Schriftelijke vragen Stadsfonds Hilversum Fractie Durlacher
Een raadslid stelde op 11 augustus 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Hilversum (6 vragen).
In het kort
6 vragen en wat het college antwoordt
- Wanneer en op welke wijze is de discrepantie uiteindelijk ontdekt? → Waarom is deze discrepantie niet eerder gesignaleerd, in het bijzonder bij de herzieningen van de uitvoeringsovereenkomst in 2020 en 2024?
- Het college noemt over de periode 2015–2026 een totaal verschil van € 540.772, terwijl de reparatiesubsidie van € 396.794 uitsluitend betrekking heeft op de jaren… → Wat gebeurt er met het resterende verschil van € 143.978 en voor wiens rekening blijft dit bedrag?
- Heeft het college bij het bepalen van de reparatiesubsidie beoordeeld of een nominale nabetaling voldoende recht doet aan het feit dat het Stadsfonds gedurende meerdere… → Is bij de berekening rekening gehouden met inflatie of andere financiële gevolgen van de vertraagde beschikbaarheid van deze middelen?
- Welke concrete maatregelen heeft het college inmiddels genomen om te voorkomen dat uitvoeringsovereenkomsten, subsidiebeschikkingen en de feitelijke financiële… → Fractie Durlacher constateert dat het Stadsfonds publiekelijk wordt gepresenteerd als een fonds ‘van, voor en door ondernemers en culturele en maatschappelijke organisaties’.
- Is daarbij tevens onderzocht in hoeverre de betalende ondernemers, vastgoedeigenaren en culturele en maatschappelijke organisaties tevreden zijn over de resultaten van… → Zo nee, is het college bereid dit te laten onderzoeken voordat de systematiek wordt uitgebreid naar de nieuwe gemeente Hilversum?
- Is het college bereid de raad te informeren over het verdere verloop van dit dossier, waaronder de uitkomsten van het bestuurlijke gesprek met het Stadsfonds, de visie… → Fractie Durlacher Frederique Durlacher
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Schriftelijke vragen inzake financiering en reparatiesubsidie Stadsfonds Hilversum Het college heeft de raad bij raadsinformatiebrief van 29 april 2026 geïnformeerd over een discrepantie tussen de uitvoeringsovereenkomst met Stichting Stadsfonds Hilversum en de feitelijke subsidievaststelling. Hierdoor heeft het Stadsfonds volgens het college over meerdere jaren minder subsidie ontvangen dan op grond van de uitvoeringsovereenkomst mocht worden verwacht. Het college heeft besloten voor de jaren 2020 tot en met 2025 een reparatiesubsidie van € 396.794 te verstrekken.
Fractie Durlacher heeft hierover de volgende vragen:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Wanneer en op welke wijze is de discrepantie uiteindelijk ontdekt?
Antwoord van het college
Waarom is deze discrepantie niet eerder gesignaleerd, in het bijzonder bij de herzieningen van de uitvoeringsovereenkomst in 2020 en 2024?
Vraag 2
Het college noemt over de periode 2015–2026 een totaal verschil van € 540.772, terwijl de reparatiesubsidie van € 396.794 uitsluitend betrekking heeft op de jaren 2020–2025. Op grond van welke juridische, financiële en bestuurlijke afweging heeft het college voor deze afbakening gekozen?
Antwoord van het college
Wat gebeurt er met het resterende verschil van € 143.978 en voor wiens rekening blijft dit bedrag?
Vraag 3
Heeft het college bij het bepalen van de reparatiesubsidie beoordeeld of een nominale nabetaling voldoende recht doet aan het feit dat het Stadsfonds gedurende meerdere jaren niet over deze middelen heeft kunnen beschikken?
Antwoord van het college
Is bij de berekening rekening gehouden met inflatie of andere financiële gevolgen van de vertraagde beschikbaarheid van deze middelen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Welke concrete maatregelen heeft het college inmiddels genomen om te voorkomen dat uitvoeringsovereenkomsten, subsidiebeschikkingen en de feitelijke financiële uitvoering in de toekomst opnieuw langdurig van elkaar afwijken?
Antwoord van het college
Fractie Durlacher constateert dat het Stadsfonds publiekelijk wordt gepresenteerd als een fonds ‘van, voor en door ondernemers en culturele en maatschappelijke organisaties’. Tegelijkertijd wordt het fonds gefinancierd via een in het OZB-tarief voor niet-woningen verwerkte opslag.
Betaling daarvan is voor individuele OZB-plichtigen niet vrijwillig.
Wie vrijwillig bijdraagt aan een fonds, maakt een keuze. Wie via de belastingaanslag verplicht bijdraagt, mag op zijn minst volledige transparantie verwachten.
Nu uitbreiding van het Stadsfonds naar de nieuwe gemeente Hilversum wordt voorbereid, acht Fractie Durlacher volledige duidelijkheid over de financiering, zeggenschap en het draagvlak noodzakelijk.
4. Op welke wijze en wanneer heeft het college voor het laatst onafhankelijk en representatief laten onderzoeken of onder de daadwerkelijk betalende OZB-plichtigen voldoende draagvlak bestaat voor de financieringssystematiek van het Stadsfonds? Wat waren de uitkomsten van dit onderzoek?
Vraag 5
Is daarbij tevens onderzocht in hoeverre de betalende ondernemers, vastgoedeigenaren en culturele en maatschappelijke organisaties tevreden zijn over de resultaten van het Stadsfonds en deze resultaten in verhouding vinden staan tot hun verplichte financiële bijdrage?
Antwoord van het college
Zo nee, is het college bereid dit te laten onderzoeken voordat de systematiek wordt uitgebreid naar de nieuwe gemeente Hilversum?
Vraag 6
Is het college bereid de raad te informeren over het verdere verloop van dit dossier, waaronder de uitkomsten van het bestuurlijke gesprek met het Stadsfonds, de visie van het Stadsfonds op de ontstane situatie, de gevolgen voor de onderlinge relatie en eventuele afspraken over het vervolg?
Antwoord van het college
Fractie Durlacher Frederique Durlacher
Bekijk de brief: Schriftelijke vragen Stadsfonds Hilversum Fractie Durlacher
Bron: raadsinformatie van de gemeente Hilversum (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.