11 juni 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Beek

vragen Belang van Beek VrZL

Een raadslid stelde op 11 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Beek.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Formulier voor het indienen van vragen voor de vragenweek Naam: Michael Muijres Fractie: Belang van Beek Vragen bij agendapunt 4, Commissie/Raad: BSM Vra(a)g(en):

1.

Hoe hoog zijn de algemene reserve en bestemmingsreserves per ultimo 2025, en welk deel daarvan is juridisch of bestuurlijk al verplicht? 2.

Welke concrete maatregelen neemt VRZL om de BDUR-korting van 10% structureel op te vangen zonder verhoging van gemeentelijke bijdragen? 3.

Welke onderdelen zijn “gefaseerd of uitgesteld” vanwege de BDUR-korting, en wat zijn de operationele risico’s daarvan? 4.

Hoe ontwikkelt de gemeentelijke bijdrage zich per gemeente richting 2030, gecorrigeerd voor inflatie en autonome ontwikkelingen? 5.

Welk deel van het positieve jaarresultaat 2025 is incidenteel en welk deel structureel? 6.

Wat zijn de resterende risico’s en kosten rondom VRZL Online en AFAS?

7.

Zijn de implementaties van VRZL Online en AFAS volledig binnen budget gebleven? Zo nee, wat zijn de afwijkingen? 8.

Welke efficiencywinst wordt verwacht uit deze digitaliseringstrajecten?

9.

Welke taken rondom maatschappelijke weerbaarheid en noodsteunpunten behoren formeel tot de VRZL en welke tot gemeenten? 10.

Welke structurele personele uitbreiding is voorzien voor informatiegestuurde veiligheid en crisisbeheersing? 11.

Welke financiële gevolgen verwacht VRZL van een scenario militaire dreiging of langdurige stroomuitval? 12.

Hoe wordt gemeten of investeringen in mentale veerkracht daadwerkelijk leiden tot minder uitval/verzuim? 13.

Hoe kwetsbaar blijft de organisatie qua vrijwilligers en bezetting op langere termijn?

-2-

14.

Wat zijn de concrete prestaties van de Zuidlimburgveilig-app, bijvoorbeeld qua actieve gebruikers en bereik?

-3-

Antwoorden: 1.

In het jaardocument 2025 dat ter informatie is meegestuurd is zichtbaar op bladzijde 41 dat ultimo 2025 de algemene reserveserve een omvang kent van € 2.550.000. Daarnaast is in het accountantsverslag 2025 dat ter informatie is meegestuurd op bladzijde 15 zichtbaar wat de omvang is van de bestemmingsreserves ultimo 2025, zijnde een bedrag van € 10.998.000.

De algemene reserve is onderdeel van het weerstandsvermogen van VRZL. De bestemmingsreserves zijn, conform Artikel 43 lid 2 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV), reserves waaraan het Algemeen Bestuur van VRZL een specifiek bestedingsdoel heeft gegeven. Dit is de belangrijkste vorm van reserves binnen het BBV naast de algemene reserve. Het doel van een bestemmingsreserve is het reserveren van eigen vermogen binnen VRZL voor een specifiek, vooraf bepaald doel of project. Het dient als financieel instrument om toekomstige investeringen te kunnen financieren of om risico's op te vangen. 2.

De structurele korting van 10% op de BDuR-gelden wordt binnen de bestaande begroting van de VRZL opgevangen en leidt daarom niet tot een verhoging van de gemeentelijke bijdragen. VRZL kijkt daarbij kritisch naar mogelijkheden om deze taakstelling binnen de eigen organisatie op te vangen. In 2026 gebeurt dit deels door de inzet van incidentele middelen en deels door werkzaamheden te faseren of uit te stellen, zonder dat dit gevolgen heeft voor specifieke operationele of rampbestrijdingstaken. Vanaf 2027 wordt uitgegaan dat er extra middelen richting de veiligheidsregio’s komen, op basis van harde toezeggingen vanuit het Ministerie.

De voorziene extra BDuR gelden worden besteed aan de volgende doelstellingen zoals die zijn meegegeven door het Ministerie.

1. Het professionaliseren van Crisisbeheersing als vak

2. Het versterken van de informatiepositie van de Veiligheidsregio. 3.

We hebben door de inzet van incidentele middelen amper taken hoeven te faseren of uit te stellen. Wij zullen daarnaast ook altijd voorrang geven aan onze wettelijke taken om zo de veiligheid van de inwoners binnen de 16 deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling VRZL voortdurend te borgen. 4.

In de begroting 2027 is op bladzijde 55 paragraaf 3.6 Overzicht van bijdragen per deelnemende gemeente 2027-2030 in de tabel zichtbaar hoe de gemeentelijke bijdrage zich per gemeente ontwikkelt richting 2030.

Voor de volledigheid zie onderstaand de betreffende tabel.

-4-

5.

Het incidenteel en structureel deel van het jaarresultaat 2025 is toegelicht in paragraaf 3.5.9 Structureel begrotingssaldo van de jaarrekening 2025. Voor de volledigheid zie onderstaande tabel:

6.

Voor beide projecten geldt dat bij het programma van eisen de risico’s in kaart zijn gebracht en daarmee aan de leverancier vooraf is meegegeven waaraan de betreffende software dient te voldoen. Dat heeft ertoe geleid dat er geen resterende risico’s zijn. Wel kan het voorkomen dat er aanvullend maatwerk geleverd dient te worden bij een informatiebehoefte die vooraf niet bekend is geweest, echter is dat nog niet voorgekomen.

-5-

7.

De implementaties van VRZL Online en AFAS zijn volledig binnen het budget gebleven. 8.

De efficiencywinst die verwacht wordt zit aan de ene kant in het terugdringen van meerdere software programma’s waardoor informatie sneller te ontsluiten is voor directie en leidinggevenden en aan de andere kant heeft dat nu al geleid tot een personele besparing die in de toekomst wellicht nog leidt tot een grotere personele besparing. 9.

Weerbare samenleving is een project tussen VRZL en de 16 aangesloten gemeenten. Op 10 februari 2026 is de raad hierover ook geïnformeerd via een raadsinformatiebrief, waarbij Beek als een van de pilotgemeenten vooroploopt. Landelijk en regionaal is er steeds meer aandacht voor de mogelijke uitval van vitale processen, zoals stroomvoorziening, drinkwatervoorziening en digitale infrastructuur door (hybride) dreigingen of anderszins.

Dergelijke verstoringen hebben een grote maatschappelijke impact. Een weerbare samenleving is hierop voorbereid. De weerbaarheidsopgave is gedefinieerd door de NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid) en onderscheid vier pijlers op het gebied van maatschappelijke weerbaarheid (spoor 1) en twee pijlers op het gebied van militaire paraatheid (spoor 2).

De verantwoordelijkheden van gemeenten en veiligheidsregio's vallen onder spoor 1. Deze verantwoordelijkheden worden door de zestien Zuid-Limburgse burgemeesters sterk gevoeld. De rol van de zestien gemeenten en veiligheidsregio Zuid-Limburg (VRZL) komt overeen of overlapt elkaar. Ook overstijgen veel risico's en voorzieningen de gemeentegrenzen. Daarom is een goede samenwerking en zijn heldere gezamenlijke afspraken in de regio van groot belang om efficiënt invulling te geven aan de weerbaarheidsopgave. Vanuit deze visie heeft het algemeen bestuur (AB) van VRZL in haar vergadering van 1 april 2025 de bestuurlijke opdracht Weerbare Samenleving verstrekt aan VRZL om in gezamenlijkheid met de zestien Zuid-Limburgse gemeenten te werken aan een weerbaar Zuid-Limburg. Deze bestuurlijke opdracht heeft als doel om door middel van regionale planvorming, kennisdeling en afstemming gezamenlijk toe te werken naar een weerbaar Zuid-Limburg. De coördinatie van deze opdracht ligt bij de projectgroep Weerbare Samenleving met een projectleider en een communicatieadviseur van VRZL en een afvaardiging namens de gemeenten (adviseurs openbare orde en veiligheid van de gemeenten Heerlen, Kerkrade, Maastricht en Sittard-Geleen).

In navolging van landelijke bestuursopdrachten van het Veiligheidsberaad en van de VNG worden in steeds meer veiligheidsregio's en gemeenten projecten ingericht gericht op weerbaarheid. Hierbij ontstaat in de praktijk een nauwe samenwerking tussen gemeenten en veiligheidsregio's in gezamenlijke projecten en trajecten. Die samenwerking tussen gemeenten en veiligheidsregio's is cruciaal, aangezien lokaal een belangrijke rol is weggelegd voor gemeenten in aansluiting op hun taken in het kader van bevolkingszorg, terwijl de veiligheidsregio’s de noodzakelijke coördinatie en structuren verzorgen, waaronder de aansluiting op de crisisstructuur. Hiermee wordt de regionale slagkracht en het organisatievermogen gecombineerd met de benodigde lokale kennis en maatschappelijke en sociale structuren.

Uitgangspunten voor een robuust netwerk van noodsteunpunten Een landelijk netwerk kent de volgende onderdelen:

• Voor landelijk netwerk van noodsteunpunten is het noodzakelijk dat alle veiligheidsregio’s met inliggende gemeenten hieraan invulling geven, en dat hierop landelijke coördinatie is.

• Een landelijk netwerk van noodsteunpunten bestaat uit lokale noodsteunpunten (NSP) en regionale coördinatiepunten (CP):

-6-

o Het noodsteunpunt (NSP) heeft als hoofdfunctie het bieden van hulp aan inwoners.

Deze lokale noodsteunpunten worden ingericht door gemeenten, als verlengde van de huidige taken in relatie tot bevolkingszorg. o Het coördinatiepunt (CP) punt maakt deel uit van de regionale crisisorganisatie en zorgt dat het lokale noodsteunpunt zijn werk kan doen. Inwoners gaan niét naar een coördinatiepunt.…

Bekijk de brief: Beantwoording vragen Belang van Beek VrZL

Bron: raadsinformatie van de gemeente Beek (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Beek

Alle artikel 35-vragen in Beek