Verordening fysieke leefomgeving
Een raadslid stelde op 20 juni 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Beek.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Beantwoording schriftelijke vragen inzake Verordening fysieke leefomgeving Vraag 1:
In uw voorstel geeft u aan dat voor het overzetten van de huidige verordeningen naar ëén verordening er een aantal uitgangspunten zijn geformuleerd. Een van de uitgangspunten die u noemt betreft Publieke dienstverlening: Kader zo veel mogelijk hetzelfde; voorkomen verschillende regelstelsels, zoals regels t.a.v. dezelfde onderwerpen in bruidsschat die ook in verordening staan. Zo wordt voorkomen dat er straks dubbele regels in verordening/omgevingsplan staan, wat ver[1]warrend kan zijn voor toetsers/burgers.
Vraag:
Kunt u aangeven waarom er bezien vanuit het oogpunt van dienstverlening aan burgers en bedrijven er verschillen bestaan in begrippen zoals deze genoemd worden in artikel 1.1. begripsbepalingen van de Verordening fysieke Leefomgeving Beek en artikel 1.1 definities van de APV 2024. Zou het niet wenselijk zijn om beide verordeningen op elkaar af te stemmen?
In uw voorstel aan de gemeenteraad geeft u immers ook in de aanleiding aan dat “Door het samenvoegen van de verordeningen wordt de vindbaarheid/kenbaarheid van de regels voor de burger er beter op”” Hieronder een aantal voorbeelden uit beide verordeningen Verordening fysieke Leefomgeving
APV 2024
bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage onder A bij de Om[1]gevingswet
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beek
college: het college van burgemeester en wethouders;
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet;
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwer[1]ken leefomgeving;
-2-
openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;
openbare plaats; een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek, dit heeft zowel betrekking op de fysieke als digitale omgeving. Onder openbare plaats wordt niet begrepen een gebouw of besloten plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet.
Beantwoording:
De APV en Verordening fysieke leefomgeving bevatten verschillende begrippen aangezien de inhoud van beide verordeningen wezenlijk verschilt (respectievelijk openbare orde en de fysieke leefomgeving). Het is juist dat vanuit het oogpunt van dienstverlening aan burgers wenselijker is, om voor die begrippen die in beide verordeningen opgenomen zijn, dezelfde begripsomschrijving te hanteren. Deze zullen op navolgende manier in beide verordeningen worden aangepast:
Begrip
Begripsomschrijving
Bouwwerk
hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage onder A bij de Omgevingswet
college
het college van burgemeester en wethouders
gebouw
openbare plaats
hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek, dit heeft zowel betrekking op de fysieke als digitale omgeving. Onder openbare plaats wordt niet begrepen een gebouw of besloten plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet. (n.a.v. wijziging model-APV VNG)
Vraag 2:
In de Verordening fysieke Leefomgeving wordt een aantal keren (35) het begrip inrichtingen gebruikt.
In de begripsbepaling verwijst u al volgt naar het begrip inrichting; inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen
-3-
type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Onder de Omgevingswet wordt het begrip 'inrichting' uit de Wet milieubeheer losgelaten onder vervangen door een regulering per activiteit.
Vraag:
Waarom word het begrip inrichting veelvuldig in de Verordening fysieke leefomgeving gebruikt, terwijl dit begrip in de Omgevingswet juist is losgelaten. Is dit niet vreemd gelet op et feit dat de Verordening fysieke Leefomgeving Beek juist opgesteld is vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet?
Beantwoording:
Het is juist dat het begrip ‘‘inrichting’’ werd gehanteerd in de Wet Milieubeheer en het onderliggende Activiteitenbesluit Milieubeheer. Onder de nieuwe de Omgevingswet is het begrip ‘inrichting’ inderdaad losgelaten en vervangen door een regulering per activiteit. Het is de bedoeling dat gemeenten de geluidsnormen genoemd in het Activiteitenbesluit die terecht zijn gekomen in de Bruidsschat voor uiterlijk 2032 (al dan niet gewijzigd) overnemen in het definitieve omgevingsplan, anders komen deze te vervallen. Tot die tijd geldt een overgangsperiode waarbij de gemeente wil kunnen handhaven op geluidhinder op basis van de geluidsnormen die zijn opgenomen in vervallen (en middels de Bruidsschat gedecentraliseerde) wetgeving. De bedoeling van de Verordening fysieke leefomgeving is om de artikelen uit de APV (voor nu) beleidsneutraal over te zetten, totdat het definitieve omgevingsplan wordt vastgesteld. Het is daarom dat soms, zo lijkt het, ongelukkige formuleringen zijn opgenomen in de Verordening, zoals de zinsnede: ‘’zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.’’ Vraag 3:
De gemeente heeft tot 31-12-2032 de tijd om het tijdelijke omgevingsplan om te vormen tot een omgevingsplan dat voldoet aan de bedoeling van de Omgevingswet. Dit is in de meeste gemeenten een proces van jaren. Daarom is het verstandig om nu te beginnen met oriënterende en voorbereidende stappen. Relevant hierbij is dat wanneer het langer duurt om te komen tot het nieuwe omgevingsplan, dit tot gevolg heeft dat een langere periode het oude regime (tijdelijk omgevingsplan) en nieuwe regime (nieuw omgevingsplan) naast elkaar bestaan, hetgeen de lijnorganisatie belast. Daarom wordt geadviseerd in het plan te sturen op een zo kort mogelijke periode voor het opstellen van het nieuwe omgevingsplan. Het is daarnaast van belang om de kaders vanuit rijksregelgeving en de provinciale verordening goed te bestuderen; provinciale instructieregels kunnen bijvoorbeeld betekenen dat sommige onderdelen van het omgevingsplan al (ruim) voor 2032 vastgesteld moeten zijn (denk aan klimaatadaptatie, energietransitie etc.).
Uit uw voorstel aan de Gemeenteraad geeft u aan dat dat gemeenten met d e inwerkingtreding van de Omgevingswet de plicht hebben om uiterlijk in 2032 te beschikken over een opgesteld grondgebied dekken omgevingsplan.
Beantwoording:
a. Wat is de planning van de college van B&W in de gemeente Beek om het tijdelijke omgevingsplan om te vormen tot een omgevingsplan dat voldoet aan de bedoeling van de Omgevingswet.
In samenwerking met een stedenbouwkundig bureau is een plan van aanpak opgesteld om te komen tot een gebiedsdekkend Omgevingsplan. In feite is dit document een roadmap om in de komende jaren te komen tot een omgevingsplan nieuwe stijl. Gelet op de belasting van de organisatie en de vele andere ontwikkelingen die om de nodige capaciteit vragen, is de verwachting dat (een groot deel van) de beschikbare wettelijk (transitie)periode nodig is. In dat kader is een globale planning gemaakt met de verdeling van de wijzigingen van het tijdelijk
-4-
deel van het omgevingsplan. Dit betreffen zowel gebiedsgerichte als themagerichte wijzigingen. Het uiteindelijk doel is om rond 2029 een gebiedsdekkend omgevingsplan nieuwe stijl te hebben.
b. Hierop aanvullend de vraag. In het omgevingsloket van het DSO zien wij bij het onderdeel regels op de kaart (https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/?session=1366cc94-9bbe-466d-9f85-0d77f29a9242 ) dat de gemeente Beek nog niet beschikt over een Omgevingsvisie. Wat is uw planning voor het opstellen van dit voor gemeenten verplichte kerninstrument onder de Omgevingswet waarmee na vaststelling de gemeente Beek een integrale langetermijjnvisie voor de fysieke leefomgeving op haar grondgebied beschikt.
De gemeente Beek beschikt inderdaad nog niet over een omgevingsvisie. Dat hoeft ook nog niet, gemeenten hebben hiervoor de tijd tot 2027. In het Beeksversnellingsplan dat is bijgesloten bij de afwijkingenrapportage die uw raad onlangs heeft ontvangen stelt het college voor om versneld te starten met het opstarten van de omgevingsvisie.
Inmiddels is een plan van aanpak in hoofdlijnen gereed. Het voornemen is om op korte termijn de aanbesteding op te starten, met als doel dat de omgevingsvisie nog deze raadsperiode kan worden vastgesteld.…
Bekijk de brief: Schriftelijke vragen inzake Verordening fysieke leefomgeving
Bron: raadsinformatie van de gemeente Beek (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.