Raadsbrief Beantwoording schriftelijke vragen CDA & VVD raadsbrief voortgang project Grip op Zorg
Een raadslid stelde op 29 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zwolle.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
voorstel
Raadsbrief over schriftelijke vragen Datum
28 april 2026
Onderwerp Versienummer
Beantwoording schriftelijke vragen CDA & VVD raadsbrief voortgang project Grip op Zorg 1
Portefeuillehouder
Dorrit de Jong
Bijlagen Ontwerp besluit De raad wordt voorgesteld kennis te nemen van de beantwoording van de artikel 45 vragen over de raadsbrief voortgang Grip op Zorg.
1/6
voorstel
Datum
2 mei 2025
Inleiding Naar aanleiding van de raadsbrief voortgang project Grip op Zorg hebben de raadsfracties van CDA en VVD (gedateerd 17 mei 2026) artikel 45 vragen gesteld over de raadsbrief Voortgang project Grip op Zorg.
Kernboodschap Hieronder treft u de antwoorden van het college aan op de vragen van de raadsfracties CDA en VVD.
CDA Vraag 1 Hoe borgt het college dat er voldoende grip blijft op de spreiding en aard van zorgwoningen in Zwolle, nu bewust wordt afgezien van een vergunningsplicht? En wanneer is voor het college de grens bereikt waarop zwaardere instrumenten alsnog noodzakelijk zijn?
Het college borgt grip op de spreiding en aard van zorgwoningen door actief regie te voeren in de samenwerking met het zorgkantoor, DJI, reclassering en zorgaanbieders. Het college heeft hiervoor zowel bestuurlijk als ambtelijk structureel overleg ingericht, waarin partners ontwikkelingen in het zorgaanbod en signalen uit wijken bespreken en waar nodig gezamenlijk bijsturen. Om bij te sturen gebruiken partners de instrumenten die binnen het project/programma Grip op Zorg zijn ontwikkeld.
Deze ondersteunen hen om signalen sneller te delen en passende maatregelen in te zetten bij overlast of ongewenste situaties.
Het college volgt deze ontwikkelingen actief en stuurt waar nodig bij binnen de bestaande samenwerking en instrumenten. Er is daarbij geen vooraf vastgestelde grens waarop automatisch wordt overgegaan tot zwaardere instrumenten. Het college maakt hierin steeds een integrale afweging op basis van de ontwikkeling van overlast, spreiding en de effectiviteit van de huidige aanpak.
Vraag 2 Welke indicatoren of signalen worden gebruikt om te monitoren of de aanpak effect heeft in wijken en buurten? Wanneer beschouwt het college de huidige aanpak als succesvol, en wat zijn de concrete doelen die daarbij horen?
Het college monitort de effectiviteit van de aanpak op basis van signalen uit de praktijk en de werking van de samenwerking. Binnen de gemeentelijke organisatie delen wijkmanagers, sociaal wijkteams, beleid, toezicht en partners binnen zorg en veiligheid actief signalen over overlast en zorgaanbieders.
Partners delen deze signalen ook onderling, zodat zij tijdig in positie komen om passende maatregelen te treffen. Hierdoor ontstaat zicht op zowel individuele situaties als bredere ontwikkelingen in wijken en buurten.
De aanpak is succesvol wanneer signalen van overlast eerder in beeld zijn en sneller worden opgepakt, partners effectief samenwerken en hun rol nemen, en de ervaren overlast in wijken stabiliseert of afneemt.
Het doel is een merkbare afname van de ervaren overlast rondom zorgwoningen en het voorkomen van escalatie. Gezien de complexiteit van de problematiek stuurt het college niet op één kwantitatieve indicator, maar op het totaalbeeld van signalen, samenwerking en leefbaarheid. Daarbij geldt dat hier geen vast tijdpad aan gekoppeld is.
2/6
voorstel
Datum
2 mei 2025
Vraag 3 Kan het college toelichten welke knelpunten partners op dit moment nog ervaren in de samenwerking tussen zorg, veiligheid, wonen en justitie?
Een belangrijk aandachtspunt in de samenwerking blijft het delen van informatie. In situaties waar geen expliciete convenanten of wettelijke grondslagen aanwezig zijn, vraagt dit om zorgvuldige afstemming tussen partners.
Daarnaast zijn verantwoordelijkheden verdeeld over verschillende partijen, terwijl de effecten zich lokaal in wijken en buurten voordoen. Dit maakt het sturen op situaties complex. Tegelijkertijd hebben partners binnen de samenwerking juist vooruitgang geboekt. Zij weten elkaar beter te vinden, delen signalen sneller en hebben meer duidelijkheid over rollen en handelingsmogelijkheden. Op dit moment zijn geen aanvullende structurele knelpunten naar voren gekomen die de samenwerking belemmeren.
Vraag 4 In het stuk staat dat een vergunningplicht op zichzelf geen oplossing biedt en veel uitvoeringscapaciteit vraagt. Kan het college aangeven welke aanvullende maatregelen Zwolle wél mogelijk ziet om grip te houden op de spreiding en aard van zorgwoningen?
Het college zet in op een samenhangende aanpak gericht op samenwerking, vroegsignalering en gerichte interventie. De werkwijze die binnen Grip op Zorg is ontwikkeld, biedt hiervoor concrete handelingsmogelijkheden.
Het college blijft continu in gesprek met betrokken partners om ontwikkelingen in het zorgaanbod te volgen en waar nodig bij te sturen. Partners delen signalen actief, zodat tijdig kan worden ingegrepen bij ongewenste situaties. Via de ontwikkelde werkwijze zetten partners passende maatregelen in bij overlast of zorgfraude. Daarnaast sluit het college aan op bestaande trajecten binnen zorg en veiligheid om integraal te werken aan leefbaarheid.
Met deze combinatie van maatregelen kan het college zowel op individuele situaties als op bredere ontwikkelingen sturen en ingrijpen waar nodig. Daarmee beschikt het college over voldoende mogelijkheden om grip te houden op de spreiding en aard van zorgwoningen.
Daarbij geldt, zoals ook eerder aangegeven, dat effecten niet direct zichtbaar zijn maar zich in de praktijk geleidelijk ontwikkelen.
3/6
voorstel
Datum
2 mei 2025
VVD Vraag 1 Kwetsbare personen hebben recht op goede zorg, waarom wordt er niet gekozen voor het uitsluiten van aanbieders die al bekend zijn met een problematisch verleden door middel van een vergunningsverplichting?
Binnen de Wmo, waar de gemeente verantwoordelijk is voor de inkoop van zorg, sluit het college aanbieders met een problematisch verleden actief uit. Daar heeft de gemeente ook de juridische mogelijkheden om op kwaliteit en betrouwbaarheid te sturen. Binnen de Wlz en de Wfz heeft de gemeente die mogelijkheid niet. Daar besluiten het Zorgkantoor Zilveren Kruis en Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) welke zorgaanbieders zorg leveren.
Een vergunningsplicht is een ruimtelijk instrument en ziet op het gebruik van een locatie, niet op de kwaliteit of het verleden van een zorgaanbieder. In de vergunningprocedure wordt uitsluitend beoordeeld of het gebruik van een locatie past binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De persoon of het verleden van de zorgaanbieder speelt daarbij geen rol.
Daarnaast raakt een vergunningsplicht ook aanbieders die aantoonbaar goede zorg leveren. Het instrument is daarmee onvoldoende gericht op het probleem van malafide aanbieders.
Het college kiest er daarom voor om binnen de domeinen waar dat mogelijk is gericht te sturen op kwaliteit en betrouwbaarheid, en voor het overige in te zetten op samenwerking en vroegsignalering.
Vraag 2 Is de handhavingscapaciteit in Zwolle groter dan in Kampen, en is de kans op een succesvolle uitvoering van een vergunningsverplichting daardoor hoger?
De gemeente Zwolle heeft geen structureel ingerichte handhavingscapaciteit specifiek voor een vergunningsplicht voor zorgwoningen. Het effectief invoeren en uitvoeren van dit instrument vraagt om aanvullende capaciteit voor vergunningverlening, toezicht en handhaving.
De ervaringen in Kampen laten zien dat deze capaciteit bepalend is voor de werking van het instrument. Handhaving vindt in de praktijk vooral plaats op basis van signalen of verzoeken om handhaving. Er is geen structurele inzet gericht op het actief opsporen van situaties zonder vergunning.
Ook in Zwolle vraagt het organiseren van deze capaciteit een aanzienlijke inzet. Dit betekent dat het college keuzes moet maken in prioritering binnen beschikbare middelen.
Zelfs als in Zwolle de kans op een succesvolle uitvoering zou toenemen door extra inzet van capaciteit, is er onvoldoende bewijs dat dit daadwerkelijk leidt tot vermindering van zorgoverlast. De afweging gaat daarmee minder over de mogelijkheid om capaciteit te verhogen, en meer over de proportionaliteit en effectiviteit van het instrument.
Het college verwacht naar aanleiding van het onderzoek in Kampen dat het vergroten van handhavingscapaciteit voor een vergunningsplicht niet automatisch leidt tot een effectievere aanpak van zorgoverlast en weegt dit af tegen de inzet op de huidige werkwijze.
4/6
voorstel
Datum
2 mei 2025
Vraag 3 Kan er een indicatie gegeven worden hoeveel handhavingscapaciteit er nodig is om een vergunningsverplichting effectief uit te voeren?
Het college kan op basis van de huidige informatie geen concrete indicatie geven van de benodigde handhavingscapaciteit. De benodigde inzet hangt sterk af van de mate waarin zorgaanbieders zich aan de regels houden.
Wanneer zorgaanbieders een vergunning aanvragen en zich houden aan de gestelde voorwaarden, is de inzet van handhaving beperkt.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Zwolle (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.