Schriftelijke vragen na artikel 1twente over de vuurwerkramp 13 mei 2000
Harold Busschers (PVV) stelde op 6 mei 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Enschede.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Corsanummer: 2500026471
Op 6 mei 2025 zijn bij de raadsgriffie vragen binnen gekomen van de heer Harold Busschers van de fractie PVV gericht aan de voorzitter van de Raad op grond van ex artikel 35 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad.
Betreffende beantwoording schriftelijke vragen van de heer Busscher (PVV) inzake Schriftelijke vragen na artikel 1twente over de vuurwerkramp 13 mei 2000.
Inleiding Op 6 mei 2025 heeft de PVV vijftien schriftelijke vragen gesteld over een artikel dat 1Twente heeft gepubliceerd op 5 mei 2025. Als toelichting hierbij heeft de PVV gesteld: “In een aangrijpend artikel van 1Twente, gepubliceerd op 5 mei 2025, wordt nieuw licht geworpen op de Enschedese vuurwerkramp van 2000, met een focus op schokkende details die tot nu toe verborgen zijn gebleven.
Het artikel onderzoekt de complexe achtergronden van de ramp en onthult mogelijke samenzweringen, waaronder een verzwegen gronddeal en beschuldigingen van sabotage.
Daarnaast wordt er ingegaan op de rol van de overheden en de vraag of er sprake was van een doofpotaffaire. Deze onthullingen werpen een nieuw licht op de tragedie die niet alleen een stad, maar ook het hele land heeft getekend. Door deze nieuwe informatie te belichten, biedt het artikel niet alleen een diepgaand inzicht in de gebeurtenissen die leidden tot de ramp, maar roept het ook vragen op, over transparantie en verantwoordelijkheid van de gemeente Enschede.” Het college beantwoordt de vragen als volgt:
Vooraf Voor de beantwoording zou meer tijd benodigd zijn dan de gebruikelijke 3 weken was kort na indiening het geval. Er is uitstel van beantwoording gevraagd. Ook heeft er begin juni een gesprek plaatsgevonden met de vragensteller. Toen is aangegeven dat het college 8 weken zou wachten met de beantwoording in verband met de beoordeling en beantwoording door de gemeente van een toen nog lopende aansprakelijkstelling aan het adres van de gemeente. Met het feit dat enkele vragen ook aan de brandweer Twente moesten worden voorgelegd en het vakantiereces heeft het lang(er) geduurd.
Heeft het college kennisgenomen van het artikel 'De Enschedese vuurwerkramp: een verzwegen gronddeal, sabotage en een doofpot' van regionale omroep 1Twente op https://www.1twente.nl/artikel/5391591/de-enschedese-vuurwerkramp-een-verzwegengronddeal-sabotage-en-een-doofpot?
Ja, het college heeft kennisgenomen van dit artikel.
2. Geeft het artikel een waarheidsgetrouwe weergave van wat er is gezegd en klopt het verband waarmee het is gezegd?
Zo ja, gaat het college onderzoek doen naar de handelingen van het grondbedrijf van de gemeente Enschede voorafgaand aan de vuurwerkramp om te bezien in hoeverre de gemeente Enschede heeft bijgedragen aan een financieel motief voor sabotage om de grond vrij van huur te kunnen aankopen?
Noot vooraf: het college kan enkel iets zeggen over het handelen van de gemeente en laat zich daarom niet uit over het in het artikel genoemde juridisch conflict tussen de heer Smallenbroek en SE Fireworks en uitlatingen van de heer Bakker.
Voor zover het artikel gaat over dit handelen van de gemeente geldt dat het artikel niet op alle punten een waarheidsgetrouwe weergave bevat.
Onjuist gepretendeerde feiten zijn onder andere:
- “De meest markante gebeurtenissen in de aanloop naar de ramp zijn de doofpot ingegaan. (…) Over onderhandelingen tussen Smallenbroek en de gemeente Enschede over de verkoop van de grond onder dat bedrijf.” Van een doofpot is geen sprake. De destijds betrokken gemeente ambtenaren zijn na de vuurwerkramp door de Commissie Oosting gehoord. Zij hebben de commissie ingelicht over het gevestigde voorkeursrecht en de gevoerde onderhandelingen. Getuige paragraaf 3.1.5 van het Eindrapport, deel A: SE Fireworks, de overheid, de ramp (zie citaat hieronder, bij vraag 3).
- “Op 12 mei 2000, de dag voor de vuurwerkramp, doet Enschede een laatste bod voor aankoop van de grond onder het bedrijf. Een bod dat overeenkomt met wat Smallenbroek in de onderhandelingen steeds op tafel heeft gelegd: 1,5 miljoen. Ruim een half miljoen meer dan de gemeente eerder bood. Met één voorwaarde: de grond moet vrij van huurders worden opgeleverd. SE Fireworks huurt de opstallen van grondeigenaar Smallenbroek.” Op 12 mei 2000 was juist sprake van een laatste bod van grondeigenaar, waarover werd afgesproken dat de gemeente op maandag 15 mei 2000 zou reageren (zie ook het antwoord op vraag 5).
- “De ambtenaar die belast is met de aankoop van grond in Roombeek weet dat aan die voorwaarde niet voldaan kan worden. Hij heeft, volgens Bakker buiten zijn medeweten, de huurovereenkomst gekregen en nageplozen en geconcludeerd dat die geen achterdeurtje kent. Verwachting is dat SE Fireworks pas in 2007 van het terrein zal zijn.” De gemeente heeft nooit de beschikking gekregen over de volledige huurovereenkomst.
Zij heeft slechts een gedeelte van de huurovereenkomst ontvangen om een goede waardebepaling van het perceel in verhuurde staat te kunnen verrichten (zie ook het antwoord op vraag 4).
- “Na de ramp - op 15 mei - meldt Smallenbroek aan de gemeente dat ‘de huurders hebben opgezegd’. Dat klopt niet, maar van het gehuurde is niets meer over. In juni tekent de ambtenaar belast met aankoop aan dat Smallenbroek eerst met zijn verzekering het verlies van de opstallen van SE Fireworks moet afhandelen voordat de deal met de gemeente wordt vervolgd.” De deskundige namens de grondeigenaar heeft aan de gemeente medegedeeld dat de grondeigenaar eerst zijn zaken met de verzekering wenst af te ronden en daarna contact opneemt met de gemeente. Dit was dus op initiatief van de grondeigenaar, niet op dat van de gemeente.
- “De koop wordt gesloten op 22 juli 2001 en twee weken later notarieel vastgelegd.” De koop wordt gesloten op 22 juni 2001.
- “Het optreden van de brandweer op 13 mei 2000 speelt een belangrijke rol in de escalatie van brand naar ramp, zo blijkt uit de stukken die Bakker openbaar maakte.
Daarin speelt een aantal factoren een rol: er is op 13 mei 2000 aanzienlijk meer bekend over de risico’s van brand op het bedrijf dan later wordt voorgespiegeld, vlak voor de fatale explosies worden tegen de voorschriften deuren van opslagbunkers geopend en de deskundige brandweerfunctionaris die advies had kunnen en moeten geven over de bestrijding van de brand wordt pas benaderd nadat de boel is ontploft.
Bij die laatste gaat het om H.A.F. van Rooij, in 2000 regionaal brandweercommandant
en adviseur gevaarlijke stoffen in de regio Twente. Van Rooij legt op 18 oktober 2000 een verklaring af bij de Commissie Oosting, die onderzoek doet naar de vuurwerkramp.
Daarin stelt hij dat een ramp als in Enschede zomaar opnieuw kan gebeuren omdat gemaakte fouten angstvallig worden verzwegen.
Hij is de mening toegedaan dat bewaarplaatsen niet geopend hadden mogen worden.
En hij vindt dat de brandweer evacuatie had moeten overwegen, in plaats van te blussen.
Was hij meteen na de brandmelding benaderd, zoals had gemoeten, dan had hij dat ook geadviseerd.
Het levert hem een stevige reprimande op van brandweercommandant Groos.” Het optreden van de brandweer tijdens de vuurwerkramp is volgens de toen geldende landelijke richtlijnen voor het optreden bij vuurwerk incidenten geweest. Hier heeft indertijd uitvoerig onderzoek naar plaatsgevonden door de Commissie Oosting. Wij verwijzen hierbij naar het Onderzoeksrapport commissie Oosting.
- Volgens Van Rooij beschikte de brandweer, anders dan later wordt beweerd, over een aanvalsplan voor brand bij SE Fireworks. Dat komt overeen met verklaringen van Jans Weges bij een lezing in Rijksmuseum Twenthe in 2006 en oud-brandweerman Herman Zendman, die voor de ramp een dergelijk plan zou hebben opgesteld en dat meldt bij de Commissie Oosting.
Er was geen aanvalsplan van SE-Fireworks op 13 mei 2000, dit hebben wij reeds eerder aangegeven. Dit is ook geconcludeerd na onderzoek van Commissie Oosting.
- In de kleding van een van de bij de ramp omgekomen brandweermannen wordt een herkenningskaart gevaarlijke stoffen aangetroffen. Daarop het plakkaat dat ook op de deuren van de opslagplaatsen bij SE Fireworks is aangebracht: vatbaar voor explosie (bijkomend gevaar). Bakker wijst de blussende brandweermensen op die borden en de risico’s, maar moet ‘zijn bek houden’. Hij heeft, zo vindt de bevelvoerend brandweerman, op 13 mei niets meer te zeggen op het terrein van SE Fireworks.
Het is/was vrij gebruikelijk dat brandweermensen een kaartje met pictogrammen en/of etiketten van borden bij zich hebben. Uitgereikt in de opleiding en/of door het korps. Dit kaartje was/is een geheugensteun voor 10-tallen pictogrammen en/of borden die de brandweer kan tegenkomen.
- In die brandweerkleding wordt ook een omgevingskaart voor SE Fireworks aangetroffen.
Die zou onderdeel zijn geweest van een aanvalsplan. Beide documenten zijn door brand aangetast.
Van een omgevingskaart van SEF is ons niets bekend.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Enschede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.