19 maart 2024 · artikel 35-vragen · gemeente 's-Hertogenbosch

vragen ex art. 71 RVO lugubere jachtpraktijk Engelermeer

Een raadslid stelde op 19 maart 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Fractie Partij voor de Dieren Mevrouw E. Samshuijzen

Uw brief van

:

Uw kenmerk

:

Afdeling

:

Zaaknummer

:

Datum

:

Onderwerp

:

Ref. : S. van der Schoot 22 januari 2024 Tel. : 06-11031055 Zaaknummer 15906669 E-mail : [email protected] SO/WGZ Bijlage(n) : 16112671 12 maart 2024 Uw vragen ex. art. 71 RvO over: Jacht Engelermeer

Geachte mevrouw Samshuijzen, In uw brief van 22 januari 2024 stelt u raadsvragen ex. artikel 71 Reglement van Orde over: “lugubere jachtpraktijk Engelermeer”. Op 6 februari heeft u een mail ontvangen over uitstel van de beantwoording. Alvorens gericht in te gaan op uw vragen geven wij in het kort de kaders weer voor jacht en faunabeheer.

Kaders jacht en faunabeheer De Omgevingswet maakt een onderscheid tussen jacht en faunabeheer. Bij jacht is sprake van het (hobbymatig) vrij bejagen van een aantal bij wet aangewezen diersoorten. Bij faunabeheer gaat het om maatregelen in het kader van populatiebeheer en schadebestrijding die een grondgebruiker mag nemen om te voorkomen de dieren ernstige of omvangrijke schade veroorzaken of een publiek belang bedreigen (bijvoorbeeld volksgezondheid of verkeersveiligheid). Diersoorten mogen in het kader van faunabeheer alleen bestreden worden als er een landelijk/provinciale vrijstelling, aanwijzing/opdracht of vergunning voor is. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken). Er is geen publiekrechtelijke rol voor de gemeente weggelegd.

Voor het faunabeheer stelt de Faunabeheereenheid Noord-Brabant voor onze provincie een faunabeheerplan vast wat vervolgens door Gedeputeerde Staten moet worden goedgekeurd. Het faunabeheerplan dient als kader voor het faunabeheer op basis waarvan de Faunabeheereenheid vergunningen bij de provincie aanvraagt die noodzakelijk zijn voor een effectief beheer. Per diersoort is gemotiveerd aangegeven op welke manier deze kan worden beheerd, indien nodig bestreden en in het uiterste geval moet worden gedood, wanneer geen andere oplossing denkbaar is. De uitvoering van de beheersmaatregelen gebeurt door de lokale Wildbeheereenheden (WBE’s). In onze gemeente zijn vier WBE’s actief. Om uitvoering te kunnen geven aan voornoemde beheermaatregelen heeft een WBE toestemming nodig van de grondeigenaar of agrariër welke de grond gebruikt. We hebben met de vier WBE’s die in onze gemeente actief zijn, overeenkomsten voor het uitvoeren van wildschadebeheer en faunabeheer op de gronden die in eigendom en gebruik van de gemeente zijn.

www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch KvK nr 17278704

Jacht (waarmee in het spraakgebruik doorgaans hobby-jacht wordt bedoeld) op de vrij bejaagbare wildsoorten is op de gronden van de gemeente nadrukkelijk uitgesloten. Op basis van de overeenkomsten wordt alleen faunabeheer (populatiebeheer en schadebestrijding) toegestaan. De uitvoering dient te geschieden op basis van het provinciale Faunabeheerplan en de wettelijke voorschriften. Het toezicht op zowel jacht als faunabeheer is een verantwoordelijkheid van de provincie.

Op uw vragen kunnen wij u het volgende antwoorden:

Vraag 1:

Dieren lokken om ze vervolgens af te schieten vindt de Partij voor de Dieren bijzonder onethisch. De provincie Brabant heeft lokvoeren en regels omtrent lokvoeren echter niet gedefinieerd. Terreineigenaar en WBE kunnen hier zelf afspraken over maken.

Heeft u met de betreffende WBE hier afspraken over gemaakt? Kunt u toelichten waarom u hier al dan niet afspraken over gemaakt heeft?

Antwoord:

We hebben geen afspraken over de toepassing van lokvoer of aanverwante middelen met de WBE’s. Ons college is van mening dat de WBE’s zich dienen te conformeren aan de kaders van het provinciale faunabeheerplan en/of wettelijke voorschriften op dit gebied.

Vraag 2:

De huid van de gestroopte ree valt onder slachtafval. Van de nijlgans is de herkomst niet vast te stellen en bestaat ook de mogelijkheid dat deze van een andere locatie dan de betreffende komt. Zoals de jachtvereniging zelf stelt is dit niet toegestaan.

Welke actie gaat u op deze illegale activiteit ondernemen?

Antwoord:

Van de mogelijke stroopactiviteit is aangifte gedaan bij de opsporingsinstanties (de provincie is bevoegd gezag). Als eigenaar van de locatie zullen we de in het gebied actieve WBE aanspreken op haar rol die o.a. het toezicht op illegale activiteiten zoals stroperij inhoudt. In een eerste reactie distantieert de WBE zich van de mogelijke stroopactiviteit die op de locatie aan het Engelermeer is aangetroffen en geeft aan passende maatregelen te zullen nemen.

Vraag 3:

Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het oneerlijk en onethisch is om dieren met voedsel te lokken om ze vervolgens af te schieten? Bent u bereid om, indien u geen afspraken met de WBE heeft over lokvoeren, bij de eerste mogelijkheid lokvoeren of op een andere manier lokken van dieren ten behoeve van afschot te verbieden? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:

Wij zijn van mening dat de WBE zich bij de uitvoering van faunabeheer dient te conformeren aan de kaders van het provinciale faunabeheerplan en/of de wettelijke voorschriften op het gebied van lokmiddelen.

Vraag 4:

Indien lokvoeren niet toegestaan is op de betreffende locatie, welke actie gaat u ondernemen op deze illegale activiteit?

Antwoord:

Zie antwoord vraag 2.

Vraag 5:

Op basis van observatie blijkt dat de hut zeer recent gebouwd is (in de periode september/oktober 2023 – heden). Is er een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verstrekt voor deze hut? Kunt u aangeven of de geconstateerde hut (il)legaal geplaatst is? Indien de hut illegaal geplaatst is, welke actie gaat u hierop ondernemen?

Antwoord:

De hut is zonder toestemming en zonder omgevingsvergunning geplaatst. Uit de laatste controle is gebleken dat deze is verwijderd. Onderhavige locatie staat inmiddels onder verscherpt toezicht. De aanwezigheid van de hut maakt onderdeel uit van de aangifte.

Vraag 6:

Conform het ontwikkelkader Engelermeer zou het gebied rond het Engelermeer zich moeten ontwikkelen tot een hoogwaardiger natuur- en recreatiegebied, gericht op de beleving van water en natuur. Dit is een druk bezocht recreatie- en natuurgebied waar veel inwoners uit bijvoorbeeld de Haverleij komen om te ontspannen, tot rust te komen en van de natuur te genieten. Bent u van mening dat in een dergelijk gebied ruimte is voor de aangetroffen lugubere lokmiddelen en jachthut? Bent u van mening dat in een dergelijk reeds drukbezocht natuur- en recreatiegebied, dat zelfs nog verder ontwikkeld wordt ten behoeve van deze doelen, überhaupt ruimte is voor jacht?

Antwoord:

Momenteel ligt de locatie waar de hut en de lokmiddelen zijn aangetroffen braak. Op het moment dat deze locatie onderdeel uit gaat maken van een hoogwaardiger natuuren recreatiegebied, zal een nieuwe afweging worden gemaakt ten aanzien van het faunabeheer. Het sluiten van een overeenkomst met een WBE is hierbij niet gebruikelijk.

Vraag 7:

Voldoet de betreffende locatie aan de 40ha-regeling? Indien ja, wat is de oppervlakte en locatie van het betreffende aaneengesloten jachtveld binnen de gebiedsgrenzen van de WBE?

Antwoord:

Het is aan de WBE om te voldoen aan het 40-ha criterium en aan het bevoegd gezag (provincie) om toe te zien op de vraag of een locatie voldoet aan de 40ha regeling.

Vraag 8:

Heeft u schriftelijk toestemming gegeven voor het bejagen van vossen, reeën, konijnen en/of andere dieren op de betreffende locatie? Voor welke dieren heeft u op deze locatie schriftelijke toestemming verleend aan de WBE De Langstraat om te bejagen en welke voorwaarden heeft u hier aan gesteld? Wat is noodzaak van bejaging zijnde onderbouwing van de toestemming(en) tot bejaging die u heeft verleend? Indien u geen schriftelijke toestemming heeft gegeven voor de bejaging van één of meerdere dieren die hier mogelijk bejaagd worden en hier dus mogelijk illegale activiteit plaatsvindt, welke actie gaat u hier op ondernemen?

Antwoord:

We staan alleen faunabeheer (populatiebeheer en schadebestrijding) toe. Jacht is nadrukkelijk uitgesloten. De kaders voor het faunabeheer zijn verankerd in het provinciale Faunabeheerplan en wettelijke voorschriften. Ons college gaat ervan uit dat de landelijke- en provinciale overheid afgewogen keuzes maken over welke dieren in aanmerking komen voor faunabeheer en de wijze waarop dit beheer plaats moet vinden. Waar sprake is van (mogelijke) illegale activiteiten schakelen wij de daarvoor bevoegde opsporingsdiensten in.

Vraag 9:

Predatie van weidevogels door vossen is geen belangrijke oorzaak van de afname van weidevogels en pluimveehouders hebben voldoende mogelijkheden om preventieve mogelijkheden te nemen om predatie van dieren die in de veehouderij gebruikt worden te voorkomen. Het bejagen van de vos is dan ook niet nodig om schade aan fauna en veehouderij te voorkomen.…

Bekijk de brief: beantwoording vragen ex art. 71 RVO lugubere jachtpraktijk Engelermeer

Bron: raadsinformatie van de gemeente 's-Hertogenbosch (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van 's-Hertogenbosch

Alle artikel 35-vragen in 's-Hertogenbosch