5 mei 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Harderwijk

de verkoop van de voormalige Synagoge

Een raadslid stelde op 5 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

ons kenmerk: pagina:

02430000257112 / 02430000893540 2 van 4

Vraag 2:

In hoeverre het bod is gebaseerd op de uitkomst van deze taxatie(s) en welke overwegingen daarbij een rol hebben gespeeld?

Antwoord 2:

Als gemeente kunnen wij geen biedingen doen die niet onderbouwd zijn met een onafhankelijk taxatierapport. We hebben daarom een bieding gedaan gebaseerd op het uit onze opdracht uitgevraagde taxatierapport en onder een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden betreffen de gebruikelijke voorwaarden, zijnde toestemming voor de transactie door het college en het beschikbaar stellen van de financiële middelen door de gemeenteraad. Omdat de aankoop en daarmee het slagen van het project afhankelijk was van een nog aan te vragen subsidie, hebben wij daarover ook een voorwaarde gesteld.

Vraag 3:

Op welke wijze het door de gemeente uitgebrachte bod zich verhoudt tot de gehanteerde taxatie(s)?

Antwoord 3:

Zoals al aangegeven in het antwoord op vraag 1, heeft de gemeente een bieding gedaan op basis van het in onze opdracht uitgebrachte taxatierapport.

Vraag 4:

Hoe is de rol en betrokkenheid van de gemeente binnen het biedingsproces geweest?

Antwoord 4:

De gemeente was al langer in gesprek met de eigenaar van het pand in verband met de wens van SJEH om in het pand een nieuwe publiekspresentatie te realiseren. Voor dit project was provinciale subsidie beschikbaar, mits de gemeente in de vorm van co-financiering het pand in eigendom zou verwerven. Met de eigenaar is dit besproken en de gemeente verkeerde in de veronderstelling dat zij exclusief in onderhandeling waren over het pand. Dit bleek niet zo te zijn. De verkoper gaf aan meerdere gegadigden te hebben en - omdat wij als gemeente niet meteen zekerheid konden geven

- te kiezen voor een openbare inschrijving als procedure. Wij hebben in dat proces een bieding gedaan onder voorwaarden.

Vraag 5:

Welke factoren hebben bijgedragen aan de uiteindelijke uitkomst?

Antwoord 5:

Als gemeente kunnen wij niet direct zekerheid bieden en de gestelde voorwaarden waren voor de verkoper te onzeker. Het proces duurde in hun ogen te lang. Een hogere bieding zonder voorwaarden en een juridische levering op korte termijn, heeft voor de verkoper de doorslag gegeven om het pand te gunnen aan de partij die het pand nu in bezit heeft.

Vraag 6:

Hoe het college, met de kennis van nu, terugkijkt op het verloop van het traject?

Antwoord 6:

Wij betreuren het dat het pand niet aan ons gegund is. Stichting Joods Erfgoed Harderwijk (SJEH) heeft intensief overleg gehad met de verkopende partij over de te realiseren plannen in het pand en het proces rondom het subsidietraject. Tijdens dit proces was er vertrouwen dat dit tot een goed

ons kenmerk: pagina:

02430000257112 / 02430000893540 3 van 4

einde gebracht kon worden, mede door de verbondenheid van de verkoper bij het behoud van het joodse karakter. Er was zelfs een bedrag door de verkoper toegezegd om het plan mede te laten slagen.

Als gemeente hebben wij helaas niet de mogelijkheid om zonder voorwaarden een pand aan te kopen boven de getaxeerde waarde. Wij moeten verantwoord en onderbouwd het gemeenschapsgeld kunnen uitgeven en daarin hebben we in dit proces de juiste stappen gezet.

Vraag 7:

Welke mogelijkheden ziet het college om in gesprek te gaan met de huidige eigenaar(s) over het behoud van het kunstwerk dat is aangebracht in de muur van de entree van de voormalige Synagoge, een locatie waarvoor destijds in overleg met nabestaanden, de kunstenaar en initiatiefnemers is gekozen?

Antwoord 7:

Het college staat positief tegenover het aangaan van een gesprek met alle betrokken partijen over het behoud van het kunstwerk van kunstenaar Jeanette van der Meij, ‘Kunstwerk zonder morgen’.

Het kunstwerk is op initiatief van de toenmalige burgemeester tot stand gekomen en bevestigd aan de voormalige Synagoge. De schenking van het kunstwerk is destijds niet vastgelegd. Daarmee ligt nu de verantwoordelijkheid voor dit kunstwerk niet goed vast. Het “Comité herdenking 21 Joodse Harderwijkers” en SJEH geven aan geen eigenaar te zijn. Het college neemt het voortouw in een dergelijk gesprek.

Vraag 8:

Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de genoemde foto’s en voorwerpen van de expositie die op de eerste verdieping van de voormalige Synagoge te zien was?

Antwoord 8:

Het college is hierover niet geïnformeerd door SJEH. Het college heeft kennis genomen van het krantenartikel in De Stentor van 11 mei 2026 waarin het bestuur van SJEH aangeeft dat de bewuste foto’s op de zolder van de Synagoge worden bewaard.

Vraag 9:

Heeft het college kennisgenomen van het feit dat de SJEH die eerder betrokken was bij de invulling van het interieur van de voormalige Synagoge en de gerealiseerde fotowand expositie, voornemens is een doorstart te maken dan wel inmiddels een doorstart heeft gemaakt?

Zo ja, is het college bereid om in overleg te treden met de nieuwe eigenaar van de Synagoge en SJEH om te bezien op welke wijze SJEH betrokken kan worden bij de invulling van het interieur en/of herplaatsing van de fotowand expositie?

Antwoord 9:

Het subsidiebureau van de Gemeente Harderwijk is door de voorzitter van SJEH kort geïnformeerd over de onzekere toekomst van SJEH. In dit bericht gedateerd ‘april 2026’ worden nog de bestuursleden genoemd per 31/12/2025. De voorzitter of andere initiatiefnemers hebben de gemeente of het college niet geïnformeerd over een eventuele doorstart.

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen CDA, Pro Harderwijk, CU, Harderwijk Anders en D66 over de verkoop van de voormalige Synagoge

Bron: raadsinformatie van de gemeente Harderwijk (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Harderwijk

Alle artikel 35-vragen in Harderwijk