16 juni 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Harderwijk

de stand van zaken en Vaststellingsovereenkomst Academiestraat 5

Een raadslid stelde op 16 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

ons kenmerk: pagina:

02430000261833 / 02430000907558 2 van 7

Antwoord 2:

In de week direct volgend op de ondertekening van de VSO op 29 mei 2026 is de gemeenteraad op 3 juni 2026 door middel van een uitgebreide raadsinformatiebrief geïnformeerd. Als gevolg hiervan is er geen sprake van onnodig tijdsverlies, maar van een zorgvuldige afstemming tussen het moment van formele bekrachtiging en raadscommunicatie.

Vraag 3:

Hoe ziet het College dit in het kader van de actieve informatieplicht aan de gemeenteraad?

Antwoord 3:

Het college herkent het beeld dat uit de vraagstelling blijkt over het handelen van het college in het licht van de actieve informatieplicht. Tegelijkertijd draagt het college de verantwoordelijkheid om de juridische en financiële belangen van de gemeente Harderwijk tijdens complexe schikkingsonderhandelingen optimaal te beschermen.

Tijdens de onderhandelingen met Stichting Andiamo was er sprake van een precaire juridische procedure bij de rechtbank Amsterdam. Om de procespositie van de gemeente niet in gevaar te brengen en de bereidheid van de wederpartij om tot een minnelijke regeling te komen niet te frustreren, was het noodzakelijk om absolute vertrouwelijkheid te bewaren. Om die reden is op het voorbereidende collegevoorstel van 9 april 2026 formeel geheimhouding gelegd op grond van artikel 87 van de Gemeentewet in combinatie met artikel 5.1, tweede lid, onder b van de Wet open overheid.

De VSO is uiteindelijk op 29 mei 2026 door beide partijen rechtsgeldig ondertekend. Op dat specifieke moment trad de overeenkomst pas formeel in werking en verviel de noodzaak tot volledige geheimhouding van het eindresultaat.

Vraag 4:

Kan het College de vaststellingsovereenkomst alsnog doen toekomen aan de gemeenteraad, zo nee, waarom niet?

Antwoord 4:

Ja, het college is bereid om de raad hierin maximaal mee te nemen op een juridisch verantwoorde wijze. De VSO bevat diverse informatie die niet zonder meer vatbaar is voor algehele openbaarheid. Het college zal door middel van een vertrouwelijke terinzagelegging voor raadsleden de VSO aan de raad beschikbaar stellen, zodat u zelfstandig de gemaakte afspraken kunt controleren.

Vraag 5:

Waarom heeft het College er in deze vaststellingsovereenkomst niet voor gekozen om de oorspronkelijke afspraken te handhaven, maar is gekozen voor het toestaan van een duurdere categorie voor maar liefst 75% van de woningen?

Antwoord 5:

Het is binnen de gemeentelijke praktijk bij langlopende faciliterende projecten volstrekt gebruikelijk en redelijk om bij het herbevestigen van huurplafonds aan te sluiten bij actuele prijspeilen en indexaties zoals die door het Rijk worden vastgesteld. Er is echter geen sprake van een afwijking van de categorieeën, ten opzichte van de koopovereenkomst en de door de gemeenteraad vastgestelde visie voor de Academiestraat 5.

De bedragen uit de koopovereenkomst van 2020 (prijspeil 2020) waren door de inflatie en de stijging van de consumentenprijsindex (CPI) in de praktijk niet langer realistisch handhaafbaar. Het

ons kenmerk: pagina:

02430000261833 / 02430000907558 3 van 7

handhaven van de bedragen uit 2020 zou betekenen dat de woningen ver onder de wettelijke sociale huurplafonds verhuurd hadden moeten worden, wat in de praktijk niet realistisch en ook niet conform landelijke richtlijnen voor betaalbare woningbouw is.

In de VSO is de categorisering uit de koopovereenkomst daarom geactualiseerd naar de wettelijke normen van het jaar 2026:

• De categorieën tot de eerste (15%) en tweede (10%) aftoppingsgrens (€ 713,02 en € 764,14) volgen exact artikel 20 van de Wet op de huurtoeslag.

• De categorie tot de liberalisatiegrens (15%) (€ 1.228,07) volgt de rijksnormen uit de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (UHW).

• In de oorspronkelijke afspraken was de grootste categorie (60% van de woningen) gekoppeld aan een huurprijs tot € 900,- (prijspeil 2020). Vertaald naar het huidige prijspeil en de nieuwe Wet betaalbare huur is de grens voor gereguleerde middenhuur (de liberalisatiegrens) door het Rijk voor 2026 vastgesteld op € 1.228,07. In de praktijk hanteerde de verhuurder voor deze 60%-categorie de afgelopen periode prijzen die hier ver boven lagen. Met de VSO is de huurprijs voor deze categrorie nu strikt gemaximeerd op de liberalisatiegrens vermeerderd met een vast, geïndexeerd verhogingscomponent van maximaal € 250,- (prijspeil 2026).

Hiermee is voor 100% van de woningen een hard contractueel plafond aan de huurprijsstijging gelegd, waar dit voorheen in de vrije sector onbeheersbaar dreigde te worden.

In de onderstaande tabel is inzichtelijk hoe de afspraken van toen zijn vertaald naar de VSO:

Vastgestelde visie

Tenminste 15 % tot de

10 % tot de tweede

15 % tot de

45 % boven de

maximaal

Academiestraat 5

eerste aftoppingsgrens

aftoppingsgrens

liberalisatiegrens

liberalisatiegrens (vrije

15 % koop

d.d. 14-02-2019

(€ 589,- per maand).

(€ 628,- per maand)

(€ 710,- per maand)

sectorhuur)

tot € 200.000,-

Wettelijke grondslag

Wet op de huurtoeslag

Wet op de huurtoeslag

Uitvoeringswet

Koopovereenkomst

Tenminste 15 % tot de

10 % tot de tweede

15 % tot de

45 % boven de

maximaal

Academiestraat 5,

eerste aftoppingsgrens

aftoppingsgrens

liberalisatiegrens

liberalisatiegrens (vrije

15 % koop

d.d. 8-12-2020

(€ 589,- per maand).

(€ 628,- per maand)

(€ 710,- per maand)

sector huur, max.

tot € 200.000,-

huurprijzen woonruimte

€ 900,- per maand)

Wettelijke grondslag

Wet op de huurtoeslag

Wet op de huurtoeslag

Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte

VSO Academiestraat

15 % tot de

10 % tot de tweede

15 % tot de

60 % (18 woningen) in

5, d.d. 29-5-2026

eerste aftoppingsgrens

aftoppingsgrens

liberalisatiegrens

de vrije sector, met

(€ 713,02 per maand)

(€ 764,14 per maand)

(€ 1.228,07 per maand)

een geïndexeerde bovengrens aan huur boven op de liberalisatiegrens (€ 1.478,07 per maand)

Wettelijke grondslag

Wet op de huurtoeslag

Wet op de huurtoeslag

Wet betaalbare huur (per 1-7-2024)

-

ons kenmerk: pagina:

02430000261833 / 02430000907558 4 van 7

Vraag 6:

Vindt het College dit een goed onderhandelingsresultaat? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet, en hoe gaat het College dit repareren?

Antwoord 6:

Het College ziet dit als een goed onderhandelingsresultaat omdat het dossier hiermee definitief is vlotgetrokken en er absolute helderheid is gecreëerd over wat de verhuurder maximaal in rekening mag brengen. In plaats van een slepende en onzekere juridische procedure over historische prijsafspraken, ligt er nu een sluitend huurregime dat meebeweegt met de officiële indexaties van het Rijk.

Vraag 7:

Gaan de afspraken leiden tot huurverlagingen van lopende contracten, of vindt dit pas plaats bij het aangaan van nieuwe contracten? Indien dit laatste het geval is:

a. Waarom is hiervoor gekozen?

b. Hoe hebben de huidige huurders voordeel bij de vaststellingsovereenkomst?

c. Hoe lang is de verwachting dat het duurt voordat het volledige huurbestand in lijn is met de afgesproken categoriën?

Antwoord 7:

De afspraken uit de vaststellingsovereenkomst leiden niet tot een automatische of gedwongen tussentijdse verlaging van de lopende huurovereenkomsten. De huidige contracten tussen de verhuurder en de bewoners zijn rechtsgeldig tot stand gekomen en worden door het Nederlandse huurrecht beschermd. De gemeente kan juridisch niet afdwingen dat lopende privaatrechtelijke contracten eenzijdig worden opengebroken. De VSO-systematiek is dan ook van toepassing op alle nieuw af te sluiten huurovereenkomsten vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst Antwoord 7a:

Hiervoor is gekozen vanwege de privaatrechtelijke realiteit dat de gemeente geen contractspartij is bij de individuele huurovereenkomsten en reeds lopende afspraken moet respecteren. In de VSO is vastgelegd dat het voor de gemeente niet uitmaakt welke specifieke woning in welke categorie valt, zolang het totale verhuurbestand (in aantallen en percentages) op de mutatiemomenten stapsgewijs in overeenstemming wordt gebracht met de afgesproken verdeling.

Antwoord 7b:

Huidige huurders ontlenen hun voordeel en bescherming aan de afgesproken garantie voor zittende huurders, zoals is vastgelegd in de VSO: Andiamo heeft zich verplicht om de huurprijzen voor zittende huurders niet extra te verhogen, anders dan de reguliere wettelijke indexering.

Daarnaast heeft dit resultaat geleid tot rust en stabiliteit in het pand: de eerdere onduidelijkheid over het al dan niet verlengen van tijdelijke contracten is hiermee weggenomen, aangezien Andiamo heeft toegezegd de lopende huursituatie te respecteren en de bewoners schriftelijk te informeren over de nieuwe kaders (artikel 7.

Antwoord 7c:

Omdat een aanzienlijk deel van het huurbestand in De Oude Bieb, welke op basis van tijdelijke huurovereenkomsten waren verhuurd, per 1 juni 2026 afliepen, is de transitie naar de nieuwe huurcategorieën relatief snel verlopen.…

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen van PRO Harderwijk over de stand van zaken en Vaststellingsovereenkomst Academiestraat 5

Bron: raadsinformatie van de gemeente Harderwijk (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Harderwijk

Alle artikel 35-vragen in Harderwijk