schriftelijke vragen van de fractie ChristenUnie, d.d. 29 september 2025
Een raadslid stelde op 26 november 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Arnhem (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- 638 totaal aantal sloop 24 221 221 totaal aantal verkoop 34 109 51 148 1.258 1.366 •- - . → ;; transparant over de woningen die zijp gebouwd, gesloopt, gekocht en verkocht o DE ONGEDEELDE STAD Strategie II Arnhem wil een stad zijn waar iedereen dezelfde kansen heeft.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
SAMENWERKINGSAFSPRAKEN Gemeente Arnhem, Volkshuisvesting,
Vivare, Portaal, HOVAR en HOP
SAMENWERKINGSAFSPRAKEN Gemeente Arnhem, Volkshuisvesting, Vivare, Portaal, HOVAR en HOP
Colofon SAMENWERKINGSAFSPRAKEN Gemeente Arnhem, Volkshuisvesting, Vivare, Portaal, HOVAR en HOP Grafisch ontwerp Karina Dimitriu
Fotografie Hans Huurdeman
Rinus Baak
Suzanne Valkenburg
december 2024
GEMEENTE
Arnhem
IIN HOUD
1
INLEIDING
7
0
WOONRUIMTE VOOR IEDEREEN (Strategie/)
9
O
DE ONGEDEELDE STAD (Strategie II)
14
O
KWALITATIEF GOEDE WONINGEN (Strategie lil)
18
Voortvarend werken aan energietransitie Klimaatadaptatie en gezond wonen Naar een circulaire bouw
18 20 22
WONEN ALS FUNDAMENT (Strategie IV)
24
Urgente aandachtsgroepen - focus op directe bemiddeling Ouderen - Doorstroming naar passend aanbod en regie op welzijn
24 27
NAWOORD: 2025 en verder
30
Monitoren en actualiseren Discipline vanuit het doel, adaptief in de aanpak Ondertekening prestatieafspraken
30 31 32
©
6
5
i='S88BBBgSi!3IIHIIHISSM irBBBBrJiBiiiiiiijigfl
rriïïiEgiï
1 I1HLEHDIING Aanleiding voor meerjarige prestatieafspraken
Arnhem streeft naar een ongedeelde stad met veerkrachtige wijken; een eerlijke stad waar iedere Arnhemmer goed kan wonen. Dit oogmerk heeft de gemeente uitgewerkt in haar Woonvisie Arnhem 2024-2029 met een doorkijk naar 2034. Daarmee ligt er een basis voor nieuwe prestatieafspraken.
In prestatieafspraken staat beschreven wat woningcorporaties gaan bijdragen aan het woonbeleid van de gemeente, wat daarvoor van de gemeente nodig is en hoe we aan die wederkerige bijdragen invulling willen geven. Steun van de gemeente, de woningcorporaties en de huurdersvertegenwoordigers voor deze afspraken is cruciaal. Want alleen door samen werking kunnen we de complexe opgaven in het woonbeleid aanpakken. Geen afspraken om de afspraken, of omdat het moet van de Woningwet. Wel afspraken die effectief bijdragen aan ons gezamenlijke streven op het gebied van wonen in Arnhem. Daarbij zijn we realistisch: de effecten die ertoe doen in het woonbeleid, zien we op de langere termijn. Daartoe zetten we nu de stappen en maken meerjarige afspraken. Deze afspraken hebben een looptijd tot en met 2029, de meeste doelen zijn voor een langere termijn geformuleerd. Jaarlijks wordt de voortgang gemonitord en actualiseren we afspraken waar nodig.
De uitdaging Prestatieafspraken zijn afspraken over de prestaties die iedere partij levert.…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
638 totaal aantal sloop 24 221 221 totaal aantal verkoop 34 109 51 148 1.258 1.366 •- - . Pi toUHillHjW Mi 1 lïï Corporaties rapporterenjaa^ijks', ■?
Antwoord van het college
;; transparant over de woningen die zijp gebouwd, gesloopt, gekocht en verkocht
o
DE ONGEDEELDE STAD Strategie II
Arnhem wil een stad zijn waar iedereen dezelfde kansen heeft. Onafhankelijk van de wijk waar je woont. Een stad waar iedereen in een kansrijke, fijne, buurt kan wonen en dat de plek waar je woont niet je kansen bepaalt. Niet dat de hele stad hetzelfde moet worden, want de verschillen tussen mensen en gebieden brengen ook identi teit, inspiratie en dynamiek. Daarom streven wij naar een stad die diversiteit en nabijheid beter combineert. Een ongedeelde stad.
‘Leefbaarheid’ is een containerbegrip. In de prestatieafspraken richten wij ons op de inkleu ring hiervan door de Woonvisie. Gemeente, corporaties en huurdersorganisatie zetten zich in voor een veilige en leefbare buurt en ieder doet dat met de eigen verantwoordelijkheden en instrumenten. Een helder inzicht in hoe en door wie deze verschillende verantwoordelijk heden worden uitgeoefend is van belang voor een effectieve samenwerking; daarom maken wij hieronder de volgende afspraken:
14
AFSPRAKEN 1
De gemeente maakt een gebiedsgerichte vertaling van de woonvisie in wijkstrategieën.
Dit is in het eerste kwartaal van 2025 af. De leefbaarheids-opgaven die specifiek zijn voor de wijk of het gebied krijgen een gebiedsge richte aanpak op hoofdlijnen waarin de corpo raties vanuit hun verantwoordelijkheden een rol (kunnen) krijgen. De corporaties dragen bij vanuit hun kennis en kunde over de wijken.
2
De gemeente neemt met haarTeams Leefomgeving (TLO) de regierol om partners samen te brengen, een netwerkstructuur op te bouwen en te onderhouden. TLO werkt samen met bewoners en betrokken organisa ties aan de leefbaarheidsissues in de wijk. TLO heeft hierin een coördinerende rol, organi seert de integrale inzet op dit thema en on dersteunt initiatieven uit de wijk die bijdragen aan de leefbaarheid. TLO werkt samen met
3
DË ONGEDEELDE STAD • STRATEGIE II
corporaties op een manier die passend is voor dat gebied en gebruikt hiervoor een passende werkvorm (bijvoorbeeld een gebiedsagenda, wijkagenda, of handelingskader).
3
Gemeente zorgt qua wijkontwikkeling voor regie, langjarig commitment en goed functi onerende sociale wijkteams, teams leefomge ving, bewonersplatformen en welzijnswerk.
4
De Alliantie Arnhem-Oost gaat de komende 18 jaar uitvoering geven aan het Nationaal Programma Arnhem Oost - dit is voor de komende twee jaar uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda. Met een meerjarige en integrale aanpak moet de kwaliteit van het bestaan van de inwoners van Arnhem Oost verbeteren.
De corporaties zijn alliantiepartner en zijn afgevaardigd in de kopgroep van het program ma. Het gaat bij NPAO om een goede afstem ming tussen hetgeen partners regulier kunnen bijdragen en wat aan doorbraken, innovatie of extra inzet van expertise, tijd en geld nodig is.
5
Corporaties en gemeente blijven de on derlinge samenwerking in de bestrijding van (woon) overlast, woonfraude en (ondermijnen de) criminaliteit voortzetten. Ook preventie (verminderen van sociaal-maatschappelijke problematiek) en nazorg bij incidenten zijn hier onderdeel van. Gemeente en corporaties gaan in 2025 in gesprek over de intensivering van de gezamenlijke aanpak en onderzoeken hoe andere partijen zoals UWV, SVB, Vitens, energiemaatschappijen en politie, hierbij worden betrokken. Dit betreft onder meer ge gevensuitwisseling waarvan de kaders worden vastgelegd in een woonfraudeconvenant.
planvorming rekening met een gedifferentieerd programma.
7
Gemeente en corporaties stemmen het (groot-)onderhoudswerk werk in de openbare ruimte respectievelijk aan het vastgoed op elkaar af om (onnodige dubbele) hinder voor bewoners te beperken.
Arnhem wil een stad zijn waar iedereen dezelfde
kansen heeft. Onafhan kelijk van de wijk waar je woont. Een stad waar
iedereen in een kansrijke, fijne, buurt kan wonen en dat de plek waarje woont
met je kansen bepaalt.
6 Voor de ongedeelde stad hechten partijen aan differentiatie in de Arnhemse wijken.
Corporaties hanteren het instrumentarium dat zij hebben, zoals bijvoorbeeld huurbeleid en toewijzingsbeleid, om differentiatie (waar nodig) toe te passen. De gemeente houdt in
15
name
o KWALITATIEF GOEDE WONINGEN Strategie III
Voortvarend werken aan energietransitie In 2050 moeten woningen CO2-neutraal zijn.
Daarvoor is een verandering van traditionele warmtebronnen naar nieuwe, hernieuwbare warmtebronnen nodig. Een tussenstap op de weg naar CO2-neutrale woningvoorraad is dat in 2030 35.000 woningen goed geïsoleerd en 6.500 woningen (huur en koop) in Arnhem aardgasvrij zijn.
Eenvoudig is deze transitie niet: elektrificatie is een belangrijk onderdeel van de transitie naar hernieuwbare energie. Maar het stroomnet is al (over)belast. De aanleg van warmtenetten is een grootschalige, langjarige en dure aangelegenheid, vol met onzekerheden over kosten, financiering, fasering en zeggenschap. Dat komt ook omdat er bovenlokale belangen en bevoegdheden (Nuts bedrijven en Rijksoverheid) in het geding zijn en dus afhankelijkheden voor Arnhem en Arnhem mers. De kosten en baten van de energietransitie
18
(financieel en maatschappelijk) moeten in even wicht zijn en de woonlasten van inwoners moeten betaalbaar blijven. Corporaties volgen daarin nationaal beleid: op dit moment geldt dat betere isolatie niet leidt tot huurverhogingen. Geduren de de energietransitie moet de risicogroep voor energiearmoede kleiner worden.
Door voortvarend samen te werken zullen we op al deze transitie-opgaven de komende jaren resultaat zien. Er is veel dat we gaan doen: 1
De corporaties brengen hun woningen naar de Isolatiestandaard door middel van clustergewijze aanpak voor onderhoud en renovatie
- soms is dat stapsgewijs. Zo worden woningen toekomstklaar voor warmtelevering vanuit een groot (extern) warmtenet dan wel vanuit een eigen, zelfstandige warmteproductie of warmtebron. Daarin volgen corporaties nationaal beleid: op dit moment is de ambitie dat in 2030 30% van de corporatiewoningen voldoet aan de Isolatiestandaard.
4 KWALITATIEF GOEIE WONINGENN • STRATEGIE III
De gemeente zorgt dat eind 2025 voor 140 ‘energiegebieden’ in Arnhem duidelijk is welke warmteoplossingen en/of energiesystemen kansrijk zijn; en hoe het proces, fasering/ prioritering er uit ziet. Uiterlijk eind 2026 ligt er een warmteprogramma, waarin dit is opge nomen. Gemeente en corporaties (corpora ties in de rol van afnemer) starten begin 2025 met een gezamenlijk werksessie waarin zij het voorwerk doen om per energiebied tot tech nisch en financieel haalbare warmteoplossingen te komen. Corporaties zijn van mening dat de oprichting van een gemeentelijk Warmtebedrijf sterk zou bijdragen aan het komen tot haalbare warmteoplossingen. De gemeente moet hier over nog een besluit nemen.
maken (door aansluiting op het warmtenet of een andere warmtebron), vroegtijdig onderling afstemmen met als doel haalbare alternatieven voor de hele wijk te realiseren. 4 De gemeente is trekker van stadsbrede infor matie en communicatie aan inwoners over de energietransitie en energiebewustzijn (via één centraal platform Arnhem AAN). Corporaties leveren input voor de doelgroep huurders aan dit platform. Corporaties gebruiken hun eigen kanalen voor corporatie-specifieke informatie.
Corporaties attenderen huurders op de energiecoaches van de Energiebank en de mogelijkheden van de buurtklusbedrijven om huishoudens (die financieel in de knel komen) te helpen met het verlagen van hun energie verbruik. De gemeente ondersteunt en maakt waar mogelijk gebruik van de energiebank en de buurtklusbedrijven. Corporaties treden, daar waar passend, op als opdrachtgever of dragen de buurtklusbedrijven en de energiebank aan als mogelijke SROI bij partners.
Gemeente en corporaties bespreken geza menlijk twee keer per jaar de inzet en het resultaat.
De corporaties verduurzamen woningen met een E, F, of G-label zodat deze labels uiterlijk in 2028 (bijna) niet meer voorkomen. Bijzondere aandacht geven de corporaties aan woningen met enkel glas in de verblijfsruimtes (woonka mer, keuken en slaapkamers). Zij laten in 2025 zien hoeveel van deze woningen zij hebben.
Corporaties laten in 2025 zien waar dit enkel glas t/m 2028 niet via de E-, F- en G-aanpak of reguliere onderhoudsaanpak wordt vervangen door isolerend glas. 2
3
In gemengde VvE’s zorgen corporaties dat het gesprek en de besluitvorming op gang komt t.a.v. verduurzaming en actualisatie van de meerjaren onderhoudsplannen. Bij voorbeeld door voortouw te nemen in het oprichten van een Duurzaamheidscommissie.
Zo werken zij toe naar de Isolatiestandaard en op aardgasloos voorbereide woningen in de gemengde VvE’s. De gemeente biedt (voor zolang de pot gevuld is) de voor VvE’s zeer aantrekkelijke Toekomstbestendig Wonen Lening. Dit is een lening met een laag rente percentage, lange looptijd en de mogelijkheid om onderhoud mee te financieren.
5
Woningen met een monumentale waarde naar de isolatiestandaard krijgen, is moeilijken en duurder. Gemeente en corporaties continu eren de goede samenwerking waaruit bijv. Het Detailboek Verduurzaming Erfgoed is voortge komen. De gemeente vraagt geen leges voor het ‘isoleren van beschermde monumenten’ (Groene leges).
6
Volkshuisvesting en Vivare ondersteunen initiatieven van huurders die willen overstap pen van kookgas naar inductie in woningen die niet met gas worden verwarmd. Portaal heeft de ambitie om dit in de toekomst te kunnen ondersteunen en werkt momenteel aan een implementatieplan.
Zowel gemeente als corporaties zullen bij nieuwe initiatieven om bezit aardgasvrij te
19
SAMÊNWERKINGSAFSPRAKËN • ARNHEM 2024-2029
7
8
9
Corporaties benaderen de gemeente vroeg tijdig wanneer zij projectmatig verduurzamen in woningclusters met gespikkeld bezit (parti culiere eigenaren). De gemeente biedt er op haar beurt deze particuliere eigenaren een aantrekkelijk aanbod om gelijktijdig mee te doen met de verduurzaming. De corporaties emen daarbij verantwoordelijk voor het tech nische aanbod (inhoud verduurzaming, mede werking aannemer). De gemeente zorgt voor (advies over) financiële ondersteuning zoals subsidie(s) en leningen en een communicatie strategie richting de particuliere eigenaren.
Het technisch plan van de corporaties moet wel voldoen aan de voorwaarden van beschik bare subsidies, in elk geval SEWA (volkshuisvestingsfonds), ISDE, SWE.
Corporaties werken aan strategieën voor Duurzame Netbewuste Nieuwbouw om de problemen t.a.v. netcongestie te verminde ren. Het Actieplan Netcongestie van Liander biedt hiervoor handvatten Dit gaat in samenspraak met Liander en Tennet en de gemeente biedt waar nodig hulp. Te denken valt hierbij aan bekende strategieën, zoals zeer goede isolatie en zonwering (ENG, passiefhuis) om elektraverbruik voor installaties te minimaliseren. Corporaties kijken voorts bij (onderhouds-)projecten in de bestaande bouw hoe extra belasting van het elektriciteits net zoveel mogelijk kan worden voorkomen, of welke oplossingen kunnen bijdragen aan het verminderen van netcongestie.
De gemeente onderzoekt de meer collectie ve, gebiedsgerichte oplossingen gericht op het voorkómen en de bestrijding van netcongestie.
Corporaties maken in 2025 inzichtelijk welke verduurzamingsopgaven zij hebben voor hun overig vastgoed dan woningen (zoals vastgoed verhuurd aan zorgpartijen). In 2026 maken corporaties concrete plannen en afspraken met deze partijen over verduurzaming.
10 Corporaties en gemeente organiseren gezamenlijk twee keer per jaar een inspi
20
ratie-overleg. Daarvoor vragen zij (ieder intern) collega’s hun lopende of opgeleverde projecten te presenteren en zo de stappen in energietransitie (en circulair bouwen - zie paragraaf 3) concreet zichtbaar te maken.
Klimaatadaptatie en gezond wonen Klimaatverandering en de gevolgen daarvan op wonen, woningen en woonomgeving zijn al merk baar. Het klimaat zal nog jaren (decennia) verder veranderen en daarom zijn maatregelen nodig om hittestress, wateroverlast en droogte te voorkomen of de effecten daarvan te verminde ren. Doelstellingen hierop staan in de Strategie Klimaatadaptatie Arnhem 2020-2030 en (onder meer) activiteiten die bijdragen aan een klimaatbestendiger woningvoorraad en woonomgeving staan in Uitvoeringsagenda Klimaatadaptief Arnhem.
Bewoners ervaren overlast en gezondheidspro blemen van vocht en schimmel in woningen.
We willen de vocht- en schimmelproblematiek verminderen.
AFSPRAKEN J L___________ 1
Corporaties dragen bij aan de uitvoering van acties uit de Uitvoeringsagenda Klimaatadap tief Arnhem. De huurdersorganisaties worden meegenomen in het hele proces. De gemeente en het Platform Arnhem Klimaatbestendig ondersteunen in de realisatie van deze activi teiten middels subsidieregelingen, gemeente lijke middelen en het zoeken/aanvragen van subsidies bij provincie, Rijk en Europa.
2
De gemeente gaat op stadsniveau het'Koele Netwerk’ aanleggen (koele plekken en scha duwrijke routes). Hoewel het ‘Koele Netwerk’ primair in de openbare ruimte komt, zullen corporaties bijdragen door terreinen in hun bezit onderdeel van het netwerk te maken -
4 KWALITATIEF GOEIE WONINGENN • STRATEGIE III
bijvoorbeeld vergroening en terugdringing van verharding, zonwering aan te brengen en afkoppeling van hemelwaterafvoer.
Bewoners ervaren overlast en gezondheidsproblemen
van vocht en schimmel
5
Corporaties hebben (of maken) beleid dat uitgaat van zoveel mogelijk behoud van bomen en ander bestaand groen bij mutaties en projecten.
6
De corporaties doen enthousiast mee aan gemeentelijke acties of die van bewoners gericht op vergroening en verwijderen van verharding in bijvoorbeeld tuinen (o.a. de Wijkgroenagenda’s). De huurdersorganisatiesinformeren huurders over het ontstenen van tuinen om ze (zo mogelijk) te activeren. De gemeente Arnhem en het Platform Arnhem Klimaatbestendig ondersteunen hierbij.
7
Corporaties communiceren richting hun bewoners over wat zij kunnen doen tijdens langdurige hitte om hun woning en zichzelf koel te houden. Zij zoeken hierbij samenhang met de communicatie zoals die plaatsvindt vanuit het Nationaal Hitteplan, het Arnhemse Lokaal Hitteplan en de bewustwording en activiteiten vanuit het thema energie (speci fiek de Arnhemse Aanpak Energiearmoede).
8
De corporaties nemen de regie bij de uit voering met betrekking tot hun bezit en de monitoring van meldingen en registratie van klachten. De huidige aanpak van de pilot van de onafhankelijke vocht- en schimmelexpert wordt voortgezet met extra aandacht voor preventie, kennisdeling en nazorg.
in woningen. We willen
de vocht- en schimmel-
problematiek verminderen.
of dit tenminste te onderzoeken. Prioriteit hebben de wijken in het Nationaal Program ma Arnhem Oost.
3
Corporaties werken (ieder voor zich) aan hittebeleid. Zij maken daarvoor inzichtelijk welke woningen in hun bezit meer of minder hittegevoelig zijn en met welke maatregelen de situatie is te verbeteren. Er is veel infor matie (hittestresskaarten) en onderzoek (‘Hitte in woningen’) beschikbaar. In 2026 delen de corporaties hun inzichten met die van de gemeente (bijvoorbeeld tijdens een inspiratie-overleg, zie punt 10 onder energietransitie).
Bij nieuwbouw hebben corporaties én gemeente aandacht voor het voorkomen van hitte (oriëntatie verkaveling, materiaal gebruik, groen) zodat het weren van hitte (passieve of actieve koeling) tot een minimum beperkt kan worden. 4
Corporaties benutten‘natuurlijke momen ten’ (renovatie, transformatie en mutatie en eerste bewoners bij nieuwbouw) om wonin gen klimaatbestendigerte maken, door
De gemeente faciliteert de oprichting van een digitaal informatiepunt en de nazorg (steekproefsgewijs). De corporaties verstrek ken de onderzoeksopdrachten; zorgen voor de uitvoering van de werkzaamheden n.a.v. de uitgebrachte adviezen van de Vochtexpert en organiseren kennissessies voor de corporatiemedewerkers. Huurdersorganisaties denken actief mee hoe bewoners het best geïnfor meerd kunnen worden.
21
SAMÊNWËRKINGSAFSPRAKEN ■ ARNHEM 2024-2029
Denk aan afschrijving, TCO, toekomstwaarde, restwaarde, CO2-budget, milieu impact. Dit is een verkennend en lerend proces waarbij corporaties en gemeente hun ervaringen en kennis delen (bijvoorbeeld tijdens een inspiratie-overleg - zie punt 10 onder energietran sitie).
Naar een circulaire bouw Een circulaire bouw is noodzakelijke transitie om de afhankelijkheid van (primair) materiaalgebruik te verminderen en op termijn zelfs tot nul te re duceren; de CO2 uitstoot sterk terug te dringen en de milieu-impact in algemene zin te beperken.
Net als de energietransitie is de transitie naar een circulaire economie (waaronder de bouw) een moeilijke opgave en niet een die je met een paar acties of afspraken voor elkaar krijgt. Moei lijk betekent niet: minder urgent. In tegendeel: ook al is het einde van de transitie nog ongewis, wij gaan voortvarend stappen zetten naar een circulair gebouwde omgeving.
6
Gemeente en corporaties werken toe naar een beter inzicht en/of meetlat voor circulair beheer en onderhoud op basis waaraan we kunnen aflezen hoe we ervoor staan en welke voortgang we maken.
7
Binnen het verband van de Groene Metropoolregio en Cirkelstad Arnhem werken gemeente en corporaties actief aan kennisdeling op gebied van circulair bouwen.
8
Gemeente en corporaties plannen twee keer per jaar een inspiratie-overleg in waarbij wij (ieder intern) collega projectleiders uitno digen te laten zien welke projecten lopen c.q. zijn opgeleverd en wat in die projecten ge beurt ten aanzien van verduurzaming, isolatie en circulariteit.
AFSPRAKEN 1
De corporaties gaan eind 2024/ begin 2025 hun projectmanagers en projectleiders nieuwbouw en renovatie trainen in het doen van uitvragen volgens Het Nieuwe Normaal.
Volkshuisvesting neemt hierin het initiatief.
2
De corporaties (en de gemeente voor zover zij daarin een rol hebben) gaan op basis van leerervaringen hun uitvragen voor bouwpro jecten (nieuwbouw, renovatie, onderhoud) steeds vaker doen volgens Het Nieuwe Normaal (1.0).
3
Isoleren doen de corporaties waar mogelijk met circulaire materialen met een lagere milieu-impact, zoals hergebruikte materialen of biobased alternatieven.
4
Corporaties en gemeente werken gezamen lijk aan kennisdeling ten aanzien van de lijst(en) van circulaire productgroepen of alternatieven die bruikbaar zijn bij onderhoud van woningen (en ander - ook gemeentelijk - vastgoed).
5
De corporaties en de gemeente verkennen of de nu vaak hogere investeringen anders kunnen worden beoordeeld door op een an dere manier naar het financiële plaatje kijken.
22
0 WONEN ALS FUNDAMENT Strategie IV
We willen niet dat huurders in de problemen ko men door hun maandelijkse woonlasten, daarom zetten de partijen zich in om de betaalbaarheid te waarborgen. Onze inzet is dat alle Arnhemmers woonlasten hebben die passen bij de financiële situatie van het huishouden. We willen voorko men dat huurders te hoge woonlasten hebben en daardoor in de problemen komen. Daarom werken we gezamenlijk aan het doel uit de Woonvisie dat er genoeg woning worden aangeboden voor men sen met de laagste en lagere inkomens.
Daarnaast hebben we in Arnhem al jaren perma nent aandacht voor huishoudens die ondanks alle regelingen in de problemen komen. Dan zoeken we maatwerkoplossingen. We spannen ons in om uitzettingen door huurachterstand te beperken tot een minimum.
AFSPRAKEN 1
Partijen monitoren jaarlijks welk deel van de woningen onder de verschillende aftoppingsgrenzen worden aangeboden. Het overgrote deel van de woningen blijft onder de 2e aftoppingsgrens vallen.
2
Gemeente en corporaties zetten de Aanpak Energiearmoede voort. Die is erop gericht om op kortere termijn kwetsbare huishoudens te ontzorgen in het nemen van energiebesparen de maatregelen, te adviseren over energie zuinig gedrag en financieel te helpen bij de aanschaf van duurzame producten (witgoedregeling). Wanneer corporaties huurders spreken met financiële (hulp-)vragen dan verwijzen zij door naar de regeling Goed Geregeld.
3
24
De corporaties kunnen de mogelijkheid benutten om een inkomensafhankelijke huurverhoging (IAH) door te voeren.
De corporaties maken een procesafspraak met hun huurdersorganisatie over de inkomens afhankelijke huurverhoging. Als zij vervolgens een inkomensafhankelijke huurverhoging
vragen, dan worden de daaruit voortvloeiende extra huuropbrengsten ingezet voor investerin gen, o.a. in nieuwbouw, extra verduurzaming of betaalbaarheid.
In Arnhem streven we naar vitale wijken. Daar bij is het van belang dat je goed oud kunt wor den, idealiter in of in nabijheid van je wijk, ook als je ondersteunings- of zorgvraag toeneemt.
Voor de vitaliteit is het tevens van belang dat er een goede balans is in de samenstelling van de wijk; te veel bewoners met een hulp- of ondersteuningsvraag kan de leefbaarheid onder druk zetten. De prognoses van het aantal mensen uit een urgente aandachtsgroep die op zoek zijn naar een woning zijn fors. Dat is deels het gevolg van de keuze om zorg en be geleiding zoveel mogelijk in de omgeving van de persoon te leveren. Huisvesting van deze groepen vraagt blijvende inzet van gemeente, corporaties en andere partijen. Omdat veel aandachtsgroepen zijn aangewezen op de goedkoopste woningen van de corporaties kan dit leiden tot een concentratie van kwets bare personen. Voor een goede ‘landing’ in de buurt is het van belang oog te hebben voor een gebalanceerde verdeling over de stad.
Urgente aandachtsgroepen focus op directe bemiddeling Een deel van de urgente aandachtsgroepen, zoals sociaal-medisch urgenten of mantelzorgurgenten, kan zelf met voorrang reageren op een vrijkomende woning. Bij deze urgenties ligt er geen expliciete zorg- of ondersteuningsvraag ten grondslag aan de urgentie.
Daarnaast vindt er directe bemiddeling plaats waarbij de corporaties zoeken naar een geschikte woning voor een woningzoekende uit een urgente aandachtsgroep. Hier is overwegend sprake van een zorg- of ondersteuningsvraag; iemand die uit stroomt uit beschermd wonen en nog ambulante begeleiding nodig heeft, een statushouder die nog hulp ontvangt vanuit vluchtelingenwerk etc.
S WONEN ALS FUNDAMENT • STRATEGIE IV
TOTALE OPGAVE IN BEELD In de grafiek hieronder staat de opgave in de regio weergegeven, onderverdeeld in urgent woningzoekenden en overige aandachtsgroepen en ouderen binnen de woonzorgvisie.
Jeugdhulp
385 380
Mantekorg urgenten
305
Medisch
Wettelijke urgente aandachtsgroepen/
635
per jaar
Overige aandachtsgroepen
migranten
woonzorgvisie/ per jaar
576
(Getal blauw = totaal tot 2030) Urgent woningzoekenden op basis
van huisvestingsverordening/per jaar
Extra
geclusterd
Standplaats | woonwagens
'Feitelijk daklozen' 5 I GROLNF.MElROiXXMREC.ra-DEHNiriFSTEN THUISVOORIEDEREfN'
200
Op dit moment stellen de corporaties gezamenlijk maximaal 120 woonruimtes per jaar beschikbaar voor het stedelijk verhuuroverleg waar directe bemiddeling plaatsvindt (dit is exclusief status houders, voor statushouders is er een separaat traject). Dit aantal wordt nu nog niet volledig benut. Zowel de huidige systematiek als het beschikbare aanbod voor zoekende kandidaten spelen daarbij een rol.
Het streven is dat 25% van de jaarlijkse mutaties bestemd is voor urgente aandachtsgroepen1 en 75% van de vrijkomende sociale huurwoningen wordt toegewezen aan reguliere woningzoeken den. Dit ligt in lijn met het Regionale Afspraken kader Huisvesting Aandachtsgroepen GMR.
Hierbij is aandacht voor een evenwichtige sprei ding van aandachtsgroepen over de regio en een evenwichtige lokale spreiding waarbij rekening wordt gehouden met de veerkracht van wijken.
1
De corporaties stellen maximaal 120 woon ruimtes per jaar beschikbaar voor directe bemiddeling via het Stedelijk verhuuroverleg. 10 daarvan worden jaarlijks verhuurd via het principe van Housing First. De corporaties zijn bereid de huidige samenwerking uit te breiden naar 15 verhuringen per jaar. Deze uitbreiding kan helpend zijn in de gezamenlijke inspanning van corporaties en gemeente om jongerendakloosheid voor 2028 op te lossen in de stad Arnhem.
1 Alle directe bemiddeling (statushouders, uitstroom uit jeugdhulp, beschermd wonen en maatschappelijke opvang, ex-gedetineerden) & alle urgenties. Binnen dit percentage vallen ook de inspanningen van corporaties om bij te dragen aan de opgave rond aandachtsgroepen middels doorverhuring door maatschappelijke instellingen of zorgpartij zoals een tussenvoorziening en Housing First. Daarnaast Is er oog voor de bijdrage die corporaties leveren voor aandachtsgroepen die moeilijker te monitoren zijn zoals het faciliteren van een opvang voor dakloze jongeren.
25
SAMI NWI UKlNGSAl SPUAKI N • ARNHEM 2024=2029
waarin drie statushouders een woning delen; corporaties zijn bereid in overleg dit aantal na positieve evaluatie uit te breiden.
“Het streven is dat 25% van de jaarlijkse mutaties 4
Naast inzet op een beter aanbod via directe bemiddeling kijken corporaties in de bestaan de bouw en nieuwbouw naar kansen voor toe voegen van woningen voor aandachtsgroepen.
5
De Arnhemse corporaties hervormen het bestaande Stedelijk verhuuroverleg (SVO).
Hiervoor huren zij een kwartiermaker in; de structurele coördinator voor het overleg wordt voor 50% bekostigd door de gemeente en 50% door de woningcorporaties. De coördinator van het SVO heeft een taak in het signaleren en agenderen van knelpunten zoals een mogelijke mismatch in vraag en aan bod of eventuele concentratie van plaatsin gen in bepaalde delen van de stad.
De gemeente maakt samen met de corpo raties een selectie van een beperkt aantal zorgpartijen die deelnemen aan dit overleg.
Deze partijen vormen een vast onderdeel van het SVO en krijgen een belangrijke rol in de afweging of, en onder welke begeleiding, een kandidaat klaar is om doorte stromen.
bestemd is voor urgente aandachtsgroepen en 75% van de vrijkomende
sociale huurwoningen
wordt toegewezen aan reguliere woning
zoekenden.”
2
Per 2025 spant de gemeente zich in om andere (particuliere) verhuurders te betrek ken om bij te dragen aan de huisvesting van urgente aandachtgroepen.
3
Partijen zijn het met elkaar eens dat de huisvesting van statushouders belangrijk is om hen een goede start te geven en bij te dragen aan het gemeentelijke streven naar een gastvrije stad. Partijen blijven zich inzetten voor de huisvesting van statushouders. De corporaties leveren in gezamenlijkheid een bijdrage aan het realiseren van de gemeente lijke taakstelling voor huisvesting van status houders. Corporaties stellen maximaal 10% van hun vrijkomende woningen hiervoor beschik baar. De gemeente zoekt ook naar andere oplossingen om de taakstelling te behalen. De gemeente biedt statushouders die een woning krijgen ondersteuning van Bureau Nieuwkomers van de gemeente Arnhem. In februari 2025 evalueren gemeente en woningcorporaties de in 2024 gestarte pilot van 10 woningen
26
Corporaties en gemeente (of de kwartiermaker/coördinator) werken aan een dóór ontwikkeling van intensiever en een meer wederkerig samenwerkingsverband tussen deze zorgpartijen en corporaties waarbij het belonen van goede samenwerking onderdeel is van de verdelingssystematiek onder de zorg partijen. Eind 2025 is deze dóórontwikkeling afgerond. In de ontwikkeling wordt rekening gehouden met eventuele uitbreiding naar regiogemeenten, gezien de wens die daartoe geuit is in het regionale afsprakenkader.
6
De gemeente maakt in 2025 aan een gemeentelijk planningskader huisvesting urgente aandachtgroepen. Hierin zal (onder meer) duidelijker worden welke aandachtsgroe pen in Arnhem gehuisvest moeten worden en in welke aantallen en er zal daaraan een
5 WONEN ALS FUNDAMENT • STRATEGIE IV
uitvoeringsplan 2026 worden toegevoegd.
In dit kader gaat een werkgroep analyseren aan welke soort goedkope woningen voor jongeren die uitstromen uit zorg of opvang precies nood is (zelfstandig/onzelfstandig, woningdeelconcepten, bestaande voorraad en/of nieuwbouw) en zal vervolgens nagaan welke oplossingsrichting het beste is voor het woningnoodprobleem van urgente jongeren.
Monitoring gaat hier ook een onderdeel vanuit maken. Via welk traject een urgent woningzoekende een aanvraag doet (urgentie, doorbraak, SVO) wordt meegenomen in de dóórontwikkeling van het SVO. Het komt nu voor dat personen via verschillende trajecten een aanvraag doen.
7
Urgente aandachtsgroepen die via het SVO een woning krijgen ontvangen gedurende twee jaar zorg en begeleiding (maatwerk) voor zover noodzakelijk. Zorg en ondersteuning wordt afgeschaald wanneer dit verantwoord is. Wanneer na 2 jaar blijkt dat er nog steeds zorg en begeleiding nodig is, is het aan het Sociaal wijkteam hoe continuering van zorg en/of begeleiding vorm krijgt. Ook moet er bij deelnemende zorgpartijen aan het vernieuwde SVO een achtervang zijn wanneer het wonen in een corporatiewoning niet haalbaar blijkt.
Ouderen - doorstroming naar pas send aanbod en regie op welzijn De komende jaren zet de dubbele vergrijzing door: er komen niet alleen verhoudingsgewijs steeds meer ouderen bij, ouderen worden gemiddeld genomen ook ouder. Dit brengt uitdagingen met zich mee, zeker gezien de schaarsere beroeps bevolking die uitvoering geeft aan zorg en verple ging. Ouderen blijven langer thuis wonen, ook als de zorgvraag toeneemt. Informele netwerken om elkaar te ondersteunen zijn daarmee belang rijker en moeten worden gefaciliteerd en ondersteund.
Woningen en woonvormen die aansluiten bij de behoefte van ouder wordende huurders kunnen
informele netwerken faciliteren. De behoefte aan gemeenschapszin verschilt per individu. In Arn hem streven we naar een gebalanceerd aanbod van nultredenwoningen, geclusterde woningen met ontmoeten en zorggeschikte woningen. De behoefteramingen en definities zoals door het Rijk worden gehanteerd zijn daarin leidend. Bij nieuwbouw voor ouderen hanteren corporaties echter de toegankelijkheidsdefinities levensloopgeschikt uit de huisvestingsverordening.
AFSPRAKEN 1
De corporaties brengen in 2025 in beeld hoeveel nultredenwoningen, levensloopgeschikte, rolstoeltoe- en doorgankelijke wonin gen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen zij hebben. De corporaties streven ernaar ca. 665 nultredenwoningen en ca. 165 geclusterde woningen te hebben toegevoegd in 2030. Beter inzicht in de toegankelijkheid en categorisering van de bestaande voorraad kan ook helpen het aanbiedingsproces van woningen te verbeteren. Zo kunnen woning zoekenden binnen Entree op basis van kenmer ken rond toegankelijkheid beter zoeken naar woningen. In complexen met veel ouderen onderzoeken corporaties bij geplande werk zaamheden tevens het levensloopgeschikter maken van woningen. Gemeente, corporaties en huurdersorganisaties gaan in 2025 verder met elkaar in gesprek over het thema toegan kelijkheid en de inzet van ervaringsdeskundig heid en verkennen met elkaar welke vervolg afspraken gemaakt kunnen worden voor het jaar 2026 en verder.
De corporaties experimenteren bij nieuw bouw van geclusterde wooncomplexen voor ouderen om te ontdekken hoe groot de daad werkelijke behoefte aan dergelijke geclus terde vormen is; als richtlijn hanteren zij een toevoeging van zo’n 165 woningen tot 2030.
Mocht dit in de nieuwbouw niet haalbaar zijn dan bieden de bestaande clusters voor oude ren kansen om ontmoeten te versterken.
27
SAMENWBRKINGBAFSPRAKEN • ARNHEM 2024-2029
28
5 WONEN ALS FUNDAMENT • STRATEGIE IV
2
3
Voor de opgave rondom zorggeschikte woningen zien corporaties geen grote rol voor zichzelf en geven zij graag ruimte aan meer specialistische toegelaten instellingen.
Waar concrete kansen liggen, pakken de corporaties die op. De gemeente inventari seert in 2025 welke toegelaten instellingen belangstelling hebben voor de opgave van zorggeschikte woningen en maakt met hen hierover (prestatie-)afspraken.
Voorts stellen gemeente en corporaties een werkgroep in met als opdracht te onderzoeken hoe deze intentie kan worden omgezet naar praktijk en bij welke partij(en) de specifieke verantwoordelijkheden en kosten liggen. De gemeente neemt hiertoe het initiatief. Het streven is dat in 2025 de eerste resultaten van deze opdracht bekend zijn. In de tussentijd neemt gemeente bij een aanvraag voor een scootmobiel contact met de betreffende cor poraties op om af te stemmen of hier stallings ruimte voor is.
De corporaties experimenteren met verschillende vormen van collectiviteit en gemeenschapsvorming in woonbehoefte van (sommige) ouderen of aandachtsgroepen.
Daarbij balans zoekend met het reguliere toewijzingssysteem. Wanneer er een duidelijke behoefte is aan woonvormen waarbij er wordt ingespeeld op de culturele achtergrond van bewoners onderzoeken corporaties of en hoe het passend is hier rekening mee te houden.
In 2025 verkent de gemeente samen met de corporaties, welzijns- en zorgpartijen, en ande re relevante partners een nadere invulling van het thema cultuursensitiviteit.
De gemeente financiert situationeel bij wooncomplexen voor aandachtsgroepen 50% van de woonbegeleiding, extra inzet van sociaalbeheerders/woonconsulenten of een community builder. Financiering door de gemeente kan niet structureel worden gega randeerd. Voor corporaties is het van belang dat er tenminste de eerste jaren financiering is voor het welslagen van de ambitie. 4
waaronder scootsafes of scootmobiel-hubs, te plaatsen in de nabijheid van het woonge bouw op gemeentelijke grond. Hierbij geven gemeente en corporaties eerst aandacht aan de veranderde brandveiligheidsregels in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving.
Gemeente en corporaties hebben de intentie om de stallingsmogelijkheden voor scootmobiels uit te breiden bij bepaalde wooncomplexen waar naar verwachting de (toekomstige) vraag naar scootmobiels groter is dan het beschikbare aanbod. Omdat de inpandige ruimte voor uitbreiding soms ontbreekt onderzoeken zij welke planolo gische mogelijkheden en voorwaarden er in algemene zin zijn om stallingsruimte,
Een deel van de gezinswoningen in Arnhem wordt bewoond door ouderen die daar alleen of met z’n tweeën wonen. Een goed gebalan ceerd aanbod helpt om deze ouderen te enthousiasmeren de stap naar een kleine re, passender woning te laten maken. Toch zijn er nog andere belemmerende factoren die doorstroming in de weg zitten. Door te experimenteren ontdekken we hoe we die belemmeringen weg kunnen nemen.
5
De corporaties continueren de pilot verhuiscoach in 2025. In 2025 besluiten de gemeen te en de corporaties over het voortzetten van de pilot. Daarnaast onderzoeken zij of met andere instrumenten de doorstroom kan worden bevorderd, bijvoorbeeld via een tegemoetkoming in de huur of het voorko men van dubbele maandlasten bij verhuizing.
29
6 NAWOORD: 2025 en verder
1
De voorliggende afspraken gelden voor 2025 en verder. We blijven met elkaar in gesprek om tot een goede uitvoering te komen van de afspraken. Dit betreft een blijvend gesprek op de verschillende thema’s, monitoring en het gesprek over eventuele bijstelling van afspra ken. Het initiatief tot het tripartiet overleg over prestatieafspraken - zowel bestuurlijk als in ambtelijke - ligt bij de corporaties: zij stellen de conceptagenda op en nodigen deelnemers uit. De planning van dit overleg kunnen de corporaties handig laten aansluiten op hun interne besluitvormingsprocessen.
delijk) kennis - draagt bij aan het bespoedigen van de voortgang.
Hiermee komt beter tot uitdrukking dat cor poraties (willen) bijdragen aan het woonbe leid van de gemeente en het past ook beter de wet die voorschrijft dat de corporaties verzoeken om overleg (Woningwet, art. 44).
De gemeente is trekker voor de inhoudelijk werkgroepen en regelt een contactpersoon voor de corporaties om te overleggen over het secretariaat voor de prestatieafspraken.
De gemeente organiseert het Premium Partnership overleg en het bestuurlijk benenop-tafeloverleg met de woningcorporaties.
Monitoren en actualiseren
Binnen de looptijd van deze prestatieafspraken brengen corporaties niet meer een jaarlijks bod uit. Wel worden jaarlijks de prestatieafspraken gemonitord en de uitkomsten hiervan besproken.
Als er signalen zijn vanuit de monitor of vanuit de werkgroepen dat er belangrijke thema’s spelen, dan gaan we hierover met elkaar in gesprek. Dit kan leiden tot additionele prestatieafspraken die later worden vastgesteld.
Monitoren is het verkrijgen van een gedeeld beeld om te evalueren of de aanpak nog leidt tot het de beoogde doelen. Anders weetje niet of je moet bijstellen. Als je niet weet hoe je omge ving er uit ziet, weet je ook niet wat er nodig is. Bovendien: voortgang zien, is bemoedigend!
Bij prestatieafspraken onderscheiden we twee soorten monitors: een effectmonitor en een procesmonitor.
• 2
De huurdersvertegenwoordigers onderzoe ken in 2025 hoe ze zich kunnen verenigen in één stadsbrede Huurdersorganisatie. Daarna wordt onderzocht of de huurders die niet bij een corporatie huren ook vertegenwoordigd kunnen worden. Dit zal uiteindelijk kunnen resulteren in een gezamenlijke Huurders organisatie Arnhem. Partijen spreken af om hiervoor kennis, middelen en organiserend vermogen te delen.
Informatie delen - ‘boeken open op tafel leggen’
- is van belang om te begrijpen met welke afwegingen de partijen te maken hebben en zo tot een gezamenlijk gedragen aanpak te kunnen beslissen. Het delen van informatie heeft niet tot doel het werk van de ander te controleren of over te nemen. Voor toezicht zijn er andere gremia. Het delen van informatie - en (vakinhou
30
De effectmonitor laat zien of oogmerk van de Woonvisie binnen bereik komt en de doelen worden gehaald: zoals de groei en spreiding van het aantal sociale huurwoningen, de daling van energiearmoede, het aantal ouderen dat passender is gaan wonen. Periodiek zullen de onderwerpen genoemd in hoofdstukken 2 t/m 5 onderwerp zijn van een monitor-gesprek tussen de drie partijen. Onderwerpen kunnen op verschillende momenten in het jaar plaats vinden - al naar gelang de beschikbaarheid van actuele gegevens. Een gesprek over de effecten van prestatieafspraken kan al gauw een technisch karakter krijgen.
Gemeente en woningcorporaties betrekken de huurdersorganisaties daarom ook bij de voorbereiding van de monitor-gesprekken, zodat iedereen met dezelfde verwachtingen aan dit gesprek kan deelnemen (bijvoorbeeld:
6 NAWOORD • 2025 EN VERDER
op welk detailniveau wil je het gesprek voe ren; en is de voorhanden informatie duidelijk of moet daar toelichting bij komen).
“Informatie delen boeken open op tafel
•
De procesmonitor is een periodiek moment om met elkaar na te gaan of de afgesproken strategie nog het goede pad is en of de maat regelen daaraan bijdragen. Jaarlijks wordt in het bestuurlijk overleg de voortgang in de afspraken besproken aan de hand van beide monitors en worden afspraken geactualiseerd waar nodig.
leggen-is van belang om te begrijpen met welke afwegingen de partijen te
maken hebben en zo tot
een gezamenlijk gedragen Discipline vanuit het doel, adaptief in de aanpak
aanpak te kunnen
beslissen.
Zoals ook in de inleiding is genoemd: de wereld is veranderlijk, de omstandigheden waarin we ons werk doen kunnen - zeg maar gerust: zullen
- wijzigen. En lang niet altijd is dat te voorzien.
Maar we weten waar we uit willen komen: dat is ons oogmerk. Het zal bij meerjarige prestatieaf spraken vóórkomen dat we ons moeten afvragen of onze afgesproken aanpak nog wel de juiste is.
We hebben een open houding en we mogen ons de vraag stellen: doen we de goede dingen, en doen we de dingen goed?
31
SAM6NWERKINGSAFSPRAKÊN • ARNHEM 2024-2029
ONDERTEKENING PRESTATIEAFSPRAKEN
32
SAMENWERKINGSAFSPRAKEN Gemeente Arnhem, Volkshuisvesting, Vivare, Portaal, HOVAR en HOP
Prestatieafspraken ■ Arnhem 2025-2029
SAMEN WERKINGSAFSPRAKEN Arnhem 2025-2029
Bron: raadsinformatie van de gemeente Arnhem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.