17 april 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Brummen

AZC D454934

Een raadslid stelde op 17 april 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Brummen.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Gemeenteraad Brummen

Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp

Verzonden d.d.: 6 maart 2025 : 4 maart 2025 : Z104682/D454261 : : Beantwoording schriftelijke vragen VVD fractie inz. kosten asielopvang

Geachte leden van de gemeenteraad, Met het oog op de ontwikkelingen van de opvang van asielzoekers vraagt de VVD-fractie het college een financiële berekening te maken voor de kosten van de opvang van 350 asielzoekers door het COA versus de opvang van 120 asielzoekers door de gemeente (Z111042/D453415).

Vragen De VVD-fractie wil inzicht in de volgende aspecten:

1. De verwachte kosten voor de gemeente als de opvang van 120 asielzoekers op bestaande gemeentelijke locaties wordt georganiseerd;

2. De kosten voor de gemeente wanneer 350 asielzoekers opgevangen worden via het COA;

3. Een vergelijking van de kosten per asielzoeker voor beide scenario’s.

Beantwoording Wij benadrukken dat dit een vraag is om een hypothetische berekening te maken. De gemeente heeft immers geen locaties die voor de opvang van 120 asielzoekers in aanmerking komen. Daarnaast benadrukken wij dat het COA sinds begin 2024 ons enkel heeft laten weten het landgoed de Michaelshoeve in beeld te hebben voor een asielopvanglocatie met een dusdanige robuuste invulling dat het duurzaam onderdeel uit gaat maken van de opvangcapaciteit van COA. Het aantal van 300 tot 350 maximaal (een middelgrote azc) is uitgangspunt voor COA als initiatiefnemer.

Naast een vergelijking van de kosten voor de gemeente in directe financiële zin, is het vooral van belang om een afweging te maken in termen van de verwachte belasting van de gemeentelijke organisatie én belasting van het maatschappelijk (midden)veld. Daarbij is het de vraag in hoeverre wij in samenwerking met onze partners in staat zijn om de benodigde kwaliteit te leveren.

Het beleid van COA over kleinschalige opvang is al ruim een jaar in beweging en aan verandering onderhevig geweest. Toen de gesprekken over de Michaelshoeve liepen, gold als uitgangspunt dat gemeenten bij locaties kleiner dan 150 asielzoekers zelf voor (huisartsen)zorg, beheer en begeleiding moeten zorgen. Sinds afgelopen najaar biedt COA in beleidsnotities concepten aan voor kleinschalige opvang. In de praktijk is hier- op enkele pilots na- overigens nog nauwelijks ervaring mee. Kleinschalige locaties zijn altijd maatwerk. Het gaat veel vragen van zowel COA als de gemeente om een dergelijke opvang ingeregeld te krijgen.

Z104682/D454261

Blz. 2

Een belangrijke voorwaarde daarbij is bovendien dat de gemeente zelf een kleinschalige locatie aanbiedt.

Zoals aangegeven hebben wij die in Brummen niet.

Mocht Brummen een kleinschalige locatie willen ontwikkelen, dan zullen we geschikte grond en/of gebouwen moeten verwerven en ontwikkelen. Om dit mogelijk te maken zullen we leningen moeten aangaan. Ook al kunnen wij een kostendekkende huur doorberekenen aan COA, het gevolg zal zijn dat de gemeentelijke schuldenlast stijgt. Deze is al problematisch hoog en leidt regelmatig tot discussies met de provinciale toezichthouder.

In het hypothetische geval dat wij wel over een locatie zouden beschikken voor 120 asielzoekers, dan zou de gemeente optreden als initiatiefnemer en beheerder van de opvanglocatie. Daarmee komen zaken als het inregelen en onderhouden van bewonersoverleggen, informatieavonden en ruimtelijke en juridische procedures grotendeels bij de gemeente te liggen. Dit betekent een aanzienlijke belasting voor de organisatie. In de gekozen opzet voor maximaal 350 asielzoekers neemt COA deze zaken grotendeels voor zijn rekening.

In het geval van kleinschalige opvang, zou de locatie georganiseerd worden als een dependance bij het asielzoekerscentrum in Zutphen of Apeldoorn. Bewoners gaan in deze opzet voor bijvoorbeeld begeleiding, zorg, taallessen en recreatie naar de hoofdlocatie. Dit zal een dagelijkse belasting betekenen van ons toch al krappe openbaar vervoer, danwel druk en kosten meebrengen voor ons doelgroepenvervoer.

Het COA bezoekt regelmatig de kamers op de dependance. Er zal geen dagelijkse woonbegeleiding zijn zoals bij een AZC van 300 à 350 plekken. Ervaringen met de opvang van zowel Oekraïeners als op de doorstroomlocatie leren dat deze begeleiding wel dringend gewenst is. Met het huidige aantal Oekraïense ontheemden (circa 95) en de statushouders op de doorstroomlocatie (circa 25) zijn al zeker vijf personen in directe zin betrokken, nog los van de inzet vanuit ondersteunende functies en lijn- en programmamanagement. Een kleinschalig azc als dependance betekent verdere uitbreiding van deze bezetting en daarmee belasting van de organisatie. Dit is in de huidige krappe arbeidsmarkt een forse opgave en gaat ten koste van reeds bestaande taken en opgaven. Nog los van de vraag of hier een vergoeding van COA tegenover kan staan.

Beveiliging is maatwerk in overleg met de gemeente, waarbij er permanente beveiliging nodig is bij meer dan 100 personen1.

Er is zoals aangegeven nauwelijks ervaring met kleinschalige asielopvang. Wij verwachten dat zaken zoals begeleiding, zorg, taallessen en recreatie vanuit de hoofdlocatie op afstand niet voldoende zullen zijn om kwalitatief goede opvang te borgen en daarmee verveling en overlast te voorkomen.

Huisartsen geven aan dat zij verwachten dat de dekking van de zorg op deze wijze niet zal volstaan: het betekent namelijk dat in geval van spoed of in de weekenden er naar verwachting alsnog een beroep zal worden gedaan op de zorg in Brummen, die momenteel al ten zijn grenzen loopt. De huisartsen kunnen deze noodzakelijke zorg daarmee niet bieden. Aanvullend wijst de praktijk uit dat ook een reistijd naar de hoofdlocatie voor medische en huisartsenzorg voor veel inwoners in een dependance een zodanige drempel vormt dat men zich bij lokale huisartsen gaat melden. Onze huisartsenpraktijken kunnen deze extra toestroom niet aan. We mogen aannemen dat ditzelfde geldt voor bijvoorbeeld tandartsen, fysiotherapeuten en andere (para-)medische zorgverlening.

Alle voorzieningen die wij zelf zouden willen toevoegen aan een dependance, komen voor rekening van de gemeente. Op een zelfstandige (grotere) locatie zijn woonbegeleiding, zorg, taallessen en recreatie wel allemaal aanwezig en worden door COA geregeld.

Over de inzet van jeugdzorg maken wij in de Bestuursovereenkomst met COA nadere afspraken. Wij stellen ons op het standpunt dat de komst van het azc geen onevenredige belasting van onze jeugdzorg mag veroorzaken. ‘Brochure COA kleinschalige opvang’ / ‘Vragen en antwoorden reguliere kleinschalige opvang’, 21 oktober 2024; COA - Kleinschalige opvang | www.coa.nl 1

Z104682/D454261

Blz. 3

Tenslotte vraagt de opzet van een dependance waarschijnlijk om uitbreiding van capaciteit op de hoofdlocatie; hierover zou dan eerst bestuurlijk overeenstemming nodig zijn met de betreffende gemeente.

Het verschil tussen een opvang van 120 asielzoekers en een van 350 lijkt in directe financiële zin naar verwachting niet groot als het gaat om de verwachte kosten van de opvang voor de gemeente.

Uitgangspunt van het rijksbeleid is namelijk dat asielopvang kostenneutraal plaatsvindt. Het rijk financiert de opvang met een dekkende vergoeding per asielopvangplek. Maar om op een opvanglocatie als dependance van het azc in Zutphen of Apeldoorn voldoende kwaliteit te kunnen leveren, zal alsnog aanzienlijke inzet van de gemeente en de maatschappelijke partners worden gevraagd. De belasting die dit betekent voor zowel de gemeentelijke organisatie als de maatschappelijke partners in Brummen is onverantwoord. Nog los van de vraag in hoeverre COA deze kosten zal dekken.

Conclusies Alles overwegende geldt dus dat:

- Asielopvang van 120 plekken voor Brummen niet aan de orde is aangezien wij geen passende locatie kunnen aanbieden;

- Kleinschalige opvang een betrekkelijk nieuwe vorm is a) die het afgelopen jaar niet in beeld is geweest terwijl de gesprekken met COA liepen en b) waar nauwelijks nog ervaring mee is;

- Kleinschalige asielopvang veel gaat vragen van gemeente en COA om dit goed in te regelen;

- Kleinschalige opvang de gemeente in de rol van initiatiefnemer en beheerder van de asielopvanglocatie plaatst, wat een aanzienlijke belasting voor de organisatie betekent;

- Wij bij kleinschalige opvang verwachten dat de begeleiding en zorg op afstand niet voldoende zullen zijn om opvang van voldoende kwaliteit te bieden en verveling en overlast te voorkomen;

- Kleinschalige opvang een extra belasting geeft aan ons openbaar vervoer danwel capaciteit doelgroepenvervoer. Door het huidige personeelsgebrek bij vervoerders van het doelgroepenvervoer, kunnen we het vervoer in de gemeente Brummen niet bieden;

- Kleinschalige opvang naar verwachting een extra belasting betekent voor onze huisartsen, die dat niet aankunnen.…

Bekijk de brief: D1 - B&W - Beantwoording schriftelijke vragen VVD over AZC D454934

Bron: raadsinformatie van de gemeente Brummen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Brummen

Alle artikel 35-vragen in Brummen