19 november 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Aalsmeer

het wijzigingsvoorstel Algemene Plaatselijke Verordening Aalsmeer 2024

Een raadslid stelde op 19 november 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer (1 vragen).

In het kort

1 vragen en wat het college antwoordt

  • Zo nee, hoe moet de APV dan worden geïnterpreteerd? → Artikel 5:44 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) ziet op het opleggen van een bestuurlijke boete.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

{{signer1}} 19/11/2024 14:33:09 CET

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido)

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Zo nee, hoe moet de APV dan worden geïnterpreteerd?

Antwoord van het college

Artikel 5:44 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) ziet op het opleggen van een bestuurlijke boete. Artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering ziet op een gedragsaanwijzing. Meer specifiek, lid 2, sub a, van artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering, waarnaar in artikel 2:78 lid 4 van de APV wordt verwezen, ziet op de gedragsaanwijzing “zich niet op te houden in een bepaald gebied”.

Wanneer een strafrechtelijke vervolging wordt voorafgegaan door een andere bestuurlijke sanctie dan een bestuurlijke boete, is het in het artikel 5:44 van de Awb neergelegde una via-beginsel niet van toepassing;

In artikel 5:44 van de Awb wordt derhalve niet al geregeld wat de extra bepaling in de APV beoogt.

Extra toelichting:

Het betreffende lid 4 in artikel 2:78 van de APV is voorgesteld op aanraden van de VNG, middels de VNG model verordening.

De gemeente neemt doorgaans de aanbevelingen vanuit de VNG over.

In de toelichting bij de VNG model verordening ten aanzien van dit lid in de was/wordt lijst op p.9, staat het volgende:

[.docx]

Pagina

2 van 4

“Als iemand de openbare orde verstoort, kan er overlap ontstaan tussen de bevoegdheid van de officier van justitie om met een gedragsaanwijzing op grond van artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a van het Wetboek van Strafvordering op te treden en de bevoegdheid van de burgemeester om op grond van deze bepaling met een gebiedsontzegging op te treden. Het vierde lid geeft voorrang aan een gedragsaanwijzing door de officier van justitie boven een gebiedsontzegging door de burgemeester.”

Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer, de secretaris, de burgemeester, drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

Pagina

3 van 4

Bijlage

Algemene wet bestuursrecht Geldend van 08-11-2024 t/m heden Artikel 5:44

1. Het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke boete op indien tegen de overtreder wegens dezelfde gedraging een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd.

2. Indien de gedraging tevens een strafbaar feit is, wordt zij aan de officier van justitie voorgelegd, tenzij bij wettelijk voorschrift is bepaald, dan wel met het openbaar ministerie is overeengekomen, dat daarvan kan worden afgezien.

3. Voor een gedraging die aan de officier van justitie moet worden voorgelegd, legt het bestuursorgaan slechts een bestuurlijke boete op indien:

a. de officier van justitie aan het bestuursorgaan heeft medegedeeld ten aanzien van de overtreder van strafvervolging af te zien, of

b. het bestuursorgaan niet binnen dertien weken een reactie van de officier van justitie heeft ontvangen.

Wetboek van Strafvordering Geldend van 01-10-2024 t/m heden Artikel 509hh

1. De officier van justitie is bevoegd de verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan een gedragsaanwijzing te geven in geval van verdenking van een strafbaar feit:

a. waardoor de openbare orde, gelet op de aard van het strafbare feit of de samenhang met andere strafbare feiten, dan wel de wijze waarop het strafbare feit is gepleegd, ernstig is verstoord, en waarbij grote vrees voor herhaling bestaat, dan wel

b. in verband waarmee vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag van de verdachte jegens een persoon of personen, dan wel

c. in verband waarmee vrees bestaat voor gedrag van de verdachte dat herhaald gevaar voor goederen oplevert, dan wel

d. in verband waarmee vrees bestaat voor gedrag van de verdachte dat herhaald gevaar voor de gezondheid of het welzijn van een of meer dieren oplevert.

2. De gedragsaanwijzing kan inhouden dat de verdachte wordt bevolen:

a. zich niet op te houden in een bepaald gebied,

b. zich te onthouden van contact met een bepaalde persoon of bepaalde personen,

c. zich op bepaalde tijdstippen te melden bij de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar,

d. zich te doen begeleiden bij hulpverlening die van invloed kan zijn op het plegen van strafbare feiten door de verdachte,

e. geen of minder dieren te houden, dan wel bepaalde diersoorten niet te houden.

Pagina

4 van 4

3. De gedragsaanwijzing wordt schriftelijk aan de verdachte bekend gemaakt, onder vermelding van de datum van ingang en de periode gedurende welke de gedragsaanwijzing van kracht blijft, alsmede de redenen die tot de gedragsaanwijzing hebben geleid.

4. De gedragsaanwijzing blijft maximaal 90 dagen van kracht dan wel, indien dit een kortere periode betreft, totdat het ter zake van het strafbare feit gewezen vonnis onherroepelijk is geworden. Wordt niet tijdig een onherroepelijk vonnis verkregen, dan kan de gedragsaanwijzing maximaal drie keer worden verlengd met een periode van maximaal 90 dagen. Verlenging is niet mogelijk indien tegen de verdachte geen vervolging is ingesteld.

De rechter voor wie de verdachte gedagvaard is te verschijnen, kan de gedragsaanwijzing wijzigen. De rechter kan de gedragsaanwijzing opheffen indien hij van oordeel is dat niet of niet langer wordt voldaan aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden voor het geven van de gedragsaanwijzing.

5. De verdachte kan tegen de gedragsaanwijzing en een verlenging daarvan in beroep komen bij de rechtbank, die zo spoedig mogelijk beslist. De verdachte kan zich door een raadsman laten bijstaan.

6. De officier van justitie wijzigt de gedragsaanwijzing of trekt die in indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven.

Voorgesteld lid 4 in art 2:78 van de APV

2:78 lid 4 APV:

4. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gedaan als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Bekijk de brief: 20241119 Memo Memo beantwoording schriftelijke vragen van de CDA fractie inzake het wijzigingsvoorstel Algemene Plaatselijke Verordening Aalsmeer 2024

Bron: raadsinformatie van de gemeente Aalsmeer (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Aalsmeer

Alle artikel 35-vragen in Aalsmeer