24 juni 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Haaksbergen

2b2. Beantwoording vragen eerste bestuursrapportage 2024 gecombineerde commissie

Een raadslid stelde op 24 juni 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

x

College van burgemeester en wethouders Burgemeester Schriftelijke vragen raadsleden x Artikel 41 (vragen) Artikel 43 (inlichtingen) Mondelinge vragenronde raadsvergadering Vragensteller : diverse leden gecombineerde commissie Datum : 11 juni 2024 Onderwerp: Eerste berap 2024 Het college heeft tijdens de behandeling van de Eerste bestuursrapportage 2024 in de gecombineerde commissievergadering op 11 juni toezeggingen gedaan. Hierbij ontvangt u de reactie op een vijftal toezeggingen.

In te vullen door PAZ Zaaknr. :

Z Verzenddatum :

Behandeld:

Datum :

Antwoord :

Inkomend doc. nr.

Uitgaand doc. nr.

D

Schriftelijke beantwoording diverse medewerkers 21 juni 2024 Vraag 1:

Wethouder Van Zwanenburg zegt toe om de raad voorafgaand aan de raadsvergadering te informeren over het totaalbedrag, het begrote indexatiebedrag en het werkelijke indexatiebedrag aangaande de maatschappelijke en vrouwenopvang zodat de raad zich een beeld kan vormen over relatieve grootte van het nadeel van € 21.000;

Antwoord:

De financiële druk voor sociale werkorganisaties neemt verder toe als gevolg van prijsstijgingen (huur en energie) en specifiek door het recent gesloten cao-akkoord Sociaal werk.

Vraag 2:

Wethouder Van Zwanenburg zegt toe om de raad voorafgaand aan de raadsvergadering te informeren over het nadeel van € 200.000 aangaande de woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen, of dit in de afgelopen drie jaar is opgelopen, vanaf wanneer de trend van hogere vragen naar woon- en vervoersvoorzieningen en dubbele vergrijzing van de bevolking zichtbaar werd, en of en hoe dit (toen) verwerkt is in P&C-documenten;

Antwoord:

Woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen In de programmabegroting 2022 en 2023 was er geen aanleiding om het budget aan te passen anders dan de prijsindexatie en een reguliere volumestijging van 2%.

Bij de opstelling van de eindejaarsrapportage 2023, is een forse stijging in de verstrekkingen van woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen geconstateerd.

Voor de woonvoorzieningen werd deze stijging met name veroorzaakt door een drietal grote woonvoorzieningen die goed waren voor een kostenstijging van € 197.000. De aanvragen zijn eind augustus, september en in december bekend gemaakt. Hierop is in de eindejaarrapportage het budget incidenteel met € 130.000 bijgeraamd voor 2024. In de laatste paar maanden (oktober t/m december) is een stijging waargenomen in het aantal aanvragen voor trapliften, waardoor de lasten met € 110.000 hoger uitvielen dan begroot. Dit is gerapporteerd in de jaarrekening 2023.

De stijging van de lasten is dus met name in de laatste paar maanden (augustus t/m december 2023) zichtbaar geworden.

Terugkijkend naar 2023 was er vanaf begin 2023 al een stijging in de vraag naar vervoersvoorzieningen zichtbaar. Hierop had in de eerste bestuursrapportage 2023 een bijstelling kunnen plaatsvinden. Echter is besloten om dit niet voor te stellen, aangezien bij het opstellen van de 1e bestuursrapportage de gegevens over de eerste drie maanden 2023 beschikbaar waren en er onzekerheid bestond of dit gedurende het jaar zou doorzetten. In de eindejaarsrapportage hebben wij wel de budgetten bijgeraamd met € 34.000. Echter is deze bijraming incidenteel verwerkt en niet structureel. In de laatste maanden, oktober tot en met december, heeft de stijging van de vraag naar vervoersvoorzieningen zich doorgezet. Hierdoor hebben wij een nadeel moeten presenteren ter grootte van € 49.000 ten opzichte van de begroting in de jaarrekening 2023.

De begroting 2024 is opgesteld op basis van de toen bekende gegevens (t/m halverwege augustus 2024). De trend liet toen zien dat geen bijstelling nodig was anders dan reguliere volumestijging en prijsindexatie. Op basis van deze gegevens is voor 2024 het begrote bedrag voor woonvoorzieningen op € 153.000 en voor vervoersvoorzieningen op € 209.000 gesteld. De werkelijke kosten over 2023 bedroegen voor woonvoorzieningen € 427.000 en voor vervoersvoorzieningen € 220.000. Naar aanleiding van bovenstaande hebben wij in de eerste bestuursrapportage 2024 voorgesteld om het budget voor woonvoorzieningen met € 141.000 naar € 294.000 en voor het budget vervoersvoorzieningen met € 29.000 naar € 237.000, gezien de trend die we in de laatste maanden van 2023 zagen.

Hiermee hebben wij bewust de incidentele hoge woonvoorzieningen groot € 197.000 niet meegenomen, omdat dit anders een vertekend beeld geeft.

Onderhoudskosten In het verlengde van een hogere vraag naar hulpmiddelen, is de verwachting dat daarmee ook de onderhoudskosten zullen toenemen. Daarom is in de 1e bestuursrapportage voorgesteld om dit budget met € 23.000 te verhogen.

De overige mutaties € 6.000 zijn bijstellingen van het budgetten voor de verstrekkingen van rolstoelen en het doen van een klanttevredenheidsrapportage.

Bij de verstrekkingen van rolstoelen is geen verhoogde vraag geconstateerd.

Overige kosten De overige kosten 2021 zijn fors hoger dan de jaren 2022 en 2023. Dit heeft voornamelijk te maken met de afwaardering van de hulpmiddelen i.v.m. met de overgang van het gemeentelijk depot naar een landelijk depot. Deze afwaardering is gerapporteerd in de eindejaarsrapportage 2021.

Vraag 3:

Burgemeester Welten zegt toe om de raad voorafgaand aan de raadsvergadering te informeren over het begrote budget voor de verkiezingen, wat de werkelijke kosten (en de meerjarige overschrijdingen) zijn geweest en waarom dergelijke overschrijdingen niet verwerkt zijn in de Begroting 2024;

Antwoord:

Het verkiezingsbudget dat opgenomen is in de begroting bedraagt ad € 34.000 euro. Tot aan de coronatijd was dit bedrag dekkend. Vanaf de coronaperiode zijn de prijzen voor papier, software, opleiding en catering fors gestegen. Bovendien zijn de presentiegelden voor stembureauleden vanaf deze periode ook ten laste gebracht van het verkiezingsbudget. Aan de raad wordt voorgesteld bij de behandeling van de eerste bestuursrapportage het verkiezingsbudget 2024 aan te vullen met een bedrag van 21.000 euro en dit bedrag vanaf 2025 structureel op te nemen in de begroting.

Door een afstemmingsfout tussen de vakafdeling en de afdeling financiën is per abuis het extra bedrag voor de verkiezingen niet eerder in de begroting opgenomen.

Vraag 4:

Burgemeester Welten zegt toe om de raad zo spoedig mogelijk, schriftelijk of bij het eerstkomende organisatieontwikkelingsvoortgangsgesprek met de raad, nader te informeren over het ziekteverzuim in het algemeen:

a. De achterliggende reden van het ziekteverzuim (is dit bijvoorbeeld werkgerelateerd of niet);

b. De kans op een jaarlijks terugkerende overschrijding van het ziektevervangingsbudget;

c. En de maatregelen welke genomen worden om de (ervaren) werkdruk terug te dringen.

Antwoord:

Voordat bovengenoemde vragen worden beantwoord lijkt het ons verstandig om een totaal beeld/inzicht te geven in het verzuim van gemeente Haakbergen. Deze data zullen we vergelijken met landelijke data en data van vergelijkbare gemeenten.

De beantwoording van bovenstaande vragen volgt middels data vanuit de A&O personeelsmonitor en ons eigen verzuimdashboard.

In onderstaand figuur ziet u het ziekteverzuimpercentage van gemeente Haaksbergen t.o.v. vergelijkbare gemeenten (vergelijkbare gemeenten zijn gemeenten met 20.000 – 50.000 inwoners). Hierin ziet u heel duidelijk dat het ziekteverzuimpercentage lager ligt dan het gemiddelde ziekteverzuimpercentage van vergelijkbare gemeenten (sinds het bijhouden vanaf 2021).

Onderstaand figuur schetst een beeld van de opbouw van het ziekteverzuimpercentage uitgesplitst in kort, middellang, lang en extra lang.

Kort verzuim: verzuim dat maximaal 7 kalenderdagen duurt Middellang verzuim: verzuim dat 8 tot en met 42 kalenderdagen duurt Lang verzuim: verzuim dat 43 tot en met 365 kalenderdagen duurt Extra lang verzuim: verzuim dat 366 kalenderdagen of langer duurt

In bovenstaand figuur constateren wij geen bijzonderheden t.o.v. vergelijkbare gemeenten.

Vraag 4a: De achterliggende reden van het ziekteverzuim (is dit bijvoorbeeld werk gerelateerd of niet) De belangrijkste oorzaken van kort of middellang verzuim waren in 2023 voornamelijk griepklachten. In de opbouw van het ziekteverzuim zie je terug dat 1,1% uit kort en middellang verzuim bestaat (respectievelijk 0,6% en 0,5%).

De belangrijkste oorzaak van lang of extra lang verzuim waren in 2023, volgens bedrijfsartsen van onze Bedrijfspoli, werkdruk en stress (66%). In 2022 stonden fysieke en fysiologische aandoeningen nog op dezelfde hoogte als werkdruk en stress, maar deze staan nu met 64% als oorzaak op de tweede plek. Corona-

gerelateerde zaken worden steeds minder benoemd als oorzaak van lang of extra lang durend verzuim (A&O fonds gemeenten: personeelsmonitor 2023).…

Bekijk de brief: 2b2. Beantwoording vragen eerste bestuursrapportage 2024 gecombineerde commissie

Bron: raadsinformatie van de gemeente Haaksbergen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Haaksbergen

Alle artikel 35-vragen in Haaksbergen