6 mei 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Barneveld

Omgevingsvergunning Brons

Een raadslid stelde op 6 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Barneveld (14 vragen).

In het kort

14 vragen en wat het college antwoordt

  • Hoe rijmt het college de conclusie dat een geurbelasting van 1,30 ouE/M³ aanvaardbaar is met de wetenschap dat de streefwaarde voor een rustige woonwijk eigenlijk op 0,7… → Graag een toelichting.
  • Op welke manier gaat de gemeente of de omgevingsdienst controleren of het eiwitgehalte in het rundveevoer daadwerkelijk onder de 15,5% blijft, aangezien overschrijding… → Zoals bij het antwoord op vraag 1 is aangegeven, zijn GS het bevoegd gezag ten aanzien van het bedrijf.
  • a. → Wordt het probleem mogelijk niet gewoon verplaatst naar een andere woonwijk?
  • Waarom wordt er ingestemd met piekgeluiden van vrachtwagens tot 68 dB(A) in de nachtperiode, terwijl de algemene richtwaarde voor een rustige woonwijk op 60 dB(A) ligt? → Acht u dit aanvaardbaar en waarom?
  • Hoe wordt het maximaal aantal toegestane vrachtwagenbewegingen (bijvoorbeeld 34 ritten voor route 6a in de dagperiode) gecontroleerd en gehandhaafd? → Zie het antwoord op vraag 1.
  • Is er onderzoek gedaan naar de visuele impact van de verhoging van de erfafscheiding naar 7 meter op het straatbeeld en de aangrenzende woningen? → Kortom, is de beeldkwaliteit wel aanvaardbaar?
  • In hoeverre is de norm van 2 mg/Nm³ voor fijnstofuitstoot en hoe vaak vindt er onafhankelijke monitoring plaats om te borgen dat de doekenfilters optimaal blijven werken? → In hoeverre gaat er handhaving plaatsvinden?
  • Hoe borgt het college dat de afname van de stikstofemissie, zoals gesteld in de aanvraag, ook op de lange termijn wordt vastgehouden als de productie efficiëntie… → Zie het antwoord op vraag 1.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Raadhuisplein 2 Postbus 63 3770 AB Barneveld Telefoon 14 0342 Fax (0342) 495 376 E-mail [email protected] Internet www.barneveld.nl

Raadsfractie Lokaal Belang De heer S. van Amerongen

Geachte heer Van Amerongen, Datum:

Ons kenmerk: 812993 Uw brief van: 5 mei 2025 Organisatieonderdeel:

Leefomgeving Behandeld door:

S. Hoekstra Doorkiesnummer: (0342) 495 341 e-mail: [email protected] Onderwerp: raadsvragen

Op 5 mei 2026 heeft uw fractie op grond van artikel 41 van de Organisatieverordening schriftelijke vragen gesteld over het ontwerpbesluit voor de omgevingsvergunning van Brons Mengvoeders B.V. aan de Molenweg te Voorthuizen.

Raadsvragen Met betrekking tot geur en luchtkwaliteit:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Hoe rijmt het college de conclusie dat een geurbelasting van 1,30 ouE/M³ aanvaardbaar is met de wetenschap dat de streefwaarde voor een rustige woonwijk eigenlijk op 0,7 ouE/m³ ligt?

Antwoord van het college

Graag een toelichting.

De gemeente Barneveld heeft oog voor de belangen van al haar inwoners, bedrijven en andere partijen in de gemeente. Wij moeten ons daarbij echter wel houden aan de bevoegdheidsverdeling, zoals die wettelijk is vastgelegd. Gedeputeerde Staten van Gelderland (GS) zijn het bevoegd gezag wat betreft de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving met betrekking tot Brons Mengvoeders B.V. en zijn daardoor ook verantwoordelijk voor de procedures die in dat kader gevoerd worden en de inhoudelijke afwegingen die daarin gemaakt worden.

Hoewel wij de zorgen die bij u en de omwonenden leven begrijpen, moeten wij ons aan deze bevoegdheidsverdeling houden. Recent hebben GS de ontwerpvergunning voor het bedrijf ter inzage gelegd. Een ieder kan hierop een zienswijze kenbaar maken.

Wij vertrouwen erop dat GS een zorgvuldige afweging van alle belangen zal maken.

Vraag 2

Op welke manier gaat de gemeente of de omgevingsdienst controleren of het eiwitgehalte in het rundveevoer daadwerkelijk onder de 15,5% blijft, aangezien overschrijding hiervan direct leidt tot meer geurhinder?

Antwoord van het college

Zoals bij het antwoord op vraag 1 is aangegeven, zijn GS het bevoegd gezag ten aanzien van het bedrijf. Zij zijn daardoor ook verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving van de aan het bedrijf verleende omgevingsvergunning. De Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM) voert deze taken namens GS uit.

Vraag 3

a. Biedt de verhogen naar 41 meter wel voldoende garantie tegen geuroverlast bij ongunstige weersomstandigheden?

Antwoord van het college

Wordt het probleem mogelijk niet gewoon verplaatst naar een andere woonwijk?

Zie het antwoord op vraag 1.

3. b. En wat is het noodplan als de overlast na realisatie toch aanhoudt? Een plan dat een gezonde leefomgeving van de inwoners actief moet borgen?

Zie het antwoord op vraag 1.

Met betrekking tot geluidhinder:

Vraag 4

Waarom wordt er ingestemd met piekgeluiden van vrachtwagens tot 68 dB(A) in de nachtperiode, terwijl de algemene richtwaarde voor een rustige woonwijk op 60 dB(A) ligt?

Antwoord van het college

Acht u dit aanvaardbaar en waarom?

Zie het antwoord op vraag 1.

Vraag 5

Hoe wordt het maximaal aantal toegestane vrachtwagenbewegingen (bijvoorbeeld 34 ritten voor route 6a in de dagperiode) gecontroleerd en gehandhaafd?

Antwoord van het college

Zie het antwoord op vraag 1.

Blad 2

Vraag 6

Is er onderzoek gedaan naar de visuele impact van de verhoging van de erfafscheiding naar 7 meter op het straatbeeld en de aangrenzende woningen?

Antwoord van het college

Kortom, is de beeldkwaliteit wel aanvaardbaar?

De aangevraagde omgevingsvergunning is onder meer getoetst aan de redelijke eisen van welstand. In dat kader is op 18 juni 2024 geoordeeld dat de omgevingsvergunning, inclusief het geluidscherm van 7 meter, voldoet aan de redelijke eisen van welstand.

Daarnaast is het bouwplan uit stedenbouwkundig oogpunt ook goedgekeurd. De beeldkwaliteit is dus niet in het geding.

M.b.t. gezondheid en milieu:

Vraag 7

In hoeverre is de norm van 2 mg/Nm³ voor fijnstofuitstoot en hoe vaak vindt er onafhankelijke monitoring plaats om te borgen dat de doekenfilters optimaal blijven werken?

Antwoord van het college

In hoeverre gaat er handhaving plaatsvinden?

Zie het antwoord op vraag 1.

Vraag 8

Hoe borgt het college dat de afname van de stikstofemissie, zoals gesteld in de aanvraag, ook op de lange termijn wordt vastgehouden als de productie efficiëntie toeneemt door de nieuwe perslijn?

Antwoord van het college

Zie het antwoord op vraag 1.

M.b.t. de toekomst:

Vraag 9

Is een veevoederfabriek die jaarlijks ruim 117.000 ton produceert nog wel gewenst midden in een woonwijk binnen de bebouwde kom van Voorthuizen?

Antwoord van het college

De huidige situatie is historisch gegroeid, waarbij het bedrijf in de loop der tijd is uitgebreid en omringd is geraakt door woningen. Deze situatie is geenszins ideaal, maar het is op dit moment wel de werkelijkheid waar we ons mee moeten verhouden.

Vraag 10

Op welke wijze zijn de omwonenden betrokken bij de totstandkoming van dit ontwerpbesluit, en hoe wordt hun inbreng (zienswijzen) zwaarwegend meegenomen in de definitieve besluitvorming?

Antwoord van het college

Zie het antwoord op vraag 1. De regie van de procedure van de aanvraag om de omgevingsvergunning en hoe omwonenden daarbij betrokken worden ligt bij GS.

Eventuele ingediende zienswijzen zullen door GS betrokken moeten worden bij de definitieve besluitvorming op de aanvraag om omgevingsvergunning.

Vraag 11

Hoe staat het met de eventuele ontwikkelingen rondom de verplaatsing van dit bedrijf?

Antwoord van het college

Op welke wijze bent u hierbij betrokken en spant u zich hiervoor in (b.v. richting Provincie en Rijk die ook belangen hebben bij woningbouwlocaties en gezonde leefomgeving)?

Wij hebben in beginsel een positieve grondhouding ten aanzien van een eventuele verplaatsing van het bedrijf en wij willen daarin meedenken, maar uiteindelijk ligt de

keuze voor een eventuele bedrijfsverplaatsing bij het bedrijf zelf. In dit kader is het van belang om vast te stellen dat op dit moment zonder substantiële externe financiering geen realistische businesscase voor een verplaatsing te maken is.

Vraag 12

a. Zoals in de inleiding reeds gememoreerd, bent u het met ons eens dat u als college, de gemeente Barneveld, verantwoordelijk bent om op te komen voor de belangen van het welzijn en gezondheid van onze inwoners?

Antwoord van het college

Zie het antwoord op vraag 1. In de voorliggende kwestie zijn GS bevoegd om de aanvraag om omgevingsvergunning aan de relevante wet- en regelgeving te toetsen en een besluit te nemen op de aanvraag. Zoals door de wethouder is toegezegd in de raadsvergadering zijn wij bereid om een gesprek tussen omwonenden en het bedrijf te faciliteren.

Blad 3

12. b. Wij spreken de wens uit dat u niet slechts doorverwijst naar medeoverheden, maar zich actief inspant richting de betrokken overheden om hen verantwoordelijk te houden voor een gezonde leefomgeving in onze gemeente en actieve inspanning op dit punt verlangt. Bent u daartoe bereid?

Zoals bij het antwoord op vraag 1 is aangegeven zijn wij niet het bevoegd gezag voor deze vergunningaanvraag. Wel hebben wij in deze procedure onze mening aan GS gegeven over de aanvraag. Zo hebben wij eerder al gereageerd op een conceptontwerpvergunning, waarbij wij ten aanzien van het aspect ‘geluid’ hebben aangegeven dat het gebied naar onze mening gekwalificeerd moet worden als ‘rustige woonwijk’ met de daarbij behorende geluidsnormen. Dit belangrijke punt is in het ontwerpbesluit meegenomen.

Vraag 13

Gezien de reeds lang bestaande overlast (geur, geluid, verkeer), de op handen zijnde uitbreiding die nog meer overlast kan gaan veroorzaken, het feit dat een dergelijke fabriek niet in een woonwijk hoort dus tenminste niet behoord te worden uitgebreid, bent u dan niet met ons van mening dat er hoe dan ook een zienswijze door u moet worden ingediend om op te komen voor de gezondheid en welzijn van de inwoners en deze te borgen én te voorkomen dat deze vergunning wordt afgegeven?

Antwoord van het college

Ons college is op grond van artikel 6.1, eerste lid van het Besluit omgevingsrecht aangewezen als wettelijk adviseur. De gemeente kan binnen de inzageperiode een advies uitbrengen over de aanvraag en het ontwerpbesluit. Het uitbrengen van een advies is niet verplicht. Het is hierbij van belang om op te merken dat de voorgenomen omgevingsvergunning tot een betere milieukwaliteit leidt dan de huidige vergunning van het bedrijf; de geur- en geluidsbelasting zullen dalen. Ook zal een geactualiseerde omgevingsvergunning bijdragen aan het toezicht op het bedrijf. Ons doel is daarom niet om te voorkomen dat de vergunning wordt verleend. Daarom zullen wij geen inhoudelijke bezwaren bij GS naar voren brengen ten aanzien van de ontwerpvergunning. De raad heeft in de vergadering van 27 mei 2026 een motie om een zienswijze in te dienen ook afgewezen.

Vraag 14

Zo nee, kunt u dan gemotiveerd aangeven waarom het college dat niet nodig acht?

Antwoord van het college

Zie het antwoord op vraag 13.

Bekijk de brief: Beantwoording Schriftelijke vragen Lokaal Belang over Omgevingsvergunning Brons

Bron: raadsinformatie van de gemeente Barneveld (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Barneveld

Alle artikel 35-vragen in Barneveld