woningbouwprogramma ter plaatse van voormalige Holland Casino
Een raadslid stelde op 24 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort (2 vragen).
In het kort
2 vragen en wat het college antwoordt
- In een krantenartikel (HD 28-1-2026) is de indruk ontstaan dat op de plek van het voormalige casino uitsluitend duurdere appartementen zouden kunnen worden gerealiseerd… → Het college herkent de indruk dat voor de voormalige locatie van het Holland Casino in eerste instantie wordt gedacht aan een substantieel aandeel vrije sector woningen.
- De raad heeft vastgesteld dat woningbouwprojecten in Zandvoort in beginsel bestaan uit 30% sociale woningen, 50% middeldure woningen en 20% duurdere woningen. → Het college onderschrijft het door de raad vastgestelde woningbouwbeleid, waarin wordt uitgegaan van een programmering van 30% sociaal, 50% middeldure en 20% dure woningen.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Raadsinformatiebrief
Onderwerp Beantwoording vragen GroenLinks en PvdA inzake woningbouwprogramma ter plaatse van voormalige Holland Casino Nummer 2026/0126309 Datum college 20 maart 2026 Portefeuillehouder Kloet, J. de Programma/beleidsveld 4.1. Wonen en ruimtegebruik Afdeling PCM Auteur Eelco Lagas Telefoonnummer -Email [email protected] Bestemd voor:
Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de Raad.
Bijlagen geen Geachte leden van de raad, Op 5 februari 2026 hebben de fracties van GroenLinks en PvdA vragen gesteld over de ontwikkeling van de locatie van het voormalige Holland Casino, in relatie tot het gemeentelijk woonbeleid en de programmering van woningbouw. Hieronder treft u de beantwoording van deze vragen aan.
Deze vragen gaan niet alleen over een locatie, maar over mensen. Over inwoners die een betaalbaar huis zoeken en die afhankelijk zijn van de keuzes die de gemeenteraad maakt. De raad heeft duidelijke afspraken gemaakt over gemengd bouwen: sociaal, middeldure én duurdere woningen. En ook middelen beschikbaar gesteld om dat mogelijk te maken.
Met deze vragen willen GroenLinks en PvdA graag bevestigd zien dat dit beleid ook daadwerkelijk leidend is bij de uitwerking van projecten.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
In een krantenartikel (HD 28-1-2026) is de indruk ontstaan dat op de plek van het voormalige casino uitsluitend duurdere appartementen zouden kunnen worden gerealiseerd vanwege de kosten van de locatie. Herkent het college deze indruk, en is dit het standpunt van het college?
Antwoord van het college
Het college herkent de indruk dat voor de voormalige locatie van het Holland Casino in eerste instantie wordt gedacht aan een substantieel aandeel vrije sector woningen. Deze gedachte sluit aan bij de eerder door de raad vastgestelde Stedenbouwkundige visie Badhuisplein (2021) en het Stedenbouwkundig plan Badhuisplein (2025). In deze plannen is een indicatief programma opgenomen waarin, naast hotelkamers, wordt uitgegaan van zowel middeldure als duurdere appartementen.
Tegelijkertijd is door het college nadrukkelijk verkend wat de financiële consequenties zijn van het toevoegen van sociale woningbouw op deze locatie. De effecten hiervan worden inzichtelijk gemaakt in het aanvullend stedenbouwkundig plan voor de locatie Holland Casino. Het college zal hierover een afgewogen besluit nemen en dit ter besluitvorming aan de raad voorleggen.
Kenmerk: 2026/0126309
1/3
Vraag 2
De raad heeft vastgesteld dat woningbouwprojecten in Zandvoort in beginsel bestaan uit 30% sociale woningen, 50% middeldure woningen en 20% duurdere woningen. Daarnaast heeft de raad een fonds ingesteld om onrendabele toppen te kunnen opvangen. Hoe verhoudt de in vraag 1 genoemde indruk zich tot dit vastgestelde beleid?
Antwoord van het college
Het college onderschrijft het door de raad vastgestelde woningbouwbeleid, waarin wordt uitgegaan van een programmering van 30% sociaal, 50% middeldure en 20% dure woningen. Binnen het bredere project Badhuisplein wordt hier in samenhang invulling aan gegeven. Uitgangspunt is hierbij de eerder door de raad vastgestelde Stedenbouwkundige visie Badhuisplein (2021) en het Stedenbouwkundig plan Badhuisplein (2025). In deze plannen is een indicatief programma opgenomen waarin, naast hotelkamers, wordt uitgegaan van zowel middeldure als duurdere appartementen.
Voor het noordelijke deel van het Badhuisplein, waar de gronduitgifte via aanbesteding plaatsvindt, is in de leidraad een indicatief programma opgenomen van circa 33% betaalbaar, 16% middeldure en 50% dure woningen. Daarnaast worden in de totale gebiedsontwikkeling ook de Passagepanden meegenomen in de telling van het woningbouwprogramma. Naar verwachting worden circa 40 sociale huurwoningen gerealiseerd bij de Passagepanden.
3. Kan het college bevestigen dat bij de verdere uitwerking van woningbouwprojecten het vastgestelde woonbeleid leidend is, en dat kosten, waaronder grond- en aankoopkosten, geen reden zijn om sociale en middeldure woningbouw uit te sluiten. En dat dit ook niet op de plek van het voormalige casino gaat gebeuren.
Het college bevestigt dat het door de raad vastgestelde woonbeleid leidend is bij de uitwerking van woningbouwprojecten. Tegelijkertijd geldt dat gebiedsontwikkelingen vragen om maatwerk, waarbij verschillende belangen, zoals ruimtelijke kwaliteit, programmatische invulling en financiële uitvoerbaarheid, in samenhang worden afgewogen.
Voor de locatie van het voormalige Holland Casino op het Badhuisplein geldt dat sprake is van een specifieke centrum- en kustlocatie met een hoogwaardige ruimtelijke ambitie. Deze context kan ertoe leiden dat het realiseren van sociale woningbouw op deze locatie minder voor de hand ligt of een andere afweging vraagt, mede gelet op de gewenste functiemenging en de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.
Dit betekent nadrukkelijk niet dat sociale woningbouw op voorhand wordt uitgesloten. Het college beziet het woonbeleid op gebieds- en gemeentelijk niveau en stuurt op het realiseren van de vastgestelde doelstellingen in totaliteit. Daarbij kan het voorkomen dat per locatie accenten verschillen. Zo kan op de ene locatie een hoger aandeel sociale woningbouw worden gerealiseerd, terwijl op een andere locatie juist meer ruimte wordt geboden aan middeldure of duurdere segmenten, passend bij de gebiedsontwikkeling.
Kenmerk: 2026/0126309
2/3
Indien het college voornemens is af te wijken van het door de raad vastgestelde woningbouwbeleid, zal dit deugdelijk worden gemotiveerd en ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd. Het financiële aspect kan daarbij een rol spelen, maar is nadrukkelijk niet het enige afwegingscriterium.
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris
de burgemeester
Kenmerk: 2026/0126309
3/3
Bron: raadsinformatie van de gemeente Zandvoort (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.