Wat is de aanleiding en directe noodzaak gezien het beperkte areaal in Weststellingwerf in verhouding tot Westerveld om aanvullende regels te stellen in onze gemeente. Nog concreter om hoeveel hectares gaat het waarover het afgelopen jaren in onze gemeente klachten zijn binnengekomen?

Antwoord van het college

Dit om een idee te hebben hoe nijpend het probleem is.

Het klopt dat er sprake is van minder hectares lelieteelt in onze gemeente Weststellingwerf ten opzichte van onze buurgemeente Westerveld. Het aantal hectares ligt meer in lijn met onze buurgemeente Ooststellingwerf. Los daarvan is het college verantwoordelijk voor een gezonde leefomgeving in onze gemeente Weststellingwerf. De verantwoordelijkheid voor een gezonde fysieke leefomgeving is ook opgenomen als maatschappelijk doel in de

Omgevingswet (artikel 1.3)*. Met dit raadsvoorstel wil het college daar uit voorzorg een afgewogen stap in zetten, zonder telers onevenredig te beperken.

Daarnaast was het de wens vanuit de (meerderheid van de) raad om gezondheid voorop te zetten en een vergunningplicht voor sierteelt in te stellen en een voorbereidingsbesluit te nemen (raadsvergadering 13 mei 2024). Dit was naar aanleiding van een casus waarbij een teler voornemens was op 200 meter afstand van een basisschool in Noordwolde-Zuid lelies te telen. Een groep van 37 bezorgde bewoners en ouders heeft toen een kort geding aangespannen tegen de geplande lelieteelt. Ons college is aan de wens vanuit de raad tegemoetgekomen en heeft toegezegd met een voorstel voor regulering te komen. Met dit voorstel voeren we deze toezegging uit.

Wat betreft het aantal klachten en hectares: wij hebben helaas geen cijfers over het aantal hectares dat behoort bij de klachten. Wel kunnen wij aangeven dat er het afgelopen jaar bij VTH diverse klachten zijn binnengekomen over een perceel in Boijl en in Steggerda. Ook ontvangt VTH regelmatig telefoontjes van bezorgde burgers. Daarnaast zijn er de afgelopen maanden enkele mailberichten binnengekomen van bezorgde burgers.

Vraag 4

Als er een directe lijn is met RVO waar jaarlijks alle gecombineerde opgaven binnenkomen, kan de gemeente per jaar (vóór 15 mei elk jaar) aflezen waar in onze gemeente welke teelten plaatsvinden. Is de gemeente bereid hier onderzoek c.q. navraag naar te doen, ook in het kader van handhaving?

Antwoord van het college

Is handhaving een gemeentelijke activiteit of wordt dit bij de NVWA ondergebracht? In dat laatste geval, vindt er een terugkoppeling van de NVWA naar de gemeente plaats?

De door de gebruiker ingediende gewaspercelen komen bij het RVO binnen. Hiervan wordt jaarlijks een dataset online gepubliceerd (op nationaal georegister). De gemeente kan deze dataset downloaden en zien welke specifieke percelen worden gebruikt ten behoeve van teelt van gewassen. De percelen over de jaren 2016-2024 zijn reeds bekend bij ons. De cijfers van 2025 zijn nog niet gepubliceerd. Deze cijfers waren dus niet beschikbaar voor 15 mei. De gemeente is dus reeds bezig met het onderzoeken van deze percelen, ook om een goed beeld te krijgen van de situatie.

Voor wat betreft de vraag of handhaving een gemeentelijk activiteit is: bij de definitieve keuze voor een scenario wordt de regulering van lelieteelt/sierteelt opgenomen in het gemeentelijk Omgevingsplan. Daardoor wordt de gemeente (het college) ook het bevoegd gezag.

Daarmee ligt eventuele handhaving dus ook bij de gemeente.

De NVWA controleert of telers zich aan de wettelijke regels voor gewasbeschermingsmiddelen houden. Daarbij wordt er bijvoorbeeld gekeken of bedrijven de middelen op de voorgeschreven manier gebruiken. Wij krijgen in beginsel geen terugkoppeling van de NVWA hierover.

Vraag 5

Is het gemeentelijk apparaat voorbereid op het afhandelen van alle binnenkomende vergunningsaanvragen?

Antwoord van het college

Is een berekening c.q. financiële inschatting gemaakt wat ons dit als gemeente in de toekomst aan ambtelijk apparaat gaat kosten? Zo ja kan dit (te zijner tijd) met ons gedeeld worden?

De kosten hiervoor hangen mede af van het gekozen scenario en zijn op dit moment nog niet goed in te schatten. Specifiek voor vergunningverlening (zoals bij scenario 3b en 3c) geldt dat er specialistische kennis nodig is en daarvoor extra capaciteit nodig is.

Vraag 6

Hoe zal ná dit raadsvoorstel worden omgegaan met lelieteelt en/of sierteelt waarbij uitsluitend biologische of groene bestrijdingsmiddelen worden gebruikt?

Antwoord van het college

U hebt de insprekers bij het inloopspreekuur horen aangeven dat er een aanvraag van het CTGB loopt voor vergroenen. Bent u bereid om in de toekomst voor biologische en/of groene bestrijdingsmiddelen een uitzondering te maken op de vergunningplicht? Dit in het kader van ‘goed gedrag’ belonen? Zo nee, waarom niet?

Het college staat er positief in om in de beoordelingsregels voor de vergunning op te nemen dat er wel een vergunning kan worden verleend voor gegarandeerd biologische teelt (Skalgecertificeerd). Bij de uitwerking van het gekozen scenario kan deze mogelijkheid verder uitgezocht worden. We wachten de beoordeling van nieuwe middelen door het CTGB af.

Advocatenkantoor PlasBossinade zegt hierover in bijlage 11, pagina 6, voetnoot 9: “Wij kunnen overigens niet beoordelen of de uitzondering die de Handleiding aanhaalt voor SKALgecertificeerde teelten (exclusief teelt met gebruik van parrafine olie), terecht is. Het is raadzaam om uit te zoeken of deze teeltvormen inderdaad naar verwachting een ander risicoprofiel (uit voorzorg) voor de gezondheid kennen. Blijkt het risicoprofiel immers hetzelfde als bij “klassieke” gewasbeschermingsmiddelen, dan bestaat geen gegronde reden voor de uitzondering.”

Vraag 7

Is bekend of, en hoeveel hectare er op dit moment aan biologische lelieteelt in onze gemeente plaatsvindt?

Antwoord van het college

Ons is niet bekend dat er op dit moment biologische lelieteelt in onze gemeente plaatsvindt.

Vraag 8

Wat verstaat u onder ‘nieuwe teelt’?

Antwoord van het college

In bijlage 11 heeft PlasBossinade Advocaten & Notarissen nieuwe teelt zo verwoord: “De regulering ziet op percelen waar wél teelt met gewasbeschermingsmiddelen mag plaatsvinden, maar waar dat nog niet gebeurt. Wij noemen dit hierna ook wel situatie 2 of toegestaan gebruik.” Deze situatie lijkt volgens PlasBossinade uit voorzorg juridisch verdedigbaar.

Bestaand gebruik formuleert PlasBossinade als: “Percelen waar wél teelt met gewasbeschermingsmiddelen mag plaatsvinden en waar dat ook gebeurt.” Zekerheidshalve ziet PlasBossinade wisselteelt als bestaand gebruik. Wel is de vraag welke termijn daaraan verbonden moet worden. Hoeveel jaar kijken we terug om lelieteelt als bestaande teelt te beschouwen? De situatie waarin er een concreet voornemen is tot het telen van lelies wordt als tussensituatie gezien. Het is grijs gebied of dit als nieuwe teelt of bestaande teelt gezien moet worden.

Afhankelijk van het scenario dat de raad kiest, zal dit verder (juridisch) uitgewerkt worden.

Vraag 9

Geldt de lelie- en/of sierteeltvrije zone ook bij gymvelden, speeltuinen, voetbalvelden, parken etc.?

Antwoord van het college

Bij het definiëren van wat gevoelige functies zijn heeft de raad keuzevrijheid. Het lijkt ons verstandig om in ieder geval aan te sluiten bij jurisprudentie ten aanzien van spuitzones (zie hieronder).

Jurisprudentie spuitzones

In de jurisprudentie ten aanzien van spuitzones zijn gevoelige functies plaatsen “waar mensen langdurig verblijven en daarmee een grotere kans lopen op blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen”. Het gaat dan in ieder geval om de volgende plaatsen:

•

•

•

Woningen en de bijbehorende tuinen (ECLI:NL:RVS:2007:BB1762, r.o. 2.8-2.8.5);

Bepaalde bedrijfsgebouwen waar mensen langdurig verblijven (bijv. kantoren) (ECLI:NL:RVS:2015:1007, r.o. 6.2.3);

Recreatiefuncties (kampeerterreinen etc.) (ECLI:NL:RVS:2013:BY8000, r.o. 3.1)

Gelet op de jurisprudentie rondom spuitzones vallen sportvelden ook onder gevoelige functies. Zie deze uitspraak (overweging 17) en deze uitspraak (overweging 13 e.v.) waarin tennisvelden als gevoelige functies werden aangemerkt. Niet voor iedere gevoelige functie zijn uitspraken te vinden, zoals voor de bestemmingen waar parken liggen – de bestemming ‘Groen’. In de jurisprudentie over spuitzonering werd vaak de groenbestemming gebruikt om een bufferzone te creëren tussen de agrarische bestemming en de woonbestemming. De kernvraag is en blijft: in hoeverre is het denkbaar dat personen gedurende langere tijd verblijven binnen deze bestemming. Aangezien de groenbestemming niet is ingericht voor langdurig menselijk verblijf, is het mogelijk dat dit niet geldt als gevoelige functie.

Bij de uitwerking van het gekozen scenario is het van belang het begrip “gevoelige functie” duidelijk te definiëren en af te bakenen.

Vraag 10

De jurist van Plas & Bossinade schrijft dat de vele mogelijkheden nog vele risico’s met zich meebrengen en dat de jurisprudentie nog volop in ontwikkeling is. En dat daarnaast nog veel onzekerheden zijn (hoe de regulering wordt, hoe deze vorm krijgt en welke afwegingen er worden genomen). Dan hebben we het nog niet over de uitvoering, financiën en andere relevante politiek-bestuurlijke aspecten. Hoe ziet het College hiertegen aan, gezien de beperkte menskracht, de vele taken die op onze gemeente afkomen en de komende ravijnjaren?

Antwoord van het college

Oftewel is dit een haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar plan?

Er zijn inderdaad onzekerheden, zoals ook benoemd in het raadsvoorstel. In het voorstel legt het college drie keuzescenario’s voor aan de raad. Het scenario dat de raad kiest moet vervolgens verder uitgewerkt worden. Deze verdere uitwerking wordt in januari 2026 voorgelegd aan de raad. De keuze die de raad op (naar verwachting) 16 juni 2025 maakt, is daarom een voorlopige. Na de uitwerking, die in januari 2026 wordt voorgelegd, kan de raad op basis daarvan een definitieve keuze maken. Er is dan meer duidelijkheid over de kosten van eventuele nadeelcompensatie, een inschatting van de benodigde extra capaciteit voor handhaving en ruimtelijke ordening en over bijvoorbeeld beoordelingsregels voor het verlenen van een vergunning.

Er zijn veel aspecten om mee te wegen in de uiteindelijke keuze. De gezondheid van onze inwoners, de belangen van ondernemers, financiële gevolgen, gevolgen voor de leefomgeving, uitvoerbaarheid, enzovoorts. Wat zwaarder of minder zwaar weegt en wat bepaalde keuzes mogen kosten is een politieke keuze. Wel geeft de Omgevingswet aan dat het bevoegd gezag rekening moet houden met het voorzorgsbeginsel. In dit raadsvoorstel hebben wij een open en eerlijk beeld proberen te schetsen en een voorkeursscenario geadviseerd. Daarmee hopen wij dat u als raad een weloverwogen keuze kunt maken.

Vraag 11

Neemt u bij verkoop van eigen gemeentegrond kwalitatieve verplichtingen of een kettingbeding op ten aanzien van de verbouw van lelieteelt en/of sierteelt?

Antwoord van het college

Als er derdenwerking moet worden gerealiseerd, zal er inderdaad iets van een kettingbeding moeten komen. Dit wordt na de keuze door de raad verder uitgewerkt.

12. Bent u bereid om ook naar andere gemeenten te kijken die hetzelfde probleem hebben. Zo wordt bijvoorbeeld in de Fryske Marren momenteel twee opties uitgewerkt, namelijk het

verbieden van sierteelt op nieuwe locaties en de mogelijkheid om spuitvrije zones in te stellen inde buurt van woonwijken, etc. Dit mede ter besparing van kosten.

Tijdens het voorbereiden van dit raadsvoorstel is contact geweest met verschillende andere gemeenten, inclusief De Fryske Marren en OWO-gemeenten Ooststellingwerf en Opsterland. Helder is dat veel gemeenten met hetzelfde thema worstelen. Gemeenten kijken met belangstelling naar elkaar, maar samenwerking is niet altijd mogelijk. Aan de ene kant omdat verschillende raden en colleges er verschillend in staan of verschillende accenten leggen en aan de andere kant omdat daar ook verschillende deadlines aan verbonden zijn.

Desondanks hebben wij daar waar mogelijk samengewerkt met de andere OWOgemeenten. Wij zullen samenwerking blijven zoeken.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen VVD

Bron: raadsinformatie van de gemeente Weststellingwerf (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Weststellingwerf

Alle artikel 35-vragen in Weststellingwerf