3. Beantwoording schriftelijke vragen Kinderopvangzorggroepen
het lid Daher (PvdA) stelde op 10 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Gelijkheid van aanbod Nieuw-West beschikt al jaren uitsluitend over plusplusgroepen en niet over reguliere plusgroepen, terwijl andere stadsdelen een gedifferentieerd… → Het dagelijks bestuur erkent dat het belangrijk is dat jonge kinderen in NieuwWest toegang hebben tot passende ondersteuning.
- Regionale functie en lokale druk Nieuw-West vervult een regionale functie in het aanbod van zware zorg voor jonge kinderen. → De gemeente heeft geen zicht op de plekken waar de kinderen wonen die gebruikmaken van het aanbod.
- Kwaliteit en deskundigheid Uit signalen van professionals blijkt dat de complexiteit van de problematiek (o.a. → Het afgelopen jaar hebben alle medewerkers van de plusplusgroepen een scholingstraject gevolgd, waarbij aandacht werd besteed aan deze onderwerpen.
- Continuïteit van zorg en thuiszitten De maximale verblijfsduur op tijdelijke voorzieningen en het ontbreken van vervolgplekken leidt er in de praktijk toe dat jonge… → Op dit moment ontbreekt stedelijk inzicht in het aantal wachtende kinderen onder de vier jaar voor de kinderopvangzorggroepen.
- Transparantie en monitoring Voor effectieve sturing is inzicht in resultaten noodzakelijk. → Er wordt gewerkt aan het centraal organiseren van de wachtlijst voor de kinderopvangzorggroepen en onderwijszorggroepen, zodat er beter zicht ontstaat op wachttijden, instroom, uitstroom en…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Stadsdeelcommissie Nieuw-West Beantwoording schriftelijke vragen
De leden van de stadsdeelcommissie van Amsterdam NieuwWest Datum 5 maart 2026 Portefeuille(s) Jeugd & Onderwijs Portefeuillehouder(s Emre Ünver Aan:
):
Behandeld door
Onderwerp
Stadsdeel Nieuw-West + [email protected] Beantwoording van de schriftelijke vragen van het lid Daher (PvdA) inzake de transitie naar Kinderopvangzorggroepen en Onderwijszorggroepen in Stadsdeel Nieuw-West
Geachte leden van de stadsdeelcommissie, Op 10 februari 2026 heeft het dagelijks bestuur schriftelijke vragen ontvangen van het lid Daher (PvdA) inzake de transitie naar Kinderopvangzorggroepen en Onderwijszorggroepen in Stadsdeel Nieuw-West. Onderstaand treft u de beantwoording van deze vragen aan.
Toelichting door de indiener(s):
De plusvoorzieningen bestaan naast de reguliere kinderopvang en voorscholen.
Kinderen die meer hulp nodig hebben, kunnen terecht in kleinere groepen. Deze groepen heten plusgroepen. Voor jonge kinderen met een specifieke zorgbehoefte zijn er de plusplusgroepen. De laatste jaren groeien de wachtlijsten voor specialistische jeugdhulp voor jonge kinderen. Daarmee neemt ook de druk op de plusvoorzieningen toe.
De gemeente Amsterdam is/gaat starten met de transitie van de bestaande voorschoolse plus- en plusplusvoorzieningen naar kinderopvangzorggroepen (2– 4 jaar) en onderwijszorggroepen (4–6 jaar), geïntegreerd in reguliere voorzieningen in de wijk.
Deze stelselwijziging heeft grote gevolgen voor jonge kinderen met extra ondersteuningsbehoeften en hun gezinnen.
Gezien de structureel hoge jeugdhulpvraag in Nieuw-West, de bestaande ongelijkheid in het aanbod en de regionale functie van het stadsdeel, heeft fractie PvdA NW de volgende vragen aan het Dagelijks Bestuur.
Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van PvdA NW, op grond van Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 (artikel 30), de volgende schriftelijke vragen:
Het dagelijks bestuur kan de gestelde vragen als volgt beantwoorden:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Gelijkheid van aanbod Nieuw-West beschikt al jaren uitsluitend over plusplusgroepen en niet over reguliere plusgroepen, terwijl andere stadsdelen een gedifferentieerd aanbod kennen. Vraag 1. Erkent het DB dat hiermee sprake is van een structurele ongelijkheid in toegang tot passende ondersteuning voor jonge kinderen in Nieuw-West?
Antwoord van het college
Het dagelijks bestuur erkent dat het belangrijk is dat jonge kinderen in NieuwWest toegang hebben tot passende ondersteuning. De plusgroepen en plusplusgroepen zoals de gemeente die tot op heden kennen in de kinderopvang met voorschoolse educatie (VE) worden afgebouwd en er wordt ingezet op kinderopvanggroepen. In de plusgroepen en plusplusgroepen werden respectievelijk 6 (plusgroep) of 10 kindplaatsen (plusplusgroep) vrijgehouden om meer aandacht aan de kinderen te kunnen geven door de pedagogisch medewerkers. In de plusgroep werd nog VE-aanbod geboden, terwijl dit in de plusplusgroep niet het geval was. In de praktijk bleek dit aanbod vaak niet gedifferentieerd te zijn. De groepen (plus- en plusplusgroepen) raakten vol met kinderen die behoefte hadden aan jeugdhulpexpertise, terwijl deze expertise beperkt beschikbaar was. Met de kinderopvangzorggroep is het mogelijk een beter ontwikkelaanbod te bieden voor kinderen met een zwaardere ondersteuningsbehoefte dan mogelijk was in de plus- of plusplusgroepen. Dat komt doordat in de kinderopvangzorggroep een pedagogisch medewerker van de kinderopvang samen met een jeugdhulpprofessional in de groep aanwezig is.
Er moeten voldoende kinderopvangzorggroepen worden opgezet, zodat alle kinderen – dus ook kinderen met een zwaardere ondersteuningsbehoefte – zich zoveel mogelijk in hun eigen buurt kunnen ontwikkelen. Hier werkt de gemeente naartoe, maar het opzetten van voldoende kinderopvangzorggroepen kost tijd. Momenteel zijn er drie kinderopvangzorggroepen in Nieuw-West. Een vierde groep opent in de loop van 2026. Waar mogelijk onderzoekt de gemeente of bestaande plusgroepen of plusplusgroepen kunnen worden omgevormd tot een kinderopvangzorggroep.
Vraag 2. Hoe verhoudt deze situatie zich tot het uitgangspunt van gelijke en nabije zorg in het gemeentelijk beleid?
Antwoord:
Er wordt gestreefd naar een goede spreiding van het ontwikkelaanbod binnen het stadsdeel. Op dit moment is er al geruime tijd een kinderopvangzorggroep in Slotervaart. In de loop van 2026 zal hier een tweede groep worden geopend, zodat meer kinderen een plek kunnen vinden. Begin februari zijn in Osdorp twee plusplusgroepen omgevormd tot kinderopvangzorggroepen. Zowel de groepen in Osdorp als die in Slotervaart werken samen met de onderwijszorggroepen in de buurt, zodat kinderen, indien nodig, kunnen doorstromen naar een passende ontwikkelomgeving binnen deze groepen.
Tegelijkertijd ziet het dagelijks bestuur dat het voor ouders en kinderen uit Geuzenveld-Slotermeer een grote afstand is om naar deze locaties te reizen.
Gezien de omvang van de opgave op het gebied van jeugdhulp is het op dit moment nog niet haalbaar om in dit gebied een kinderopvangzorggroep te starten. Wel is de gemeente in gesprek met zowel de kinderopvang als de jeugdhulp om te onderzoeken hoe kinderen op de reguliere groepen beter ambulant kunnen worden ondersteund. Zo zet de gemeente bijvoorbeeld kindgerichte begeleiding in via OKIDO en start zij met handelingsgerichte adviezen vanuit de specialistische jeugdhulp. Hierbij staat de vraag centraal hoe kinderen op hun huidige plek kunnen worden behouden en uitval of thuiszitten kan worden voorkomen.
Vraag 3. Welke concrete maatregelen neemt het DB om binnen het nieuwe zorggroepsmodel te komen tot een volwaardig en evenwichtig ondersteuningsaanbod in Nieuw-West, en binnen welk tijdpad?
Antwoord:
Het dagelijks bestuur heeft op het gebied van kinderopvangzorggroepen en onderwijszorggroepen volgens de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied 2022 geen bevoegdheden. Wel heeft het dagelijks bestuur op deze onderwerpen de taak om contact en overleg tussen samenwerkende partners te initiëren en te onderhouden, en om kansen en knelpunten te signaleren en te agenderen.
De gemeente zet in op het vergroten van de dekking van kinderopvangzorggroepen binnen het stadsdeel. Kinderopvangorganisaties die een kinderopvangzorggroep willen starten, moeten samenwerken met een jeugdhulppartner. Voordat een kind start in een kinderopvangzorggroep, wordt een breed beeld gevormd van het kind, het gezin en de context waarin het opgroeit. Daarbij wordt gekeken naar de omgeving waarin het kind zich het beste kan ontwikkelen.
Wanneer meer ondersteuning nodig is dan alleen het aanbod binnen de groep, wordt onderzocht welke partij hierin een rol kan spelen. Soms kan het Ouderen Kindteam hierbij ondersteuning bieden, of een andere partij binnen de sociale basis. Indien nodig wordt gezinsbegeleiding vanuit de specialistische
jeugdhulp aangeboden. Ook kan aanvullende ambulante beeldvorming worden ingezet binnen de kinderopvangzorggroep.
Daarnaast ziet de gemeente dat ouders soms met vergelijkbare vragen worstelen, bijvoorbeeld over vervolgplekken voor hun kind na de kinderopvangzorggroep of over hoe om te gaan met gevoelens wanneer hun kind zich anders ontwikkelt dan verwacht. Om ouders met elkaar te verbinden, zet de gemeente in op ouder- en thuisbetrokkenheid. De groepen organiseren ochtenden waarop ouders elkaar kunnen ontmoeten. Deze ochtenden worden begeleid door de kinderopvang en de jeugdhulp, en het Ouder- en Kindteam sluit hier regelmatig bij aan. Daarnaast bouwt de gemeente aan een netwerk in de wijk. Zij werkt samen met partners zoals onderwijszorggroepen, SEZO en het Moedernetwerk. Net als de opbouw van de kinderopvangzorggroepen kost ook de ontwikkeling van dit onderdeel tijd.
Vraag 2
Regionale functie en lokale druk Nieuw-West vervult een regionale functie in het aanbod van zware zorg voor jonge kinderen. Vraag 4. Kan het DB, inzicht geven in hoeveel kinderen van buiten het stadsdeel momenteel gebruikmaken van zorgplekken in Nieuw-West?
Antwoord van het college
De gemeente heeft geen zicht op de plekken waar de kinderen wonen die gebruikmaken van het aanbod. De kinderopvang heeft dit inzicht wel.
Verwijzing naar een kinderopvangzorggroep verloopt altijd via het Ouder- en Kindteam binnen het stadsdeel. Zo wordt gezocht naar de meest passende plek in de buurt. Dit betreft maatwerk.
Vraag 5. Hoe wordt bij de capaciteitsplanning en financiering geborgd dat deze regionale functie niet ten koste gaat van kinderen en gezinnen uit Nieuw-West zelf?
Antwoord:
Waar bij de plus(plus)groepen de kinderopvang zelf de regie had over het toeleiden van kinderen naar dit groepsaanbod, speelt bij de
kinderopvangzorggroepen het Ouder- en Kindteam een centrale rol. De ouderen kindadviseur bekijkt samen met een groep specialisten vanuit de Kerngroep Jonge Kind wat de beste ontwikkelomgeving is voor het kind. Dit gebeurt nadat een breed beeld van het kind is gevormd, waarbij ook de gezinssituatie en de beschermende en risicofactoren in kaart zijn gebracht.
Wanneer duidelijk is dat de kinderopvangzorggroep een passende omgeving biedt voor de verdere ontwikkeling van het kind, neemt het Ouder- en Kindteam contact op met de nabijgelegen kinderopvangzorggroep om de plaatsing te bespreken. De zorgcoördinator van de kinderopvang en de jeugdhulppartner die aan de groep is verbonden beoordelen samen de huidige groepsdynamiek en bepalen welke groep het beste aansluit bij de behoeften van het kind. Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de afstand die ouders moeten afleggen naar de groep. Het uitgangspunt is dat de groep zo dicht mogelijk bij huis ligt.
Vraag 3
Kwaliteit en deskundigheid Uit signalen van professionals blijkt dat de complexiteit van de problematiek (o.a. ASS, ADHD en onveilige thuissituaties) vaak groter is dan de beschikbare expertise op de groepen. Vraag 6. Over welke specialistische deskundigheid beschikken de teams binnen de huidige en toekomstige zorggroepen in Nieuw-West?
Antwoord van het college
Het afgelopen jaar hebben alle medewerkers van de plusplusgroepen een scholingstraject gevolgd, waarbij aandacht werd besteed aan deze onderwerpen. Daarnaast waren coaches van Cordaan en MOC ’t Kabouterhuis aan de plusplusgroepen gekoppeld om de pedagogisch medewerkers te ondersteunen. Zij hielpen de kinderopvang bij het opstellen van
begeleidingsplannen voor de kinderen, gaven uitleg over het gedrag van kinderen en ondersteunden bij oudergesprekken.
Bij de kinderopvangzorggroepen is de jeugdhulpexpertise direct beschikbaar op de groepen door de inzet van een (persoonlijk) begeleider of orthopedagogisch medewerker vanuit de jeugdhulppartner. Vanaf dit jaar zal ook een gedragsdeskundige vanuit de jeugdhulp uren beschikbaar stellen om mee te denken over de casuïstiek binnen de groepen.
Een werkgroep werkt momenteel aan het in kaart brengen van de scholingsbehoeften van het personeel van de kinderopvangzorggroepen, zowel aan de kant van de kinderopvang als van de jeugdhulp. Er wordt een geïntegreerd programma ontwikkeld dat bestaat uit scholing, intervisie en casuïstiekoverleggen. Dit programma richt zich op het versterken van kennis en vaardigheden, het bevorderen van samenwerking en het creëren van een reflectieve praktijk. Het biedt een combinatie van trainingen en structurele momenten voor professionele reflectie, zodat medewerkers beter voorbereid zijn op de uitdagingen in hun werk.
Vraag 7. Is het DB bereid het hybride teammodel — waarin pedagogisch professionals structureel samenwerken met jeugdhulpspecialisten — als kwaliteitsnorm te hanteren binnen kinderopvangzorggroepen en onderwijszorggroepen?
Antwoord:
Het dagelijks bestuur heeft op het gebied van kinderopvangzorggroepen en onderwijszorggroepen volgens de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied 2022 geen bevoegdheden. Wel heeft het dagelijks bestuur de taak om op deze gebieden contact en overleg tussen samenwerkende partners te initiëren en te onderhouden, en om kansen en knelpunten te signaleren en te agenderen.
Binnen de kinderopvangzorggroepen is sprake van een structurele samenwerking tussen de kinderopvang en specialistische jeugdhulp, doordat medewerkers van beide partijen gezamenlijk het aanbod binnen de groep vormgeven. Aan iedere groep is bovendien een ouder- en kindadviseur gekoppeld. Deze adviseur denkt mee over algemene zaken, zoals het aanbod, de mogelijkheden binnen de sociale basis en de verbinding met het buurtteam.
Daarnaast kan de ouder- en kindadviseur meedenken en bijdragen aan de invulling van ouder- en thuisbetrokkenheid binnen de groep.
Voor de onderwijszorggroepen is er een structurele samenwerking tussen het speciaal onderwijs, de ontvangende reguliere school en de aanvullende jeugdhulp. Op de onderwijszorggroepen staat een leerkracht uit het speciaal onderwijs samen met een jeugdzorgmedewerker voor de groep in een reguliere basisschool. Ook aan deze groepen is een ouder- en kindadviseur verbonden
en, waar nodig, wordt gebruikgemaakt van de expertise van behandelaren uit het speciaal onderwijs en de aanvullende jeugdhulp.
Vraag 8. Zo nee, hoe wordt dan geborgd dat kinderen met complexe zorgvragen voldoende en passend ondersteund worden?
Antwoord:
Niet van toepassing. Zie het antwoord op vraag 7.
Vraag 4
Continuïteit van zorg en thuiszitten De maximale verblijfsduur op tijdelijke voorzieningen en het ontbreken van vervolgplekken leidt er in de praktijk toe dat jonge kinderen thuis komen te zitten. Vraag 9. Hoeveel kinderen uit Nieuw-West zijn het afgelopen jaar zonder opvang of ontwikkelaanbod geraakt als gevolg van capaciteitsof systeemknelpunten?
Antwoord van het college
Op dit moment ontbreekt stedelijk inzicht in het aantal wachtende kinderen onder de vier jaar voor de kinderopvangzorggroepen. De huidige situatie wordt gekenmerkt door versnippering: kinderen staan op verschillende wachtlijsten bij diverse organisaties, zoals Cordaan, Philadelphia, kinderopvangorganisaties, ’t Kabouterhuis en OKIDO. Dit leidt tot een gebrek aan overzicht, inefficiënte plaatsing en beperkte regie. Ditzelfde geldt voor de onderwijszorggroepen.
Om dit probleem aan te pakken, wordt onderzocht waar het wachtlijstbeheer kan worden ondergebracht en of dit stedelijk of gebiedsgericht wordt georganiseerd.
Vraag 10. Welke concrete vangnetmaatregelen zijn momenteel beschikbaar voor deze kinderen Antwoord:
In de gebiedsknooppunten kijken ‘meedenkers’ en ‘meedoeners’ welke mogelijkheden er zijn om het wachten te verzachten. Soms gaan kinderen alsnog terug naar een reguliere kinderopvang of voorschool, bijvoorbeeld met extra ondersteuning vanuit OKIDO. De gemeente zet in op een uitgebreider voorliggend aanbod in de kinderopvang, zoals de uitbreiding en versterking van het aanbod van OKIDO. Ook maken ouders gebruik van het aanbod van de Ontdekplek en de Spelinloop Plus van SEZO. De gemeente investeert in deze samenwerking binnen het gebied. Daarnaast wordt onderzocht of aanpassingen nodig zijn om het aanbod vanuit de sociale basis toegankelijk te maken voor deze gezinnen.
Vraag 11. Kan het DB toezeggen dat tijdens de transitie naar het nieuwe zorggroepsmodel geen enkel kind in Nieuw-West zonder passend ontwikkelaanbod komt te zitten?
Antwoord:
De gemeente werkt eraan om voor ieder kind een passende ontwikkelplek te realiseren. Gezien de tekorten in de jeugdhulp kan deze toezegging op dit moment echter niet worden gedaan.
Vraag 5
Transparantie en monitoring Voor effectieve sturing is inzicht in resultaten noodzakelijk. Vraag 12. Welke actuele gegevens heeft het DB over wachttijden, instroom, uitstroom en doorplaatsing van kinderen binnen zorggroepen in Nieuw-West?
Antwoord van het college
Er wordt gewerkt aan het centraal organiseren van de wachtlijst voor de kinderopvangzorggroepen en onderwijszorggroepen, zodat er beter zicht ontstaat op wachttijden, instroom, uitstroom en doorplaatsing van kinderen binnen alle ontwikkelplekken. De zorgloketten van de verschillende partijen, maar ook de kinderopvang, het OKT en het Samenwerkingsverband, denken hierover mee.
Vraag 13. Is het DB bereid deze gegevens jaarlijks openbaar te maken in een monitor, zodat zichtbaar wordt of de transitie leidt tot betere ontwikkelkansen voor kinderen?
Antwoord:
Vanuit de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur op dit onderwerp is het niet aan het dagelijks bestuur om deze gegevens jaarlijks openbaar te maken in een monitor.
De gemeente werkt aan een meerjarige monitor waarin wachttijden, instroom, uitstroom en doorplaatsing van kinderen worden meegenomen. Deze monitor zal met de gemeenteraad worden gedeeld.
Vraag 14. Waarom wordt het landelijke monitoringskader voor deze voorzieningen momenteel niet structureel toegepast?
Antwoord:
Onderzoeksbureau EMMA heeft de opdracht gekregen om in kaart te brengen wat de impact is van de Amsterdamse kinderopvangzorggroepen en onderwijszorggroepen op het kind en het gezin, en welke werkzame elementen te onderscheiden zijn voor een succesvolle (beleids)organisatie van de groepen.
Hierbij is aandacht voor wachttijden, instroom en doorstroom en wordt gewerkt
aan het borgen van een meerjarige monitor. Alleen met een meerjarige monitor en het langdurig volgen van deze ontwikkelplekken kunnen de effecten van deze groepen worden gemeten. Deze monitor zal met de gemeenteraad worden gedeeld..
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Bekijk de brief: 3. Beantwoording schriftelijke vragen Kinderopvangzorggroepen
Bron: raadsinformatie van de gemeente Amsterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.