26 februari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Zeist

beleidsnota vluchtelingen asiel en integratie

Een raadslid (D66) stelde op 26 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zeist (3 vragen).

In het kort

3 vragen en wat het college antwoordt

  • Hoe ziet het college de verhouding tussen de (tweede) voorkeur van deze twee belangrijke partijen enerzijds en de genoemde aanpak op lange termijn in de beleidsnota… → In de beleidsnota staat inderdaad kleinschalig tussen haakjes genoemd.
  • Hoe kijkt het college hiernaar? → Ons uitgangspunt blijft dat we uitgaan van de bestaande middelen en er geen extra vraag nodig is.
  • Welke zekerheden kan het college de gemeenteraad geven zodat met dit besluit over beleidskaders niet een toekomstig onwenselijke en wellicht te voorkomen financiële… → De zekerheden voor financiële beheersing en bestuurlijke afweging zijn uitgewerkt in het bijgevoegde proceskader.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Nummer vraag Datum vraag Datum beantwoording college Datum raad

: : : :

VRG26.010 4 februari 2026 5 februari 2026

Zaaknummer:

FORMULIER (BEANTWOORDING) SCHRIFTELIJKE VRAGEN op grond van artikel 39 RvO Beantwoording Vragensteller Onderwerp Portefeuillehouder

: : : :

Schriftelijk Jeroen van den Heuvel Beleidsnota Vluchtelingen, asiel en integratie Laura Hoogstraten

Centraal vs. (kleinschalig) decentraal Mochten Kamp van Zeist en/of Dijnselburg niet open kunnen blijven, dán is de (tweede) voorkeursoptie voor twee hele belangrijke partijen uit het veld (COA en Wereldkidz/Albatros): één, anders 2 (max. 3) grotere centrale locaties. In het RV is echter het volgende opgenomen: “In de beleidsnota bepalen we de richting voor de aankomende jaren middels een tweesporenaanpak. Deze aanpak richt zich op de korte termijn op het voortzetten en mogelijk verlengen van de huidige locaties en de lange termijn aanpak op het actief op zoek naar (kleinschalige) opvang in de wijken.” (bron: RV, p.3 van 7) Kleinschalige opvang is nu juist wat deze twee partijen níet willen, aangezien ze dan het voorzieningenniveau voor de vluchtelingen (op behoefte afgestemd onderwijs, netwerk van organisaties/diensten en loketfuncties – zoals voor de IND, VWNL, DT&V, hulpverlening – begeleiding/beveiliging, locatiemanagement, etc.) en de coördinatie minder of niet goed meer krijgen georganiseerd.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Hoe ziet het college de verhouding tussen de (tweede) voorkeur van deze twee belangrijke partijen enerzijds en de genoemde aanpak op lange termijn in de beleidsnota anderzijds?

Antwoord van het college

In de beleidsnota staat inderdaad kleinschalig tussen haakjes genoemd. Maar zoals in de ronde tafel werd benoemd beschikken we niet over de mogelijkheid om daar op voorhand al een duidelijke voorkeur in aan te brengen. We zijn momenteel sterk afhankelijk van vastgoed dat vrijkomt of gebiedsontwikkelingen die nieuwe kansen bieden. Daarom kiest het college er voor om de keuze voor klein of groot in dit stadium nog niet expliciet te maken. We willen de zoektocht en kansen die zich voordoen kunnen gebruiken. Het klopt dat het COA en het onderwijs zich uitspreken qua voorkeur voor een grotere locatie. Echter zien we ook dat voor de opvang van Oekraïne mensen en onze Nidos locatie voor minderjarige alleenstaande jongeren dat kleinschaligheid ook goed werkt en ten goede komt aan een snellere integratie. Dit betekent nadrukkelijk niet dat het college lukraak kleinschalige locaties opent. De afweging vindt zorgvuldig plaats, voorafgaand aan besluitvorming en volgt het proces zoals samengevat in de bijlage 1.

Financieel Het RV geeft aan dat: “In beginsel zitten er geen (aanvullende) financiële consequenties aan deze Beleidsnota vluchtelingen, asiel en integratie. Uitgangspunt is dat alle items uit de beleidsnota bekostigd kunnen worden uit de (incidentele) geldstromen rondom het opvangen van vluchtelingen.” (bron: RV p. 4 van 7) Tijdens de ronde tafel werd aangegeven dat naar het financiële plaatje van (kleinschalige) decentrale opvang nog niet is gekeken en dat de (eventuele) financiële consequenties daarvan niet bekend zijn. Maar volgens het RV op basis waarop wordt besloten zitten er (in beginsel) geen financiële consequenties aan. Aannemelijk is echter dat meerdere (kleinschaliger) decentrale opvanglocaties over het algemeen duurder zijn dan één/enkele (grotere) centrale opvanglocatie(s); niet alleen voor de gemeente, maar ook voor bijv. COA en andere organisaties in de vluchtelingenopvangketen.

Vraag 2

Hoe kijkt het college hiernaar?

Antwoord van het college

Ons uitgangspunt blijft dat we uitgaan van de bestaande middelen en er geen extra vraag nodig is. In de ronde tafel werd gevraagd wat het financiële verschil is als we van een COA locatie naar een locatie in eigen beheer gaan. Dit is iets wat we verder willen verkennen en waar in ons huidig opvanglandschap nog geen sprake van is. Een belangrijke afweging is natuurlijk ook dat we er financieel niet op achteruit gaan, mochten we opvang in eigen beheer serieus overwegen. De huidige regelingen voor exploitatie opvang OEK en een COA locatie is voldoende toereikend. Die businesscases zijn voor alsnog ons uitgangpunt in de zoektocht naar nieuwe locaties.

Vraag 3

Welke zekerheden kan het college de gemeenteraad geven zodat met dit besluit over beleidskaders niet een toekomstig onwenselijke en wellicht te voorkomen financiële situatie als voldongen feit ontstaat?

Antwoord van het college

De zekerheden voor financiële beheersing en bestuurlijke afweging zijn uitgewerkt in het bijgevoegde proceskader. Toetsing op financiële kaders en randvoorwaarden vindt in het uitvoeringsproces plaats.

Pas na een expliciet besluit van het college en waar nodig de raad wordt overgegaan tot uitvoering.

Definitie (omvang) van kleinschalige opvang voor vluchtelingen Tijdens de ronde tafel is gesproken over omvang op totaalniveau (Nederland; de spreidingswet en het Zeister aandeel daarin), maar op niveau van een individuele opvanglocatie voor vluchtelingen blijft dit nog een vraag. Dit was één van de punten waar afgelopen voorzomer 2025, voorafgaand aan vaststelling van de ‘Visie op Vluchtelingen, asiel en integratie’ om meer duiding werd gevraagd, omdat dat helderheid geeft aan gemeenteraad en inwoners (in de wijken) over wat ze wel en niet kunnen verwachten.

4. Wat is de bandbreedte van het aantal opvangplekken op een ‘kleinschalige’ opvanglocatie voor vluchtelingen (minimale omvang / ondergrens en maximale omvang / bovengrens), t.b.v. een nadere duiding van wat onder ‘kleinschalige’ locatie voor opvang van vluchtelingen wordt verstaan.

Er is geen wettelijke ondergrens die we hebben te hanteren voor schaalgrootte in opvang en in de beleidsnota hebben we daarom ook geen ondergrens opgenomen. Als we kijken naar de opvang OEK zien we dat de opvang met een schaalgrootte van 50 goed te beheren valt. Echter hebben we in totaliteit een grotere groep op te vangen, dus dienen we de afweging te maken of het haalbaar is zoveel kleine locaties te kunnen vinden. Dat maakt dat we de kleine locaties die in beeld komen als geheel moeten zien en af moeten zetten tegen een mogelijke grote locatie die in beeld komt.

Efficiëntie, draagvlak in de wijk, financiën, samenwerkingspartners en sociaal beheer spelen daarin een grote rol.

Draag-/veerkracht en het proces dat wordt gevolgd bij nieuwe opvanglocatie vluchtelingen; operationalisering/concretisering In de ronde tafel is verwezen naar het nog op te stellen uitvoeringsplan waar dit verder wordt geoperationaliseerd. Echter, meer duidelijkheid hierover (en over andere punten) was één van de punten waar afgelopen voorzomer 2025, voorafgaand aan vaststelling van de ‘Visie op Vluchtelingen, asiel en integratie’ om meer duiding werd gevraagd, omdat dat helderheid geeft aan gemeenteraad en inwoners (in de wijken) over wat ze wel en niet kunnen verwachten. Het lijkt hierdoor dat de raad met deze beleidsnota – waar dergelijke zaken zeker wel in worden genoemd, maar niet altijd even concreet/geoperationaliseerd en ook niet altijd bij elkaar op een rij – richting meegeeft aan het college voor de uitvoering, maar juist op belangrijke punten niet de helderheid lijkt te geven waar in deze fase behoefte aan is.

5. Hoe gaat het proces dat wordt gevolgd bij nieuwe opvanglocaties? (processtappen; volgordelijkheid, doel van elke stap, wie wanneer op welke wijze betrokken, etc.) Het proces dat wordt gelopen wanneer een locatie in beeld is, is schematisch weergegeven in bijlage

2. De inhoudelijk randvoorwaarden die we hanteren zijn de uitgangspunten die we beschrijven in hoofdstuk 1 – 4 van de nota. De randvoorwaarden waar een locatie aan moet voldoen beschrijven we in hoofdstuk 5. Daar schrijven we de criteria als; geschiktheid van het gebouw, omgevingskwaliteit,

capaciteit, bereikbaarheid, impact op de wijk en de vraag of opvang binnen de bestemming past of via een BOPA mogelijk kan worden gemaakt.

6. Kan het college een nadere duiding / operationalisering geven van termen/criteria als: a. draagkracht, b. geschiktheid van het gebouw, c. omgevingskwaliteit, d. capaciteit, e. bereikbaarheid, f. impact op de wijk, g. (andere) randvoorwaarden?

Naast dat we bij een mogelijk nieuwe locatie nauw in contact willen staan met de omwonenden maken we op voorhand ook inzichtelijk wat de veerkracht van een wijk is door middel van ons dashboard Buurtinzicht. Met het dashboard Buurtinzicht hebben we op basis van openbare data een goed beeld van de kansen en kwetsbaarheden per buurt. Juist dit is wat we ook willen bespreken met omwonenden, waar liggen hun zorgen en wat kunnen wij doen om deze weg te nemen. Mogelijk biedt een locatie in de wijk ook kansen voor de buurt, daar willen we over in gesprek blijven.

Ervaringen met gemengde kleinschalige/decentrale locaties? (gemengd: voor verschillende doelgroepen; vluchtelingen, asielzoekers in de eindfase van de procedure, ontheemden, spoedzoekers, de MOBW doelgroep en andere groepen die tijdelijk begeleiding en doorstroom nodig hebben). Tijdens de ronde tafel was er niet veel bekend over ervaringen hiermee (of kwam dat niet goed naar voren). Eén van de insprekers meende dat er mogelijk wel in o.a. in Utrecht ervaringen zijn opgedaan.

7. Is er inmiddels wellicht meer bekend over ervaringen met dergelijke gemengde kleinschalige/decentrale locaties, wat zijn die ervaringen en wat zijn randvoorwaarden, do’s en don’ts?

We hebben momenteel zelf een doorstroomlocatie aan de Dorpstraat waarin we springplank jongeren (uitstroom MOBW) en jongeren vanuit het Nidos samen huisvesten. We zijn nu een jaar op weg en de ervaringen zijn positief. Verder hebben we nog geen ervaring op grotere schaal binnen de gemeente Zeist. Echter zien we door het land verschillende projecten waarbij inderdaad de uitkomsten heel verschillend zijn. Waar we vooral van leren dat het samen huisvesten van groepen kan, mits het sociaal beheer, grip op plaatsing (intake) en begeleiding goed is ingericht. Deze randvoorwaarden zijn leidend bij het beoordelen en eventueel opschalen van gemengde woonvormen. Dit sluit aan bij de landelijke ontwikkeling richting een (aankomende) flexibele doelgroepenregeling, waarmee het Rijk inzet op het meervoudig en flexibel gebruiken van locaties, mits deze randvoorwaarden op orde zijn.

Structurele (niet tijdelijke) opvanglocaties (in eigen beheer / aankoop) In het RV / de beleidsnota staat het streven te willen bewegen naar structurele (niet tijdelijke) opvanglocaties. Tegelijkertijd wordt de periode van (minimaal) 5 jaar genoemd (hetzelfde als Kamp van Zeist) en liever nog langer (maar huurovereenkomsten gaan lang niet altijd langer dan 5 jaar).

Tijdens de ronde tafel is besproken dat dat wellicht zou kunnen/moeten betekenen dat de gemeente zelf locaties gaat beheren (aankoopt?).

8. Zijn er al concrete plannen voor structurele opvanglocaties (in eigen beheer / aankoop door de gemeente) en als dat zo is, is er al een beeld bij de financiën en óf en hoe de gemeenteraad daarin wordt of moet worden meegenomen?

Op dit moment hebben wij geen locaties in beeld die we mogelijk zouden kunnen aankopen. Daarom zijn we sterk afhankelijk van huurcontracten en regelingen vanuit het rijk die ons financiële zekerheid kunnen bieden (waarbij we geen grote risico’s lopen). Mocht deze unieke kans zich wel voordoen, heeft het college dit voor te leggen aan de raad. (kleinschalige) Decentrale opvang t.o.v. beleidsdoel In het RV en de beleidsnota staat dat we inzetten op begeleiding, toezicht, sociale veiligheid, toegankelijke voorzieningen om het beleidsdoel “4. De gemeente stelt eisen aan een menswaardige, veilige en hygiënische leefomgeving binnen haar opvanglocaties.” te behalen. Maar juist COA en Albatros geven aan bij (kleinschalige) decentrale opvang, dit minder of niet meer goed te kunnen bieden.

9. Hoe verhoudt zich dit tot elkaar?

COA geeft inderdaad aan bij een minimale grootte van 200 opvangplekken de beste efficiënte en beheersbare situatie te kunnen creëren. Echter gaat de beleidsnota niet alleen maar over het beheer vanuit het COA. We hebben ook opvang in eigen beheer zoals onze OEK locaties, daarin streven we bovenstaand uitgangspunt ook na op de kleinere locaties. Mochten we in de toekomst samen met het COA naar nieuwe locaties voor asielopvang kijken, stellen we nog steeds deze menswaardige eisen en hebben we aan het COA voor te leggen in hoeverre zij hieraan kunnen voldoen. Mede daarop neemt het college een definitief besluit.

Onderwijs voor vluchtelingen Gelukkig wordt in het RV en de beleidsnota veel belang gehecht aan veilige, stimulerende en ontwikkelgerichte omgeving voor kinderen (in de opvang en in het onderwijs). Maar tegelijkertijd geven juist Albatros en COA aan dat dat het beste is te realiseren op één (of slechts enkele) centrale, want grotere, opvanglocaties met een school in de nabije omgeving die dan groot genoeg is om goed voor vluchtelingen passend onderwijs (en andere aandacht, ondersteuning en faciliteiten) te kunnen bieden en de nodige ouderbetrokkenheid die door de korte afstand tussen school en opvanglocatie groter is.

10. Hoe kijkt het college naar het belang van een school van voldoende omvang en kennis & kunde op het gebied van onderwijs aan vluchtelingen en het aantal opvanglocaties voor vluchtelingen (zeker in geval van (kleinschalige) opvang in de wijken)?

Dit is ook voor de gemeente een belangrijke voorwaarden in de zoektocht naar nieuwe locaties. En het is vooral belangrijk om met de schoolbesturen in gesprek te blijven over de haalbaarheid van goed onderwijs bij een mogelijk nieuwe locatie. De Albatros gaf ook in de ronde tafel aan dat twee locaties ook prima mogelijk is, mits de school voor beide locatie goed bereikbaar is. Ook inbreng vanuit de schoolbesturen weegt het college in het definitief te nemen besluit.

Bijlage 1: Tweesporenaanpak – kernboodschap

Bijlage 2: Proceskader nieuwe locaties

Bekijk de brief: VRG26.010 Beantwoording Schriftelijke vragen (D66) over beleidsnota vluchtelingen asiel en integratie

Bron: raadsinformatie van de gemeente Zeist (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Zeist

Alle artikel 35-vragen in Zeist