22 september 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Aalten

ontwerp-Omgevingsvisie

Een raadslid stelde op 22 september 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Aalten (6 vragen).

In het kort

6 vragen en wat het college antwoordt

  • Is er naast woningbouw voldoende fysieke ruimte voor ondernemers en bedrijvigheid? → Er is gekozen voor de realisatie van 1.350 woningen tot 2040.
  • Wordt uitbreiding en ontwikkeling van bestaande bedrijven voldoende mogelijk gemaakt? → De VVD vindt het belangrijk dat zowel bestaande als nieuwe ondernemers ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.
  • Is de lokale economie voldoende in staat om werkgelegenheid te blijven genereren? → Werkgelegenheid is cruciaal voor de leefbaarheid van onze gemeente en voor het in stand houden van voorzieningen.
  • Worden de randvoorwaarden voor een goed ondernemersklimaat voldoende meegenomen? → Denk hierbij aan bereikbaarheid, parkeren, energievoorziening en digitale infrastructuur.
  • Hoe voorkomen we dat het toetsingskader leidt tot extra bureaucratie? → Het toetsingskader zou volgens de VVD moeten bijdragen aan snellere, duidelijkere en voorspelbare besluitvorming.
  • Hoe zorgt de gemeente voor goede participatie en wederzijds vertrouwen tussen overheid en inwoners? → Goede participatie vraagt niet alleen om procedures, maar ook om een overheid die toegankelijk is en luistert naar inwoners en ondernemers.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Pagina 1 van 4 Raadsmededeling openbaar Nummer : 90-2026 Datum : 11 september 2026 B&W datum : 15 september 2026 Beh. Ambtenaar : A. van Nijkerken Portefeuillehouder : A. Walter Onderwerp : Beantwoording vragen VVD d.d. 11-9-26 over Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Aalten 2040 Aanleiding In de beeldvormende vergadering van 8 september 2026 is de Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Aalten 2040 besproken. De VVD heeft daar op vrijdag 11 september 2026 nog (aanvullende) schriftelijke vragen over gesteld.

Inhoud mededeling In het navolgende de beantwoording van de (aanvullende) vragen van de VVD.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Is er naast woningbouw voldoende fysieke ruimte voor ondernemers en bedrijvigheid?

Antwoord van het college

Er is gekozen voor de realisatie van 1.350 woningen tot 2040. Tijdens de beeldvorming hebben we gezien dat we hiervoor op schema liggen en dat realisatie haalbaar lijkt. Welke keuzes zijn er gemaakt als het gaat om ruimte voor ondernemers en bedrijvigheid? Is het huidige plan voor uitbreiding van het industrieterrein hierbij de belangrijkste of enige ontwikkelingsruimte?

Antwoord college Ja. De Omgevingsvisie kiest nadrukkelijk niet voor woningbouw ten koste van economische ontwikkeling. Een vitale lokale economie en voldoende werkgelegenheid zijn juist belangrijke voorwaarden voor een leefbare en toekomstbestendige gemeente. De visie benoemt de bedrijventerreinen, familiebedrijven en ondernemingen in gemeente Aalten als belangrijk onderdeel van de economische structuur van zowel de gemeente als de Achterhoek.

Voor bedrijventerreinen wordt in eerste instantie ingezet op het beter benutten van de bestaande ruimte, door herstructurering, intensiever ruimtegebruik en verduurzaming.

Tegelijkertijd onderkent de Omgevingsvisie expliciet dat de vraag naar bedrijfsruimte groot is en naar verwachting verder zal toenemen. Daarom is uitbreiding niet uitgesloten. Voor de periode tot 2035 kan, waar dat nodig is, aanvullend worden gekeken naar uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen, met name aansluitend aan ’t Broek. Ook voor de periode 2035–2040 blijft de behoefte aan ruimte voor bedrijvigheid nadrukkelijk in beeld.

Het huidige plan voor uitbreiding van het bedrijventerrein is daarmee niet de enige denkbare ontwikkelingsruimte richting 2040. De Omgevingsvisie legt echter bewust niet nu al alle toekomstige uitbreidingslocaties vast. Nieuwe ruimtevragen worden bezien in samenhang met de daadwerkelijke economische behoefte, de mogelijkheden voor intensivering van

Pagina 2 van 4 bestaande terreinen, regionale afstemming en randvoorwaarden zoals bereikbaarheid, landschap, water, bodem en energie-infrastructuur.

Vraag 2

Wordt uitbreiding en ontwikkeling van bestaande bedrijven voldoende mogelijk gemaakt?

Antwoord van het college

De VVD vindt het belangrijk dat zowel bestaande als nieuwe ondernemers ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Is de Omgevingsvisie voldoende gericht op het faciliteren van groei en uitbreiding van bedrijven, zodat werkgelegenheid behouden blijft en nieuwe economische kansen kunnen ontstaan?

Antwoord college Ja. Het uitgangspunt van de Omgevingsvisie is dat bestaande én nieuwe ondernemingen ruimte moeten kunnen krijgen om zich te ontwikkelen wanneer dat past bij de schaal van gemeente Aalten en bijdraagt aan werkgelegenheid, economische vitaliteit en brede welvaart. De visie stelt daarbij niet uitbreiding op zichzelf centraal, maar een toekomstbestendige economische ontwikkeling in samenhang met de kwaliteit van de leefomgeving.

Voor bestaande bedrijventerreinen betekent dit dat eerst wordt gekeken naar mogelijkheden voor intensiever ruimtegebruik, herstructurering en verduurzaming. Waar dat onvoldoende ruimte biedt, kan uitbreiding aan de orde zijn. De Omgevingsvisie sluit uitbreiding dus niet uit, maar vraagt wel om een integrale afweging.

Daarbij vinden wij ook de houding van de gemeente tegenover ondernemers van belang. In de Omgevingsvisie is expliciet opgenomen dat ondernemers behoefte hebben aan een voorspelbare en goed functionerende overheid die actief meedenkt bij bedrijfsontwikkeling, procedures inzichtelijk maakt en samen met ondernemers naar oplossingen zoekt voor knelpunten rond ruimte, infrastructuur en duurzaamheid.

De visie moet dus niet worden gelezen als een instrument om economische ontwikkeling te beperken, maar als een kader om die ontwikkeling op een toekomstbestendige manier mogelijk te maken.

Vraag 3

Is de lokale economie voldoende in staat om werkgelegenheid te blijven genereren?

Antwoord van het college

Werkgelegenheid is cruciaal voor de leefbaarheid van onze gemeente en voor het in stand houden van voorzieningen. Heeft de gemeente een beeld van de gewenste verhouding tussen wonen en werken? Met andere woorden: welk aandeel van de werkgelegenheid willen of moeten we als gemeente zelf kunnen bieden?

Antwoord college Het college vindt het belangrijk dat woningbouw en economische ontwikkeling met elkaar in balans blijven. Extra woningen zijn niet alleen bedoeld om de woningbehoefte op te vangen, maar ook om de bevolkingssamenstelling, voorzieningen, gemeenschappen én de economische vitaliteit van de gemeente te ondersteunen. Omgekeerd is voldoende werkgelegenheid van belang om gemeente Aalten aantrekkelijk te houden voor jongeren, gezinnen en werkenden. De Omgevingsvisie bevat echter (bewust) geen kwantitatieve norm voor de verhouding tussen het aantal inwoners, woningen en arbeidsplaatsen. Wij achten het niet wenselijk om op voorhand vast te leggen welk percentage van de werkgelegenheid per se binnen de eigen gemeentegrenzen aanwezig moet zijn. Dat zou schijnprecisie zijn en bovendien een nieuwe beleidsnorm introduceren die niet in de voorliggende visie is onderbouwd. Gemeente Aalten functioneert niet als een geïsoleerde arbeidsmarkt, maar als onderdeel van de Achterhoek en de grensregio. De visie benoemt die regionale en grensoverschrijdende verwevenheid nadrukkelijk. Wel wil het college de ontwikkeling van wonen en werken in samenhang blijven volgen. De inzet is dat de lokale economie

Pagina 3 van 4 voldoende sterk en divers blijft om een substantiële bijdrage te leveren aan de werkgelegenheid van onze inwoners en aan het draagvlak voor voorzieningen. De visie voorziet daarom in monitoring van onder meer woningbouw, leefbaarheid en economische ontwikkeling en biedt de mogelijkheid om via programma's en ander beleid bij te sturen wanneer ontwikkelingen daarom vragen.

Vraag 4

Worden de randvoorwaarden voor een goed ondernemersklimaat voldoende meegenomen?

Antwoord van het college

Denk hierbij aan bereikbaarheid, parkeren, energievoorziening en digitale infrastructuur. Zijn deze voorwaarden voldoende geborgd om ondernemers ook in de toekomst ruimte te geven om zich te ontwikkelen?

Antwoord college Ja. Juist omdat economische ontwikkeling alleen mogelijk is wanneer ook de randvoorwaarden op orde zijn, besteedt de Omgevingsvisie hier nadrukkelijk aandacht aan.

Bereikbaarheid blijft essentieel: bedrijventerreinen moeten goed bereikbaar zijn voor werknemers, leveranciers en klanten, waarbij ook aandacht bestaat voor openbaar vervoer, fietsvoorzieningen en nieuwe mobiliteitsvormen. Tegelijk moet worden voorkomen dat extra bedrijfsverkeer leidt tot onevenredige overlast in woongebieden.

Ook energie-infrastructuur is een cruciale randvoorwaarde. Netcongestie kan economische ontwikkeling daadwerkelijk beperken. Daarom wordt ingezet op uitbreiding van infrastructuur én op lokale energiesystemen, opslag, slimme afstemming van vraag en aanbod en efficiënt gebruik van de beschikbare netcapaciteit.

Daarnaast benoemt de visie digitale infrastructuur als basisvoorziening. De ambitie is dat uiterlijk in 2030 alle huishoudens en bedrijven toegang hebben tot snel en betrouwbaar internet op minimaal gigabitniveau.

Parkeren en bereikbaarheid worden bij concrete ontwikkelingen gebieds- en locatiegericht uitgewerkt. De Omgevingsvisie legt daarvoor de koers vast, maar niet voor iedere locatie de concrete parkeeroplossing. Juist dergelijke uitvoeringsvragen horen thuis in programma's, gebiedsprocessen en concrete plannen.

Daarbij is wel van belang te onderkennen dat de gemeente deze randvoorwaarden niet allemaal zelfstandig kan realiseren. Met name energie-infrastructuur, provinciale wegen en regionale bereikbaarheid vragen samenwerking met netbeheerders, provincie, regio en andere partners.

Vraag 5

Hoe voorkomen we dat het toetsingskader leidt tot extra bureaucratie?

Antwoord van het college

Het toetsingskader zou volgens de VVD moeten bijdragen aan snellere, duidelijkere en voorspelbare besluitvorming. Hoe wordt gemonitord of dit in de praktijk ook daadwerkelijk gebeurt?

Antwoord college Dat is een belangrijk aandachtspunt. Het toetsingskader is nadrukkelijk niet bedoeld als een extra vergunningenstelsel of als een nieuwe checklist boven op bestaande regelgeving. De Omgevingsvisie omschrijft het juist als een gespreks- en afwegingskader. Initiatieven worden niet langs een eenvoudig afvinklijstje gelegd; het doel is om relevante belangen vroegtijdig in samenhang te bespreken en daarmee juist eerder duidelijkheid te geven over wat wel en niet kansrijk is. De vier stappen in het toetsingskader moeten daarom vooral helpen om aan de voorkant het goede gesprek te voeren: past een initiatief bij het gebied en de koers, hoe verhoudt het zich tot de kernprincipes, is het uitvoerbaar en welke koppelkansen bestaan er? Ook daarbij blijft expliciet ruimte bestaan voor maatwerk.

Pagina 4 van 4 Bij de uitvoering willen wij daarom niet alleen inhoudelijke doelen monitoren, maar ook bezien hoe de nieuwe werkwijze in de praktijk functioneert. Daarbij zijn onder meer voorspelbaarheid voor initiatiefnemers, tijdige duidelijkheid, doorlooptijden en ervaringen van inwoners en ondernemers relevante signalen. Wanneer blijkt dat de werkwijze onnodig ingewikkeld is of tot extra bureaucratie leidt, dan moet deze kunnen worden aangepast.

Dat past bij het uitgangspunt van de visie dat uitvoering periodiek wordt geëvalueerd en waar nodig wordt bijgestuurd.

Vraag 6

Hoe zorgt de gemeente voor goede participatie en wederzijds vertrouwen tussen overheid en inwoners?

Antwoord van het college

Goede participatie vraagt niet alleen om procedures, maar ook om een overheid die toegankelijk is en luistert naar inwoners en ondernemers. Betekent dit ook een cultuurverandering binnen de gemeentelijke organisatie, waarbij meer wordt gewerkt vanuit een klant- en inwonergerichte houding?

Antwoord college Ja. De gebiedsgerichte manier van werken die in de Omgevingsvisie wordt voorgesteld vraagt niet alleen om andere instrumenten, maar ook om een ontwikkeling in de manier waarop de gemeentelijke organisatie samenwerkt met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties.

Participatie wordt in de Omgevingsvisie nadrukkelijk niet gezien als alleen het volgen van een procedure of het achteraf ophalen van reacties. Het uitgangspunt is om betrokkenen vroegtijdig te betrekken bij het verkennen van oplossingen en het maken van keuzes, aan te sluiten bij initiatieven die al in de samenleving aanwezig zijn en duidelijk terug te koppelen wat met de inbreng is gedaan. Dat vraagt van de gemeente om toegankelijk, duidelijk en voorspelbaar te zijn, goed te luisteren en waar mogelijk mee te denken vanuit de bedoeling van een initiatief. Daarbij past een houding waarin niet alleen wordt aangegeven wat niet kan, maar juist ook samen wordt onderzocht wat wél kan en onder welke voorwaarden. Dat geldt voor inwoners én voor ondernemers.

Tegelijk betekent inwoner- en klantgericht werken niet dat ieder initiatief kan worden gehonoreerd. De gemeente blijft verantwoordelijk voor een zorgvuldige belangenafweging en moet soms ook ‘nee’ kunnen zeggen. Vertrouwen ontstaat juist wanneer vooraf duidelijk is welke ruimte er bestaat, belangen serieus worden gewogen, besluiten navolgbaar zijn en helder wordt teruggekoppeld waarom een bepaalde keuze wordt gemaakt. De uitvoering van de Omgevingsvisie vraagt daarmee inderdaad ook om een verdere ontwikkeling van de gemeentelijke organisatie en werkwijze. De gebiedsgerichte aanpak biedt daarvoor een belangrijk vertrekpunt: minder sectoraal vanuit afzonderlijke beleidsvelden en meer integraal, oplossingsgericht en in verbinding met inwoners en ondernemers.

Bekijk de brief: Toegevoegd 19-09: Raadsmededeling 90-2026 beantwoording vragen VVD dd 11-9-26 over ontwerp-Omgevingsvisie

Bron: raadsinformatie van de gemeente Aalten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Aalten

Alle artikel 35-vragen in Aalten