31 mei 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Barneveld

Beleidskader inclusie.pdf

Een raadslid stelde op 31 mei 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Barneveld (3 vragen).

In het kort

3 vragen en wat het college antwoordt

  • Bent u het met ons eens dat “respecteren van diversiteit” beter past bij dit beleidsstuk? → Het college is van mening dat iedereen moet kunnen meedoen aan de samenleving.
  • Er zijn slechts 9 reacties binnengekomen als input voor dit beleid. → Het college heeft ervoor gekozen om de participatie breed in te zetten.
  • Hoe zorgt het college ervoor dat we meer verschillende groepen betrekken bij inclusiemonitor? → De inclusiemonitor is een instrument om beschikbare meetgegevens rondom inclusie gestructureerd op een rij te zetten.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Memo

Datum: 22 mei 2023 Onderwerp

Beantwoording vragen over Beleidskader Inclusie

Ter attentie van:

Raadslid F. van der Lubbe

Afzender:

College (De cursieve tekstgedeelten zijn vragen of opmerkingen van raadslid V.d. Lubbe.) Allereerst de titel. Meedoen is vanzelfsprekend. Als er een ding duidelijk wordt uit de cijfers is dat meedoen helemaal niet vanzelfsprekend is. Bovendien is meedoen wat Pro’98 betreft niet altijd het doel van inclusie. Het respecteren van diversiteit is dat wel.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Bent u het met ons eens dat “respecteren van diversiteit” beter past bij dit beleidsstuk?

Antwoord van het college

Het college is van mening dat iedereen moet kunnen meedoen aan de samenleving. Dat zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn. Dat is het echter niet (altijd). Dat is het college met u eens. Om die vanzelfsprekendheid uit te dragen, is juist voor de titel ‘Meedoen is vanzelfsprekend’ gekozen. Juist daarin zit de grondgedachte om uitsluiting te voorkomen. Zowel de fysieke als de sociale belemmeringen worden hierin meegenomen. Het alleen respecteren van diversiteit vinden we een te beperkte benadering.

Het college kiest in het beleidskader ervoor op sommige vlakken heel concreet te houden en andere groepen niet of nauwelijks te benoemen. Pro’98 is er niet gerust op dat met dit beleidskader er een evenwichtige inclusieagenda gaat ontstaan.

Vraag 2

Er zijn slechts 9 reacties binnengekomen als input voor dit beleid. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat als input voor de agenda meer groepen, inwoners worden bereikt?

Antwoord van het college

Het college heeft ervoor gekozen om de participatie breed in te zetten. Met diverse maatschappelijke organisaties, adviesraden en inwoners zijn gesprekken gevoerd om input op te halen. De input die dit opgeleverd heeft is verwerkt in het beleidskader.

De negen reacties waar u aan refereert zijn binnengekomen na een oproep (in de Barneveldse krant en op social media) aan onze inwoners om input te geven voor het inclusie-beleid. We gaan een dergelijke oproep herhalen. Dan kan het input geven voor de jaarlijkse lokale inclusie agenda.

Een belangrijk doel in het beleidskader is bewustwording. Het is belangrijk om aan onze inwoners de boodschap van inclusie mee te geven en om rekening te houden met de ander. Dit vraagt om een concretiseringsslag die we in de lokale inclusie agenda’s gaan opnemen. Onder meer denken we aan het regelmatig inzetten van communicatiekanalen en ook het laten zien van goede voorbeelden in onze gemeente om de bewustwording te vergroten.

Vraag 3

Hoe zorgt het college ervoor dat we meer verschillende groepen betrekken bij inclusiemonitor?

Antwoord van het college

De inclusiemonitor is een instrument om beschikbare meetgegevens rondom inclusie gestructureerd op een rij te zetten. We monitoren hiermee de meetgegevens en ontwikkelingen voor de komende

jaren. De opgenomen inclusie monitor is een eerste opzet, we gaan deze de komende jaren verder ontwikkelen en versterken. Bewustwording van inclusie kan gedaan worden door het voeren van kwalitatief onderzoek door middel van gesprekken. We zetten niet in op specifieke groepen, maar kijken naar de resultaten van bewustwording bij onze inwoners in het algemeen.

4. In het beleidskader staat dat om tot een inclusie agenda te komen er wordt gesproken met de gehandicaptenraad en het interne actieteam. Hoe voorkomt het college dat wederom de nadruk op fysieke beperking komt te liggen in de uitvoeringsagenda.

Op p.21 van het Beleidskader hebben we aangegeven dat we voor het bevorderen van sociale inclusie een orgaan of werkgroep willen opzetten die hierover voorstellen uitwerkt. Hiervoor zijn al gesprekken gaande met mogelijke kandidaten voor deze werkgroep.

Het interne actieteam houdt zich niet alleen met de fysieke toegankelijkheid bezig, maar ook met sociale inclusie en bewustwording.

5. Is het college bereid om ook met andere organisaties die andere groepen vertegenwoordigen te praten in voorbereiding op de agenda?

Daartoe is het college bereid.

6. Het college geeft aan de raad te willen consulteren in het vervolg. Kunnen wij als raad dan nog kaders meegeven voor dit beleidskader?

Het Beleidskader wordt ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.

Het college is bereid de raadscommissie Samenleving te consulteren over de Lokale Inclusie Agenda 2023. Hierna wordt de jaarlijkse lokale inclusie agenda ter informatie naar de gemeenteraad gestuurd.

In de agenda staat op welke acties het komende jaar ingezet wordt. Daarnaast is ook een evaluatie van het voorgaande jaar opgenomen. Hiermee houden wij u van de voortgang op de hoogte.

7. In figuur 1 zijn op een hele overzichtelijke manier de verschillende groepen weergegeven waar wij als Pro’98 aan denken als het gaat om inclusie. Hoe gaat het college zorgen dat deze groepen een plek gaan krijgen in de uiteindelijke inclusieagenda en hoe zorgt het college ervoor dat deze groepen zich herkennen in dit inclusiekader?

Inclusie is een breed thema. In figuur 1 worden factoren genoemd die de diversiteit van mensen in de samenleving naar voren laten komen. Jaarlijks zullen we keuzes moeten maken binnen het beleidskader inclusie waar op ingezet gaat worden. De input wordt daarvoor verkregen van onder meer de Gehandicaptenraad en de werkgroep sociale inclusie (hoofdstuk 7). Dit gelet op de beschikbare (ambtelijke) capaciteit en de beschikbare (financiële) middelen.

8. Als het gaat om bijvoorbeeld eenvoudige taal, financiële uitsluiting, leeftijdsgebonden discriminatie en culturele uitsluiting, dan missen wij echt kaders in dit stuk. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat deze groepen wel een plek krijgen in de verdere uitwerking?

Dit zijn onderwerpen die naar het oordeel van het college onder de sociale inclusie vallen. We verwijzen hiervoor ook naar figuur 1. Bij de sociale inclusie hebben we opgemerkt dat we hier onderzoek naar gaan doen (p.18).

Als het gaat om eenvoudige taal merken wij op dat wij al diverse activiteiten ondernemen om begrijpelijke taal toe te passen en inclusiviteit te bevorderen. Denk aan beleidsmatige activiteiten, zoals het ontwikkelen en vaststellen van een plan van aanpak laaggeletterdheid. Denk aan projectmatige activiteiten, zoals project Begrijpelijke Taal (alle brieven worden geschreven in begrijpelijk taal). En denk tenslotte aan gemeentelijke voorzieningen, zoals het Taalhuis dat in de bibliotheek is gevestigd.

Het college geeft in het beleidskader aan dat het college niet aan doelgroepenbeleid doet. Dat begint zo langzamerhand een semantische discussie te worden die concreet beleid maken in de weg zit.

2

9. Is het college het met Pro’98 eens dat er wel degelijk aan doelgroepenbeleid wordt gedaan, bijvoorbeeld voor minima, statushouders of mensen met een fysieke handicap?

Doelgroepen beleid heeft het risico in zich van stereotypering (juist bijdragen aan het versterken van vooroordelen). We vinden het belangrijk om beleid te voeren dat inwoners samenbrengt ipv ze op te splitsen in bepaalde doelgroepen. Het beleid richt zich daarom op alle inwoners en maken we geen doelgroepenbeleid.

10. In dezelfde alinea geeft het college aan dat het college wel kijkt naar aandachtsgroepen die extra aandacht nodig hebben. Wat is volgens het college het verschil tussen beleid voor aandachtsgroepen en doelgroepenbeleid?

De aandachtsgroepen die we op p.18 van het Beleidskader hebben genoemd, vragen om extra aandacht binnen het beleidskader inclusie en kijken we welke acties kunnen ontwikkelen voor deze aandachtsgroepen (die acties kunnen worden opgenomen in de Lokale Inclusie Agenda). Het gaat hier om het mogelijk wegnemen van eventuele hindernissen voor een specifieke groep inwoners die het gelijkwaardig en volwaardig meedoen aan de samenleving in de wegstaan. Dat wil niet zeggen dat hier een specifiek doelgroepenbeleid voor gemaakt wordt.

11. Is het college bereid dit selectief ingezette argument los te laten om juist heel gericht per doelgroep acties te kunnen ontplooien?

Figuur 1 De gerichte acties per aandachtsgroep is een uitwerking van het beleidskader en krijgt een plek in de Lokale Inclusie Agenda. Welke gerichte acties opgepakt worden zal in overleg tot stand komen met input uit de samenleving, hier worden ook de prioriteiten jaarlijks bepaald. Voor de Lokale Inclusie Agenda 2023 consulteren we zoals toegezegd de raadscommissie Samenleving.

12. Bij doelstelling C zou Pro’98 verder willen gaan dan het raadsvoorstel. Bewustwording over inclusiviteit is stap 1, maar het respecteren ervan gaat een stap verder. Wij overwegen met een amendement te komen om C te wijzigen in ‘Het stimuleren van respect voor inclusie en diversiteit’.

Hoe kijkt het college hiernaar?

3

Het college vindt het vanzelfsprekend van belang dat in ons dagelijks handelen sprake is van wederzijds respect in onze samenleving. Daar waar dit onvoldoende aanwezig is, zullen wij daarop acteren.

13. Er wordt in hoofdstuk 1 keurig uitgelegd wat het verschil is tussen integratie en inclusie. Bij integratie mogen personen meedoen mits ze zich aanpassen. Het verbaast ons dat verder in het beleidskader onderaan pagina 18 wordt gesproken over het integreren van de LHBTIQA+ gemeenschap in onze samenleving. Ik ga ervan uit dat dit een foutje is en dit in de definitieve versie wordt aangepast naar inclusie. Is dat een juiste constatering?

Deze aandachtsgroep valt ook onder inclusie. Het college constateert op dit moment dat er sprake is van het negeren van deze groep of soms het uitsluiten van de groep. Er is gesproken met vertegenwoordigers van de groep, zij geven aan dat hun behoefte op dit moment ligt bij integratie vanwege de behoefte aan een eigen ontmoetingsplek.

In paragraaf 5.1.2 wordt gesproken over ‘de Barneveldse identiteit’ en dat deze identiteit zou verklaren dat Barneveld lager scoort bij het accepteren van homoseksualiteit. Meer dan de helft van de Barnevelders vindt een relatie tussen twee mensen van hetzelfde geslacht prima.

14. Is het college het met mij eens dat er dus geen sprake is van een Barneveldse identiteit, maar juist van een grote verscheidenheid?

Het college is het met u eens dat er sprake is van een grote verscheidenheid, dat weerspiegelt zich bijvoorbeeld ook in de gemeenteraad. Daarnaast zijn er bepaalde karakteristieken van de Barneveldse samenleving (vanuit de historie) Hiermee hebben wij het woord ‘identiteit’ bedoeld.

15. Bedoelt het college wellicht dat de identiteit van een deel van de Barnevelders zorgt voor een lager percentage en is het college bereid dit in het beleidskader aan te passen in het kader van inclusiviteit?

Zie antwoord op vraag 14.

4

Bekijk de brief: Beantwoording raadsvragen inzake Beleidskader inclusie.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Barneveld (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Barneveld

Alle artikel 35-vragen in Barneveld