Vragen beeldvormende commissie 13 oktober 2025
Een raadslid stelde op 12 november 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Hattem.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Vragen commissie Ruimte & Duurzaamheid 13 oktober 2025 Beeldvormende vergadering over Chw bestemmingsplan ’t Veen (zonder stukken).
Leeswijzer Onderstaand worden de vragen die bij de beeldvormende vergadering van 13 oktober 2025 over Chw bestemmingsplan ’t Veen niet mondeling zijn beantwoord, alsnog beantwoord. Cursief staat de reactie van het college. De presentatie die op 13 oktober werd vertoond is al ter beschikking gesteld. De antwoorden kunnen ondersteunend zijn bij de tweede beeldvormende vergadering (19 november 2025), waarvoor in de dagen daarvoor ook nog separate vragen zijn gesteld.
ChristenUnie
- Principiële bezwaren verhouding bestemmingsplan en beleidsregel. Bestemmingsplan vonden we wat uitgekleed, zwaartepunt in beleidsregel. Wat is de juridische houdbaarheid hiervan?
Reactie:
De samenhang van de open normen en de beleidsregel (de Veencirculator) waaruit volgt hoe deze open normen toegepast moet worden, sluit geheel aan bij de juridische mogelijkheden en systematiek van een Crisis- en herstelwet (Chw) bestemmingsplan (ook bekend als een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte).
Ten opzichte van de versie van juni 2025 is het dictum van Hoofdstuk 3 Ontwikkelingsregels (artikelen 25 Bosmilieu, 26 Dijkmilieu en 27 Tuindorpmilieu) in de regels van het Chw bestemmingsplan (bijlage 3a bij het raadsvoorstel) aangescherpt.
Daarnaast is de koppeling tussen de open normen in de ontwikkelregels en de Veencirculator versterkt door het toevoegen van een begripsbepaling van de Veencirculator en zijn verwijzingen naar de Veencirculator verduidelijkt.
Daarnaast bieden we uw raad de mogelijkheid om wensen en bedenkingen te uiten bij het voornemen de Veencirculator te wijzigen. -
Wensen van de raad (juni 2025). Verwerking van de wensen. Dit zien we graag terug in de stukken. Er zijn 3 toegelicht, komt er ook een toelichting op de andere punten?
Reactie:
Ja, de wijze van verwerking van alle wensen van de raad treft u aan in de Staat van wijzigingen (bijlage 7 bij het raadsvoorstel).
-
Technische aspecten woningaantallen, fasering. Drie verschillende activiteiten (verkabeling, ontwikkelveld 3, G.W. Barendsenweg). Hoe werkt dat precies? Gekozen voor bepaalde projecten, dan heb je woningen, zodra dat is gerealiseerd, heb je dan weer ruimte? Of is dat een onzekere factor?
Reactie:
In de passende beoordeling van het Chw bestemmingsplan zijn de effecten berekend van de aanleg- en gebruiksfase van de gehele ontwikkeling die het Chw bestemmingsplan mogelijk maakt. Op planniveau is aangetoond dat het gehele plan kan worden gerealiseerd. Echter, voor projecten die op grond van het plan bij recht mogelijk
zijn, moet nog steeds wel een omgevingsvergunning worden verleend. Onderdeel van die vergunningaanvragen voor de projecten, is ook de plicht voor de initiatiefnemer om te voldoen aan de dan geldende stikstofregelgeving op projectniveau.
Om in kaart te brengen óf de losse projecten kunnen voldoen op het gebied van (de huidige) stikstofregelgeving, is in de passende beoordeling alvast een aantal ontwikkelingen als project doorgerekend. Deze ontwikkelingen zijn divers en aan te merken als maatgevend voor de verschillende activiteiten die het plan mogelijk maakt.
Een niet te vermijden risico is dat de stikstofregelgeving in de toekomst wijzigt. Dit laatste is bij elke beoordeling het geval. -
Hoe wordt de regie gepakt vanuit de gemeente? Worden initiatiefnemers on hold gezet?
Wat is de impact op initiatiefnemers van deze on hold gezette initiatieven?
Reactie:
Het is aan initiatiefnemers van de losse deelprojecten om aan te tonen hoe hun project voldoet aan de stikstofregels op projectniveau. Immers, pas bij de daadwerkelijke projecten zijn de exacte omvang van het project en de in te zetten stikstofveroorzakende bronnen exact in beeld. Als dan uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat er een significante stikstofdepositie is, is het aan de initiatiefnemers om (met inzet van intern of eventueel extern salderen) daarvoor een natuurvergunning te verkrijgen bij de provincie.
Er worden geen initiatieven on hold gezet, er zit alleen verschil in procedure: binnenplans of buitenplans. Het is wel zo dat de afzonderlijke projecten ook met elkaar rekening moeten houden bij de effectenbeoordeling. De gemeente faciliteert in het verstrekken van de benodigde informatie zodat afzonderlijke initiatiefnemers de vergunningen goed op orde kunnen krijgen.
-
Gasverbruik en verwarming: Op basis van CBS-gegevens energieverbruik sectoren. Is dat een beproefde methode? Is dit een toegestane methode?
Reactie:
Ja, zie ook het advies van Nysingh (bijlage 8 bij het raadsvoorstel), waarin is geoordeeld dat in de referentiesituatie op een goed navolgbare wijze is uiteengezet welke bronnen relevant zijn voor de beoordeling van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden en welke aannames daarbij zijn gedaan. De gekozen uitgangspunten en aannames komen Nysingh voor als reële en aannemelijke uitgangspunten.
-
PlanMER plicht.
Stedelijk ontwikkelingsgebied Plangebied is 2,14% Gebied waar stedelijke ontwikkeling plaatsvindt 0,96% Eerder advies een percentage van 3% genoemd als realistisch, op basis waarvan is dit percentage veranderd?
Reactie:
Het percentage van 3% komt niet voor in de adviezen. Hierin is dan ook geen sprake van een verandering. Relevant is de conclusie van advocaat-generaal Kokott (Europees Hof) over het richtcijfer van 5% als maximum voor een klein gebied, waardoor verdedigbaar is dat er sprake is van een klein gebied. Daarnaast is de oppervlakte van het gebied waar stedelijke ontwikkeling plaatsvindt kleiner dan de 1% die eerder in ieder geval als klein
genoeg is aangemerkt. Zie hiervoor ook het advies van Nysingh op de passende beoordeling (bijlage 8 bij het raadsvoorstel).
PvdA/GroenLinks
- Fasering: Want heel concreet hoe lang gaat dit duren? U hebt het totaal doorgerekend als plan naar de eindsituatie toe en in de eindsituatie kan het qua stikstof berekening zegt u, maar over hoeveel jaren is dat in die berekening, volgens welke rekenmethode?
Reactie:
Alles is nu zo doorgerekend dat het gehele plan in 10 jaar gerealiseerd kan worden. Dat is een worstcase aanname omdat het gebied zelf het tempo bepaalt. Er wordt ontwikkeld op basis van vrijwilligheid en sommige bedrijven zullen er binnen 10 jaar nog niet aan toe zijn om te transformeren. Het Chw-bestemmingsplan heeft een planhorizon van 20 jaar. -
Opstijgpunt: Is er een wijziging in het opstijgpunt aan de westzijde?
Reactie:
Zoals reeds aangegeven in de mondelinge beantwoording op 13 oktober 2025 doelde de wijziging zoals aangegeven in de presentatie op een verschil tussen het ontwerpbestemmingsplan van 2023 en het nu vast te stellen Chw bestemmingsplan (december 2025). Tussen de versie van juni 2025 en december 2025 zit geen verschil in (de locatie van) het opstijgpunt aan de westzijde.
-
Er is een voornemen [van het demissionaire kabinet, red.] om de norm aan te passen van de stikstof dat die naar één mol per hectare per jaar zou gaan. En bij mijn weten is dat nu 0,005 dus een factor 200. Klopt dat? Hoe kansrijk is dat?
Reactie:
Ja, het huidige demissionaire kabinet was inderdaad voornemens om een rekenkundige ondergrens van 1 mol in te voeren. Dat is een factor 200 ten opzichte van de huidige grens. De Raad van State heeft geoordeeld dat het voornemen van een rekenkundige ondergrens van 1 mol kwetsbaar is. Daarnaast is met de Tweede Kamerverkiezingen de politieke haalbaarheid hiervan mogelijk ook onder druk komen te staan. Over de kans hiervan kunnen we daarom geen inschatting maken.
-
Voor de referentie in de bestaande situatie hanteert u cijfers van 2021, maar ook van 2023. Moet de bestaande situatie de situatie zo in de buurt van de planvaststelling zijn?
En kan 2021 wel?
Reactie:
De peildatum hoeft niet gelijk te worden gesteld met de datum vaststelling bestemmingsplan. Er kan gemotiveerd hiervan worden afgeweken. Deze conclusie is ook onderschreven in het advies van Nysingh. Als peildatum is 2023 aangehouden, echter de verkeersgegevens van 2021 geven een beter beeld van de daadwerkelijke verkeersbewegingen. De reden hiervoor is dat hierin de hoofdzakelijk de referentiegevende bedrijven zitten en de ontwikkelingen op het Veen die daarna hebben plaatsgevonden daar geen deel van uit maken. Uitgaan van verkeersbewegingen van een latere datum leidt tot een foutieve overschatting van de referentiesituatie. Een alternatieve methode die ook vaak gebruikt wordt en is gebaseerd op de
verkeersgeneratie getallen berekent door het CROW leidt ook tot een overschatting (zoals u als raad ook heeft geconstateerd), van de daadwerkelijke verkeersgeneratie. -
Hoe groot is het risico dat het vast gaat lopen gedurende het project, dus nadat de eerste vergunningen verleend zijn? Stel dat we op bepaalde plekken aan de buitenkant van Hattem wel hebben gebouwd en dan meer naar binnen toe.…
Bekijk de brief: Beantwoording Vragen beeldvormende commissie 13 oktober 2025
Bron: raadsinformatie van de gemeente Hattem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.