Schriftelijke vragen en antwoorden VVD
Een raadslid stelde op 26 augustus 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Barneveld (2 vragen).
In het kort
2 vragen en wat het college antwoordt
- In het collegevoorstel wordt gesproken over het opschorten van handhavingszaken tot uiterlijk 1 april 2026. → Er zijn circa 13 lopende handhavingszaken opgeschort.
- Hoe wordt in de praktijk bepaald of iemand “aannemelijk” onder de beoogde instructieregel valt? → Wordt hierbij ook gekeken naar schrijnende situaties waarin mensen al jaren op een park wonen zonder alternatief, maar nog niet in beeld waren bij de gemeente?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Raadhuisplein 2 Postbus 63 3770 AB Barneveld Telefoon 14 0342 Internet www.barneveld.nl Whatsapp 0342495902
Datum: 17 september 2025 Ons kenmerk:
Uw bericht van: 7 augustus 2025 Organisatieonderdeel:
Team Bestuursondersteuning
Fractie van de Barneveldse VVD T.a.v. de heren J. van Schaik en G. Evers
Geachte heren Van Schaik en Evers, U heeft schriftelijk vragen gesteld, op grond van artikel 42 van de Organisatieverordening van de gemeenteraad. Uw vragen gaan over onder andere de tijdelijke opschorting van handhaving permanente bewoning van recreatiewoningen. Hieronder beantwoorden wij uw vragen.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
In het collegevoorstel wordt gesproken over het opschorten van handhavingszaken tot uiterlijk 1 april 2026. Kan het college aangeven hoeveel mensen hiermee geholpen worden, en hoe deze groep wordt bereikt en geïnformeerd?
Antwoord van het college
Er zijn circa 13 lopende handhavingszaken opgeschort. De betrokkenen hebben een brief ontvangen waarin dit is toegelicht.
Behandeld door:
Marloes Mazzei Telefoonnummer: 06-15666881 E-mail: [email protected]
Vraag 2
Hoe wordt in de praktijk bepaald of iemand “aannemelijk” onder de beoogde instructieregel valt?
Antwoord van het college
Wordt hierbij ook gekeken naar schrijnende situaties waarin mensen al jaren op een park wonen zonder alternatief, maar nog niet in beeld waren bij de gemeente? Zo ja, hoe geeft u hier invulling aan?
Aannemelijk wordt geacht wanneer op basis van beschikbare gegevens redelijkerwijs kan worden vastgesteld dat de permanente bewoning vóór 16 mei 2024 is begonnen en de betrokkene geen andere woning in eigendom heeft.
Bewoners die zich bij de gemeente melden omdat zij denken onder de regeling te vallen, ontvangen het bericht dat hun situatie na 1 januari 2026 wordt beoordeeld. Dit geldt eventueel ook voor schrijnende situaties.
Onderwerp:
Vragen tijdelijke opschorting handhaving permanente bewoning
3.
De instructieregel is nog niet vastgesteld. Hoe gaat het college om met nieuwe meldingen van bewoners die zich in een vergelijkbare situatie bevinden, maar zich pas recent hebben gemeld of nog niet bekend zijn bij de gemeente en aannemelijk kunnen maken dat zij aan de 16 mei 2024 eis voldoen?
Bewoners die zich bij de gemeente melden omdat zij denken onder de regeling te vallen, ontvangen het bericht dat hun situatie na 1 januari 2026 wordt beoordeeld.
4.
In het voorstel staat dat bewoners pas na 1 januari 2026 duidelijkheid krijgen. Is het college bereid om deze mensen in de tussentijd actief te begeleiden, te ondersteunen en zo snel mogelijk zoveel mogelijk duidelijkheid te geven?
De landelijke besluitvorming over de instructieregel is nog niet afgerond. Zonder deze duidelijkheid is het niet mogelijk om vooruit te lopen op de inhoud van de regeling. Het college volgt de ontwikkelingen en deelt relevante informatie zodra
die beschikbaar is. Daarmee blijft het proces voor betrokkenen zo transparant mogelijk, binnen de ruimte die de landelijke kaders bieden. 5.
De Barneveldse VVD-fractie vindt het belangrijk dat tijdelijke bewoning zo minmogelijk ten koste gaat van de recreatieve functie van vitale recreatieparken én de recreatieve economie. Hoe wordt deze balans bewaakt en hoe worden recreatieondernemers hierbij betrokken?
De gemeente blijft inzetten op vitale recreatieparken en een sterke recreatieve economie. Naast de landelijke instructieregel verandert ons beleid niet, en blijven wij handhaven waar dat passend is. Recreatieondernemers worden via bestaande overleggen betrokken.
Pagina 2 van 3
6. In het collegevoorstel wordt gesproken over mogelijke uitvoeringslasten. Is het college in gesprek met het Rijk over ondersteuning of compensatie, zodat de gemeente deze tijdelijke regeling goed kan uitvoeren?
Naast het feit dat de instructieregel op dit moment nog niet is vastgesteld, is er ook nog geen duidelijkheid of het Rijk ondersteuning of compensatie beschikbaar stelt voor de uitvoering van de instructieregel. Wij volgen de landelijke besluitvorming hierover via onder meer de VNG en de provincie Gelderland.
7. Hoe wordt de gemeenteraad betrokken bij de verdere uitvoering van dit beleid richting 1 januari 2026, en wordt er een evaluatiemoment ingebouwd om te beoordelen of de tijdelijke aanpak werkt zoals bedoeld?
De instructieregel is landelijke regelgeving. De gemeente voert deze uit en informeert de raad bij relevante landelijke ontwikkelingen. Er wordt geen afzonderlijke gemeentelijke evaluatie uitgevoerd; onze gemeente sluit waar mogelijk aan bij evaluaties van relevante partijen, zoals de provincie, de VNG of het programma Vitale Vakantieparken. 8.
Heeft u inzichtelijk hoeveel niet-vitale recreatieparken beheerd worden door een vereniging van eigenaren?
Er is op hoofdlijnen inzicht in de eigendomssituatie van recreatieparken, maar er is geen volledig overzicht specifiek naar vitaliteit en het beheer door een vereniging van eigenaren. Wel is zichtbaar dat het eigenaarschap bij verenigingen van eigenaren van niet-vitale vakantieparken vaak versnipperd is.
9.
Hoe staat het college tegenover het actief benaderen van deze verenigingen om het gesprek aan te gaan over het vitaal maken of transformeren van deze parken?
Het college heeft een parkregisseur aangesteld, die korte lijnen onderhoudt met de vakantieparken en deze actief benadert om te werken aan vitalisering. Waar mogelijk worden parken hierbij ondersteund binnen de bestaande beleidskaders en programma’s zoals Vitale Vakantieparken.
10. Hoe staat het college tegenover het starten van een pilot met deze groep, waarbij een verkorte en versnelde procedure wordt doorlopen voor het vaststellen van de recreatieve waarde en het al dan niet transformeren naar een andere bestemming, zoals wonen?
Het college richt zich op vitalisering van recreatieparken. Een pilot voor functieverandering zou alleen zinvol zijn als de recreatieparken en omgeving zich daarvoor lenen. Op dit moment is daarvan geen sprake: eigendomsstructuren zijn versnipperd, gebruik is gemengd en een functieverandering is onomkeerbaar. Daarom ziet het college nu geen aanleiding om een pilot te starten.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Bekijk de brief: Schriftelijke vragen en antwoorden VVD
Bron: raadsinformatie van de gemeente Barneveld (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.