schriftelijke vragen Lokaal Belang Brons Mengvoeders d.d. 22 juli 2025
Een raadslid stelde op 25 september 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Barneveld.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Raadhuisplein 2 Postbus 63 3770 AB Barneveld Telefoon 14 0342 Fax (0342) 495 376 E-mail [email protected] Internet www.barneveld.nl
Raadsfractie Lokaal Belang de heer S. van Amerongen en de heer G.H. Kevelam
Geachte heer Van Amerongen en heer Kevelam, Datum:
Ons kenmerk:
Op 22 juli 2025 heeft uw fractie op grond van artikel 42 van de Organisatieverordening aanvullende schriftelijke vragen gesteld naar aanleiding van onze beantwoording van eerdere vragen van uw fractie op 16 mei 2025 aangaande Brons Mengvoeders B.V.
Raadsvragen
Uw brief van: 22 juli 2025 Organisatieonderdeel:
Leefomgeving Behandeld door:
S. Hoekstra Doorkiesnummer: (0342) 495 341 e-mail: [email protected] Onderwerp: raadsvragen
1a. Hoe denkt het college over de huidige situatie (lees: de huidige vergunning en de huidige realiteit met betrekking tot de huidige klachten) in het kader van de zorgplicht voor een veilige en gezonde leefomgeving?
De Omgevingswet bevat een algemene zorgplicht. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde leefomgeving, dus niet alleen de overheid. Wij geven invulling aan de zorgplicht onder andere door de uitvoering van onze wettelijke bevoegdheden met betrekking tot vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dat is ook het geval bij de onderhavige kwestie. 1b. Hoe geeft het college concreet invulling aan deze zorgplicht?
Zie het antwoord op vraag 1a. 2a. Is het college het met ons eens dat de huidige overlast aandacht én inzet verdiend en niet dat men afwacht totdat de nieuwe vergunning verleend is?
Wij stellen voorop dat deze situatie onze aandacht heeft en dat wij ook inzet leveren.
Zo zijn wij in gesprek gegaan met de Werkgroep Overlast Brons over deze situatie en staan wij in contact met de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) over de vergunningaanvraag van Brons Mengvoeders B.V., die zij in behandeling heeft. Verder hebben wij ook contact met de ODRA over de eerder opgelegde lasten onder dwangsom. 2b. Oftewel, bent u het met ons eens dat controle en eventuele handhaving gewenst is om te beoordelen of op dit moment gemelde klachten gegrond zijn op basis van de huidige vergunningen.
Op dit moment is handhavend optreden naar aanleiding van de klachten niet opportuun. In beginsel moet een bestuursorgaan namelijk bij een overtreding daartegen handhavend optreden. In bijzondere gevallen, zoals bij concreet zicht op legalisering, moet echter op grond van jurisprudentie van handhaving afgezien worden. In dit geval zal de ODRN naar verwachting binnen afzienbare termijn een ontwerpvergunning ter inzage leggen. Hierdoor zou concreet zicht op legalisering ontstaan en kunnen wij niet handhavend optreden.
2c. Bent u dan bereid zich actief in te zetten voor controle of handhaving of anderen die daarvoor bevoegd zijn daartoe te verzoeken/opdracht te geven?
Nee, zie het antwoord op vraag 2b.
Blad 2
3a. Wat kan het college actief en concreet doen om zowel de OddV als de ODRN hun verantwoordelijkheid te laten nemen en zich actief in te zetten op controle en eventuele handhaving?
Sinds 1 januari 2024 zijn wij door de invoering van de Omgevingswet het bevoegd gezag ten aanzien van het bedrijf wat betreft vergunningverlening, toezicht en handhaving.
De Omgevingswet kent echter zogeheten overgangsrecht. Hierin is bepaald dat aanvragen om omgevingsvergunning die zijn ingediend voor deze datum nog worden afgehandeld onder het oude recht. Dit betekent dat gedeputeerde staten bevoegd zijn om een besluit te nemen op de vergunningaanvraag. Zij blijven ook bevoegd ten aanzien van de lasten onder dwangsom die in 2022 zijn opgelegd. Zoals bij het antwoord op vraag 2a is aangegeven, zijn wij in contact met de ODRA en de ODRN. 3b Bent u bereid om rechtstreeks/via de OddV/via de provincie (gezien het aantal klachten) de ODRN te verzoeken tot een intensieve controle/handhaving?
Nee, want zoals wij bij het antwoord op vraag 2b hebben aangegeven is met de naderende publicatie van de ontwerpvergunning handhavend optreden op dit moment niet opportuun, ook niet voor gedeputeerde staten. 3c. Bent u het met ons eens dat de ODRN alleen een weloverwogen besluit tot mogelijke vergunningverlening kan nemen als men beschikt over alle relevante gegevens en klachten?
De ODRN moet de vergunningaanvraag toetsen aan de toepasselijke wet- en regelgeving. Dit kan zij alleen als zij over alle in dat kader relevante gegevens beschikt. 3d. Bent u bereid deze kwestie actief onder de aandacht te brengen van de verantwoordelijk gedeputeerde met als doel dat er actief gehandeld wordt in het belang van inwoners.
Nee. Voor zover met actief handelen handhavend optreden wordt bedoeld, verwijzen wij naar ons antwoord op vraag 2b, waarin wij hebben aangegeven dat handhavend optreden op dit moment niet opportuun is. Verder merken wij op dat de ODRN de vergunningaanvraag voor de uitbreiding van het bedrijf al actief in behandeling heeft.
De publicatie van de ontwerpvergunning zal met oog op het mogelijke zicht op legalisering, naar onze verwachting, ook door de ODRA worden afgewacht. 4a. Kan het college aangeven of er controle is uitgevoerd op de opgelegde dwangsommen?
De ODRA is verantwoordelijk voor de uitvoering van de lasten onder dwangsom. De OddV voert inmiddels het toezicht uit. 4b. Wat is daar uitgekomen?
Samengevat is geconstateerd dat:
• De productiecapaciteit van perslijnen 1 en 2 hoger is dan vergund. Onduidelijk is of de totale productiecapaciteit van 150.000 ton wordt overschreden.
• De niet-vergunde 3e perslijn is gebruikt voor een test batch.
• Tussen 1 januari 2025 en 1 juni 2025 zijn 36 klachten ontvangen. Deze klachten zijn merendeels geur gerelateerd.
4c. Is de 3e perslijn we of niet in gebruik genomen?
Zie het antwoord op vraag 4b. 4d. Is het huidige gebruik (productiehoeveelheid, de samenstelling en het soort voer etc.) in overeenstemming met de huidige vergunning?
In de opgelegde last onder dwangsom heeft de ODRA opgemerkt dat van diverse typen geperst mengvoeder de grenswaarden worden overschreden. Onduidelijk is echter of de totale vergunde productiecapaciteit wordt overschreven. Om daar een actueel beeld van te krijgen heeft de OddV productiegegevens bij het bedrijf opgevraagd.
Blad 3
5. Is het college het met ons eens dat de huidige, sterk overlast gevende situatie die hoogstwaarschijnlijk illegaal is, die al meerdere jaren duurt (aanvraag 2021), niet kan worden geaccepteerd alleen om het feit dat er een vergunning voor uitbreiding is aangevraagd? Dat is voor Lokaal Belang niet acceptabel.
Wij hebben bij het antwoord op vraag 2b uiteengezet waarom wij wachten op de publicatie van de ontwerpvergunning door de ODRN, namelijk dat er wellicht concreet zicht op legalisering ontstaat waardoor wij niet kunnen handhaven. De vergunningaanvraag is ingediend op 28 oktober 2022. Wij zijn het met u eens dat de publicatie van de ontwerpvergunning inmiddels erg lang op zich laat wachten. Wij blijven deze procedure nauwlettend volgen.
6. Kan het college aangeven wat men gaat ondernemen als de aangevraagde omgevingsvergunning niet verleend gaat worden en het bedrijf op de huidige wijze blijft produceren hetgeen volgens uw antwoord op onze eerder gestelde vraag 5 illegaal zou zijn?
Als de aangevraagde vergunning niet wordt verleend dan blijft de huidige vergunning van toepassing. Mocht uit toezicht blijken dat het bedrijf in strijd met die vergunning handelt dan zijn wij in beginsel verplicht om tegen die overtreding(en) handhavend op te treden.
7. Klopt het dat de provincie bevoegd is om de omliggende woonwijk als ‘woonwijk’ te kwalificeren of als ‘gemengd gebied’?
De ODRN moet in het kader van de vergunningaanvraag onder andere het aspect ‘geluid’ beoordelen. Voor de beoordeling welke geluidsnormen van toepassing zijn is de kwalificatie van het gebied van belang. De ODRN maakt uiteindelijk deze beoordeling.
8. Klopt het dat u als gemeente door de provincie gevraagd bent om een oordeel te geven over de omliggende woonwijk aan de provincie?
De ODRN heeft ons om een reactie gevraagd over een concept-ontwerpvergunning. In het kader van het aspect ‘geluid’ hebben wij aangegeven hoe het gebied naar onze mening gekwalificeerd moet worden, namelijk als ‘rustige woonwijk’.
9. Klopt het dat met de eventuele kwalificatie ‘woonwijk’ er voor de uitbreiding van Brons geen mogelijkheden bestaan?
De kwalificatie van het gebied is van belang voor de toepasselijke geluidsnormen.
Voor een woonwijk gelden lagere geluidsnormen dan voor een gemengd gebied. Het is aan de ODRN om het gebied te kwalificeren en in de ontwerpvergunning af te wegen wat dit betekent voor de vergunningaanvraag. De kwalificatie ‘woonwijk’ betekent echter niet dat een uitbreiding van het bedrijf meteen van de baan is.
10. Volgens de Werkgroep zou u op het standpunt staan dat de woonwijk daadwerkelijk gekwalificeerd moet zijn en blijven als ‘woonwijk’ en ook van plan zijn dit standpunt als zodanig aan de provincie over te brengen. Klop dat?
Ja, dat klopt.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Barneveld (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.