brandveiligheid en duurzaamheid (2)
Een raadslid stelde op 3 december 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Barneveld (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- Hoe neemt de gemeente Barneveld de signalen uit de brief van de Brandweer Gelderland-Midden mee in haar beleid rond duurzaamheid, woningbouw en energietransitie? → Ontwikkelingen in bouwmethoden, toepassing van biobased bouwmaterialen en praktijkervaringen worden actief gevolgd en gedeeld met de brandweer, zodat daar extra aandacht aan gegeven kan…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Raadhuisplein 2 Postbus 63 3770 AB Barneveld Telefoon 14 0342 Internet www.barneveld.nl Whatsapp 0342495902
Datum: 6 januari 2025 Ons kenmerk:
Uw bericht van: 2 december 2025 Organisatieonderdeel:
Team Veiligheid, Vergunningen en Toezicht Behandeld door:
S. van de Maat Telefoonnummer: 06-11329972 Onderwerp:
Beantwoording schriftelijke vragen t.a.v. brandveiligheid en duurzaamheid
Geachte heren Wijnne en Van der Tang, Op 2 december heeft u, namens uw fractie SGP, schriftelijke vragen gesteld op grond van artikel 42 van de Organisatieverordening van de gemeenteraad. Het onderwerp van uw vragen betreft brandveiligheid en duurzaamheid.
Beantwoording vragen
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe neemt de gemeente Barneveld de signalen uit de brief van de Brandweer Gelderland-Midden mee in haar beleid rond duurzaamheid, woningbouw en energietransitie?
Antwoord van het college
Ontwikkelingen in bouwmethoden, toepassing van biobased bouwmaterialen en praktijkervaringen worden actief gevolgd en gedeeld met de brandweer, zodat daar extra aandacht aan gegeven kan worden. 2.
Is er binnen het gemeentelijk beleid specifiek aandacht voor brandveiligheid bij duurzame (biobased) bouwconcepten, renovatieprojecten en toepassingen rond energieopwekking en opslag (zoals zonnepanelen, accu’s, warmtepompen)?
Antwoord:
De bouw- en brandveiligheidsvoorschriften zijn vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en worden landelijk vastgesteld door het Rijk. Het college heeft geen bevoegdheid, conform artikel 121 Gemeentewet, om aanvullende of strengere technische eisen op te leggen bovenop deze landelijke voorschriften.
Wel moet de gemeente in haar rol als vergunningverlener c.q. bevoegd gezag erop toezien en toetsen dat deze eisen worden nageleefd en laat zich daarbij adviseren door de brandweer. 3.
Hoe en in welke fase wordt de brandweer betrokken bij beleidsontwikkeling, ruimtelijke plannen, bouwinitiatieven en renovatieplannen binnen onze gemeente?
Antwoord:
Bij beleidsontwikkeling wordt een participatiescan opgesteld. Benodigde ketenpartners worden vanuit de participatiescan om advies gevraagd, waarvan Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) een ketenpartner is voor een adviesaanvraag. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen,
bouwinitiatieven en renovatieplannen wordt ook advies gevraagd van de brandweer via VGGM. Dit advies wordt meegenomen bij de behandeling en beoordeling. 4.
De brandweer wijst op verhoogde risico’s bij het gebruik van biobased (brandbare) bouwmaterialen, zoals snellere branduitbreiding en grotere rookontwikkeling. Op welke wijze worden deze risico’s meegenomen bij het beoordelen van nieuwe woningbouwprojecten in Barneveld?
Antwoord:
Het Bbl is materiaalneutraal. Alle bouwmaterialen, inclusief biobased producten, moeten voldoen aan dezelfde wettelijke brandveiligheidseisen. Deze eisen omvatten onder andere brandwerendheid, rookwerendheid en compartimentering en zijn juridisch verankerd in het Bbl en de bijbehorende NEN-normen (zoals NEN 6065– 6069 en Eurobrandklassen volgens EN 13501-1).
Er is een norm in ontwikkeling (NTA 6125) die aanvullende richtlijnen geeft voor brandveiligheid bij houtbouw en biobased toepassingen. De NTA 6125 beoogt, op basis van gedegen onderzoek, via maatregelenpakketten handvatten te bieden aan bouwers en bevoegd gezag om massieve houtbouw dezelfde brandveiligheid te geven als traditionele (steenachtige) bouw. Daarnaast blijkt uit onderzoek van Nieman (2022) dat al veel biobased materialen voldoen aan de technische eisen vanuit het Bbl en dus aan dezelfde eisen voldoen als traditionele bouwmaterialen. 5.
Worden ontwikkelaars en bouwers binnen de gemeente actief gewezen op brandveiligheidsaspecten bij biobased bouwen?
Antwoord:
Nee, zie beantwoording vraag 4. 6.
Hoe beoordeelt het college de geschiktheid van de huidige bouw- en brandveiligheidsvoorschriften om nieuwe bouwvormen voldoende veilig te houden?
Antwoord:
Het Bbl is risicogericht en biedt ruimte voor maatwerk via kwaliteitsborging en aanvullende gebruiksvoorschriften. Op dit moment acht het college deze voorschriften in beginsel geschikt om nieuwe bouwvormen voldoende veilig te houden, mits zorgvuldig wordt getoetst en geadviseerd en er oog blijft voor de snelheid van ontwikkelingen en innovatie in de bouw ten opzichte van landelijke regelgeving en normeringen. 7.
In de brief wordt gewezen op “congestie van infrastructuur”, zoals smallere wegen en autoluwe wijken. Hoe borgt de gemeente dat nieuwe of heringerichte woongebieden goed bereikbaar blijven voor hulpverleningsvoertuigen?
Antwoord:
Wij hanteren ontwerpcriteria voor infrastructuur die onder andere gebaseerd zijn op de benodigde ruimte voor hulpverleningsvoertuigen en vuilniswagens. Daarnaast proberen wij het parkeeraanbod en de parkeervraag zo goed als mogelijk op elkaar te laten aansluiten zodat de kans op ongewenst parkeergedrag en belemmering van onder andere hulpdiensten tot een minimum wordt beperkt. Waar er desondanks sprake is van het blokkeren van de doorgang, kan de gemeente hiertegen
handhavend optreden. Borgen dat hulpdiensten te allen tijde ergens kunnen komen, kunnen wij niet. Daarvoor zouden wij altijd en overal toezicht moeten houden.
De zorg van de brandweer zit met name bij ‘stapelende factoren’, de combinatie van smallere infrastructuur en het verlagen van rijsnelheden, waar we in de samenwerking met VGGM nog winst kunnen behalen door een kaart voor hoofdaanrijroutes voor hulpdiensten op te nemen en vast te stellen. 8.
De brandweer geeft aan dat de invoering van de wet kwaliteitsborging voor het bouwen leidt tot minder betrokkenheid van de brandweer in de toetsings- en toezichtfase. Hoe borgt het college dat brandveiligheid toch voldoende wordt getoetst en geborgd bij nieuwe bouwprojecten?
Antwoord:
De brandveiligheid van bouwprojecten die onder de Wet kwaliteitsborging vallen wordt tijdens de toezichtfase uitgevoerd door private kwaliteitsborgers en valt niet meer onder de bevoegdheid van het College. Hiervoor stellen de kwaliteitsborgers een borgingsplan op hoe tijdens de bouwfase wordt gecontroleerd zodat een bouwproject kan voldoen aan de bouwregelgeving uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Minimaal vier weken voordat met de technische uitvoering van een bouwproject wordt begonnen dient de initiatiefnemer een bouwmelding in te dienen dat hij wil starten met de bouwwerkzaamheden. Onderdeel van deze bouwmelding is het door de private kwaliteitsborger opgestelde borgingsplan. Indien het borgingsplan door de Omgevingsdienst de Vallei akkoord wordt bevonden wordt de melding geaccepteerd en kan gestart worden met de werkzaamheden. Vanaf dat moment gaat de private kwaliteitsborger toezicht houden tijdens de bouwwerkzaamheden.
Waar de zorgen van de brandweer liggen, is dat op dit moment de Wkb momenteel uitsluitend van toepassing op nieuwbouw in gevolgklasse 1. De gevolgklasse 2 (middelgroot risico gebouwen) en 3 (hoog risico gebouwen: gezondheidszorg en gebouwen waar veel mensen samenkomen) zullen naar verwachting in 2029 worden ingevoerd. Bij dit type bouwwerken is de vroegtijdige betrokkenheid van de brandweer in het ontwerpproces belangrijk om een juiste balans te ontwerpen in brandpreventieve maatregelen en de repressieve inzet van de brandweer. Nu wordt beoogd dat die werkzaamheden vanaf 2029 worden uitgevoerd door private kwaliteitsborgers ontstaat er een ongewenste scheiding tussen brandpreventie en brandrepressie.
In de al bestaande jarenlange situatie, zoals hierboven omschreven, kan de brandweer risico’s tijdig beïnvloeden, terwijl binnen het proces van de Wkb de betrokkenheid achteraf plaatsvindt via het borgingsplan van de kwaliteitsborger. In de toekomst is de brandweer minder in staat om de repressieve dienst goed voor te bereiden op nieuwe veiligheidsrisico’s. 9.
Welke afspraken bestaan er tussen de gemeente en de brandweer over advies en toezicht onder het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging?
Antwoord:
Door de komst van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen zijn de afspraken tussen gemeente en de brandweer niet gewijzigd. De Wkb is immers een wettelijk instrumentarium waaraan medeoverheden uitvoering aan moeten geven. Wel hebben gemeenten, omgevingsdiensten en de brandweer een signalerende functie
naar elkaar met betrekking tot bijzondere gebouwen of bouwmethoden. Ook als er vanuit de gemeente of de omgevingsdienst vragen zijn over een kwaliteitsborgingstraject of -rapport, zal de brandweer om advies worden gevraagd.
Ook in dergelijke situatie wordt de brandweer achteraf betrokken. Juist het ontbreken van structurele betrokkenheid in de ontwerp- en uitvoeringsfase wordt als grootste zorg gezien, doordat een disbalans ontstaat tussen brandpreventieve voorzieningen enerzijds en de repressieve inzet van de brandweer anderzijds.
10. Binnen de energietransitie zien we een toenemend gebruik van thuisaccu’s (voor zonnepanelen) en de ontwikkeling van buurtaccu’s of energiehubs. Op welke wijze houdt het college toezicht op de brandveiligheid van deze installaties binnen de gemeente Barneveld?
Antwoord:
Een buurtbatterij valt onder een Energie Opslag Systeem (EOS). Hier geldt de PGS 371 richtlijn voor. Mocht er een EOS geplaatst gaan worden dan zal hier een melding van gemaakt moeten worden door de eigenaar of eigenaren en wordt hier een maatwerkvergunning voor gemaakt. PGS 37-1 is een richtlijn voor de veilige opslag van elektriciteit in EOS. Deze richtlijn legt vast hoe er op een veilige manier moet worden omgegaan met 'grote batterijen'. De PGS 37-1 gaat begin 2026 wettelijk in het Besluit activiteiten leefomgeving (bal) worden opgenomen, met formele consultaties rond maart 2026 en een mogelijke inwerkingtreding per 1 juli 2027 of 2026, hoewel de planning kan schuiven. Tot die tijd kan PGS 37-1 al via vergunningen of zorgplicht worden toegepast. Toezicht wordt hierop gehouden door de Omgevingsdienst de Vallei (OddV).
Verder geldt voor (thuis)batterijen tot 20 kWh de Verordening algemene productveiligheid. In de Europese batterijenverordening, die sinds 2023 van kracht is, zijn eisen gesteld waaraan een batterij moet voldoen. Alle in Europa verkochte batterijen dienen te zijn voorzien van een CE certificering waarin normen staan over brandwerendheid en rookdichtheid. Thuisbatterijen tot 20 kWh zijn vergunningsvrij en daarom kan de gemeente hier geen toezicht op houden.
11. Zijn er binnen Barneveld reeds incidenten of bijna-incidenten bekend met accu’s of opslaginstallaties, en zo ja, wat is daarvan geleerd?
Antwoord:
Bij ons zijn geen (bijna-)incidenten bekend.
12. In appartementsgebouwen zijn er in de gemeenschappelijke bergingen vaak geen stroomvoorzieningen. Dit betekent dat fietsaccu’s moeten worden opgeladen in het appartement. Op welke manier kunnen we borgen dat het opladen van accu’s in appartementsgebouwen veilig kan plaatsvinden?
Antwoord:
Sinds 1 juli 2024 bepaalt het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) dat vluchtroutes in woongebouwen – zoals gangen, galerijen en trappenhuizen – altijd vrij moeten blijven van brandbare obstakels. Het stallen en opladen van voertuigen met accu’s, zoals scootmobielen en elektrische fietsen, is daarom in deze gemeenschappelijke ruimtes niet toegestaan. Dit voorkomt dat brandbare objecten de vluchtmogelijkheden belemmeren en vermindert het risico op brand door accu’s.
Het opladen van accu’s mag uitsluitend plaatsvinden binnen de eigen woning of in een speciaal ingerichte brandveilige berging (dit zijn in de regel beide afzonderlijke
brandcompartimenten). Daarnaast is er een Handreiking Scootmobielen in woongebouwen van Brandweer Nederland.
13. De brandweer nodigt gemeenten uit om “vroegtijdig de dialoog aan te gaan” over toekomstige veiligheidsrisico’s. Heeft het college hier al invulling aan gegeven of is dat gepland?
Antwoord:
Formeel zijn hier nog geen stappen op ondernomen, omdat de gemeente ten aanzien van brandveiligheids- en duurzaamheideisen in de gebouwde omgeving uitvoering geeft aan wettelijke verplichtingen. De gemeente heeft geen mogelijkheden tot aanvullend beleid op deze gebieden. Desalniettemin ligt er wel een gezamenlijke opgave bij de uitwerking van de Omgevingsvisie als gemeente en brandweer (VGGM). Gezien de vaststelling van de Omgevingsvisie 2040 in juli 2025 wordt hier de komende periode uitvoering aan gegeven. Zie antwoord ook bij vraag 14.
14. Is het college bereid om samen met de brandweer en wellicht de netbeheerder te komen tot een actieplan “Brandveiligheid & Energietransitie”, waarin preventie, toezicht en samenwerking structureel worden versterkt?
Antwoord:
De brandweer wordt met de inwerkingtreding van de Wkb voor het bouwen niet meer vroegtijdig betrokken in het ontwerpproces om een juiste balans te ontwerpen in brandpreventieve maatregelen en de repressieve inzet van de brandweer.
Hiermee ligt een gezamenlijke opgave van de gemeente en de brandweer om brandveiligheid meer te verankeren in het omgevingsplan.
Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen SGP over brandveiligheid en duurzaamheid (2)
Bron: raadsinformatie van de gemeente Barneveld (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.