20251014.Schriftelijke vragen Westeinderscheg
Een raadslid stelde op 14 oktober 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer (6 vragen).
In het kort
6 vragen en wat het college antwoordt
- Regie en besluitvorming a. → b.
- Eerdere raadsuitspraken a. → b.
- Aalsmeer als recreatieve ‘achtertuin’ van de MRA a. → b.
- Financiële gevolgen a. → b.
- Wonen en bouwen achter de linten a. → b.
- Lokaal toetsingskader en zeggenschap a. → Slot – visie FlorAalsmeer FlorAalsmeer maakt zich ernstig zorgen dat Aalsmeer, zonder duidelijke lokale randvoorwaarden, steeds verder wordt meegetrokken in regionale plannen die vooral de…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Schriftelijke vragen Westeinderscheg / Bovenlanden.
Toelichting De raadsbrief van 16 september 2025 verwijst naar de afhandeling van Motie M20-24 uit 2020 (Structuurvisie Bovenlanden) en stelt dat de uitvoering daarvan wordt opgepakt binnen het regionale uitvoeringsprogramma Westeinderscheg van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). In dit programma zijn diverse projecten opgenomen die Aalsmeer raken, waaronder een fietsbrug aan het einde van de Uiterweg – plannen waarvan de gemeenteraad eerder heeft uitgesproken geen voorstander te zijn. Daarnaast blijkt uit het MRA-uitvoeringsdocument dat veel initiatieven niet door Aalsmeer zelf, maar door omliggende gemeenten of de provincie worden getrokken.
Tegelijkertijd positioneert de Westeinderscheg Aalsmeer als ‘recreatief uitloopgebied’ van de regio Amsterdam. Dat roept vragen op over de lokale regie, de financiële gevolgen en de samenhang met de Aalsmeerse woonopgave en bouwen achter de linten.
Vragen:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Regie en besluitvorming a. Kan het college bevestigen dat de uitvoering van Motie M20-24 (Structuurvisie Bovenlanden) nu feitelijk is ingebed in een regionaal uitvoeringsprogramma dat niet door de gemeenteraad van Aalsmeer is vastgesteld?
Antwoord van het college
b. Welke besluiten kan de gemeente Aalsmeer binnen de Westeinderscheg nog zelfstandig nemen en welke besluiten worden (de facto) op regionaal niveau genomen?
Vraag 2
Eerdere raadsuitspraken a. Kan het college bevestigen dat de gemeenteraad zich eerder negatief heeft uitgesproken over de aanleg van de fietsbrug aan het einde van de Uiterweg?
Antwoord van het college
b. Hoe wordt deze bestuurlijke uitspraak van de raad momenteel geborgd binnen de regionale besluitvorming?
Vraag 3
Aalsmeer als recreatieve ‘achtertuin’ van de MRA a. Hoe beoordeelt het college het risico dat Aalsmeer verwordt tot recreatieve achtertuin van Amsterdam, waarbij de open ruimte in Aalsmeer wordt ingezet om stedelijke recreatiedruk op te vangen?
Antwoord van het college
b. Hoe verhoudt een toename van dagrecreatie zich tot de bestaande ruimtedruk, verkeersproblematiek en leefbaarheid in de Bovenlanden en langs de Uiterweg?
c. Is het college van mening dat er in Aalsmeer nog fysieke ruimte beschikbaar is voor extra recreatievoorzieningen zonder dat dit ten koste gaat van de woonfunctie, natuurkwaliteit en verkeersveiligheid?
Vraag 4
Financiële gevolgen a. Kan het college aangeven welke financiële verplichtingen (zoals cofinanciering, beheer, onderhoud of exploitatie) voor Aalsmeer voortvloeien uit projecten binnen de Westeinderscheg?
Antwoord van het college
b. Waar zijn deze lasten opgenomen of geraamd in de Begroting 2026–2029?
Vraag 5
Wonen en bouwen achter de linten a. Hoe borgt het college dat plannen voor het kleinschalig bouwen achter de linten niet wordt belemmerd door provinciale en MRA-afspraken die de Bovenlanden als recreatiegebied aanmerken?
Antwoord van het college
b. Is het college bereid te bevestigen dat wonen achter de linten en behoud van de karakteristieke lintstructuur leidend blijven boven uitbreiding van dagrecreatie?
Vraag 6
Lokaal toetsingskader en zeggenschap a. Is het college bereid, vóórdat verdere regionale verplichtingen worden aangegaan, eerst een lokaal toetsingskader voor de Bovenlanden vast te stellen waarin: - de Structuurvisie Bovenlanden het primaire uitgangspunt blijft; - recreatie slechts wordt toegestaan waar dit past bij rust, natuur en wonen; en - elk regionaal project afzonderlijk ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd?
Antwoord van het college
Slot – visie FlorAalsmeer FlorAalsmeer maakt zich ernstig zorgen dat Aalsmeer, zonder duidelijke lokale randvoorwaarden, steeds verder wordt meegetrokken in regionale plannen die vooral de belangen van Amsterdam en de MRA dienen. Onze gemeente heeft al te weinig ruimte voor jongeren, starters en ouderen; dan kan het niet zo zijn dat diezelfde schaarse ruimte wordt ingeruild voor nog meer dagrecreatie van buitenaf.
Aalsmeer is geen achtertuin, geen uitlaatklep en geen afvoerputje van de regio. Aalsmeer is een zelfstandige gemeenschap met een eigen identiteit, eigen inwoners en een kwetsbaar landschap dat bescherming verdient. FlorAalsmeer staat voor rust, ruimte, wonen en leefbaarheid — voor onze eigen inwoners eerst.
In afwachting van uw reactie, Judith Keessen FlorAalsmeer
Bekijk de brief: 20251014.Schriftelijke vragen Westeinderscheg
Bron: raadsinformatie van de gemeente Aalsmeer (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.