9 juli 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Beek

Beek Lokaal - Jaarstukken 2025 - beantwoording schriftelijke vragen

Een raadslid stelde op 9 juli 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Beek.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Formulier voor het indienen van vragen voor de vragenweek Naam: Dennis van Es Fractie: Beek Lokaal Vragen bij agendapunt 6 Jaarstukken 2025 van de Commissie Bestuur, Sociaal, Maatschappelijk d.d. 30-6-2026 Vraag 1: De cijfers: het rekeningresultaat. Pagina 4 In de tabel 'Structureel evenwicht van baten en lasten' bedraagt het saldo van incidentele baten en lasten € 715.600. Tegelijkertijd bestaat het rekeningresultaat onder meer uit een positieve bijstelling van de Algemene Uitkering van € 2.032.700 op basis van de decembercirculaire 2025, waarvan € 1.510.700 betrekking heeft op een met terugwerkende kracht verwerkte aanpassing over de jaren 2023 en 2024.

In de tabel "Structureel evenwicht van baten en lasten" bedraagt het saldo van de incidentele baten en lasten € 715.600. Kan worden toegelicht welke posten hierin zijn opgenomen? En hoe is de bijstelling van de Algemene Uitkering daarbij verwerkt: welk deel is als incidenteel beschouwd en welk deel als structureel?

Antwoord:

Op pagina 292 van de Jaarrekening 2025 in Pepperflow is een overzicht opgenomen met alle incidentele baten en lasten per programma. De Algemene Uitkering betreft in zijn geheel een structurele baat en is daarmee verwerkt als onderdeel van de structurele baten binnen Programma 6.

Vraag 2: Paragraaf 2.3: In 2026 zijn de uitgaven voor jeugdzorg en de beschikbare middelen met elkaar in balans. Pagina 39 In de jaarrekening wordt gesteld dat: "In de jeugdzorg zorgde een strikte focus op preventie en instroombeheer ervoor dat de uitgaven, in tegenstelling tot de landelijke trend, binnen de begrote budgetten van 2025 zijn gebleven." Er heeft een herindeling van de taakvelden tussen 2024 en 2025 plaatsgevonden:

Oude indeling (2024)

•

6-72A Jeugdhulp begeleiding

•

6-72B Jeugdhulp behandeling

•

6-72C Jeugdhulp dagbesteding

•

6-73A Pleegzorg

•

6-73C Verblijf overig

•

6-74A GGZ

•

6-74B Crisis GGZ

•

6-82A Jeugdbescherming

•

6-82B Jeugdreclassering

Nieuwe indeling (2025)

•

6-751 Jeugdhulp ambulant lokaal

•

6-752 Jeugdhulp ambulant regionaal

•

6-753 Jeugdhulp ambulant landelijk

•

6-761 Jeugdhulp verblijf lokaal

•

6-762 Jeugdhulp verblijf regionaal

•

6-763 Jeugdhulp verblijf landelijk

•

6-821 Jeugdbescherming

•

6-822 Jeugdreclassering

Daardoor kun je de cijfers van 2024 en 2025 niet één-op-één vergelijken.

Kan er een aansluitingsoverzicht worden verstrekt tussen de oude en nieuwe taakveldindeling voor de jeugdhulp, inclusief een herrekening van de cijfers over 2024 naar de taakveldstructuur van 2025 (of vice versa), zodat een trendmatige vergelijking van de uitgaven per categorie mogelijk is?

Antwoord:

Het gevraagde aansluitingsoverzicht tussen de oude en nieuwe taakveldindeling voor de jeugdhulp, inclusief een herrekening van de realisatiecijfers over 2024 naar de taakveldstructuur van 2025 (of omgekeerd), kan niet worden verstrekt.

De reden hiervoor is dat de wijziging in de taakveldindeling niet één-op-één vergelijkbaar is met de eerdere indeling. De nieuwe structuur betreft een inhoudelijke en administratieve herordening waarbij budgetten en activiteiten op meerdere punten anders zijn geclusterd en toegedeeld. Hierdoor is een betrouwbare en consistente herverdeling van historische cijfers

over 2024 naar de nieuwe taakvelden niet mogelijk zonder het maken van aannames die de vergelijkbaarheid en de juistheid van de cijfers zouden aantasten.

Vraag 3:

Welke samenhang is er tussen de lagere uitgaven voor toegang en beleidsuitvoering jeugd met de hogere uitgaven aan ambulante jeugdhulp, en welke conclusies daaruit worden getrokken voor de inrichting van de toegang in 2026?

Antwoord:

Er is geen samenhang tussen de lagere uitgaven voor toegang en beleidsuitvoering jeugd met de hogere uitgaven aan ambulante jeugdhulp. Op het taakveld ‘Toegang en eerstelijnsvoorziening Jeugd’ worden enkel salariskosten van medewerkers geboekt. De salariskosten bleken aan het eind van het jaar iets gunstiger te zijn dan begroot.

De uitgaven aan ambulante jeugdhulp worden beïnvloed door verschillende factoren en laten zich niet verklaren door één enkele oorzaak. Naast het aantal jeugdigen dat ondersteuning nodig heeft en de complexiteit van de problematiek, is ook sprake van een toename van jeugdbeschermingsmaatregelen. Deze ontwikkelingen kunnen leiden tot een grotere inzet van jeugdhulp en daarmee hogere kosten voor ambulante ondersteuning.

Daarnaast is het beleid erop gericht om, waar mogelijk, jeugdigen ambulant te ondersteunen in hun eigen leefomgeving en zwaardere vormen van zorg, zoals verblijf, te voorkomen. De ontwikkeling van de uitgaven aan ambulante jeugdhulp is daarmee het resultaat van een samenspel van factoren en kent geen direct of eenduidig verband met de lagere uitgaven voor toegang en beleidsuitvoering jeugd.

Voor de inrichting van de toegang in 2026 worden daarom geen conclusies getrokken op basis van deze financiële afwijkingen. Integendeel, vanuit de strategische visie en de Hervormingsagenda Jeugd wordt juist ingezet op een verdere versterking van de toegang, met meer aandacht voor integraal werken, vroegtijdige ondersteuning en stevige lokale teams. Hiermee wordt beoogd om hulpvragen zo dicht mogelijk bij de leefomgeving van jeugdigen en gezinnen op te pakken en waar mogelijk zwaardere vormen van jeugdhulp te voorkomen.

Vraag 4: Paragraaf 2.4: In 2026 geven alle Beekenaren aan dat ze zich onderdeel voelen van de samenleving. Pagina 42 De doelstelling luidt dat in 2026 alle Beekenaren aangeven dat zij zich onderdeel voelen van de samenleving. In de programmaverantwoording worden met name uitgevoerde activiteiten beschreven. Welke indicatoren en meetgegevens gebruikt het college om de voortgang van deze doelstelling te monitoren en op basis waarvan wordt vastgesteld of inwoners zich daadwerkelijk onderdeel voelen van de samenleving?

Antwoord:

Er zijn geen specifieke indicatoren waarmee jaarlijks objectief wordt gemeten in hoeverre inwoners zich onderdeel voelen van de samenleving. De leden/ervaringsdeskundigen van het Inclusieplatform geven feedback over de effecten van de uitgevoerde actielijnen uit de Lokale Inclusie Agenda met de daarbij behorende concrete uitvoeringsacties.

Vraag 5:

In 2025 is het inclusieplatform Beek voor Iedereen maandelijks bijeengeweest en betrokken geweest bij onder andere lokale evenementen en de aanpassing van de stationsomgeving.

Kan worden aangegeven in hoeveel gevallen signalen, adviezen of aanbevelingen van het inclusieplatform in 2025 hebben geleid tot aanpassing van beleid, ontwerp of uitvoering en op welke wijze dit wordt vastgelegd?

Antwoord:

Er wordt niet bijgehouden hoeveel adviezen van het inclusieplatform direct leiden tot beleidsof uitvoeringswijzigingen. Inbreng van het platform wordt wel meegenomen in projecten en overleggen en vastgelegd in de notulen van de maandelijkse bijeenkomsten van het platform.

Vraag 6:

In 2025 zijn twee gemeentelijke locaties aan een toegankelijkheidskeuring onderworpen.

Welke concrete bevindingen zijn hieruit voortgekomen en op welke wijze worden eventuele verbeterpunten opgenomen in beheer-, onderhouds- of investeringsplannen?

Antwoord:

De toegankelijkheidskeuringen hebben concrete verbeterpunten opgeleverd. Het gaat daarbij om de kleinere aanpassingen zoals aanpassingen aan een invalidentoilet van de Asta en een deurbel, die reeds zijn uitgevoerd. Grotere verbeteringen worden meegenomen in onderhouds- en investeringsplannen en bij toekomstige aanpassingen van gemeentelijke locaties. Op die manier wordt stapsgewijs gewerkt aan een betere toegankelijkheid van gemeentelijke voorzieningen, conform de uitgangspunten van de Lokale Inclusie Agenda en het VN-verdrag Handicap.

Vraag 7: Paragraaf 4.6: Tot en met 2026 komen er minimaal 250 nieuwe woningen bij, verspreid over alle kernen. Pagina 117 In de programmaverantwoording worden verschillende woningbouwontwikkelingen genoemd. Kan een overzicht worden verstrekt van de woningbouwprojecten die ultimo 2025 in voorbereiding, uitvoering of oplevering waren, met daarbij per project het verwachte aantal woningen, de beoogde doelgroepen (waaronder starters en senioren) en de geplande opleveringsjaren?

Antwoord:

De gemeenteraad heeft in november 2025 het Programma Woningbouw 2025-2032 vastgesteld. In dit programma is een integraal overzicht opgenomen van de woningbouwopgave, de planvoorraad en de geprioriteerde woningbouwlocaties. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de harde en zachte planvoorraad, de sleutelprojecten en de beoogde fasering. Ook is aangegeven dat de exacte woningaantallen, woningtypologieën, doelgroepen en realisatietermijnen per locatie in de planontwikkelingsfase nader worden uitgewerkt.

Voor een overzicht van de woningbouwprojecten die ultimo 2025 in voorbereiding, uitvoering of oplevering waren, wordt verwezen naar het Programma Woningbouw 2025-2032, bijlage 3 Woningaantallen straatjes erbij, sleutelprojecten en planvoorraad (pagina 55 tot en met 57).…

Bekijk de brief: Beek Lokaal - Jaarstukken 2025 - beantwoording schriftelijke vragen

Bron: raadsinformatie van de gemeente Beek (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Beek

Alle artikel 35-vragen in Beek