30 oktober 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Apeldoorn

Hertzberger gebouw

Een raadslid stelde op 30 oktober 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Collegevoorstel Titel

Datum

Beantwoording vragen WijApeldoorn inzake Hertzberger-pand

25-9-2025

Betrokkenen Auteur Telefoonnummer

: FM Kuipers : Doorkiesnummer: 2482 Mobiel nummer: 0628498426 Afdeling : Projecten, Programma's en Interimmanagement Ambtelijk opdrachtgever : S. Raaphorst Betrokken afdeling(en) : Financiën en control, Vitaal en ondernemend Apeldoorn Portefeuillehouder : P.C.J. Messerschmidt Programmawethouder : P.C.J. Messerschmidt

Behandelwijze B&W Presidium/PMA/Raad Behandelvoorstel

: Hamerstuk : Ja : Ter kennisname

Openbaarheid Voorstel Toelichting Bijgevoegde stukken openbaar Bijgevoegde stukken niet openbaar

: Openbaar : Openbaar : Raadsbrief 5 juni 2025 :

Voorstel afdeling Schriftelijke vragen van de fractie WijApeldoorn volgens art. 34 Reglement van Orde betreffende Beantwoording vragen WijApeldoorn inzake Hertzberger-pand Voorstel afdeling PPIM:

• Instemmen met de beantwoording van de schriftelijke vragen.

• Dit besluit ter kennis brengen van de gemeenteraad.

1

Beantwoording vragen op grond van artikel 34 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad.

Vragen van de fractie van: WijApeldoorn Datum vragen: 8 september 2025 Onderwerp: Beantwoording vragen WijApeldoorn inzake Hertzberger-pand Schriftelijke vragen aan het college van B&W over beantwoording vragen WijApeldoorn inzake Hertzberger-pand 8 september 2025 Naar aanleiding van het bericht in De Stentor van 4 september 2025 over het voornemen om het voormalige Centraal Beheer-gebouw aan te wijzen tot rijksmonument, en het nieuwsbericht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) van diezelfde datum waarin dit officieel is bevestigd, stellen wij onderstaande vragen. In de raadsbrief van 5 juni 2025 (openbaar vanaf 6 september 2025) werd weliswaar melding gemaakt van gesprekken met de RCE, maar daarin werd geen datum genoemd waarop de aanwijzing zou plaatsvinden. In vergaderstukken van de RCE is bovendien te lezen: “Let op: dit object komt in aanmerking om als rijksmonument te worden aangewezen.” Beantwoording vragen:

Vraag 1: Was het college op de hoogte dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed op 4 september 2025 het voornemen tot aanwijzing van het voormalige Centraal Beheer-gebouw tot rijksmonument zou bekendmaken? Is deze datum op enige wijze aan de raad gecommuniceerd?

Ja, het college was op de hoogte van het voornemen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (hierna: RCE) om het Hertzberger-pand aan te wijzen als rijksmonument. Zoals aangegeven in de (in eerste aanleg nog niet openbare) raadsbrief van 5 juni 2025 zijn er gesprekken gevoerd met de RCE over dit traject. De exacte datum van bekendmaking was op dat moment nog niet definitief, de inschatting was toen dat op 6 september de RCE naar buiten zou treden. De RCE heeft uiteindelijk op 4 september het voornemen publiekelijk bekendgemaakt. De raadsbrief is parallel hieraan openbaar geworden. Zie tevens nog de bijlage (brief aan de RCE) bij raadsbrief 5 juni 2025.

Vraag 2: Onder welke grondslag van de Wet open overheid (artikelen 5.1 of 5.2) is besloten dat de raadsbrief van 5 juni pas op 6 september openbaar mocht worden? Had dit te maken met de vergaderdatum van 4 september bij de RCE?

De raadsbrief van 5 juni is pas op 6 september openbaar gemaakt in verband met bestuurlijke afstemming en het lopende overleg met de RCE. De publicatie is afgestemd op het moment van externe communicatie door de RCE, om te voorkomen dat informatie voortijdig naar buiten zou komen en het proces zou beïnvloeden. De grondslag hiervoor valt onder artikel 5.1, lid 2 aanhef en onder i van de Woo.

Vraag 3: Is het college voornemens binnen de termijn van zes weken een zienswijze tegen de aanwijzing in te dienen en bij definitieve aanwijzing bezwaar te maken?

Zoals in de raadsbrief van 5 juni is aangegeven, is afgesproken met de RCE dat de formele aanwijzingsprocedure pas start ná de geplande raadsvergadering over de scenario’s. De vraag over het al dan niet indienen van een zienswijze hangt uiteraard samen met de uitkomst van de uitkomst van de raadsvergadering. Afhankelijk van het besluit van de raad zal het college beoordelen of het indienen van een zienswijze wenselijk is. Indien de aanwijzing definitief wordt en het raadsbesluit daartoe aanleiding geeft, behoort het indienen van beroep tot de mogelijkheden. 2

Vraag 4: Hoe verhoudt de mogelijke rijksmonumentenstatus zich tot de eerder door de raad aangenomen motie om sloop als serieuze optie te onderzoeken, en welke handelingsruimte resteert er voor het college?

Zie ook vraag 3. Er zijn procesafspraken gemaakt met de RCE v.w.b. de volgorde bij de procedure tot aanwijzing tot rijksmonument. Het Hertzberger-pand is sinds 2009 een gemeentelijk monument. Wat betekent dat er sindsdien procedures van toepassing zijn op een (gedeeltelijke)sloop. De status van rijksmonument sluit (gedeeltelijke) sloop niet uit, maar vereist net zoals de (gedeeltelijke) sloop van een gemeentelijk monument, een zorgvuldig gemotiveerde procedure.

Vraag 5: In de raadsbrief van 5 juni wordt gesteld: “Ook mag de aanwijzing tot rijksmonument niet de herontwikkeling blokkeren.” Hoe wordt geborgd dat dit daadwerkelijk niet gebeurt?

In de gesprekken met de RCE is aangegeven dat het college inzet op transformatie van het Hertzberger-pand en dat de aanwijzing tot rijksmonument dit proces niet mag belemmeren. De RCE heeft aangegeven bereid te zijn mee te denken over de transformatie. Zij adviseert daarvoor een transformatiekader te maken en de RCE hierbij te betrekken. Daarnaast is financiële ondersteuning vanuit het Rijk en provincie onderdeel van de gesprekken.

Vraag 6: Gezien de huidige slechte staat van het pand: hoe beoordeelt het college het risico dat de gemeente als eigenaar verplicht kan worden tot kostbaar onderhoud op grond van de instandhoudingsplicht?

Het college is zich bewust van de instandhoudingsplicht die geldt bij een monumentenstatus. Deze instandhoudingsplicht geldt overigens ook bij gemeentelijke monumenten (de status die het Hertzberger-pand sinds 2009 al heeft verkregen). Bij rijksmonumenten is de RCE het bevoegd gezag om deze instandhoudingsplicht te bewaken. In de praktijk zien we dat de uitvoering hiervan in de regel bij de betreffende gemeente terecht komt. In het geval van het Hertzberger-pand zijn we als gemeente in goed gesprek met de RCE en is de uitdagende (financiële) situatie bij de betrokken partijen bekend. Alle partijen hebben baat bij een constructieve en structurele oplossing voor het in stand houden van dit (potentiële) rijksmonument (als maatschappelijke opgave), waarbij niet uitsluitend naar de gemeente hoeft te worden gekeken.

Vraag 7: Waarom is in de eerdere raadsvoorstellen rondom aankoop en doorverkoop van het Hertzbergerpark wel vermeld dat De Rots mogelijk tot rijksmonument zou worden aangewezen, maar niet benoemd welke onderhoudsplichten en financiële risico’s dit voor de gemeente als eigenaar met zich mee zou kunnen brengen?

De onderhoudsplichten en financiële risico’s zijn toen nog niet volledig in beeld gebracht, omdat het aanwijzingsproces nog in een verkennende fase verkeerde en er nader onderzoek nodig is naar de staat van het pand in verband met de onderhoudsplicht.

3

Bekijk de brief: 06 Beantwoording schriftelijke vragen over Hertzberger gebouw

Bron: raadsinformatie van de gemeente Apeldoorn (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Apeldoorn

Alle artikel 35-vragen in Apeldoorn