SMR onderzoek-def
Een raadslid stelde op 8 september 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Hilversum.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
1 Aan de gemeenteraad cc commissieleden cc pers GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES RAADHUIS DUDOKPARK 1 TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL D A T U M8 september 2026 Z A A K N U M M E R1984207 B E H A N D E L D D O O RH. Boer T E L E F O O N+31356292231 U W K E N M E R K B I J L A G E N B E T R E F TBeantwoording vragen Art. 42 van fractie CDA inzake uitvoering motie M25-105 Verkenning Small Modular Reactor (SMR) Geachte raadsleden en commissieleden, Op 24 juni 2026 heeft de fractie CDA vragen (hieronder cursief) gesteld op basis van artikel 42 van het Reglement van Orde, over uitvoering motie M25-105 Verkenning Small Modular Reactor (SMR). In deze brief worden deze vragen beantwoord.
1. Motie M25-105 draagt het college op de mogelijkheden van een SMR te verkennen op Hilversums grondgebied of in regionaal verband. De rapportage beschrijft een onderzoeksopdracht in drie stappen: een literatuurstudie ("een kort resumé van de verschillende typen SMR's op basis van literatuur, niet specifiek voor Hilversum"), een verkenning ("een kwalitatieve duiding of en zo ja welke typen SMR's inpasbaar zijn in de context van Hilversum met een onderbouwing waarom") en, "als 1 en 2 voldoende positieve aanknopingspunten geven", een uitwerking ("een uitwerking van een voorstel voor verdere verkenning van de mogelijkheden in Hilversum, eventueel in regionaal verband"). De rapportage vermeldt dat op basis van de resultaten uit stap 1 en stap 2 is besloten niet verder te gaan met stap 3. De onderzoeker adviseert wel in de rapportage om de mogelijkheden voor regionale samenwerking te onderzoeken en de ontwikkelingen in de gaten te houden. a.Klopt het dat het in de motie gevraagde regionale verband in de onderzoeksopzet uitsluitend onder stap 3 is geplaatst?
2 De bevindingen uit de literatuurstudie en de verkenning zijn getoetst op de vraag of deze ook breder voor de regio gelden. Dit is het geval, waarmee de conclusies voor Hilversum niet verschillen van die voor de regio als geheel. Het regionale aspect is dus nadrukkelijk niet pas onder stap 3 geplaatst.b.Klopt het dat het college, omdat stap 1 en 2 in zijn ogen onvoldoende positieve aanknopingspunten gaven, heeft besloten stap 3 in het geheel niet uit te voeren?
Ja.
c. Klopt de constatering dat daardoor het in de motie gevraagde regionale verband, waaronder het leggen van contact met andere gemeenten in de regio, in deze opdracht buiten beschouwing is gebleven?
Nee, zie onze beantwoording van vraag 1a. Bovendien zijn de motie en het onderzoek besproken in het regionaal ambtelijk overleg Ruimte. d.De motie vraagt naar de mogelijkheden op Hilversums grondgebied of in regionaal verband, waarmee het regionale verband een gelijkwaardig onderdeel van de opdracht is en geen voorwaardelijk vervolg. Door het regionale verband onder stap 3 te plaatsen, is het onderzoeken van de regio behandeld als een voorwaardelijke vervolgstap, afhankelijk van de uitkomst in Hilversum. Deelt het college die constatering en hoe beoordeelt het college dat juist een tegenvallende uitkomst in Hilversum de regio relevanter maakt in plaats van minder relevant?
Zoals aangegeven is de regionale context wel betrokken en gelden de conclusies ook de regio.
e. Is het college bereid de regionale verkenning alsnog uit te voeren, ook gezien het feit dat de onderzoeker dit in de rapportage uitdrukkelijk adviseert?
Nee, de bevindingen zoals die uit het uitgevoerde onderzoek komen en in de collegebrief geschetst worden, gelden ook voor de regio.
2. Per 1 januari 2027 vormen Hilversum en Wijdemeren één gemeente, waarmee Wijdemeren zowel onder het in de motie gevraagde regionale verband valt als binnen afzienbare tijd eigen grondgebied wordt. Het grondgebied van Wijdemeren is desondanks niet in de verkenning betrokken, terwijl daar mogelijk locaties beschikbaar zijn die beter aan de criteria voldoen dan de enige in Hilversum onderzochte locatie.
Waarom is Wijdemeren niet meegenomen, ook niet als onderdeel van het in de motie gevraagde regionale verband en is het college bereid dit alsnog te doen?
3 Zie de beantwoording onder 1. 3. De motie vroeg expliciet aandacht voor maatschappelijke acceptatie. In de collegebrief geeft het college aan dat de maatschappelijke acceptatie pas in een eventuele vervolgfase verder verkend zou worden. Waarom is dit onderdeel van de motie niet in deze verkenning meegenomen?
Het college heeft gekozen voor een volgordelijke benadering, omdat niet alles tegelijk kan worden uitgevoerd. Hierbij is gekozen om maatschappelijke acceptatie in een later stadium te betrekken omdat de maatschappelijke acceptatie van een SMR in de eigen omgeving alleen relevant is, wanneer er daadwerkelijk kansen zijn om tot realisatie te komen.
4. De motie vroeg om een indicatieve raming van de kosten en de financieringsmogelijkheden, en daarnaast om de mogelijkheden voor externe financiering te onderzoeken, waaronder subsidies vanuit het Klimaatfonds en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en om actief de samenwerking te zoeken met onder andere het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG), de provincie Noord Holland en de Regionale Energiestrategie (RES). De collegebrief vermeldt dat de financieringsmogelijkheden in deze fase niet verder zijn uitgevoerd, noemt de RES niet en gaat niet in op samenwerking met KGG, terwijl juist het Rijk zowel de landelijke opgave als budget heeft, namelijk de 20 miljoen euro voor haalbaarheids- en locatiestudies.
Waarom zijn deze financiële onderdelen van de motie niet uitgevoerd en is de samenwerking met KGG en de RES niet gezocht?
Op basis van de beschikbare informatie is geconcludeerd dat de kansen voor een SMR in Hilversum of de regio dermate klein zijn dat het niet zinvol is verdere stappen te zetten.
Stimuleringsbudget van het rijk verandert deze conclusies niet.
5. Deelt het college de constatering dat verschillende expliciete onderdelen van de motie, namelijk de maatschappelijke acceptatie, de financieringsmogelijkheden, de externe financiering en het eerder genoemde betrekken van de regio, niet of niet volledig zijn uitgevoerd? Zo nee, op grond waarvan beschouwt het college de motie als volledig ‘afgehandeld’?
Het college heeft in een getrapte aanpak uitvoering aan de motie gegeven. Op basis van de uitgevoerde literatuurstudie en verkenning constateert het college dat de kansen voor een SMR in Hilversum of de regio dermate klein zijn dat het niet zinvol is om verder onderzoek te doen, te
4 meer daar dit verdere onderzoek niet leidt tot een andere constatering over de kansrijkheid van een SMR in Hilversum of de regio. 6. De rapportage constateert dat de elektriciteitsvraag in Hilversum richting 2050 mogelijk verdubbelt en dat netcongestie een beperkende factor is. Landelijk wordt gewaarschuwd voor toenemende schaarste en mogelijke stroomtekorten op afzienbare termijn. Hoe verhoudt het volledig sluiten van dit dossier zich tot de noodzaak van aanvullende CO2- arme energiebronnen die het college zelf onderschrijft en welke alternatieven ziet het college voor de lange termijn als kernenergie op voorhand wordt uitgesloten?
Het voortzetten van dit onderzoek zal niet leiden tot een grotere kans voor CO2-arme energie uit een SMR, aangezien op basis van de beschikbare informatie al geconstateerd kan worden dat deze kans nagenoeg afwezig is. Een initiatiefnemer zal in deze fase van ontwikkeling niet voor Hilversum kiezen, omdat SMR’s die qua omvang passen bij het Hilversumse energiesysteem, meer gericht zijn op levering van proceswarmte aan industriële grootverbruikers. SMR’s die meer gericht zijn op elektriciteitsproductie, hebben een grotere omvang en zijn beter inpasbaar op een hoger netniveau. Voor wat betreft de doelstellingen voor de productie van duurzame energie volgen we de opgave zoals die uit het RES proces komt. Het college sluit in principe geen enkele mogelijke energiebron uit, dus ook kernenergie niet, echter, op basis van de huidige stand van techniek is het niet aan de orde om hier als Hilversum een initiatief in te nemen.
7. Is het college bereid om, in lijn met het advies van de onderzoeker, de ontwikkelingen rond SMR's structureel te blijven volgen en de raad daarover periodiek te informeren?
Het college volgt ontwikkelingen en innovaties op het gebied van het energiesysteem voor de gebouwde omgeving en de mogelijkheden voor de opwek van duurzame energie. In het jaarplan van het programma Energietransitie worden actuele ontwikkelingen opgenomen, wanneer deze kansen bieden voor de Hilversumse energietransitie. De marktintroductie van een SMR o.b.v. serieproductie is niet voor 2040 te verwachten.…
Bekijk de brief: Collegebrief beantwoording raadsvragen CDA over SMR onderzoek-def
Bron: raadsinformatie van de gemeente Hilversum (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.