28 mei 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Duiven

20240425 beantwoording vragen Groep Walraven gesteld tijdens ronde tafel 9 april 2024

Een raadslid stelde op 28 mei 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Duiven (13 vragen).

In het kort

13 vragen en wat het college antwoordt

  • We hebben ons te strenge regels opgelegd zegt de wethouder, maar als je de waarde bekijkt zijn dat gewoon normale waarden die we in de wet geluidshinder terug kunnen… → Leggen we met het addendum ons juist niet te hoge waarden op.
  • Het addendum ligt voor om te voorkomen dat we iedere keer terug naar de raad moeten, maar wat is daar he propleem van? → U heeft gezegd dat bij de Biezenkampen die hogere waarden misschien niet nodig zijn, maar welke onderzoeken liggen ten grondslag aan het raadsvoorstel of nemen we nu voor de zekerheid een…
  • In de “Verduidelijking” staat: ”De stellige bewering tijdens de raadsavond dat in Plakse Weide doden gaan vallen als gevolg van geluidsoverlast is voorbarig en niet… → Graag een reflectie van de wethouder.
  • Waarom houden we ons niet aan het advies van de Wereldgezondheidsorganisatie om de geluidsniveaus van wegverkeer onder de 53 dB te houden? → Gelet op de drukke wegen is het nabij de grotere woningbouwlocaties in onze gemeente onmogelijk om, ook met alle gangbare geluidswerende maatregelen, aan een gevelbelasting van 53 dB te…
  • Waarom gebruiken we geen stiller asfalt en plaatsen we geen geluidschermen? → Bij de afweging om hogere waarden te verlenen worden deze maatregelen bekeken.
  • Aangeven wordt dat richtlijn 2002/49/EU niet van toepassing is op gemeentelijke besluiten, maar is het niet zo dat gemeentelijke wetgeving (verordeningen) en beleid niet… → Dat klopt, maar het gemeentelijke beleid is niet in strijd met hogere wetgeving.
  • Wat is de doelstelling van het gemeentelijk geluidbeleid? → In het geluidbeleid staat onderstaande doelstelling:
  • SWUNG is de afkorting van Samen Werken in de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid en is de naam van een project met als doel de Wet geluidhinder in fases te moderniseren… → SWUNG1 gaat over rijkswegen en hoofdspoorwegen.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

20240425 beantwoording vragen Groep Walraven gesteld tijdens ronde tafel 9 april 2024 Uit de vorige ronde tafel

Vragen en antwoorden

Vraag 1

We hebben ons te strenge regels opgelegd zegt de wethouder, maar als je de waarde bekijkt zijn dat gewoon normale waarden die we in de wet geluidshinder terug kunnen vinden. Kan de wethouder dat nader uitleggen waarom die waarden te hoog zijn?

Antwoord van het college

Leggen we met het addendum ons juist niet te hoge waarden op.

De waarden opgenomen in het geluidbeleid zijn strenger dan opgenomen in de Wet geluidhinder. Hiermee werd beoogd een adequate bescherming van het geluidniveau te bieden. Nu blijkt dat we met de grotere nieuwbouwplannen gelegen nabij drukkere wegen met deze strengere waarden niet uitkomen. Met deze verruiming leggen we ons geen te hoge waarden op, maar maken we het mogelijk deze omvang van nieuwbouw te laten plaatsvinden, zonder dat de normering uit de Wet geluidhinder en Omgevingswet overschreden wordt.

Vraag 2

Het addendum ligt voor om te voorkomen dat we iedere keer terug naar de raad moeten, maar wat is daar he propleem van?

Antwoord van het college

U heeft gezegd dat bij de Biezenkampen die hogere waarden misschien niet nodig zijn, maar welke onderzoeken liggen ten grondslag aan het raadsvoorstel of nemen we nu voor de zekerheid een standpunt in dat de hoogst mogelijke waarde beschikbaar moet zijn?

Door het beleid te wijzigen voor de drie genoemde locaties kan dit als een beleidslijn gezien worden die juridisch houdbaarder is. Dat betekent niet dat er ook daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt van de beleidslijn. Akoestisch onderzoek is niet relevant op dit moment. Het addendum schept een aantal kaders die naar aanleiding van toekomstig akoestisch onderzoek ingevuld kunnen worden.

3. In de vorige bijeenkomst zei de wethouder dat alles was bekeken, maar wat is er bekeken en waarom staat dat niet in het raadsvoorstel beschreven en/of beargumenteerd. Nu kan de gemeenteraad de beweegredenen niet controleren en/of verifiëren. Daarmee kunnen wij onze belangrijkste taak voor de besluitvorming niet uitvoeren.

Op basis van het bestaande beleid is bekeken of het mogelijk is om binnen het bestaande beleid hogere waarden te verlenen bij het bestemmingsplan Plakse Weide.

Hierbij is de afwegingskader toegepast die in de nota hogere grenswaarden van het gemeentelijk geluidbeleid is beschreven. Deze motivering is opgenomen in het ontwerp

hogere waarde besluit. Dat blijkt voor een aantal woningen niet het geval te zijn. Om die reden is het addendum opgesteld, mede na ingewonnen juridisch advies. Het uitgangspunt is en blijft dat voldaan moet worden aan het gemeentelijke beleid, waarbij de afweging uit het beleid wordt gevolgd.

Reactie op: Verduidelijking van onderdelen geluid inzake raadsvoorstel Addendum wijziging geluidbeleid

1. Informatiepunt Leefomgeving: Beleidsneutraal betekent zonder wijziging van de toegelaten hoeveelheid geluid. Is het addendum dan beleidsneutraal? Hoe beleidsneutraal is het addendum als de hoeveelheid geluid verhoogd wordt?

Graag een verduidelijking In de aanvullende memo dat u is toegestuurd voor de bijeenkomst van 9 april 2024 is hier uitgebreid op ingegaan. Voor uw informatie is de betreffende tekst hieronder weergegeven.

Addendum geluidbeleid – beleidsneutrale wijziging Op grond van het addendum kan een geluidsniveau van 70 dB (na een verdergaande afweging) geaccepteerd worden. Op grond van de Wet geluidhinder was dit maximaal 63 dB (voor snelwegen is dit anders, maar voor de leesbaarheid gaat memo alleen in op de meest voorkomende situatie).

Hoewel er een verschil van 7 dB is, is wel sprake van een beleidsneutrale wijziging. De Wet geluidhinder kende een correctie van 5 dB voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/u. Deze correctie is ooit ingevoerd vanwege de verwachting dat het verkeer stiller zou worden.

Voorbeeld: Als uit een geluidberekening een geluidsbelasting van 68 dB op een woning bleek te zijn, mocht de correctie van 5 dB worden toegepast. Het toetsniveau is dan 63 dB.

De Omgevingswet kent deze correctie voor het stiller worden van het verkeer niet meer. In bovenstaand voorbeeld is het toetsniveau op grond van de Omgevingswet 68 dB. Het feitelijke geluidsniveau op de gevel onder de Wet geluidhinder (63 dB+5dB voor stiller worden verkeer) en 68 dB op grond van de Omgevingswet is daarmee gelijk.

Het Bkl heeft een maximale gevelbelasting van 70 dB vastgesteld, bij een gelijke rekenwijze is dit 2 dB hoger dan de Wet geluidhinder. Omdat de Wet geluidhinder is vervallen en is opgenomen in de Omgevingswet, is sprake van een beleidsneutrale wijziging als de maximale waarde van 70 dB wordt overgenomen in het addendum.

2. Kan het bereiken van hogere geluidswaarden in het omgevingsplan of met een maatwerkvoorschrift op grond van het omgevingsplan.

Voor plannen die na 1/1/24 worden vastgesteld vindt deze afweging plaats binnen de procedure van het omgevingsplan. Bij het herzien van het geluidbeleid en de implementatie in het omgevingsplan wordt de procedure bepaald.

Vraag 3

In de “Verduidelijking” staat: ”De stellige bewering tijdens de raadsavond dat in Plakse Weide doden gaan vallen als gevolg van geluidsoverlast is voorbarig en niet onderbouwd. Maar hoe voorbarig is en niet onderbouwd is die opmerking als op diverse overheidswebsites en websites van de GGD staat: “Het RIVM heeft berekend dat geluid van wegverkeer elk jaar bij ongeveer 750 mensen hart- en vaatziekten veroorzaakt. Ongeveer 65 mensen overlijden daar elk jaar aan.”?

Antwoord van het college

Graag een reflectie van de wethouder.

Die getallen gaan over heel Nederland en niet alleen over situaties in nieuwbouwwijken.

Ook bij het vaststellen van het addendum blijft gegarandeerd dat in de woning een goede geluidskwaliteit aanwezig is. Voor het overige moet ook voldaan worden aan het gemeentelijke geluidbeleid. Daarmee proberen we te voorkomen dat geluidsoverlast ontstaat, maar in individuele gevallen is dat niet uit te sluiten gelet op de subjectiviteit van het ervaren van overlast.

Vraag 4

Waarom houden we ons niet aan het advies van de Wereldgezondheidsorganisatie om de geluidsniveaus van wegverkeer onder de 53 dB te houden?

Antwoord van het college

Gelet op de drukke wegen is het nabij de grotere woningbouwlocaties in onze gemeente onmogelijk om, ook met alle gangbare geluidswerende maatregelen, aan een gevelbelasting van 53 dB te kunnen voldoen.

Vraag 5

Waarom gebruiken we geen stiller asfalt en plaatsen we geen geluidschermen?

Antwoord van het college

Bij de afweging om hogere waarden te verlenen worden deze maatregelen bekeken. Elke maatregel heeft stedenbouwkundige, verkeerskundige en financiële consequenties. Die worden tegen elkaar afgewogen. Na afweging van de maatregelen kan het college een hogere waarde toestaan.

Vraag 6

Aangeven wordt dat richtlijn 2002/49/EU niet van toepassing is op gemeentelijke besluiten, maar is het niet zo dat gemeentelijke wetgeving (verordeningen) en beleid niet in strijd mag zijn met hogere wetgeving en beleid?

Antwoord van het college

Dat klopt, maar het gemeentelijke beleid is niet in strijd met hogere wetgeving. De maximaal te ontheffen hogere waarde onder de Wet geluidhinder is 63 dB. Onder de Omgevingswet is een waarde van maximaal 70 dB toegestaan. Het gemeentelijke geluidbeleid biedt niet meer ruimte dan hogere wetgeving, en is daar ook niet mee strijdig.

Daarnaast is de werkingssfeer van de richtlijn onder meer dat de richtlijn van toepassing is op omgevingslawaai waaraan mensen in het bijzonder in bebouwde gebieden, in

openbare parken en andere stille gebieden in agglomeraties, in stille gebieden op het platteland, nabij scholen, ziekenhuizen en andere voor lawaai gevoelige gebouwen en gebieden worden blootgesteld. Waarom is dit dan niet van toepassing op gemeentelijk beleid? Immers, omgevingslawaai is ongewenst of schadelijk geluid buitenshuis dat door menselijke activiteiten wordt veroorzaakt, inclusief lawaai dat wordt voortgebracht door wegverkeer, spoorwegverkeer, luchtverkeer en locaties van industriële activiteiten.

Graag een reflectie.

Zoals is aangegeven in de aanvullende memo voor de vergadering van 9 april 2024 heeft de aangehaalde richtlijn betrekking op geluidsbelastingskaarten en actieplannen. Dit heeft geen relatie met het gemeentelijke ontheffingsbeleid.

Vraag 7

Wat is de doelstelling van het gemeentelijk geluidbeleid?

Antwoord van het college

In het geluidbeleid staat onderstaande doelstelling:

Vraag 8

SWUNG is de afkorting van Samen Werken in de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid en is de naam van een project met als doel de Wet geluidhinder in fases te moderniseren. (In die zin is het een voortzetting van het in 2002 gestrande project MIG.) Er zijn twee delen geweest, wat kan de wethouder vertellen over het project en wat zijn of eigenlijk waren de gevolgen voor wet- en regelgeving geweest?

Antwoord van het college

SWUNG1 gaat over rijkswegen en hoofdspoorwegen. SWUNG2 gaat over provinciale wegen. Dit heeft betrekking op geluidproductieplafonds. Geluidproductieplafonds zijn geen bevoegdheid van de gemeente. De gemeente gaat over de beoordeling van het geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. SWUNG heeft geen consequenties voor het gemeentelijke geluidbeleid.

Vraag 9

Ons geluidbeleid is in oktober 2010 vastgesteld. Tussentijds is er niet geëvalueerd of is het beleid aangepast. We leven nu in 2024, wat is er in de tussenliggende tijd veranderd aan de wetgeving met betrekking tot geluidshinder?

Antwoord van het college

Welke wijzigingen zijn er doorgevoerd en welke invloed hadden die wijzigingen op lokaal niveau?

In de Wet geluidhinder zijn geen relevante wijzigingen geweest die tot wijziging van het geluidbeleid hadden moeten leiden. Het huidige geluidbeleid is dus nog steeds toepasbaar.

Vraag 10

Wat is de invloed van Hoofdstuk 11 van de wet Milieubeheer (is met de Omgevingswet komen te vervallen) op het addendum?

Antwoord van het college

Geen. In hoofdstuk 11 is onder meer de vertaling van de eerder genoemde richtlijn 2002/49/EU. Dit heeft geen betrekking op gemeentelijk geluidbeleid.

Vraag 11

Welke verordeningen of beleid, aangaande geluid, worden door het Overgangsrecht automatisch onderdeel van een omgevingsplan?

Antwoord van het college

Er zijn geen verordeningen op het gebied van geluid die automatisch onderdeel uitmaken van het omgevingsplan.

Vraag 12

Kunnen hogere waarden van geluidsnormen niet in een bestemmingsplan, omgevingsvergunning of omgevingsplan worden opgenomen?

Antwoord van het college

Dat kan niet in een bestemmingsplan. Onder de Wabo werd een apart hogere waarden besluit genomen. Onder de Omgevingswet bestaat de ‘hogere waarde’ niet meer maar wordt deze meegenomen in het Omgevingsplan.

Vraag 13

Aangeven wordt om voor Ploen Noord 70 Lden als hoogste waarde aan te nemen. Op basis van welk onderzoek komt het college tot die conclusie?

Antwoord van het college

Welke geluidbeperkende maatregelen zijn onderzocht?

Het is een misverstand dat het addendum ertoe leidt dat standaard een waarde van 70 Lden wordt vastgesteld. De tekst uit de memo die u toegestuurd kreeg voor de bijeenkomst van 9 april 2024 geeft dit al aan:

“Het aan te passen geluidbeleid heeft niet het doel om standaard een gevelbelasting van 63 dB toe te staan. Het uitgangspunt is en blijft om de geluidsbelasting zo laag mogelijk te houden na de hiervoor genoemde afweging.

Als na het vaststellen van het bestemmingsplan en het hogere waarde besluit een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt ingediend, moet de aanvrager aantonen welke gevelmaatregelen aan de woning worden getroffen om een geluidsniveau in de woning van 33 dB te garanderen.”

In deze tekst staat ‘63’, dat is de waarde onder de Wet geluidhinder. Voor de Omgevingswet is dat “70 Lden”. Uit een akoestisch onderzoek bij een ruimtelijk plan moet blijken wat de gevelbelasting is, waarna gemotiveerd moet worden welke

bronmaatregelen en/of overdrachtsmaatregelen getroffen kunnen worden om de geluidbelasting te verlagen. Dit moet worden getoetst aan stedenbouwkundige, verkeerskundige en financiële doelmatigheid. Als blijkt dat maatregelen niet doelmatig zijn, kan een hogere gevelbelasting worden toegestaan, in combinatie met gevelmaatregelen voor een goed binnenklimaat.

Akoestisch onderzoek voor een toekomstig Ploen Noord is op dit moment dan ook niet zinvol omdat het nog niet bekend is waar de woningen worden gerealiseerd. Op basis van het onderzoek van het bestemmingsplan van Ploen Noord dat nu ter inzage ligt is het vrijwel zeker dat een aangepast geluidbeleid noodzakelijk is om woningbouw in het toekomstige deel van Ploen Noord te kunnen realiseren. Dit deel komt dichter bij drukke wegen te liggen. Het addendum schept een aantal kaders die naar aanleiding van toekomstig akoestisch onderzoek ingevuld kunnen worden.

Bekijk de brief: 20240425 beantwoording vragen Groep Walraven gesteld tijdens ronde tafel 9 april 2024

Bron: raadsinformatie van de gemeente Duiven (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Duiven

Alle artikel 35-vragen in Duiven