Schriftelijke vragen ChristenUnie betreft kinderdakloosheid
Een raadslid stelde op 13 november 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Barneveld (4 vragen).
In het kort
4 vragen en wat het college antwoordt
- Welke maatregelen neemt het college om kinderdakloosheid te voorkomen? → Hoe beoordeelt het college deze maatregelen?
- Wordt de gemeente tijdig geïnformeerd over elke uithuisplaatsing met kinderen? → Is er in al deze gevallen samenwerking met schuldhulpverlening, woningcorporaties en zorginstanties?
- Sluit het college zich actief aan bij deze 2030-opgave? → Ziet het college hierin een specifieke verantwoordelijkheid richting dakloze kinderen?
- Ziet het college mogelijkheden om flexwoningen, leegstaande panden, of industriële woningbouw in te zetten om dakloosheid tegen te gaan? → Wij zien uit naar uw reactie.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Aan: College van B&W Barneveld Betreft: kinderdakloosheid Voorthuizen, 12 november 2025 Geacht college, Op grond van artikel 42 van de Organisatieverordening van de gemeenteraad wil de fractie van de ChristenUnie vragen stellen over dakloosheid onder kinderen.
Ieder kind heeft recht op een thuis. Een veilige plek om op te groeien, om veilig te zijn, om te ontspannen. Maar steeds meer kinderen in Nederland hebben geen thuis. Die wonen noodgedwongen in een vakantiehuis, slapen om de zoveel nachten op een andere bank, wonen in een garagebox of trappenhuis of slapen zelfs op straat.
Een onstabiele thuissituatie, zonder eigen woning kan verstrekkende gevolgen hebben: slechte schoolresultaten, gezondheidsklachten, verslaving en zelfs criminaliteit liggen op de loer.
Ieder kind verdient een thuis, en het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om dat waar te maken. Volgens de cijfers van ETHOS leven er in de gemeente Barneveld 42 kinderen zonder vast thuisadres. Waarvan de meeste kinderen in een niet conventionele woonruimte (een auto, stacaravan of vakantiewoning) wonen of bij familie, vrienden of derden.
Wij vinden het onbestaanbaar dat in een rijk en welvarend land als Nederland mensen in de open lucht moeten slapen, in een auto of geen eigen thuis hebben maar slapen bij familie, vrienden of derden. Dat kinderen zonder thuis opgroeien. Dat is een schandaal.
Dat kan en mag niet. De overheid heeft een grondwettelijke plicht om te voorzien in voldoende huisvesting. Dit zou prioriteit nummer één moeten zijn.
De fractie van de ChristenUnie heeft naar aanleiding daarvan de volgende vragen:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Welke maatregelen neemt het college om kinderdakloosheid te voorkomen?
Antwoord van het college
Hoe beoordeelt het college deze maatregelen?
Vraag 2
Wordt de gemeente tijdig geïnformeerd over elke uithuisplaatsing met kinderen?
Antwoord van het college
Is er in al deze gevallen samenwerking met schuldhulpverlening, woningcorporaties en zorginstanties?
Nederland heeft zich met het Nationaal Actieplan Dakloosheid ‘Eerst een Thuis’ en de Europese Lissabon-verklaring verbonden aan een duidelijke opdracht: in 2030 geen dakloosheid meer.
Vraag 3
Sluit het college zich actief aan bij deze 2030-opgave?
Antwoord van het college
Ziet het college hierin een specifieke verantwoordelijkheid richting dakloze kinderen? En is het college bereid om voor kinderen het doel te stellen dat er in 2026 geen kinderdakloosheid meer is?
Vraag 4
Ziet het college mogelijkheden om flexwoningen, leegstaande panden, of industriële woningbouw in te zetten om dakloosheid tegen te gaan?
Antwoord van het college
Wij zien uit naar uw reactie.
Bekijk de brief: Schriftelijke vragen ChristenUnie betreft kinderdakloosheid
Bron: raadsinformatie van de gemeente Barneveld (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.