5 januari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Barneveld

pragmatische participatie

Een raadslid stelde op 5 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Barneveld (7 vragen).

In het kort

7 vragen en wat het college antwoordt

  • Is het college het met de Barneveldse VVD eens dat participatie een belangrijk middel is om inwoners te betrekken bij initiatieven en hen te laten meedenken over hun… → Het college voert het door de raad vastgestelde Participatiebeleid uit.
  • Welke oorzaken ziet het college voor het feit dat participatie nu onvoldoende bijdraagt aan het voorkomen van bezwaren en het versnellen van procedures? → Hoofdoel van het Participatiebeleid is – zoals gezegd – om de samenleving zo vroegtijdig mogelijk te betrekken bij te maken keuzes.
  • Welke concrete stappen is het college bereid te zetten om het participatiebeleid effectiever en pragmatischer te maken? → Op basis van de evaluatie en de verplichtingen die de nieuwe Wet Versterking Participatie op Decentraal Niveau met zich meebrengt, stelt het college voor om direct na de…
  • Uit de evaluatie blijkt dat binnen spoor 1 eisen aan initiatiefnemers worden gesteld die wettelijk niet gesteld mogen worden. → Het klopt dat er op dit moment eisen worden gesteld in het Participatiebeleid aan initiatiefnemers spoor 1, die wettelijk niet gesteld mogen worden.
  • Is het college het ermee eens dat extra gemeentelijke regels leiden tot het ongewenste effect van meer regeldruk, langere processen en vertraging van ontwikkelingen… → De participatieaanpak is in de praktijk volledig in lijn met de Omgevingswet.
  • Is het college bereid de volledige BOPA-lijst te herzien en te kijken waar participatie kan worden vervangen door een informeringsplicht bij kleine bouwactiviteiten… → Invoeren informeringsplicht Wettelijk gezien mag de gemeente geen informeringsplicht instellen.
  • Welke effecten verwacht het college van het verminderen of schrappen van participatieverplichtingen bij kleine initiatieven, bijvoorbeeld voor doorlooptijden, regeldruk… → Bij de meeste initiatieven gelden alleen de wettelijk verplichte indieningsvereisten uit de Omgevingswet.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Raadhuisplein 2 Postbus 63 3770 AB Barneveld Telefoon 14 0342 Internet www.barneveld.nl Whatsapp 0342495902

Datum: 29 januari 2026 Uw bericht van: 29 december 2025 Organisatieonderdeel:

Team Planologie, Bezwaar en Beroep Behandeld door:

M. Moulijn Telefoonnummer: 140342 Onderwerp:

Beantwoording raadsvragen pragmatische participatie aanpak waarbij inwoners serieus genomen worden, voor snellere processen en minder bezwaren.

Fractie Barneveldse VVD t.a.v. de heer Van Schaik en de heer Evers

Geachte heer Van Schaik en de heer Evers, Op 29 december 2025 heeft uw fractie op grond van artikel 42 van de Organisatie verordening van de gemeenteraad vragen gesteld naar aanleiding van het eindrapport Evaluatie participatiebeleid en het daarbij verschenen artikel in de Barneveldse Krant: ‘Inspraak is soms voor niets’. Via deze brief ontvangt u onze beantwoording.

Beantwoording vragen:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Is het college het met de Barneveldse VVD eens dat participatie een belangrijk middel is om inwoners te betrekken bij initiatieven en hen te laten meedenken over hun leefomgeving, waarbij participatie niet het doel op zich is maar juist moet bijdragen aan het verminderen van bezwaren en het verkorten en versnellen van procedures, bijvoorbeeld bij woningbouw? Zo niet, waarom niet?

Antwoord van het college

Het college voert het door de raad vastgestelde Participatiebeleid uit. Daarin is participatie een middel om verschillende doelen te bereiken. Op pagina 5 van dit beleid is opgenomen dat het doel van participatie is om de samenleving vroegtijdig te betrekken bij het maken van keuzes over onze leefomgeving. In het beleid (op pagina 19) staat per trede benoemd wat het doel is. Bij trede 4 (co-creatie) is het doel om te komen tot één gezamenlijke opbrengst en voorstel. Daarbij is draagvlak dus het doel. Bij trede 3 (adviseren) is het doel om kwalitatief beter beleid of een kwalitatief beter plan op te stellen. Daarbij is betere kwaliteit dus een doel. Bij trede 2 (raadplegen) is het doel om informatie op te halen zodat een betere (belangen)afweging gemaakt kan worden. Daarbij is een beter besluit dus een doel.

Tot slot is bij trede 1 (informeren) het doel om belanghebbenden te informeren en de kans te geven om vragen te stellen.

Het doel van het verminderen van bezwaren en verkorten en versnellen van procedures wordt niet als zodanig genoemd in het Participatiebeleid. Hierover is opgenomen onder het kopje: ‘Waarom participatie bij omgevingsplanactiviteiten?’: “Belangen en eventuele bezwaren komen tijdig in beeld, de plannen kunnen nog worden aangepast. Dit bespaart de initiatiefnemer achteraf tijd en geld. Het voorkomt mogelijk bezwaar en beroep in de formele procedure.” Participatie voorkomt dus mogelijk bezwaar en beroep en kan procedures versnellen, maar dat is geen doel op zich. Het college zou dit wel een gewenste ontwikkeling vinden, maar heeft dit niet in de hand. Het blijft te allen tijde een

wettelijk recht om een bezwaar of beroep in te dienen. Dit hangt niet af van welk doorlopen participatietraject dan ook.

Vraag 2

Welke oorzaken ziet het college voor het feit dat participatie nu onvoldoende bijdraagt aan het voorkomen van bezwaren en het versnellen van procedures?

Antwoord van het college

Hoofdoel van het Participatiebeleid is – zoals gezegd – om de samenleving zo vroegtijdig mogelijk te betrekken bij te maken keuzes. Uiteindelijk is het de gemeente vanuit haar publieke taak die met inachtneming van het participatietraject alle belangen zorgvuldig tegen elkaar afweegt en het uiteindelijke besluit neemt.

Participatie is daarbij helpend, kan leiden tot aanpassingen, maar kan nooit de garantie bieden voor instemming en versnelling. Er kunnen altijd voor- en tegenstanders blijven. In dat laatste geval staan de wettelijke mogelijkheden van bezwaar en beroep open. Dat is wat wij in de praktijk ook zien.

Hoewel we in 2025 een toename van het aantal bezwaarschriften hadden, kan hieruit niet geconcludeerd worden dat participatie niet bijdraagt aan het voorkomen van bezwaren. De toename kan namelijk ook veroorzaakt worden door andere factoren.

En we weten niet hoeveel bezwaren er geweest zouden zijn zonder participatie. Er zijn concrete voorbeelden waarvan we weten dat participatie wel degelijk heeft bijgedragen aan het voorkomen van bezwaren. Bijvoorbeeld wanneer er bij bouwplannen meer rekening wordt gehouden met de belangen van omwonenden.

Dit is echter niet in aantallen uit te drukken.

Vraag 3

Welke concrete stappen is het college bereid te zetten om het participatiebeleid effectiever en pragmatischer te maken?

Antwoord van het college

Op basis van de evaluatie en de verplichtingen die de nieuwe Wet Versterking Participatie op Decentraal Niveau met zich meebrengt, stelt het college voor om direct na de gemeenteraadsverkiezingen aan de slag te gaan met een herijking van het Participatiebeleid. De opdracht herijking Participatiebeleid is toegevoegd als bijlage bij Besluit B&W over Eindrapportage evaluatie participatiebeleid, d.d. 9 december 2025.

Vraag 4

Uit de evaluatie blijkt dat binnen spoor 1 eisen aan initiatiefnemers worden gesteld die wettelijk niet gesteld mogen worden. Wat ons betreft stellen we geen bovenwettelijke eisen. Kan het college toelichten hoe deze situatie heeft kunnen ontstaan?

Antwoord van het college

Het klopt dat er op dit moment eisen worden gesteld in het Participatiebeleid aan initiatiefnemers spoor 1, die wettelijk niet gesteld mogen worden. In de praktijk wordt hier echter geen invulling aan gegeven en worden er van initiatiefnemers spoor 1 geen bovenwettelijke inspanningen verlangd.

Het Participatiebeleid is opgesteld in een tijd dat de Omgevingswet nog in ontwikkeling was. De besluitvorming en invoering ervan werden immers steeds uitgesteld, terwijl gemeenten in eerste instantie weinig implementatietijd kregen.

Daarom heeft de gemeente Barneveld zich zo goed mogelijk voorbereid op die snelle invoering. Uiteindelijk is de Omgevingswet pas op 1-1-2024 ingegaan. Na het vaststellen van het Participatiebeleid in 2022 bleek dat er in dit beleid eisen werden gesteld aan initiatiefnemers, die de gemeente niet mag stellen.

Een wet is hogere wetgeving dan gemeentelijk beleid en daardoor leidend. Het college voert daarom vanaf de start van de Omgevingswet de eisen uit de Omgevingswet uit en heeft de bovenwettelijke eisen uit het Participatiebeleid niet uitgevoerd en uw raad hierover geïnformeerd in de raadsmemo Stand van zaken implementatie participatiebeleid op 12 december 2023.

Vraag 5

Is het college het ermee eens dat extra gemeentelijke regels leiden tot het ongewenste effect van meer regeldruk, langere processen en vertraging van ontwikkelingen zoals woningbouw? Zo niet, waarom niet? a. Zo ja, hoe zorgt het college ervoor dat de participatieaanpak volledig in lijn wordt gebracht met de Omgevingswet, zonder bovenwettelijke eisen?

Antwoord van het college

De participatieaanpak is in de praktijk volledig in lijn met de Omgevingswet. Dit moet alleen nog vertaald worden in het Participatiebeleid. Aangezien er meerdere aanleidingen zijn om het Participatiebeleid te herijken, heeft het college opdracht gegeven voor een procesaanpak van de herijking. Zie ook de beantwoording onder vraag 3 en 4.

Vraag 6

Is het college bereid de volledige BOPA-lijst te herzien en te kijken waar participatie kan worden vervangen door een informeringsplicht bij kleine bouwactiviteiten, zoals woningsplitsing, uitbouwen, dakkapellen of toevoeging van enkele woningen? Welke stappen wil het college hiervoor zetten?

Antwoord van het college

Invoeren informeringsplicht Wettelijk gezien mag de gemeente geen informeringsplicht instellen. Dit is namelijk een extra plicht, die niet als optie in de Omgevingswet wordt genoemd.

In artikel 7.4 van de Omgevingsregeling staat een plicht voor de aanvrager van een omgevingsvergunning om bij de aanvraag aan te geven:

• of de aanvrager aan participatie heeft gedaan;

• zo ja: hoe de aanvrager aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn.

Dit aanvraagvereiste omvat dus geen verplichting voor de aanvrager om aan participatie te doen, maar enkel de verplichting om aan te geven of er participatie heeft plaatsgevonden. Daar is één uitzondering op. De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarin participatie verplicht is. Dit kan alleen bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit (artikel 16.55, lid 7, Omgevingswet). Als de aanvrager bij zo’n aangewezen geval niet of onvoldoende aan participatie heeft gedaan, kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. Wel moet het college de aanvrager de gelegenheid geven het gebrek te herstellen (artikel 4:5 Awb).1 Andere verplichtingen dan bovengenoemde indieningsvereisten mogen niet gesteld worden.

Herzien BOPA-lijst In 2022 heeft de raad het ‘Besluit aanwijzing gedelegeerde bevoegdheden, alsmede advies- en participatieverplichting Omgevingswet gemeente Barneveld’ vastgesteld.

Daarin is opgenomen dat dit besluit jaarlijks geëvalueerd wordt vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Vorig jaar is met de raadswerkgroep Omgevingswet afgesproken de evaluatie uit te stellen tot er meer ervaring was opgedaan en er meer casussen waren. Dit onderwerp staat opnieuw op de agenda van de raadswerkgroep Omgevingswet van 9 februari 2026. Daarna zal de gemeenteraad worden geïnformeerd.

Vraag 7

Welke effecten verwacht het college van het verminderen of schrappen van participatieverplichtingen bij kleine initiatieven, bijvoorbeeld voor doorlooptijden, regeldruk en uitvoeringslast? 1 Bron: BOPA en participatie | Informatiepunt Leefomgeving

Antwoord van het college

Bij de meeste initiatieven gelden alleen de wettelijk verplichte indieningsvereisten uit de Omgevingswet. Hierbij geldt geen participatieplicht. De enige mogelijkheid die de gemeenteraad heeft, is om de lijst onderwerpen met een participatieplicht voor een BOPA aan te passen. Een voorbeeld is kleinschalige woningbouwinitiatieven in het buitengebied. Dit aspect zullen wij meenemen in de voornoemde evaluatie van de BOPA-lijst.

Qua doorlooptijden, regeldruk en uitvoeringslast verwacht het college weinig effect wanneer de gemeenteraad de participatieplicht bij kleine initiatieven zou schrappen.

Er zijn weinig kleine initiatieven met participatieplicht. En bij de initiatieven die er zijn, vragen we initiatiefnemers al om de omgeving te informeren (trede 1 conform de participatiemeter). Veel initiatiefnemers, waarbij geen verplichting is, doen dit ook vrijwillig. Dit werd al gedaan voordat de Omgevingswet werd ingevoerd en dit kost ook relatief weinig tijd.

Wij hopen dat uw vragen zo voldoende beantwoord zijn en gaan graag verder in gesprek met uw raad over de BOPA-lijst met participatieverplichting Omgevingswet en de herijking van het Participatiebeleid.

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen VVD over pragmatische participatie

Bron: raadsinformatie van de gemeente Barneveld (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Barneveld

Alle artikel 35-vragen in Barneveld