13 16 100925 Beantwoording Schriftelijke Vragen Oostpolder lokaal sociaal gemeenteraad
Een raadslid stelde op 10 september 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Het Hogeland (11 vragen).
In het kort
11 vragen en wat het college antwoordt
- Natura 2000 en juridische/ecologische risico’s • Kunt u inzichtelijk maken op basis van welke kaders u denkt dat het verantwoord is om het grote juridische en… → Op welke feiten en onderzoeken baseert u dit?
- UNESCO-werelderfgoedstatus • Kunt u inzichtelijk maken op basis van welke kaders en feiten u het verantwoord acht dat de UNESCO-werelderfgoedstatus van de Waddenzee in… → De impact van de gebiedsontwikkeling Oostpolder op de Waddenzee is onderzocht in het Project-MER door het uitvoeren van een QuickScan naar de mogelijke effecten op de Outstanding Universal…
- Fragmentatie en cumulatieve effecten • Hoe gaat u bij de gefragmenteerde vergunningverlening het overzicht houden op de cumulatieve effecten, die u tegen het advies van… → • Hoe voorkomt u willekeur, nu in het PIP geen duidelijke kaders zijn opgenomen? • Op basis waarvan denkt u dat u de effecten van de vier samenhangende gebieden (Eemshaven, Oostpolder…
- Gezondheid en milieu – RWE centrale • De Commissie m.e.r. wijst op de effecten voor gezondheid en milieu (geluid, luchtkwaliteit, waterkwaliteit, ZZS, beleving). → • De RWE-centrale staat op plek 6 in Nederland qua NOx-uitstoot en volgens het Europees Klimaatagentschap zelfs op plek 2 in gezondheids- en milieukosten (na Titel Document Pagina 2/8 Tata…
- Geluid en hogere waarden • Waarom ontbreekt de bijlage Besluit Hogere Waarden Geluid in de PIP-stukken, terwijl dit cruciaal is voor bewoners en zienswijze-indieners? → • Waarom is de indeling van licht en middelzwaar samengevoegd, en hoe wordt voorkomen dat daardoor meer middelzware geluidsruimte wordt uitgegeven? • Hoe verantwoordt het college dat voor…
- Arbeidsmigranten en huisvesting • Eerder gaf de wethouder aan dat het college hier “een beetje heeft zitten slapen”. → • Wat gaat u nu concreet en op welke termijn doen om dit goed te regelen? • Wanneer komt het college met een voorstel voor een zelfbewoningsplicht, zodat de raad dit kan vaststellen?
- Match lokale arbeidsmarkt • Vier jaar geleden zijn grote beloftes gedaan over een goede match met de lokale arbeidsmarkt, inclusief onderzoek. → • Welke afspraken liggen er inmiddels met bedrijven die zich mogelijk willen vestigen?
- Railverkeer • Hoe en wanneer gaat u omwonenden langs het spoor informeren over de intensivering van het goederenvervoer (ook ’s nachts) als gevolg van de ontwikkelingen… → Titel Document Pagina 4/8 In het verkeersonderzoek is de toename van treinen berekend op basis van de mogelijk vervoersbehoefte van bedrijven in de Oostpolder.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Schriftelijke Vragen Oostpolder
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Natura 2000 en juridische/ecologische risico’s • Kunt u inzichtelijk maken op basis van welke kaders u denkt dat het verantwoord is om het grote juridische en ecologische risico te nemen dat Natura 2000-schade uitgesloten kan worden?
Antwoord van het college
Op welke feiten en onderzoeken baseert u dit?
De impact van de gebiedsontwikkeling Oostpolder op Natura 2000 gebieden is onderzocht in het Project-MER door het uitvoeren van: -
-
-
De Aerius-berekening, waarmee de stikstofdepositie nauwkeurig in beeld is gebracht. In de Passende Beoordeling bij het Project-MER is voor ieder van de habitats, die overbelast zijn en waarop het plan een extra depositiebijdrage veroorzaakt, onderzocht of dit kan leiden tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. De conclusie is in alle gevallen dat een dergelijke aantasting is uitgesloten. Het feit dat de habitats overbelast zijn en dat de kwaliteit op veel plaatsen matig is, en dat dat in ieder geval deels te wijten is aan de hoge stikstofdepositie doet daaraan niets af. Ook in een dergelijke situatie is het op voorhand niet uitgesloten dat dat een kleine toename geen gevolgen heeft. Het advies van de Commissie geeft daarom geen aanleiding de conclusie van de Passende Beoordeling te herzien, of een alternatief te beschrijven met minder effecten door stikstofdepositie.
Onderzoek naar waterkwaliteit (chemische en thermische lozingen en het onttrekken van koelwater). Omdat de KRW-doelen daarin leidend zijn, en de KWR doelen strenger gesteld moeten worden als dat vanuit het oogpunt van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstelling noodzakelijk is, is via dat spoor geborgd dat significante gevolgen zijn uit te sluiten.
Onderzoek naar beschermde soorten, waarbij de conclusie is dat geen verslechtering van de staat van instandhouding plaatsvindt vanwege de zeer marginale geschiktheid van het landbouwgebied als broedgebied voor akkervogels. De gronden worden intensief gebruikt voor akkerteelten en er worden in de Oostpolder veel akkerteelten toegepast die intensieve behandeling van het gewas vragen (onkruidbestrijding en andere vormen van gewasbescherming).
Vraag 2
UNESCO-werelderfgoedstatus • Kunt u inzichtelijk maken op basis van welke kaders en feiten u het verantwoord acht dat de UNESCO-werelderfgoedstatus van de Waddenzee in het geding komt?
Antwoord van het college
De impact van de gebiedsontwikkeling Oostpolder op de Waddenzee is onderzocht in het Project-MER door het uitvoeren van een QuickScan naar de mogelijke effecten op de Outstanding Universal Values (OUV’s) van het Werelderfgoed Waddenzee. Uit de effectanalyse voor de 19 attributen uit de Memo van de Waddenacademie blijkt dat er op geen van deze 19 attributen significante negatieve effecten optreden. Zie paragraaf 7.2.4 uit de rapportage Project-MER aanvulling.
•
Wat houdt het besluit van juli 2025 van UNESCO in om een verdieping en nader onderzoek te doen naar de bescherming van de Waddenzee?
Het besluit is eerst en vooral gericht tegen mijnbouwactiviteiten en infrastructuur door de Waddenzee. Dit zijn geen zaken die het PIP Oostpolder mogelijk maakt.
•
Hoe betrekt u dit in uw afwegingen rondom de Oostpolder?
Titel Document
Pagina 1/8
In alle gevallen moeten we ervoor zorgen dat er geen significant negatieve effecten optreden. Dit is een wettelijke verplichting; het besluit van UNESCO onderstreept de aandacht die er voor het gebied is.
Vraag 3
Fragmentatie en cumulatieve effecten • Hoe gaat u bij de gefragmenteerde vergunningverlening het overzicht houden op de cumulatieve effecten, die u tegen het advies van de Commissie m.e.r. in buiten beschouwing laat?
Antwoord van het college
•
Hoe voorkomt u willekeur, nu in het PIP geen duidelijke kaders zijn opgenomen?
•
Op basis waarvan denkt u dat u de effecten van de vier samenhangende gebieden (Eemshaven, Oostpolder, RWE-centrale, Oosterhorn) los van elkaar kunt beoordelen?
•
Waarom is er nog geen nulmeting uitgevoerd en bandbreedtes bepaald, terwijl dit noodzakelijk is om cumulatie juridisch houdbaar te beoordelen?
Ook in Noordoost-Groningen is nog steeds ontwikkelruimte voor bedrijvigheid. Bij het vestigen van nieuwe bedrijven wordt in vergunningprocedures aan strikte milieukwaliteitsnormen getoetst, waarbij ook cumulatie wordt meegewogen. De normstelling is mede zo strikt omdat deze normen nadrukkelijk ook bedoeld zijn om ecologische effecten te voorkómen. De normstelling is ook hard: als hier niet aan wordt voldaan, kan bijvoorbeeld een lozing niet plaatsvinden of wordt er geen additionele geluidruimte beschikbaar gesteld. Wij voeren regie op de gebiedsontwikkeling, en op de uitgifte van fysieke ruimte en op milieuruimte, door het instellen van het Regieteam (zie ook hoofdstuk 6 van het Beeldkwaliteitsplan, waarin het functioneren van dit regieteam is beschreven). Bij vergunningverlening wordt de aanvraag zeer zorgvuldig getoetst op de onderbouwing van de gevraagde milieuruimte.
In het PIP vindt u geen toetsingskaders voor milieueffecten. Een ruimtelijk plan is naar ons oordeel geen passend instrument voor milieubeleid, daarvoor hebben Provinciale Staten in december 2023 een Milieuprogramma vastgesteld. Onderdeel van dit Milieuprogramma is een set beleidsregels en kaders voor de vergunningverlening.
De RWE-centrale valt buiten de Oostpolder en is daarom niet meegenomen in de MER-onderzoeken voor de Oostpolder (zie verder bestemmingsplan Eemshaven).
De gebiedsontwikkelingen Eemshaven, Oostpolder en Oosterhorn staan op zichzelf.
De afzonderlijke merren zijn in de notities reikwijdte en detailniveau (NRD) afzonderlijk van elkaar vormgegeven. De commissie m.e.r. heeft de respectievelijke NRDs goedgekeurd en geen nader onderzoek naar de samenhang gewenst. Na uitvoering van de merren is de samenhang alsnog bekeken en beschreven.
Vraag 4
Gezondheid en milieu – RWE centrale • De Commissie m.e.r. wijst op de effecten voor gezondheid en milieu (geluid, luchtkwaliteit, waterkwaliteit, ZZS, beleving). Hoe schat u de ernst hiervan in?
Antwoord van het college
•
De RWE-centrale staat op plek 6 in Nederland qua NOx-uitstoot en volgens het Europees Klimaatagentschap zelfs op plek 2 in gezondheids- en milieukosten (na
Titel Document
Pagina 2/8
Tata Steel). Waarom neemt u deze ernst niet mee in de MER en de kaders van het PIP?
De impact van de gebiedsontwikkeling Oostpolder op gezondheid is onderzocht in het Project-MER. Met de in de invloedssfeer van het plangebied gehanteerde norm van 65 dB LCUM en een te garanderen maximaal geluid binnenshuis van 35 dB(A) afgestemd op de (maximale) gecumuleerde geluidbelasting is voor het aspect geluid sprake van een vanuit gezondheidskundig oogpunt aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Voor de omwonenden van bedrijventerrein Oostpolder is het belangrijk rekening te houden met eventuele gezondheidsrisico’s door de ontwikkeling van de Oostpolder.
Dit kan onder andere door uitvoering van het lokale gezondheidsbeleid waar verschillende maatregelen zijn beschreven om gezondheid te bevorderden. Een voorbeeld van een gebiedsgerichte aanpak voor het bevorderen van de (woon)omstandigheden in het gebied rond de Oostpolder en Eemshaven is het programma Eemshaven+. In het programma Eemshaven+ maakt de gemeente plannen voor de dorpen in dit gebied, zoals:
- geluidsisolatie en verduurzaming van woningen in Oudeschip, Heuvelderij en omstreken;
- plaatsen van lantaarnpalen;
- bomen en heggen plaatsen tegen lichthinder van de Eemshaven;
- voorbereiding grote Tjariet (als overkoepelend project);
- anti resonantie maatregelen op naar de Oostpolder gerichte gevels van boerenschuren (waar precies moeten we nog vaststellen);
- aanbrengen van een transpondersysteem tegen lichthinder van de windmolens.
Dit type maatregelen kunnen een positief effect hebben op de (woon)omstandigheden in het gebied Oostpolder/Eemshaven. Echter is het aan te raden om belevingsdata over gezondheid te monitoren, waarbij specifiek kan worden gekeken naar risicobeleving, lichthinder en cumulatieve effecten.
Vraag 5
Geluid en hogere waarden • Waarom ontbreekt de bijlage Besluit Hogere Waarden Geluid in de PIP-stukken, terwijl dit cruciaal is voor bewoners en zienswijze-indieners?
Antwoord van het college
•
Waarom is de indeling van licht en middelzwaar samengevoegd, en hoe wordt voorkomen dat daardoor meer middelzware geluidsruimte wordt uitgegeven?
•
Hoe verantwoordt het college dat voor de categorie “licht” nachtwaarden tot 52 dB(A) zijn toegestaan, terwijl VNG-richtlijnen uitgaan van 50 dB(A)?
•
Welke garanties kan het college geven dat bij kaveluitgifte niet sluipenderwijs méér geluidruimte aan zwaardere categorieën wordt toegewezen?
•
Erkent het college dat door het gebruik van de term “industrieterrein” feitelijk ook grote lawaaimakers worden toegelaten? Welke gevolgen heeft dit voor omwonenden en de toepasselijke normen?
Het Besluit Hogere Waarde Geluid is een apart besluit van de gemeente en maakt geen onderdeel uit van het PIP. De opmerking dat de indeling van licht en
Titel Document
Pagina 3/8
middelzwaar zijn samengevoegd kunnen we niet plaatsen, evenals de opmerking dat voor de categorie ‘licht’ nachtwaarden tot 52dB(A) zijn toegestaan.
De geluidruimte voor bedrijven is nauwkeurig vastgelegd in het Geluidverdeelplan, dat als beleidsregel bij het PIP is vastgesteld (Provinciale Staten zijn bevoegd gezag in dezen). Bij vergunningverlening wordt nauwkeurig getoetst aan de beschikbare geluidruimte; het is (juridisch) niet mogelijk om deze geluidruimte te overschrijden.
Het klopt dat wij de termen bedrijventerrein en industrieterrein beide gebruiken. Beide termen dekken de lading voor wat er in de Oostpolder is voorzien. Het gaat hier om een bedrijventerrein voor grootschalige bedrijven, die vanuit milieuregelgeving vaak onder de noemer 'industrie' vallen.
De gebiedsontwikkeling Oostpolder kan feitelijk worden gezien als een uitbreiding van het bestaande bedrijven-/industrieterrein Eemshaven voor specifieke bedrijven.
Daarbij dient deze ontwikkeling te passen binnen de geluidszone industrielawaai zoals die rond de Eemshaven is vastgelegd.
Vraag 6
Arbeidsmigranten en huisvesting • Eerder gaf de wethouder aan dat het college hier “een beetje heeft zitten slapen”. Wanneer was dat volgens u, en hoe kan dit ondanks herhaalde vragen vanuit de raad?
Antwoord van het college
•
Wat gaat u nu concreet en op welke termijn doen om dit goed te regelen?
•
Wanneer komt het college met een voorstel voor een zelfbewoningsplicht, zodat de raad dit kan vaststellen?
Dit aspect is niet geregeld/te regelen in het PIP, dus het is geen onderdeel van de vaststelling van het plan. Het is wel een feit dat er groepen tijdelijke arbeidskrachten worden verwacht tijdens de bouwfase. Het college heeft een externe partij ingeschakeld om hiernaar onderzoek te doen. Op basis van de uitkomsten zullen wij zorgen dat er binnen afzienbare termijn een advies komt voor de specifieke inzet op deze toekomstige ontwikkeling. Zelfbewoningsplicht is daarin een mogelijke oplossing, die we zeker – met voorrang – zullen onderzoeken.
Opgemerkt is dat in de Vangnetregeling de zelfbewoningsplicht bij verkoop van woningen wel al is opgenomen.
Vraag 7
Match lokale arbeidsmarkt • Vier jaar geleden zijn grote beloftes gedaan over een goede match met de lokale arbeidsmarkt, inclusief onderzoek. Hoe staat dit er nu concreet voor?
Antwoord van het college
•
Welke afspraken liggen er inmiddels met bedrijven die zich mogelijk willen vestigen?
Dit aspect is niet geregeld/te regelen in het PIP. Zoals gezegd is er in het planvormingstraject niet gesproken met concrete bedrijven. Wij zullen dit onderwerp zeker inbrengen in de vervolgfase, bijvoorbeeld bij de verkennende gesprekken met initiatiefnemers en de toekenning van de kavels.
Vraag 8
Railverkeer • Hoe en wanneer gaat u omwonenden langs het spoor informeren over de intensivering van het goederenvervoer (ook ’s nachts) als gevolg van de ontwikkelingen in de Oostpolder en Eemshaven?
Antwoord van het college
Titel Document
Pagina 4/8
In het verkeersonderzoek is de toename van treinen berekend op basis van de mogelijk vervoersbehoefte van bedrijven in de Oostpolder. Er is niet nader geanalyseerd of deze toenames praktisch geaccommodeerd kunnen worden op het bestaande technische spoorinfrastructuur en binnen de bestaande dienstregeling voor goederenvervoer en personenvervoer. Het PIP Oostpolder voorziet niet in de aanleg van een apart nieuw stamspoor naar bedrijventerrein Oostpolder.
Goederenvervoer per trein van en naar Oostpolder zal dus moeten verlopen via bestaande laad-/losplaatsen. De Eemshaven kent één openbare laad-/losplaats voor goederentreinen. De lengte van deze sporen is 2x 350 meter. Dat betekent dat goederentreinen met een normale lengte altijd gesplitst moeten worden. Deze openbare terminal wordt ook gebruikt voor het afhandelen van spoorvervoer van andere gebruikers, waaronder Defensie. Havenbeheerder Groningen Seaports schat in dat het in de huidige situatie niet mogelijk zal zijn om 14 extra goederentreinbewegingen af te handelen zonder aanpassingen te doen of extra maatregelen te nemen. Voor de provincie Groningen komen dergelijke aanpassingen of maatregelen pas in beeld als zich een bedrijf aandient dat daadwerkelijk grote vervoersstromen per spoor wil gaan afwikkelen. Tot die tijd zal de toename van goederentreinen beperkt worden door de huidige technische capaciteit en huidige dienstregeling.
Vraag 9
“Bouwwerken, geen gebouwen zijnde” • Eerder gaf u aan dat het enkel zou gaan om bliksemafleiders gezien de bedrijven die zich zouden vestigen. Tegelijk zei u telkens dat het “te onduidelijk is” welke bedrijven zich precies willen vestigen als het gaat om het loslaten van het advies van de Commissie m.e.r. • Kunt u inzicht geven in welke bedrijven en plannen u al wél kent, en op basis waarvan u toen zo stellig was?
Antwoord van het college
De planregels voor ‘bouwwerken geen gebouwen zijnde’ zijn opgenomen in artikel 2.3.2 van het PIP. Er is een afwijkingsmogelijkheid tot maximaal 10 meter toegestaan voor bedrijfsinstallaties, zoals een hijskraan, zonnepaneel of bliksempiek (zie ook artikel 1.
Begripsbepaling). Deze bedrijfsinstallaties kunnen op de daken van de bebouwing worden gezet. De verwachting is dat deze hoogte in specifieke gevallen nodig kan zijn voor dergelijke installaties. Daarbij is aangegeven dat deze installaties een ‘open en ranke structuur’ moeten hebben (zulks ter beoordeling van het regieteam voor de Oostpolder).
Op dit moment zijn we alleen in gesprek met TenneT over de inpassing van hun installaties, die nodig zijn om de aanlanding van ‘Wind op Zee’ mogelijk te maken. Zij willen zich vestigen op de meest oostelijke kavel. Opgemerkt wordt dat in artikel 3.2.3 onder lid D is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - hoogspanningsstation' de bouwhoogte van afspanportalen en bliksempieken ten hoogste 35 m mag bedragen.
Vraag 10
Groenblauwe zone • Waarom is er nog steeds geen eenduidigheid over de breedte en begrenzing van de groenblauwe zone (variërend van 165–225 meter)?
Antwoord van het college
Vanaf welk punt wordt nu precies gemeten: vanaf de woningen of vanaf de dijk?
Titel Document
Pagina 5/8
•
Hoe waarborgt het college dat de groenblauwe zone daadwerkelijk wordt ingericht als leefbaarheids- en gezondheidsbuffer, inclusief toegankelijkheid en recreatie?
•
Waarom worden bovenregionale kabels en leidingen toch in de groenblauwe zone gepland, terwijl dit indruist tegen eerdere participatie en zienswijzen?
De begrenzing van de groenblauwe zones is eenduidig en definitief vastgelegd in het PIP. De breedte van de zuidelijke bufferzone varieert van circa100 tot 210 meter, gemeten vanaf de teen van de dijk.
De bestemming van de groenblauwe zones (zowel de bufferzone als de ‘groene vingers’) in het PIP waarborgt dat hier geen andere functies/bestemmingen kunnen worden gerealiseerd. Daarbij geldt dat
1. De bekostiging van de inrichting van de groenblauwe zones is onderdeel van de grondexploitatie.
2. De ruimte in de groenblauwe zones is nodig voor waterberging en voor (ondergrondse) kabels en leidingen; dit gaat goed samen met groeninrichting.
3. Toegankelijkheid is in ieder geval geborgd via een aantal ‘publieke’ entrees, zoals bij de Dijkweg en de Klaas Wiersumsweg.
Graag tekst en uitleg bij deze vraag. In de participatie is altijd melding gemaakt van de noodzaak van het gebruiken van groenblauwe zones voor ‘ondergrondse’ infrastructuur.
De realisatie van de installaties van TenneT op de oostelijke kavel maken kabelverbindingen noodzakelijk.
Vraag 11
Participatie en open planproces • Het college heeft erkend dat het open planproces niet goed is verlopen. Welke concrete maatregelen neemt u om dit alsnog te herstellen?
Antwoord van het college
•
Waarom zijn bewonersorganisaties zoals BBE en Dorpsbelangen Oudeschip/Spijk niet betrokken bij het wettelijk vooroverleg, terwijl dit had gekund op grond van art. 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening?
•
Waarom zijn de 64 zienswijzen aanvankelijk niet ter beschikking gesteld aan de Commissie m.e.r., waardoor deze haar advies niet volledig kon baseren op de inbreng van inwoners?
•
Waarom is cruciale informatie (bouwhoogtes, hogere waarden geluid, inrichting groenblauwe zone) pas bij de definitieve stukken gedeeld, en niet in eerdere inspraakrondes?
•
Waarom zijn bewoners niet uitgenodigd voor de presentatie van het PIP op 10 juli 2025, terwijl de pers wel welkom was? Hoe verhoudt dit zich tot de belofte van een “open planproces”?
•
Waarom was het verzoek van bewoners voor een bescheiden budget voor onafhankelijke expertise niet mogelijk, terwijl voor het project miljoenen aan externe adviseurs zijn uitgegeven?
•
Vindt u dat dit nog voldoet aan het principe van open planvorming en samenwerken met inwoners?
Titel Document
Pagina 6/8
Wij ervaren dat het open planproces niet tot een eenduidig succesgevoel heeft geleid; noch aan de kant van de inwoners, noch aan de kant van de projectorganisatie. De inzet was wat ons betreft om de inwoners zo helder mogelijk te informeren en inbreng te laten geven op de verschillende planonderdelen. In de praktijk zijn die twee factoren wat ons betreft wel geslaagd, maar het was een pilot; bedoeld om van te leren. Vooraf de verwachtingen goed afstemmen is erg belangrijk gebleken.
Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.26 juncto artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening is de kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerp Provinciaal Inpassingsplan Bedrijventerrein Oostpolder toegezonden aan die diensten van Rijk, die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan de betrokken waterschapsbesturen en aan de besturen van bij het plan belanghebbende gemeenten en de overige wettelijke adviseurs. Voor de goede orde: er is geen sprake van een formeel vooroverleg met deze partijen gezamenlijk, wel met een aantal partijen afzonderlijk over specifieke planonderdelen. De individuele belanghebbenden, waaronder de genoemde bewonersorganisaties, zijn apart geïnformeerd in het reguliere overleg, de website en de nieuwsbrief. Met de bewonersorganisaties is verschillende malen overleg gevoerd over het ontwerp-PIP en onderliggende stukken.
Het is de keuze om de binnengekomen zienswijzen te delen met de Commissie m.e.r., waarbij de afweging wordt gemaakt of in de zienwijzen ‘nieuwe gezichtspunten’ zijn aangedragen in relatie tot de extra werkbelasting vanwege het doornemen van alle zienswijzen voor de Commissie. Op verzoek van bewonersorganisaties zijn de zienswijzen op zowel het Plan-MER als het Project-MER gedeeld met de Commissie m.e.r.
In de verschillende werksessies over bijvoorbeeld de Structuurvisie, verschillende milieuaspecten, het Beeldkwaliteitsplan, inrichtingsplan voor de groenblauwe zones is de genoemde informatie in vroeg stadium besproken met de deelnemers aan deze werksessies. Definitieve documenten zijn op de website www.hetdigitalediggelschip.nl geplaatst zodra deze formeel waren vastgesteld door het college van b&w en Gedeputeerde Staten, hetgeen gebruikelijk is bij het publiceren van officiële stukken.
Op 10 juli is een persconferentie georganiseerd, waarvoor de pers was uitgenodigd.
Aan bewoners en bewonersorganisaties is op verschillende manieren hulp aangeboden tijdens de planuitwerkingsfase: ondersteuning bij het formuleren van zienswijzen en ondersteuning bij het uitwerken van hun eigen dorpsvisie. In overleg met Dorpsbelangen en BBE is aangegeven dat een overheid niet ‘zomaar’ een budget ter beschikking kan stellen voor ‘ondersteuning’, zonder dat daar een duidelijk plan of offerte aan ten grondslag ligt (vanuit de verantwoordingsplicht van besteding van publieke middelen).
Bij de gebiedsontwikkeling Oostpolder werken we volgens de principes van het open planproces. Dit betekent onder andere dat alle informatie wordt gedeeld en dat we erop toezien dat alle belanghebbenden tijdig en volledig worden geïnformeerd over de inhoud en de voortgang van de gebiedsontwikkeling. Iedereen is altijd welkom om inbreng te leveren, om de plannen te verrijken of vragen te stellen over de planinhoud, het proces en de procedures. We zetten een 'mix van middelen' in zodat we de belanghebbenden via meerdere wegen benaderen en meenemen in deze, toch dikwijls complexe, gebiedsontwikkeling. Wij ervaren de participatie als constructief en vooral met een wederzijds respect en goede sfeer. De bewoners hebben altijd aangegeven dat zij ‘meedoen onder protest’ bij de planuitwerking omdat zij tegen de
Titel Document
Pagina 7/8
gebiedsontwikkeling Oostpolder zijn. Desondanks zitten zij altijd aan tafel; dit waarderen we zeer.
Slotvraag
•
Hoe gaat het college borgen dat in de verdere uitwerking van de Oostpolder de belangen van inwoners, leefomgeving en gezondheid volwaardig en aantoonbaar worden meegewogen?
In de volgende fase van de gebiedsontwikkeling zullen we opnieuw kijken naar het betrekken van de inwoners. We doen dit uiteraard op basis van de wettelijke en de eigen gemeentelijke kaders met betrekking tot participatie. De belangen van omwonenden zijn geborgd in het proces van de omgevingsvergunning op basis van de Omgevingswet.
Titel Document
Pagina 8/8
Bron: raadsinformatie van de gemeente Het Hogeland (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.