ontwerp-Omgevingsvisie
Een raadslid stelde op 22 september 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Aalten.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Pagina 1 van 3 Raadsmededeling openbaar Nummer : 94-2026 Datum : 17 september 2026 B&W datum : 22 september 2026 Beh. Ambtenaar : André van Nijkerken Portefeuillehouder : Alex Walter Onderwerp : Beantwoording vragen oordeelsvorming Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Aalten 2040 Aanleiding In de oordeelsvormende vergadering van 15 september 2026 is de Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Aalten 2040 besproken. In die vergadering zijn op veel vragen al antwoorden gegeven.
In deze raadsmededeling het antwoord op de volgende twee nog openstaande vragen.
Inhoud mededeling Vraag vanuit de vergadering Welk effect heeft het feit dat de Omgevingsvisie een dynamisch document is, op de rechtsgelijkheid/rechtszekerheid van de burger.
Antwoord van het college Het dynamische karakter van de Omgevingsvisie betekent dat de visie kan of moet worden aangepast wanneer nieuwe ontwikkelingen, inzichten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Dat past bij de beleidscyclus van de Omgevingswet: beleid wordt uitgevoerd, gemonitord, geëvalueerd en waar nodig bijgesteld.
Dit dynamische karakter doet op zichzelf geen afbreuk aan de rechtszekerheid van inwoners.
De Omgevingsvisie bevat namelijk geen rechtstreeks bindende regels voor burgers en bedrijven.
Zij is in juridische zin alleen zelfbindend voor het gemeentebestuur. De Omgevingsvisie bevat zelf geen rechtstreeks bindende regels voor burgers en bedrijven. Juridisch bindende regels voor de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in onder meer het gemeentelijke Omgevingsplan, de provinciale Omgevingsverordening, de Waterschapsverordening en in Agemene regels van het Rijk. Daarnaast kunnen concrete besluiten, zoals een omgevingsvergunning en de daaraan verbonden voorschriften, rechtstreeks gevolgen hebben voor de rechtspositie van burgers en bedrijven.
Wel heeft de Omgevingsvisie indirect betekenis voor de rechtszekerheid. Inwoners en initiatiefnemers moeten erop kunnen vertrouwen dat duidelijk en kenbaar is welke beleidskoers de gemeente op een bepaald moment hanteert. Daarom moeten wijzigingen zorgvuldig plaatsvinden, kenbaar zijn en volgens de daarvoor geldende procedure worden vastgesteld en gepubliceerd. Het dynamische karakter betekent dus niet dat de visie van dag tot dag kan
Pagina 2 van 3 veranderen. Ook voor de rechtsgelijkheid is vooral de wijze van toepassing van belang.
Vergelijkbare situaties moeten op basis van dezelfde, op dat moment geldende beleidsuitgangspunten worden beoordeeld. Als daarvan wordt afgeweken, moet daarvoor een goede en objectieve motivering bestaan.
Er bestaat daarmee een bewuste balans. Enerzijds biedt een dynamische Omgevingsvisie flexibiliteit om in te spelen op ontwikkelingen die bij vaststelling nog niet waren voorzien.
Anderzijds vragen rechtszekerheid en rechtsgelijkheid om een herkenbare, consistente en kenbare beleidslijn. Juist door belangrijke wijzigingen formeel en transparant door te voeren, kunnen beide met elkaar worden verenigd.
Voor gemeente Aalten betekent het dynamische karakter overigens niet dat de Omgevingsvisie voortdurend wordt aangepast zodra zich een nieuw initiatief, ontwikkeling of politiek inzicht voordoet. Uitgangspunt is een herkenbare en bestendige koers. De gemeente monitort de ontwikkelingen en beoordeelt periodiek of de visie nog actueel is. Alleen wanneer ontwikkelingen of gewijzigde omstandigheden daartoe voldoende aanleiding geven, wordt de visie geactualiseerd. Een dergelijke wijziging vindt op een kenbare en zorgvuldige wijze plaats en wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Juist deze werkwijze zorgt ervoor dat flexibiliteit enerzijds en rechtszekerheid en rechtsgelijkheid anderzijds met elkaar in balans blijven.
Vraag vanuit de vergadering Wat zijn voor gemeente Aalten de (te verwachten) kosten de invoering van de Omgevingswet en daarmee de Omgevingsvisie?
Antwoord van het college Landelijk onderzoek van KPMG en Cebeon uit 2025 raamt de transitiekosten van de Omgevingswet voor alle gemeenten samen over de periode 2016–2031 op circa € 1,9 tot € 2,5 miljard, met circa € 2,2 miljard als middenraming. Het gaat onder meer om ICT en DSO, opleiding en organisatieontwikkeling, aanpassing van werkprocessen en de overgang naar nieuwe instrumenten, waaronder de omgevingsvisie en het omgevingsplan.
Deze landelijke bedragen kunnen niet één-op-één naar gemeente Aalten worden vertaald. Wat de invoering een individuele gemeente kost, hangt sterk af van het vertrekpunt (IST), de manier waarop de gemeente de ruimte van de Omgevingswet wil benutten (SOLL) en daarmee van de omvang van de verandering die nodig is. Voor gemeente Aalten moet daarom vooral worden gekeken naar de daadwerkelijk gemaakte en nog te maken kosten, ontvangen rijksbijdragen en de resterende opgave tot 2032.
Tegelijkertijd moeten de kosten in perspectief worden geplaatst. De Omgevingswet is niet zonder reden ingevoerd. Het oude omgevingsrecht was in de loop der jaren omvangrijk en versnipperd geraakt. De stelselwijziging beoogt wet- en regelgeving beter op elkaar af te stemmen, beleid voor de fysieke leefomgeving meer in samenhang te ontwikkelen en besluitvorming inzichtelijker, voorspelbaarder en efficiënter te maken. Ook het voortzetten van het oude stelsel zou daarom kosten en inefficiënties met zich hebben gebracht. Sterker nog, voortzetten van het oude stelsel had wellicht vele malen meer gekost.
Behalve de kosten zelf, zijn ook de opbrengsten van de invoering van de Omgevingswet niet (goed) te kwantificeren. Hoe becijfer je bijvoorbeeld het financiële voordeel van één integrale en samenhangende omgevingsvisie ten opzichte van een situatie waarin beleid over de fysieke leefomgeving verspreid is over een groot aantal afzonderlijke en niet altijd op elkaar afgestemde beleidsdocumenten? Hetzelfde geldt voor voordelen als minder tegenstrijdig beleid, betere
Pagina 3 van 3 integrale afwegingen, duidelijkheid voor initiatiefnemers en het voorkomen van vertraging of herstel achteraf.
Desondanks is landelijke geprobeerd een ‘terugverdientijd’ te berekenen. Uitkomst daarvan in het middenscenario was een terugverdientijd van circa 29 jaar berekend, wanneer ook het gemeentelijke aandeel in de kosten van omgevingsdiensten en veiligheidsregio's wordt meegenomen. Dit is echter nadrukkelijk een modelmatige berekening en geen terugverdientijd die zonder meer voor gemeente Aalten geldt. Daarvoor hangt de uitkomst te sterk af van de vele aannames en variabelen én van welke baten wel en niet financieel worden gewaardeerd.
Conclusie is daarom dat de invoering van de Omgevingswet aanzienlijke investeringen vraagt, maar dat een zuivere beoordeling niet alleen kan bestaan uit de vraag wat de invoering kost en na hoeveel jaar die kosten zijn terugverdiend. Voor gemeente Aalten moet worden gekeken naar het totale beeld: de eigen IST- en SOLL-situatie (met daarin de ambitie die gemeente Aalten heeft met het invullen van de veranderopgave van de Omgevingswet), de daadwerkelijke en nog te maken kosten, de ontvangen bijdragen, de structurele financiële effecten én de financiële en kwalitatieve baten van een eenvoudiger en meer samenhangend stelsel.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Aalten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.