stijging aantallen zedenmisdrijven
Een raadslid stelde op 3 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Barneveld (8 vragen).
In het kort
8 vragen en wat het college antwoordt
- Is het college bekend met de recente cijfers over zedenmisdrijven per 10.000 inwoners in Barneveld? → a.
- Deelt het college de opvatting dat deze cijfers, los van mogelijke verklaringen, aanleiding geven tot extra inzet op preventie? → Het college B&W deelt de opvatting dat de cijfers, ongeacht mogelijke verklaringen, aanleiding geven tot voortdurende aandacht voor preventie.
- Op welke wijze is het voorkomen van zedenmisdrijven momenteel expliciet verankerd in het gemeentelijk veiligheids- en preventiebeleid? → Beantwoord in samenhang met antwoord 4.
- Welke concrete maatregelen zijn de afgelopen jaren genomen om zedenmisdrijven te voorkomen? → Hoewel er geen afzonderlijk beleid specifiek voor zedenmisdrijven is, is het voorkomen en terugdringen ervan expliciet ingebed binnen aanpalende beleidsterreinen, zoals de aanpak van…
- Kan het college aangeven welke meetbare of aantoonbare effecten deze maatregelen hebben gehad op het aantal zedenmisdrijven, de specifieke slachtoffergroepen, en het… → a.
- Deelt het college de opvatting dat het voorkomen van zedenmisdrijven vraagt om meer dan handhaving, hulpverlening en begeleiding, en dat gedragsverandering en sociale… → Het college B&W deelt de opvatting dat het voorkomen van zedenmisdrijven vraagt om meer dan handhaving, hulpverlening en begeleiding alleen.
- Heeft het college onderzocht welke factoren mogelijk bijdragen aan het relatief hoge aantal zedenmisdrijven in Barneveld? → a.
- Is het college bereid om de raad binnen afzienbare tijd te informeren over aanvullende maatregelen om het aantal zedenmisdrijven terug te dringen? → Het college B&W is op dit moment niet voornemens om aanvullende maatregelen te treffen specifiek gericht op het terugdringen van zedenmisdrijven.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is het college bekend met de recente cijfers over zedenmisdrijven per 10.000 inwoners in Barneveld?
Antwoord van het college
a. Hoe duidt het college deze cijfers in relatie tot vergelijkbare gemeenten en het landelijk gemiddelde? b. Welke slachtoffergroepen van zedenmisdrijven zijn er in gemeente Barneveld? Antwoord: Zedenzaken grijpen diep in op het leven van slachtoffers, hun omgeving en vaak ook op de gemeenschap als geheel. Het college B&W onderkent de ernst van dit vraagstuk volledig en het belang om ieder signaal met maximale zorg en aandacht te benaderen, zowel vanuit het strafrechtelijke domein als vanuit de zorg en veiligheidsketen. Zedenmisdrijven zijn strafbare feiten waarbij iemands seksuele integriteit wordt geschonden. Sinds de Wet seksuele misdrijven (in werking op 1 juli 2024) zijn ook seksuele intimidatie in het openbaar en het sturen van seksueel getinte berichten aan kinderen (sexchatting) strafbaar. De nieuwe wet maakt onderscheid tussen opzet en schuld bij aanranding en verkrachting. Zowel bij opzet als bij schuld, is er seksueel contact geweest terwijl iemand dat niet wilde. Bij schuld gaat de dader er ten onrechte van uit dat de ander instemt. Bij opzet weet de dader dat er géén instemming is en maakt de dader gebruik van dwang, geweld, bedreiging of een misbruiksituatie. In de slachtoffergroepen komt deze registratie terug. De slachtoffergroepen zijn: • • • • • • • • Aanstootgevend gedrag (schennis) Verkrachting zonder en met dwang/ geweld/ bedreiging Aanranding zonder en met dwang/ geweld/ bedreiging Seksueel misbruik afh. relatie (slachtoffer 18+) Seksueel misbruik kind (verkrachting/aanranding) Misbruik seksueel beeldmateriaal Grooming Seksueel corrumperen Slachtoffers van zedenmisdrijven kunnen zowel mannen, vrouwen, jongens als meisjes zijn. De grootste slachtoffergroep van zedenmisdrijven in Nederland zijn vrouwen, gevolgd door (minderjarige) meisjes. Deze slachtoffergroep komt ook het vaakst voor in de cijfers van het Centrum voor Seksueel Geweld (CSG). Het college B&W is bekend met de geregistreerde cijfers. De politie registreerde in de gemeente Barneveld in 2023: 40 en in 2024: 45 zedenmisdrijven. Het aantal zedenmisdrijven is in 2025 gelijk gebleven aan 2024. Deze cijfers liggen per 10.000 inwoners boven het landelijk gemiddelde en zijn de afgelopen 3 jaren hoger dan gemeenten met vergelijkbare demografische en sociaaleconomische kenmerken. Landelijk stijgen de aantal geregistreerde zedenmisdrijven. Deze stijging weerspiegelt niet per definitie de onderliggende toegenomen incidentie. De invoering van de Wet seksuele misdrijven verruimt bijvoorbeeld de strafbaarstelling (o.a. consent centraal; seksuele intimidatie in het openbaar; online benadering minderjarigen) zodat meer gedragingen strafbaar zijn en daardoor vaker als misdrijf worden vastgelegd. In de gemeente Barneveld zijn de registraties in 2024 ook hoger dan de jaren ervoor. Ook spelen factoren zoals grotere bewustwording, maatschappelijke aandacht en verbeterde meldings- en aangiftebereidheid een belangrijke rol in de registraties. Dat gemeente Barneveld per 10.000 inwoners hoger scoort dan het landelijk gemiddelde en vergelijkbare gemeenten, kan daarom ook wijzen op verschillen in meldgedrag, lokale voorlichting of handhavingsfocus. Cijfers moeten daarom zorgvuldig worden geduid.
Vraag 2
Deelt het college de opvatting dat deze cijfers, los van mogelijke verklaringen, aanleiding geven tot extra inzet op preventie?
Antwoord van het college
Het college B&W deelt de opvatting dat de cijfers, ongeacht mogelijke verklaringen, aanleiding geven tot voortdurende aandacht voor preventie. Ieder zedenmisdrijf is er één te veel. Tegelijkertijd is het belangrijk om te onderkennen dat hogere registraties niet uitsluitend wijzen op méér incidenten, daarom acht het college B&W extra inzet op preventie vooralsnog niet nodig. Zoals eerder benoemd, kunnen hogere of stijgende cijfers namelijk juist ook het gevolg zijn van: • • • Toegenomen meldings- en aangiftebereidheid, mede dankzij betere voorlichting en bewustwording; Preventieve inspanningen die er juist toe leiden dat slachtoffers eerder hulp zoeken en melden; Verruiming van strafbaarstellingen onder de nieuwe Wet seksuele misdrijven. Het college B&W blijft daarom inzetten op een integrale aanpak, waarin preventie, bewustwording, vroeg signalering, opvang, hulpverlening en samenwerking met partners zoals het Centrum Seksueel Geweld, Moviera, Politie en Veilig Thuis centraal staan (zie hieronder verder).
Vraag 3
Op welke wijze is het voorkomen van zedenmisdrijven momenteel expliciet verankerd in het gemeentelijk veiligheids- en preventiebeleid?
Antwoord van het college
Beantwoord in samenhang met antwoord 4.
Vraag 4
Welke concrete maatregelen zijn de afgelopen jaren genomen om zedenmisdrijven te voorkomen?
Antwoord van het college
Hoewel er geen afzonderlijk beleid specifiek voor zedenmisdrijven is, is het voorkomen en terugdringen ervan expliciet ingebed binnen aanpalende beleidsterreinen, zoals de aanpak van huiselijk geweld, sociale veiligheid en veiligheid van vrouwen specifiek vanwege de hoge prevalentie zedenmisdrijven onder vrouwen, inclusie, openbare orde en de integrale ketensamenwerking in zorg en veiligheid. Binnen deze domeinen zet het college B&W op dit moment in op maatregelen die bijdragen aan het voorkomen, signaleren en beperken van (herhaling van) zedenmisdrijven: a. • • • • • • • • b. • • • • • • • c. Aanpak huiselijk geweld en ketensamenwerking Actieve opvolging van signalen via lokale overleggen (o.a. signaleringsoverleg) volgens het AVE-opschalingsmodel; Persoonsgerichte aanpak High Impact Crimes, aanpak nazorg exgedetineerden en aanpak huiselijk geweld in combinatie met strafrechtelijk kader via de regionale structuur van het Zorg en Veiligheidshuis; Structurele afstemming met PI‑ en Tbs-instellingen rondom verloven om eventuele risico’s zorgvuldig te beoordelen en te beheersen; We benutten bestaande wettelijk (burgemeester) bevoegdheden, zoals het opleggen van een tijdelijk huisverbod; Breed netwerk van lokale aandachtsfunctionarissen Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en Lokale alliantie gericht op (misbruik) ouderen; Moviera biedt opvang en ambulante ondersteuning bij huiselijk en seksueel geweld, aanpak seksuele uitbuiting via Kennisnetwerk Sekswerk en Seksualiteit (KISS) en Project Maatje achter de Voordeur; Veilig Thuis: advies en melden huiselijk geweld en kindermishandeling, waaronder seksueel misbruik; Centrum Seksueel Geweld (CSG) biedt medische, psychische en forensische hulp aan slachtoffers. Sociale veiligheid en openbare ruimte Gerichte opvolging van signalen over risicolocaties; o.a. extra verlichting bij hockeyvelden en Oosterbospad; Mogelijkheid voor inwoners om onveiligheid te melden via de gemeentelijke website; Toepassing van integrale ontwerpprincipes (sociale veiligheid, overzichtelijkheid, verlichting); Uitgebreide veiligheidsenquête na zomer 2026, inclusief welke locatie onveiligheid wordt ervaren; Resultaten worden verwerkt in het Integraal Veiligheidsplan 2028–2032; Waar nodig actualisatie van beleidsdoelen in het Uitvoeringsplan Veiligheid 2027. Gemeentelijke inclusievisie, waarin gelijkwaardigheid, respect en volwaardige participatie kernwaarden zijn. Omdat seksueel geweld direct raken aan deze waarden, draagt de aanpak bij aan het bespreekbaar maken van discriminatie, uitsluiting en onveiligheid. Preventieprogramma’s en deskundigheidsbevordering • • Herhaling training Meldcode binnen de gemeentelijke organisatie (2025– 2026); Facilitering opleiding aandachtsfunctionarissen ook voor maatschappelijke partners, netwerkbijeenkomsten, organisatie congres Week tegen de Kindermishandeling en intervisie via het CJG. Daarnaast kiest het College B&W voor incidentele extra inzet voor bewustwording en taboe-doorbreking door: • Deelname aan Orange the World (2025); • Expositie en filmvertoning Femicide (2026); • Dialoogavond sociale veiligheid voor inwoners (2026). Door een combinatie van preventie, signalering, interventie, deskundigheidsbevordering en ruimtelijke maatregelen wordt op meerdere niveaus gewerkt aan het voorkomen en terugdringen van zedenmisdrijven.
Vraag 5
Kan het college aangeven welke meetbare of aantoonbare effecten deze maatregelen hebben gehad op het aantal zedenmisdrijven, de specifieke slachtoffergroepen, en het veiligheidsgevoel van onze inwoners?
Antwoord van het college
a. Als effecten moeilijk of niet meetbaar zijn, hoe wordt de effectiviteit van het beleid dan beoordeeld? Antwoord: Het is op dit moment niet mogelijk om een direct meetbaar causaal verband vast te stellen van de gemeentelijke maatregelen op het aantal zedenmisdrijven, omdat zoals hiervoor vermeld: registraties naast incidentie worden beïnvloed door meldgedrag, bewustwording en de recente wetswijzigingen. Wel zijn er aantoonbare procesverbeteringen zichtbaar, zoals betere samenwerking in de keten, tijdiger signaleren en het daardoor sneller inzetten van passende hulp. Ook wordt bijvoorbeeld Veilig Thuis vaker gevonden door inwoners, wat duidt op groter vertrouwen. Ruimtelijke maatregelen, zoals extra verlichting, leiden tot verbeterde veiligheidsbeleving op specifieke locaties. Daarnaast is er meer bewustwording en maatschappelijke betrokkenheid door activiteiten als Orange the World, de Femicideexpositie en de dialoogavond. Omdat directe effecten moeilijk meetbaar zijn, beoordeelt het college de effectiviteit via ketensignalen, casusresultaten, gebruik van interventies en ervaringen uit de veiligheidsenquête. Ook worden indicatoren gevolgd, zoals deelname aan trainingen en netwerkbijeenkomsten. Deze informatie wordt jaarlijks betrokken bij beleidsmonitoring en waar nodig bijsturing. Zo wordt continu gewerkt aan het versterken van preventie, signalering en ondersteuning, ook rond zedenmisdrijven.
Vraag 6
Deelt het college de opvatting dat het voorkomen van zedenmisdrijven vraagt om meer dan handhaving, hulpverlening en begeleiding, en dat gedragsverandering en sociale normstelling noodzakelijk zijn?
Antwoord van het college
Het college B&W deelt de opvatting dat het voorkomen van zedenmisdrijven vraagt om meer dan handhaving, hulpverlening en begeleiding alleen. Namelijk: • • • Gedragsverandering en sociale normstelling zijn essentieel om grensoverschrijdend gedrag eerder te herkennen en te voorkomen: Campagnes en activiteiten zoals Orange the World, de Femicide‑expositie en de dialoogavond dragen bij aan bewustwording, gesprek over respectvol gedrag te stimuleren en taboe-doorbreking; Ontwerpprincipes voor sociale veiligheid in de openbare ruimte ondersteunen een norm van veiligheid en sociale controle; Scholing van professionals en deskundigheidsbevordering, helpt bij het signaleren en bespreekbaar maken van ongewenst gedrag. Deze inzet bevordert een maatschappelijke cultuur waarin ongewenst gedrag sneller wordt herkend en gedeeld. Gedragsverandering en sociale normstelling vormen daarmee een onmisbare aanvulling op repressieve en hulpverleningsgerichte maatregelen.
Vraag 7
Heeft het college onderzocht welke factoren mogelijk bijdragen aan het relatief hoge aantal zedenmisdrijven in Barneveld?
Antwoord van het college
a. Zo nee, is het college bereid deze analyse alsnog uit te voeren, samen met ketenpartners zoals politie, GGD en Veilig Thuis? Antwoord: Zie beantwoording vraag 1.
Vraag 8
Is het college bereid om de raad binnen afzienbare tijd te informeren over aanvullende maatregelen om het aantal zedenmisdrijven terug te dringen?
Antwoord van het college
Het college B&W is op dit moment niet voornemens om aanvullende maatregelen te treffen specifiek gericht op het terugdringen van zedenmisdrijven. Zoals toegelicht bij de eerdere vragen, is het aantal registraties sterk afhankelijk van meldingsbereidheid, bewustwording en wetswijzigingen, waardoor de cijfers niet zonder meer aanleiding geven tot opschaling van beleid. Een aanvullende maatregel die wél in voorbereiding is, betreft het in kaart brengen van onveilige plekken via de uitgebreide veiligheidsenquête die na de zomer van 2026 wordt uitgevoerd. De uitkomsten nemen we op actieniveau mee in het uitvoeringsplan 2027 en borgen (indien nodig) beleidsmatige inbedding in het nieuwe Integraal Veiligheidsplan 2028–2032, dat aan uw raad wordt voorgelegd ter vaststelling. Het college blijft de ontwikkelingen nauwlettend volgen via signaleringsoverleggen, ketenpartners en meldingen van inwoners. Indien hieruit nieuwe risico’s of aanvullende behoeften naar voren komen, zal het college bezien of verdere maatregelen wenselijk zijn en de raad hierover tijdig informeren.
Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen Pro'98 over stijging aantallen zedenmisdrijven
Bron: raadsinformatie van de gemeente Barneveld (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.