30 juni 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Blaricum

20260604 Vervoer G&V Beantwoording vragen CDA-Huizen mbt aanbesteding doelgroepenvervoer

Een raadslid stelde op 30 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Blaricum (6 vragen).

In het kort

6 vragen en wat het college antwoordt

  • Waarom kiest de VervoerBV er voor om een deel van het leerlingenvervoer aan te besteden? → In essentie wenst Vervoer Gooi en Vechtstreek zoveel mogelijk dienstverlening zelfstandig uit te voeren.
  • Wat wordt bedoeld met flexibele schil leerlingenvervoer en waar verschilt dit van het reguliere leerlingenvervoer? → De flexibele schil bestaat uit een beperkt aantal routes in het leerlingenvervoer, waarvoor Vervoer Gooi en Vechtstreek geen capaciteit heeft om dit zelf uit te voeren.
  • Hoe past het aanbesteden van het leerlingen vervoer in Artikel 5 van de gemeenschappelijke regeling waarin wordt geregeld dat de regio is belast met de uitvoering van… → In artikel 5 van de GR is inderdaad de verantwoordelijkheid overgedragen aan Vervoer Gooi en Vechtstreek.
  • Op welke wijze wordt bovenstaand punt meegenomen in de KPI’s waar de opdrachtnemer op wordt aangestuurd door de vervoerBV ? → In de aanbesteding wordt van de inschrijvers geëist dat zij werken met maximaal 2 vaste chauffeurs op de route en dit ook via referentie kunnen aantonen.
  • Op welke wijze is de duurzaamheid van het vervoer meegenomen in de selectiecriteria dan wel de KPI’s waarop de vervoer BV wordt aan gestuurd? → Het betreft een zeer klein aantal routes, maximaal 3 per onderaannemer en in totaal maximaal 12 routes.
  • Hoe verhoudt de door de regio gehanteerde bandbreedte waarbinnen de kilometerprijs moet vallen van de opdrachtnemer, om in aanmerking te komen voor de opdracht, tot de… → In de tussenevaluatie wordt gesproken over kilometerkosten p/uur.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Datum

4 juni 2026

Kenmerk

DOC-26016575

Inlichtingen

M. van Calcar

Telefoon

06-50036907

Onderwerp

Beantwoording vragen CDAfractie inzake aanbesteding flexibele schil doelgroepenvervoer

Gemeenteraad Huizen

Geachte raadsleden, Op 21 mei jl. heeft CDA-fractie Huizen vragen gesteld inzake de aanbesteding flexibele schil doelgroepenvervoer door Vervoer Gooi en Vechtstreek. Met deze brief geven wij antwoord op de vragen.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Waarom kiest de VervoerBV er voor om een deel van het leerlingenvervoer aan te besteden?

Antwoord van het college

In essentie wenst Vervoer Gooi en Vechtstreek zoveel mogelijk dienstverlening zelfstandig uit te voeren.

Gelijktijdig is ervoor gekozen om met een ondernemersblik naar de gewenste dienstverlening te kijken.

Vanuit dit kader is het verstandig om bij het leerlingenvervoer de eigen dienstverlening flexibel te kunnen aanvullen. Dit maakt de organisatie wendbaar in relatie tot de vervoersverplichting die zij richting de regiogemeenten heeft.

Gezien de fluctuerende vervoervraag en de trend van een afnemend aantal leerlingen zou de benodigde uitbreiding van het wagenpark om alle routes zelfstandig uit te voeren, kunnen leiden tot onderbenutting van voertuigen. Voertuigen worden aangeschaft met een afschrijvingstermijn van zeven jaar. Inzet van extra voertuigen binnen het Wmo-vervoer is geen alternatief, omdat daarvoor reeds voldoende capaciteit beschikbaar is.

Momenteel werkt zij samen met een klein aantal regionale vervoerders die een zeer beperkt aantal routes (max 12) verzorgt. Vervoer Gooi en Vechtstreek is verplicht deze flexibele schil aan te besteden.

Vraag 2

Wat wordt bedoeld met flexibele schil leerlingenvervoer en waar verschilt dit van het reguliere leerlingenvervoer?

Antwoord van het college

De flexibele schil bestaat uit een beperkt aantal routes in het leerlingenvervoer, waarvoor Vervoer Gooi en Vechtstreek geen capaciteit heeft om dit zelf uit te voeren. Inhoudelijk is de dienstverlening gelijk aan die van Vervoer Gooi en Vechtstreek zelf uitvoert.

Vraag 3

Hoe past het aanbesteden van het leerlingen vervoer in Artikel 5 van de gemeenschappelijke regeling waarin wordt geregeld dat de regio is belast met de uitvoering van het leerlingenvervoer?

Antwoord van het college

In artikel 5 van de GR is inderdaad de verantwoordelijkheid overgedragen aan Vervoer Gooi en Vechtstreek. Dat neemt niet weg dat de taak op kostenbewuste wijze wordt uitgevoerd. Op het moment Vervoer Gooi en Vechtstreek B.V.

Postbus 448, 3740 AK Baarn | Oud Eemnesserweg 5G, 3741 MP Baarn | T: (088) 829 44 44 | [email protected] KvK 80180817 | IBAN NL27 BNGH 0285 1820 99 | BTW NL 8615.79.410.B01

dat zij niet in staat zijn de gehele opdracht uit eigen capaciteit uit te voeren maakt zij gebruik van regionale vervoerders, die dan als onderaannemer van Vervoer Gooi en Vechtstreek fungeren. Op het moment dat Vervoer Gooi en Vechtstreek diensten uitbesteedt dient zij te handelen conform de aanbestedingswetgeving, omdat zij als publieke vervoerder aan deze wetgeving gehouden is. De eindverantwoordelijkheid voor de uitgevoerde dienstverlening blijft bij Vervoer Gooi en Vechtstreek b.v.

Een van de redenen voor de oprichting van de VervoerBV was de kwaliteit die door de markt werd geleverd, met name in het leerlingenvervoer was dit het geval door de veelal wisselende chauffeurs di werden ingezet.

Vraag 4

Op welke wijze wordt bovenstaand punt meegenomen in de KPI’s waar de opdrachtnemer op wordt aangestuurd door de vervoerBV ?

Antwoord van het college

In de aanbesteding wordt van de inschrijvers geëist dat zij werken met maximaal 2 vaste chauffeurs op de route en dit ook via referentie kunnen aantonen. Daar wordt in het periodiek contactmanagement op geëvalueerd.

Vraag 5

Op welke wijze is de duurzaamheid van het vervoer meegenomen in de selectiecriteria dan wel de KPI’s waarop de vervoer BV wordt aan gestuurd?

Antwoord van het college

Het betreft een zeer klein aantal routes, maximaal 3 per onderaannemer en in totaal maximaal 12 routes. Bij de aanbesteding is geen eis opgenomen voor ZE-voertuigen, omdat dit een onevenredige financiële belasting met zich mee zou brengen. VervoerGV zelf heeft een wagenpark dat voor 85% elektrisch rijdt.

Vraag 6

Hoe verhoudt de door de regio gehanteerde bandbreedte waarbinnen de kilometerprijs moet vallen van de opdrachtnemer, om in aanmerking te komen voor de opdracht, tot de eigen kostprijs per km zoals beschreven in bijlage 4 van de tussenevaluatie vervoer Gooi en Vechtstreek BV?

Antwoord van het college

In de tussenevaluatie wordt gesproken over kilometerkosten p/uur. Die is berekend op basis van het totale doelgroepenvervoer (niet alleen voor het leerlingenvervoer) op basis van 2022.

Vervoer Gooi en Vechtstreek ontvangt van de regiogemeenten een vast bedrag per leerling als opstaptarief en km-tarief per rit. Het tarief is gebaseerd op een gemiddeld aantal leerlingen per voertuig, terwijl de bezetting kan variëren per route van 1 tot 8 leerlingen per voertuig. Zo kan voor alle leerlingen met hetzelfde tarief gerekend worden. Dit kan bij de uit te besteden diensten niet, omdat het beperkt aantal routes de verhouding negatief beïnvloedt. Bij de aanbesteding is daarom expliciet rekening gehouden met het nadelige effect van 1 tot 4 leerlingen in het voertuig en geldt er bij minder leerlingen een omrekenfactor. Immers, Vervoer Gooi en Vechtstreek B.V. is wél gehouden om realistische tarieven te betalen. De bandbreedte die is opgenomen in de aanbesteding v.w.b. het km-tarief is wat ons betreft marktconform en dit is getoetst in een marktverkenning die aan de aanbesteding vooraf is gegaan. We hanteren een opstaptarief en een km-tarief per leerling en een factor bij minder dan 4 leerlingen in het vervoer.

We vertrouwen erop de vragen hiermee te hebben beantwoord.

Bekijk de brief: 20260604 Vervoer G&V Beantwoording vragen CDA-Huizen mbt aanbesteding doelgroepenvervoer

Bron: raadsinformatie van de gemeente Blaricum (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Blaricum

Alle artikel 35-vragen in Blaricum