24 juli 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Barneveld

Oostelijke Rondweg

Een raadslid stelde op 24 juli 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Barneveld (6 vragen).

In het kort

6 vragen en wat het college antwoordt

  • In het persbericht van 17 juli 2025 geeft het college aan dat “de komende periode (Q3 2025 t/m Q3 2026) wordt gebruikt om verschillende tracévarianten verder te… → Had dit traject, gelet op de reeds jarenlang bekende knelpunten in de verkeersstructuur en het gehele traject rondom de omgevingsvisie, niet aanzienlijk korter kunnen zijn?
  • In hetzelfde persbericht stelt wethouder Pluimers: “De Oostelijke Rondweg is essentieel voor de toekomstige mobiliteit en leefbaarheid van Barneveld.” Daar zijn wij het… → b.
  • Het persbericht vermeldt dat er in de voorbereidende fase “al veel verschillende onderzoeken gedaan” zijn. → Anders gezegd: als er al zoveel kennis en informatie beschikbaar is, waarom is er dan opnieuw een volledig jaar nodig voor onderzoek en participatie, in plaats van deze fasen deels parallel…
  • De gemeente stelt dat bij het bepalen van een voorkeursvariant “veel aandacht wordt besteed aan duurzaamheid, ruimtelijke inpassing en financiële haalbaarheid.” Gezien… → En op welke thema's nog onvoldoende?
  • In het persbericht lezen we dat het college “streeft naar vaststelling van het ontwerp eind 2027 en juridische verankering in het omgevingsplan.” Dat betekent dat… → Wordt hiervoor een voortgangsmonitor of beslismoment ingebouwd, bijvoorbeeld in Q1 of Q2 2026?
  • Tot slot: als het college erkent dat de verkeersdruk in Barneveld nu al problematisch is, en tegelijk aangeeft dat structurele oplossing via de Oostelijke Rondweg pas na… → Zo ja, aan wat voor maatregelen wordt gedacht en op welke termijn zouden die gerealiseerd kunnen worden?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Telefoon Internet Whatsapp

Raadhuisplein 2 Postbus 63 3770 AB Barneveld 14 0342 www.barneveld.nl 0342495902

Datum: 18 augustus 2025 Ons kenmerk: -Uw bericht van: 24 juli 2025 Organisatieonderdeel:

Team Ontwikkeling Behandeld door:

A. Gerritsen Telefoonnummer:

Onderwerp:

Beantwoording schriftelijke vragen (VVD) inzake de Oostelijke Rondweg Barneveld

Fractie van VVD t.a.v. de heer Van Schaik en de heer Evers

Beste heer Van Schaik en heer Evers, Op 24 juli 2025 heeft uw fractie schriftelijke vragen gesteld, op grond van artikel 42 van de Organisatieverordening van de gemeenteraad. Graag reageren wij op uw vragen.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

In het persbericht van 17 juli 2025 geeft het college aan dat “de komende periode (Q3 2025 t/m Q3 2026) wordt gebruikt om verschillende tracévarianten verder te onderzoeken en op basis van participatie en onderzoeksresultaten tot een voorkeursvariant te komen.” Dit betekent dat het alleen al een jaar kost om tot een voorkeursvariant te komen, gevolgd door nog een jaar voor het ontwerp en de juridische verankering in het omgevingsplan. Waarom kiest het college voor een dergelijk langdurig proces?

Antwoord van het college

Had dit traject, gelet op de reeds jarenlang bekende knelpunten in de verkeersstructuur en het gehele traject rondom de omgevingsvisie, niet aanzienlijk korter kunnen zijn?

Nee, het proces dat wij voor ogen hebben is gebruikelijk voor een project van deze omvang en complexiteit. Wij realiseren ons dat de ORB een oplossing biedt voor een urgent probleem. Tegelijkertijd zijn wij van mening dat deze urgentie ons niet ontslaat van het doorlopen van een gedegen en zorgvuldig proces. Er zijn nog inhoudelijke keuzes te maken (bijvoorbeeld ten aanzien van de spoorkruising) en de financiering van het (voorkeurs)tracé moet verzekerd zijn, voordat het gewijzigde omgevingsplan

– de bouw- en indien nodig, onteigeningstitel – door uw raad vastgesteld kan worden.

Ook moet de mogelijkheid geboden worden voor participatie, passend bij het project.

Ten aanzien van het traject rondom de Omgevingsvisie geldt dat vanwege het detailniveau is gekozen voor het concretiseren (lees: verkleinen) van het zoekgebied voor de ORB. Er is nog geen voorkeurstracé (binnen dit zoekgebied) vastgesteld. Onze inschatting op dit moment is dat we nog (tenminste) een jaar nodig zullen hebben om tot een financieel haalbaar voorkeurstracé te komen.

Vraag 2

In hetzelfde persbericht stelt wethouder Pluimers: “De Oostelijke Rondweg is essentieel voor de toekomstige mobiliteit en leefbaarheid van Barneveld.” Daar zijn wij het natuurlijk van harte mee eens. Hardwerkende ondernemers en inwoners ervaren te vaak vertraging. Dat is slecht voor de leefbaarheid van Barneveld en ook schadelijk voor de lokale economie. a. Als het project zo’n fundamentele bijdrage levert aan de bereikbaarheid, veiligheid en toekomstbestendigheid van de gemeente, waarom duurt het dan nog minimaal tweeënhalf jaar tot aan een definitief ontwerp (eind 2027), en mogelijk aanzienlijk langer tot aan daadwerkelijke aanleg?

Antwoord van het college

b. Acht het college deze tijdshorizon nog in verhouding tot de urgentie van de huidige verkeersdruk op onder andere de Lunterseweg en Van Zuijlen van Nieveltlaan?

De gecommuniceerde tijdshorizon is inclusief benodigde aanbestedingstrajecten, onderzoekstijd om tot actuele onderzoeksresultaten (zoals stikstofdepositie, geluid en

kosten) te komen, organiseren van (co)financiering, starten minnelijke verwerving, in kaart brengen van de mitigatie- en compensatieopgave, doorlooptijd van de ruimtelijke procedure, participatie en inspraak(termijnen), voorbereiding van besluitvorming, etc. Dit alles kost gewoonweg veel tijd.

Daarnaast zullen wij op termijn ProRail de opdracht moeten geven om de spoorkruising uit te werken. De beoogde spoorkruising raakt namelijk het eigendom van ProRail en daarmee draagt zij voor de verdere uitwerking van de spoorkruising de verantwoordelijkheid. ProRail werkt de spoorkruising onder de noemer ‘project derden’ in opdracht van de gemeente uit. Los hiervan, is betrokkenheid van onze buurgemeente Ede afhankelijk van het uiteindelijke voorkeurstracé en zullen daarover bestuurlijke afspraken vastgelegd moeten worden.

Pagina 2 van 3

Op grond van voorgaande vinden wij de tijdshorizon reëel en staat deze (dus) in verhouding tot de urgentie van de huidige verkeersdruk op belangrijke wegen in de kern Barneveld. We richten het proces zo efficiënt mogelijk in, waarbij zorgvuldigheid voorop staat en blijft staan. Tegelijkertijd moeten we onze ogen niet sluiten voor de risico’s en aandachtspunten in een dergelijk omvangrijk project, die van invloed zijn op het planproces.

Vraag 3

Het persbericht vermeldt dat er in de voorbereidende fase “al veel verschillende onderzoeken gedaan” zijn. Kan het college inzicht geven in welke onderzoeken dat betreft, en waarom de uitkomsten daarvan niet nu al leiden tot versnelling in de besluitvorming over het tracé?

Antwoord van het college

Anders gezegd: als er al zoveel kennis en informatie beschikbaar is, waarom is er dan opnieuw een volledig jaar nodig voor onderzoek en participatie, in plaats van deze fasen deels parallel te laten verlopen of compacter te organiseren?

In het verleden hebben wij onder meer een milieueffectrapportage (MER) 1e fase, (nader) verkeersonderzoek, wegontwerpen per variant, landschappelijke inpassing en een verwervingsanalyse uitgevoerd. Sommige onderzoeksresultaten zijn niet meer actueel of niet (meer) volledig en dat is wel noodzakelijk. Om die reden wordt de MER uit 2022 geactualiseerd en aangevuld. Ook het kostenbeeld moet geactualiseerd worden, voor wat betreft prijspeil, indexatie en de bouwkosten. Verder wordt vanuit ons eigen beleid en vanuit de Omgevingswet voorgeschreven dat een participatietraject wordt ingericht. Dit traject loopt deels parallel aan de uitvoering van de nodige onderzoeken. We combineren slim waar dat kan, zonder de zorgvuldigheid uit het oog te verliezen.

Vraag 4

De gemeente stelt dat bij het bepalen van een voorkeursvariant “veel aandacht wordt besteed aan duurzaamheid, ruimtelijke inpassing en financiële haalbaarheid.” Gezien het feit dat het project al decennia in voorbereiding is, zijn deze aspecten ongetwijfeld eerder in beeld gebracht. Kan het college aangeven in hoeverre deze thema’s al voldoende zijn verkend om op korte termijn keuzes te maken en daarmee het proces te versnellen?

Antwoord van het college

En op welke thema's nog onvoldoende? En zo niet, waarom niet?

Hoewel het project niet ‘al decennia’ in voorbereiding is, zijn de genoemde aspecten inderdaad al eerder in beeld gebracht. Ten aanzien van duurzaamheid en ruimtelijke inpassing maken we dan ook dankbaar gebruik van de informatie die er al ligt. Toch kijken we bijvoorbeeld nog eens goed naar het aspect duurzaamheid, omdat dit thema zich de afgelopen jaren verder heeft ontwikkeld.

De financiële uitvoerbaarheid is een heel belangrijk – zo niet het belangrijkste – aspect. Zoals ook onder vraag 3 aangegeven, is actualisatie van de kostenraming noodzakelijk. De (co)financiering is voorwaardelijk, voordat we een voorkeurstracé

kunnen vaststellen, toe kunnen werken naar een gewijzigd omgevingsplan en uiteindelijk realisatie. Ook bij deze en andere ontwerpen geldt: zorgvuldig én efficiënt.

Vraag 5

In het persbericht lezen we dat het college “streeft naar vaststelling van het ontwerp eind 2027 en juridische verankering in het omgevingsplan.” Dat betekent dat realisatie mogelijk nog veel verder weg ligt. Is het college bereid om periodiek te toetsen of versnelling van dit tijdspad alsnog mogelijk is, bijvoorbeeld door delen van het tracé al vroegtijdig te verkennen of te ontwerpen, of door besluitvorming naar voren te halen?

Antwoord van het college

Wordt hiervoor een voortgangsmonitor of beslismoment ingebouwd, bijvoorbeeld in Q1 of Q2 2026?

Pagina 3 van 3

We kijken of een efficiënter proces mogelijk is; kansen voor versnelling grijpen we aan waar dat kan. Het belangrijkste is om eerst het voorkeurstracé vast te stellen, gekoppeld aan de (co)financiering daarvan. Daarna vindt de ontwerptechnische uitwerking plaats, inclusief het vaststellen van de benodigde ruimte voor (mitigerende) maatregelen en kan de ruimtelijke procedure worden doorlopen, inclusief participatie. In aanloop naar het beoogde besluitmoment in Q3 2026 over het voorkeurstracé en de financiering, houden we u op de hoogte van relevante ontwikkelingen binnen het project.

Vraag 6

Tot slot: als het college erkent dat de verkeersdruk in Barneveld nu al problematisch is, en tegelijk aangeeft dat structurele oplossing via de Oostelijke Rondweg pas na 2027 verwacht kan worden, is het college dan bereid om in de tussentijd tijdelijke maatregelen te treffen om de druk op de Lunterseweg en Van Zuijlen van Nieveltlaan te verlichten?

Antwoord van het college

Zo ja, aan wat voor maatregelen wordt gedacht en op welke termijn zouden die gerealiseerd kunnen worden?

Wij zien geen mogelijkheden om de verkeersdruk op de Lunterseweg en Van Zuijlen van Nieveltlaan tijdelijk te verlichten. Wij willen op deze wegen geen investeringen doen die slechts een tijdelijk en/of beperkt effect hebben en die kunnen leiden tot een ongewenst hoge verkeersdruk op andere wegen, zoals de Churchillstraat, Van Dompselaerstraat en Rooseveltstraat. Los daarvan vragen die investeringen de nodige voorbereidingstijd, waardoor er uiteindelijk maar kort van tijdelijke maatregelen geprofiteerd kan worden.

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen VVD inzake Oostelijke Rondweg

Bron: raadsinformatie van de gemeente Barneveld (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Barneveld

Alle artikel 35-vragen in Barneveld