12 januari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Enschede

2e deel aanvullende vragen nav onvoldoende beantwoording vuurwerkramp

Busschers (PVV) stelde op 12 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Enschede (11 vragen).

In het kort

11 vragen en wat het college antwoordt

  • Wat was de reactie van ons College op bovenstaande artikelen, waren de 3 berichten waarheidsgetrouw weergegeven? → Zoniet op welke punt(en) had de onderzoeker van 1Twente ongelijk en welke lezing is de ware volgens het College?
  • Kan het College de Raad de exacte tekst van de 'toen geldende landelijke richtlijn' overleggen, waarop het College zich baseert bij de verdediging dat het optreden van… → Graag de volledige tekst en de bronvermelding.
  • Gezien de cruciale beschuldiging dat bunkerdeuren tegen voorschriften zijn geopend, wat de escalatie zou hebben veroorzaakt, deze vraag: wie gaf het specifieke bevel of… → Wij weten niet wie het bevel gaf.
  • Wie was op 13 mei 2000 de bevelvoerende officier ter plaatse die de uiteindelijke beslissingen nam met betrekking tot het openen van opslagbunkers en de blusstrategie? → De toen dienst doende officier van dienst.
  • Op welke wijze is deze functionaris ondervraagd en verantwoordelijk gehouden voor het negeren van de impliciete risicowaarschuwingen, zoals de gevaarsaanduiding op de… → De commissie Oosting heeft uitgebreid onderzoek gedaan.
  • Wat was de vastgestelde procedure en maximale termijn voor het oproepen van de Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS, dhr. → Ten tijde van de vuurwerkramp kende de brandweer geen AGS.
  • Op welk (exact) tijdstip is dhr. → Wij verwijzen naar het eindrapport van de commissie Oosting, meer specifiek (onderzoeksrapport B) en samenvatting in het eindrapport.
  • De reprimande die AGS Van Rooij ontving (wegens zijn kritiek, dat evacuatie had moeten plaats vinden, in plaats van blussen) wijst op een intern tuchtmaatregel. → Indien niet mogelijk waarom niet?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Wat was de reactie van ons College op bovenstaande artikelen, waren de 3 berichten waarheidsgetrouw weergegeven?

Antwoord van het college

Zoniet op welke punt(en) had de onderzoeker van 1Twente ongelijk en welke lezing is de ware volgens het College? Aanvullende informatie nav onze onderstaande vragen, het is belangrijk te weten dat de vragen zijn onttrokken aan het WOB-verzoek met kenmerk 1500067961 van 9 juni 2015 met daarin verwerkt de memo van 9 juni 2000, en het 2e WOB besluit van 21 april 2022 voor iedereen openbaar en heel inzichtelijk. We gaan ervan uit dat het voltallige college bovengenoemde stukken onder ogen heeft gekregen en heeft bestudeerd. Vooraf Na afloop van de vuurwerkramp heeft onafhankelijk en uitvoerig onderzoek plaatsgevonden door de Commissie Oosting. De brandweer heeft alle informatie en gegevens op een transparantie manier gedeeld met de onderzoekers. Het optreden van de brandweer tijdens de vuurwerkramp is volgens de toen geldende landelijke richtlijnen voor het optreden bij vuurwerk incidenten geweest. Dit is onderdeel geweest van het hierboven genoemde onderzoek. Wij verwijzen hierbij naar het opgestelde Onderzoeksrapport commissie Oosting, zoals ook eerder aangegeven in reactie op (raads)vragen die betrekking hebben op de vuurwerkramp. Wellicht ten overvloede een korte toelichting op de rol van Brandweer Twente versus de gemeente Enschede in deze: Door de politieke besluitvorming rondom de Wet Veiligheidsregio's en de oprichting van de Veiligheidsregio Twente (VRT) per 1 januari 2011 is de þasis gelegd voor de inrichting van één brandweerorganisatie in Twente (de zogenoemde regionalisering) Brandweer Twente (onderdeel van de VRT) is op 1 januari 2013 opgericht en bestond derhalve niet op 13 mei 2000. Op 13 mei 2000 was de brandweerorganisatie en de brandweerinzet een verantwoordelijkheid van de gemeente Enschede. Brandweer Twente beschikt niet over gevraagde informatie en documentatie, en kan om deze reden geen onderzoek verrichten naar zaken die brandweer Enschede betreffen. Bij de vragen 3 t/m 11 wordt ook opnieuw verwezen naar het Onderzoeksrapport commissie Oosting. Het college heeft over de vragen afstemming gezocht met de Brandweer Twente. Antwoord Het college heeft niet actief gereageerd op de genoemde artikelen. Brandweeroptreden Vraag

Vraag 2

Kan het College de Raad de exacte tekst van de 'toen geldende landelijke richtlijn' overleggen, waarop het College zich baseert bij de verdediging dat het optreden van de brandweer, waaronder het openen van deuren tijdens het bestaan van een naastgelegen brand in een opslag van gevaarlijke stoffen, in overeenstemming met de voorschriften was?

Antwoord van het college

Graag de volledige tekst en de bronvermelding. Antwoord Dat kan het college niet. Vraag

Vraag 3

Gezien de cruciale beschuldiging dat bunkerdeuren tegen voorschriften zijn geopend, wat de escalatie zou hebben veroorzaakt, deze vraag: wie gaf het specifieke bevel of de instructie om deze deuren te openen, en op basis van welke operationele informatie en autorisatie werd dit besluit genomen?

Antwoord van het college

Wij weten niet wie het bevel gaf. We verwijzen hiervoor naar het eindrapport van de commissie Oosting en het onderzoek van de Universiteit Twente (Torenvlied) die ook aandacht besteed aan de instructies van de brandweer. Vraag

Vraag 4

Wie was op 13 mei 2000 de bevelvoerende officier ter plaatse die de uiteindelijke beslissingen nam met betrekking tot het openen van opslagbunkers en de blusstrategie?

Antwoord van het college

De toen dienst doende officier van dienst. Wij weten niet of dit toen eenduidig en transparant is vastgelegd. We verwijzen naar het eindrapport van de Commissie Oosting. Vraag

Vraag 5

Op welke wijze is deze functionaris ondervraagd en verantwoordelijk gehouden voor het negeren van de impliciete risicowaarschuwingen, zoals de gevaarsaanduiding op de deuren voordat deze werden geopend, de gevonden herkenningskaart in de kleding van een overleden brandweerman, en de kritiek van Adviseur Gevaarlijke Stoffen H.A.F. van Rooij?

Antwoord van het college

De commissie Oosting heeft uitgebreid onderzoek gedaan. Wij verwijzen voor de aanpak naar het eindrapport. Vraag

Vraag 6

Wat was de vastgestelde procedure en maximale termijn voor het oproepen van de Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS, dhr. Van Rooij) conform de lokale commandovoering in mei 2000 bij een brand op een vuurwerklocatie?

Antwoord van het college

Ten tijde van de vuurwerkramp kende de brandweer geen AGS. Er werd gewerkt met een ROGS (regionaal officier gevaarlijke stoffen). Deze rol werd op 13 mei ingevuld door de OVD (officier van dienst, par.7.2, p41). AIs gevolg van de aanbevelingen uit het rapport (par.7.5 p.145 is de rol van AGS later ingesteld. Zie verder het eindrapport van de Commissie Oosting/Torenvlied. Vraag

Vraag 7

Op welk (exact) tijdstip is dhr. Van Rooij op 13 mei 2000 daadwerkelijk door het operationele commando benaderd?

Antwoord van het college

Wij verwijzen naar het eindrapport van de commissie Oosting, meer specifiek (onderzoeksrapport B) en samenvatting in het eindrapport. Vraag

Vraag 8

De reprimande die AGS Van Rooij ontving (wegens zijn kritiek, dat evacuatie had moeten plaats vinden, in plaats van blussen) wijst op een intern tuchtmaatregel. Is deze reprimande formeel en schriftelijk vastgelegd, en kan het College dit document overleggen om de redenen en de inhoud van de interne tuchtmaatregel te verhelderen, en om de conflictpunten binnen de commandovoering op 13 mei 2000 te duiden?

Antwoord van het college

Indien niet mogelijk waarom niet? Antwoord Deze vraag kunnen wij niet beantwoorden. Van Rooij was in dienst van gemeente Almelo en kan derhalve geen tuchtmaatregel van de gemeente Enschede opgelegd hebben gekregen. Vraag

Vraag 9

Het College stelt in de beantwoording van raadsvragen dat bij de Brandweer Twente 'niets bekend' is over de omgevingskaart voor SE Fireworks die in de kleding van een omgekomen brandweerman werd aangetroffen. Welke onderzoek (wie produceerde/verspreidde, wanneer en waarom) heeft Brandweer Twente verricht om de herkomst, het doel en de verspreiding van dit specifieke, (site-specifieke) operationele document binnen het korps te achterhalen?

Antwoord van het college

Wij verwijzen naar het eindrapport van de Commissie Oosting. Wij weten van geen nader onderzoek. Vraag

Vraag 10

Het College erkent in de beantwoording van eerdere raadsvragen dat de verklaring van brandweerman Herman Zendman (die volgens het artikel een aanvalsplan zou hebben opgesteld) niet is opgenomen bij de geïnterviewden in het Oosting-rapport. Kan het College, in overleg met Brandweer Twente, achterhalen en motiveren waarom de verklaring van Herman Zendman — die stelde een aanvalsplan te hebben opgesteld en bij de ramp betrokken was — niet is opgenomen of geanalyseerd in het eindrapport van de Commissie Oosting?

Antwoord van het college

Het college kan dit niet en verwijst na afstemming met de brandweer Twente naar het eindrapport van de commissie Oosting/Torenvlied. Vraag

Vraag 11

Aangezien de verklaring van brandweerman Herman Zendman dus ontbreekt of niet is geanalyseerd in het Oosting-rapport, het volgende verzoek: kan en wil het College de Brandweer Twente vragen om de volledige, ruwe verklaring van dhr Zendman aan de Commissie Oosting of de Politie (Tolteam) openbaar te maken, inclusief de gedocumenteerde redenen waarom deze verklaring destijds door de onderzoekers als niet-relevant werd beschouwd?

Antwoord van het college

Indien niet mogelijk graag de reden waarom niet. Antwoord: Wij verwijzen naar het eindrapport van de Commissie Oosting. Uit navraag blijkt dat ook de Brandweer Twente verwijst naar het eindrapport van de commissie Oosting/Torenvlied. Enschede, 10 februari 2026 Burgemeester en Wethouders van Enschede, de Secretaris, de Burgemeester, M.W. de Graaf R.W. Bleker

Bekijk de brief: Beantwoording art. 35 vragen van dhr. Busschers (PVV) inzake 2e deel aanvullende vragen vuurwerkramp

Bron: raadsinformatie van de gemeente Enschede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Enschede

Alle artikel 35-vragen in Enschede