29 juni 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Zwolle

Inzicht plan m.b.t. de paraatheid bij crises (weerbaarheid en veerkracht)

PRO over Inzicht plan m.b.t. de paraatheid bij crises stelde op 29 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zwolle.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

voorstel

Raadsbrief over schriftelijke vragen Datum

15 april 2026

Onderwerp Versienummer

Beantwoording schriftelijke vragen van PRO over Inzicht plan m.b.t. de paraatheid bij crises (weerbaarheid en veerkracht) 1

Portefeuillehouder

Peter Snijders

Bijlagen Bijlage 1 –

Openbaarheid Openbaar Geheim Wij stellen u voor kennis te nemen van:

De beantwoording van de schriftelijke vragen over Inzicht plan m.b.t. de paraatheid bij crises (weerbaarheid en veerkracht).

1/4

voorstel

Datum

15 april 2026

Inleiding De fractie van PRO heeft, in het kader van het schriftelijk overleg over raadsbrieven, enkele vragen gesteld over de raadsbrief inzake inzicht plan m.b.t. de paraatheid bij crises (weerbaarheid en veerkracht). Met voorliggende raadsbrief worden deze vragen van een antwoord voorzien.

Kernboodschap Vraag 1: Op welke wijze worden bewoners betrokken bij de (verkenning) naar de noodsteunpunten?

Antwoord: In Zwolle is gestart met een eerste verkenning op basis van de tot dusver beschikbare landelijke informatie rondom randvoorwaarden noodsteunpunten. Op basis daarvan is een voorlopig overzicht gemaakt van potentiële locaties voor noodsteunpunten. Daarbij is gekeken naar:

• Bestaande en herkenbare maatschappelijke locaties, zoals wijkcentra en stemlokalen;

• een spreiding over de stad, met als uitgangspunt een loopafstand van circa 20 tot 30 minuten;

• een richtlijn van ongeveer één noodsteunpunt per 5.000 inwoners (landelijke norm).

Samen met de veiligheidsregio wordt op dit moment gekeken naar een geschikte locatie en vorm voor een eerste pilot in Zwolle. In deze volgende fase worden ook bewoners nadrukkelijk betrokken. Dat gebeurt niet via een apart traject, maar via de netwerken die er al zijn in de stad. Concreet betekent dit dat:

• wordt aangesloten bij wijknetwerken, bewonersinitiatieven en wijkverenigingen;

• gebruik wordt gemaakt van sleutelfiguren in buurten, zoals actieve bewoners en vrijwilligers;

• samenwerking wordt gezocht met lokale organisaties die al een rol hebben in de wijk.

Daarnaast worden bewoners betrokken via de pilot zelf:

• bij het testen van een noodsteunpunt, bijvoorbeeld via oefeningen;

• door samen te verkennen wie een rol kan vervullen, zoals vrijwilliger of aanspreekpunt;

• door ervaringen uit de praktijk op te halen en mee te nemen in de verdere uitwerking.

Het uitgangspunt is dat een noodsteunpunt alleen goed functioneert als het past bij de wijk en de mensen die daar wonen. Daarom wordt per locatie gekeken wat nodig is en wie daarbij kan aansluiten, in plaats van één vast model toe te passen. Dit sluit aan bij de landelijke pilots, waarin juist wordt onderzocht hoe inwoners en lokale netwerken onderdeel kunnen zijn van de werking van noodsteunpunten.

Vraag 2: Worden bij nieuw te bouwen buurten er pro actief gekeken naar de mogelijkheid voor een noodsteunpunt?

Antwoord: De ontwikkelingen rondom de noodsteunpunten worden wel meegenomen in het denken, maar de definitieve keuzes volgen op basis van de ervaringen uit de pilots in 2026.

Noodsteunpunten zitten landelijk en regionaal nog in de pilotfase.

In 2026 vinden in alle veiligheidsregio’s pilots plaats, waarbij gemeenten en veiligheidsregio’s ervaring opdoen met: 2/4

voorstel

Datum

•

•

•

•

15 april 2026 geschikte locaties benodigde voorzieningen rolverdeling en inzet van mensen spreiding en bereikbaarheid voor inwoners

Ook in Zwolle wordt hier nu samen met de Veiligheidsregio IJsselland aan gewerkt, onder andere door het in beeld brengen van mogelijke locaties en het voorbereiden van een eerste pilot.

De uitkomsten van deze pilots zijn bepalend voor hoe noodsteunpunten in de toekomst structureel worden ingericht. Daarbij wordt onder andere gekeken naar:

• of er landelijke normen komen voor spreiding en bereikbaarheid

• welke eisen gelden voor locaties

• hoe dit wordt meegenomen in beleid en ruimtelijke ontwikkeling Pas na deze pilotfase, richting 2027, volgt landelijke besluitvorming over een mogelijk landelijk netwerk en de bijbehorende kaders. Dat betekent dat er nu nog geen verplichting is om bij nieuwe gebiedsontwikkelingen standaard rekening te houden met noodsteunpunten.

Wel kijken we hier op dit moment al bewust naar.. In de praktijk betekent dit dat bij nieuwe buurten, verbouwingen van bestaande wijkcentra, investeringen in ons gemeentelijke vastgoed etc. kan worden meegewogen of:

• maatschappelijke voorzieningen geschikt kunnen zijn als noodsteunpunt

• locaties centraal liggen en goed bereikbaar zijn

• voorzieningen zoals stroom en communicatie robuust kunnen worden ingericht Vraag 3: Wordt er onderzoek gedaan, bijvoorbeeld door de Veiligheidsregio IJsselland, in hoeverre inwoners wel of niet inmiddels een noodpakket in huis hebben?

Antwoord: Er is wel landelijk inzicht, maar nog geen specifiek regionaal beeld. De focus ligt nu vooral op stimuleren in plaats van meten.

De gemeente en de Veiligheidsregio IJsselland hebben zelf geen specifiek regionaal onderzoek uitgevoerd naar het bezit van noodpakketten onder inwoners.

Wel is dit onderwerp recent onderzocht in een landelijk gedragsonderzoek naar zogenaamde weerbaarheidsgedragingen, uitgevoerd in opdracht van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Dit rapport is op 13 april jl. gepubliceerd.1 De eerste resultaten laten zien dat:

• 44% van de Nederlanders een noodpakket in huis heeft

• dit een duidelijke stijging is ten opzichte van 30% in 2024

• er ook een toename is in praktische voorbereiding, zoals: o drinkwater (49%) o noodradio (52%) o lucifers (57%)

1 Steeds meer Nederlanders bereiden zich door Denk vooruit voor op noodsituaties | Nationaal

Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid 3/4

voorstel

Datum

15 april 2026

Deze cijfers zijn gebaseerd op een betrouwbare landelijke steekproef, maar kennen geen regionale uitsplitsing.

Binnen IJsselland ligt de nadruk niet op het zelf uitvoeren van onderzoek, maar op het vergroten van bewustwording en voorbereiding via risicocommunicatie. Gemeenten en de veiligheidsregio werken daarin samen en benutten lokale netwerken om inwoners te bereiken en aan te zetten tot voorbereiding.

Daarnaast worden via de pilot noodsteunpunten en andere activiteiten ervaringen opgedaan met het gedrag en de voorbereiding van inwoners. Die inzichten worden gebruikt om de aanpak verder te verbeteren.

Openbaarheid Deze raadsbrief en alle bijlagen zijn openbaar.

Burgemeester en wethouders van Zwolle,

burgemeester, Peter Snijders secretaris, Dick Emmer

4/4

Bekijk de brief: Raadsbrief Beantwoording schriftelijke vragen van PRO over Inzicht plan m.b.t. de paraatheid bij crises (weerbaarheid en veerkracht)

Bron: raadsinformatie van de gemeente Zwolle (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Zwolle

Alle artikel 35-vragen in Zwolle