raadsvoorstel verklaring van geen bedenkingen zoutwinning Haaksbergen
Een raadslid stelde op 7 november 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
College van burgemeester en wethouders Burgemeester Schriftelijke vragen raadsleden
Artikel 33 (vragen) Artikel 34 (inlichtingen) Mondelinge vragenronde raadsvergadering Vragensteller : mw. E.J. Diepenmaat - van den Hoff (CDA) Datum : 30-10-2023 Onderwerp: Vragen m.b.t. raadsvoorstel verklaring van geen bedenkingen zoutwinning Haaksbergen Vraag 1 Vraag:
In de considerans van de tussen de gemeente en Nobian gesloten overeenkomst wordt onder J. aangegeven dat ”[...] Partijen overigens vaststellen dat de totstandkoming van deze overeenkomst geenszins een voorwaarde vormt of kan vormen voor het nemen van het besluit genoemd onder F van deze considerans”.
Het hier bedoelde besluit betreft het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen door de gemeenteraad.
Kunt u ons uitleggen waarom de totstandkoming van onderhavige overeenkomst geen voorwaarde kan vormen voor het afgeven van de verklaring van geen bedenkingen?
Vraag 2 De burgemeester heeft tijdens de (start)bijeenkomst procesbegeleider zoutwinning op 11 september 2023 ondermeer het volgende gemeld:
”[...] En we hebben nagedacht over wat er daarnaast nog zou moeten gebeuren.
Eén van de processen is ook het vastleggen van […] de toezeggingen die Nobian heeft gedaan in een soort tripartite overeenkomst. [...]” Later bleek dat het ministerie van EZK heeft geweigerd om deel te nemen aan deze overeenkomst. Tijdens de technische briefing van 2 oktober jongstleden heeft Kees Hansma, directeur directie transitie diepe ondergrond van het ministerie van EZK daarover desgevraagd ondermeer het volgende toegelicht: "Ja, waarom geen tripartite? […] Kijk we hebben daar, u moet het zich zo voorstellen, de gemeente, Nobian en het Rijk hebben alle drie natuurlijk eigen verantwoordelijkheden.[…], die zijn in ons geval gewoon vaak gebaseerd op wetten.
Dus wat we gedaan hebben, we hebben gekeken kunnen we dat nou juridisch tot één geheel maken[…], maar we zijn er eigenlijk van overtuigd dat dat juridisch gewoon niet kan [...]” Graag ontvangen wij (door tussenkomst) van het college (van het ministerie van EZK) de reden(en) waarom een dergelijke overeenkomst juridisch niet kan.
Vraag 3 Van procesbegeleider Ten Broeke vernamen wij dat inmiddels is vastgesteld dat er slechts een beperkt aantal belanghebbenden is dat tegen een eventueel verleende vergunning in beroep kan gaan. Graag ontvangen wij alle schriftelijke informatie daaromtrent.
Graag ontvangen wij de antwoorden schriftelijk voor de commissievergadering van 2 november a.s..
In te vullen door PAZ Zaaknr. :
Z / 23 / 026810 Verzenddatum :
Behandeld:
Datum :
Antwoord :
Inkomend doc. nr.
Uitgaand doc. nr.
D-151303
Schriftelijke beantwoording Melissa Timmerman en Laurens Legtenberg 1 november 2023 Vraag 1 Aan de verklaring van geen bedenkingen kunnen op grond van art. 2.27 lid 4 jo art. 2.27 lid 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voorschriften worden verbonden. Het al dan niet afgeven van een verklaring van geen bedenkingen is ingevolge art. 6.5 lid 2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De voorschriften die ingevolge art. 2.27 lid 4 jo art. 2.27 lid 3 van de Wabo aan de verklaring van geen bedenkingen kunnen worden verbonden, moeten zien op het belang van een goede ruimtelijke ordening.
De inhoud van de overeenkomst tussen Gemeente Haaksbergen en Nobian Salt B.V. ziet niet op voorschriften die verbonden kunnen worden aan het besluit omtrent de verklaring van geen bedenkingen of de overige belangen die door de vergunningverlener worden gewogen bij het al dan niet verlenen van de omgevingsvergunningen.
Zo is in de overeenkomst op basis van een toezegging van Nobian, een omgevingsfonds opgenomen. Het door de initiatiefnemer storten van gelden in een omgevingsfonds vertoont raakvlakken met de financiële bijdrage voor ruimtelijke ontwikkeling die het bevoegd gezag van een initiatiefnemer van een planologische wijziging kan verlangen op grond van art. 6.24 lid 1 onder
a Wet ruimtelijke ordening (Wro). Met deze bijdrage bekostigt het bevoegd gezag maatregelen ten behoeve van vooraf in een structuurvisie vastgelegde ruimtelijk relevante waarden, zoals natuur, landschap en recreatie. De financiële bijdrage voor ruimtelijke ontwikkeling is in dat geval bedoeld als compensatie van een inbreuk door een project op die ruimtelijk relevante waarde, die is vastgesteld in beleid. Dat maakt ook het verschil duidelijk met het omgevingsfonds. De ratio van een omgevingsfonds is niet gelegen in het compenseren van genoemde waarden, maar in het laten meeprofiteren van de omgeving van een ontwikkeling.
Vraag 2 Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) merkt hierover het volgende op.
- De verklaring die de minister van EZK heeft afgegeven ziet op de uitoefening van haar publiekrechtelijke bevoegdheden. De Staat der Nederlanden kan geen privaatrechtelijke afspraken maken over de uitoefening van publiekrechtelijke bevoegdheden door een minister.
- De verklaring ziet bovendien op zaken die wettelijk zijn vastgelegd (bijvoorbeeld in de Mijnbouwwet) of uitleg van de wettekst betreffen.
Over de uitleg of toepassing van de wet kan de Staat der Nederlanden uiteraard geen privaatrechtelijke afspraken maken.
- De overeenkomst tussen de gemeente Haaksbergen en Nobian betreft afspraken die de gemeente en het bedrijf aangaan, niet de Staat der Nederlanden.
Om voornoemde redenen is er voor gekozen om de toezeggingen van de minister van EZK in een aparte verklaring op te nemen. De verklaring is als bijlage gehecht aan de overeenkomst tussen Nobian en de gemeente.
Vraag 3 Wij beschikken niet over schriftelijke informatie waaruit blijkt dat slechts een beperkt aantal belanghebbenden tegen een mogelijke verleende omgevingsvergunning in beroep kan gaan.
Voor wat betreft de mogelijkheid tot het instellen van beroep tegen een mogelijke verleende omgevingsvergunning, merken wij het volgende op.
In de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 januari 2021 (Varkens in Nood-arrest) is geoordeeld dat het Nederlandse bestuursprocesrecht in strijd is met het Verdrag van Aarhus voor besluiten die onder de werking van dat verdrag vallen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft deze lijn bevestigd en verder uitgewerkt in uitspraken van 14 april 2021 en 5 mei 2021. De Afdeling heeft geoordeeld dat:
- de Algemene wet bestuursrecht ten onrechte bepaalt dat belanghebbenden een zienswijze moeten indienen alvorens zij in beroep kunnen gaan bij de bestuursrechter;
- aan belanghebbenden die een zienswijze naar voren hebben gebracht, ten onrechte de beperking wordt opgelegd dat zij in beroep alleen de besluitonderdelen mogen aanvechten waartegen zij zich in de zienswijze hebben gericht;
- de Algemene wet bestuursrecht ten onrechte bepaalt dat nietbelanghebbenden die wel een zienswijze naar voren hebben kunnen brengen, of verschoonbaar geen of te laat een zienswijze hebben ingebracht, geen beroepsrecht hebben bij de bestuursrechter. Wel moeten niet-belanghebbenden rekening moeten houden met het
relativiteitsvereiste, op grond waarvan het beroep niet inhoudelijk kan worden beoordeeld.
De Afdeling roept de wetgever op om de Algemene wet bestuursrecht in overeenstemming met het Verdrag van Aarhus aan te passen. Als tijdelijke oplossing is vastgesteld dat in alle omgevingsrechtelijke zaken waarin de uniforme openbare voorbereidingsprocedure is toegepast, een ruimere toegang tot de bestuursrechter moet gelden. Deze lijn geldt derhalve in afwachting van actie van de wetgever niet alleen voor 'zuivere' Aarhusbesluiten, maar voor alle besluiten waarop de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing is en die worden genomen op grond van de Wabo, Wet milieubeheer, Wro, Tracéwet, Wet geluidhinder, Wet natuurbescherming, Ontgrondingenwet, Waterwet, Wet bodembescherming, Wet luchtvaart, Mijnbouwwet, Kernenergiewet, Wet inzake de luchtverontreiniging, Wet bescherming Antarctica en andere wetten en regelingen op het gebied van het milieu en de ruimtelijke ordening. Met deze uitleg wordt het recht op toegang tot de rechter verzekerd. Op basis van voornoemde jurisprudentie ontbreekt het derhalve aan de procedurele noodzaak om voorafgaande aan het indienen van beroep, een zienswijze in te dienen.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders,
dr. R. Toet secretaris
mr. drs. R.G. Welten burgemeester
Bron: raadsinformatie van de gemeente Haaksbergen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.