16 maart 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Barneveld

fietsstructuur

Een raadslid stelde op 16 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Barneveld.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Telefoon Internet Whatsapp

Raadhuisplein 2 Postbus 63 3770 AB Barneveld 14 0342 www.barneveld.nl 0342495902

Fractie van de ChristenUnie t.a.v. de heer Wijmenga en mevrouw De Kwant

Datum: 14 april 2026

Beste heer Wijmenga en mevrouw De Kwant,

Ons kenmerk: 802730

U hebt schriftelijke vragen gesteld, op grond van artikel 41 van de Organisatieverordening van de gemeenteraad, over het B&W besluit B&W betreft het GVVP Maatregelenpakket 2026 en de Verkeersveiligheidsrapportage.

Uw bericht van: 16 maart 2026 Organisatieonderdeel:

Team Beleid Leefomgeving Behandeld door:

E. Elgersma Telefoonnummer: 0342495996 Onderwerp:

Beantwoording schriftelijke vragen GVVP maatregelenpakket

Vraag 1: Kan in voorbereiding op het programma bereikbaarheid de gewenste fietsstructuur in kaart worden gebracht (conform de motie) eventueel in samenhang met andere verkeersmodaliteiten?

Antwoord: In de commissievergadering Samenleving van 25 februari jl. heeft wethouder Pluimers-Foeken in reactie op de vragen van de heer Wijmenga aangegeven dat het college juist in het beleidsprogramma bereikbaarheid een integrale uitwerking wil beschrijven van alle modaliteiten. Keuzes met betrekking tot het fietsnetwerk hangen samen met keuzes met betrekking tot het netwerk voor lopen, OV en auto. Vanwege die samenhang en vanwege het efficiënt besteden van onze beschikbare uren vinden wij het niet logisch om hier vooruitlopend mee te starten.

Vraag 2: Kunnen hierbij de door ons ingebrachte ideeën met betrekking tot deze fietsstructuur worden meegenomen, evenals het onderzoek van de Fietsersbond’?

Antwoord: In het kader van het programma bereikbaarheid wordt een participatietraject voorbereid waarbij verschillende belanghebbenden en de gemeenteraad worden betrokken. We kijken daarbij ook naar al beschikbare informatie uit eerdere initiatieven of onderzoeken (waaronder die van u) en op welke manier dit kan bijdragen aan een nog op te stellen fietsstructuur. Het moment waarop participatie plaatsvindt en hoe belanghebbenden hun input kunnen leveren zal wordt getoetst aan de hand van het gemeentelijke participatiebeleid.

Vraag 3: Hoe zal de raad worden betrokken bij de totstandkoming van het programma bereikbaarheid?

Antwoord: De gemeenteraad heeft de omgevingsvisie vastgesteld. Dit betekent dat de raad de ambities voor de fysieke leefomgeving heeft bepaald en vastgelegd in de visie. Voor mobiliteit zijn deze te vinden onder hoofdopgave ‘Bereikbaarheid nu en in de toekomst’. In de omgevingsvisie staat dat de raad een kaderstellende rol heeft richting de beleidsprogramma’s. Dit houdt in dat de raad vooraf kaders vaststelt waarbinnen het college de beleidsprogramma’s moet opstellen. Naast het vaststellen van de kaders, zal de gemeenteraad ook worden geconsulteerd voordat het programma wordt vastgesteld door het college. Het college heeft de bevoegdheid om het programma vast te stellen, maar het budgetrecht ligt bij de raad.

Op dit moment wordt gewerkt aan een roadmap waarin de doorwerking van de omgevingsvisie wordt geschetst. Op 3 februari jl. is hierover een raadsmemo verstuurd en de raadswerkgroep Omgevingswet is hier op 9 februari jl. over bijgepraat. Met de roadmap zal uiteindelijk meer inzicht worden gegeven in de fasering van de verschillende programma’s. De gemeenteraad zal hier t.z.t. over worden geïnformeerd.

Pagina 2 van 2

Vraag 4: Hanteert de gemeente STOMP als leidend principe voor het programma bereikbaarheid? De wethouder sprak over een realistische benadering: wat betekent dit concreet?

Antwoord: In de Omgevingsvisie Barneveld 2040 is opgenomen dat gemeente Barneveld bij het ontwikkelen van nieuwe wijken voorrang geeft aan duurzame mobiliteitskeuzes volgens het STOMP-principe. Dat wil zeggen dat de mogelijkheden voor lopen en fietsen voor de korte afstanden als eerste aandacht krijgen.

Vervolgens wordt gekeken naar het aanbod van openbaar vervoer en deelmobiliteit en tot slot de privéauto. Tegelijkertijd beseffen we ons dat de afhankelijkheid van een (privé)auto in kleinere kernen en het buitengebied relatief groot zal blijven, als gevolg van een beperkt aanbod van het openbaar vervoer. Daarom zullen alle modaliteiten een belangrijke rol blijven behouden. In het kader van het programma bereikbaarheid wordt concreet uitgewerkt op welke manier per gebied het STOMP principe wordt uitgewerkt en wat dit inhoudt voor onze gemeente.

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders, {{esl:Signer1:signature:size(150,50)}} {{esl:Signer2:signature:size(150 W. Wieringa J. van der Tak secretaris burgemeester

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen ChristenUnie over fietsstructuur

Bron: raadsinformatie van de gemeente Barneveld (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Barneveld

Alle artikel 35-vragen in Barneveld