Spoedbesluit Emmastraat
Een raadslid stelde op 30 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Hilversum (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Was het college op het moment van het raadsbesluit bekend met enige mate van onzekerheid over deze fiscale aanname? → Zo ja, waarom is deze onzekerheid niet expliciet en ondubbelzinnig met de raad gedeeld, mede gezien het karakter van een spoedbesluit?
- Deelt het college de opvatting dat een spoedbesluit op basis van fiscale aannames die niet hard getoetst zijn, niet thuishoort in de besluitvorming van een gemeenteraad? → Zo nee, waarom niet?
- Hoe verhoudt deze handelswijze zich tot de informatieplicht van het college richting de raad bij besluiten onder tijdsdruk? → 6a.
- Deelt het college de opvatting dat de uitspraak “dit mag niet nog een keer gebeuren” geen bestuurlijke verantwoording is, maar het risico in zich draagt dat… → Slotvraag
- Deelt het college de opvatting dat dit besluit niet op deze manier aan de raad had mogen worden voorgelegd? → Zo nee, waar ligt volgens het college dan de grens van zorgvuldige besluitvorming bij spoedbesluiten met grote financiële consequenties?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Artikel 42-vragen – Spoedbesluit Emmastraat 15 Hilversum, 30-01-2026 Geacht college, Op 28 januari 2026 heeft het college de raad geïnformeerd via Raadsinformatiebrief 2026-6 inzake de aankoop van Emmastraat 15 dat bij de afronding van de transactie alsnog €119.600 aan overdrachtsbelasting verschuldigd bleek. Hiervan is €100.000 door de gemeente betaald door verhoging van de koopsom.
In deze brief erkent het college dat de gemeente “ten onrechte is uitgegaan” van een fiscale aanname die achteraf juridisch niet houdbaar bleek, ondanks eerdere toetsen.
Het college concludeert: “Dit mag in de toekomst niet meer gebeuren.” Fractie Durlacher acht deze constatering bestuurlijke deodorant: zij erkent geen fout, corrigeert geen handelen en schuift bestuurlijke verantwoordelijkheid vooruit.
Vragen
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Was het college op het moment van het raadsbesluit bekend met enige mate van onzekerheid over deze fiscale aanname?
Antwoord van het college
Zo ja, waarom is deze onzekerheid niet expliciet en ondubbelzinnig met de raad gedeeld, mede gezien het karakter van een spoedbesluit?
Vraag 2
Deelt het college de opvatting dat een spoedbesluit op basis van fiscale aannames die niet hard getoetst zijn, niet thuishoort in de besluitvorming van een gemeenteraad?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Hoe verhoudt deze handelswijze zich tot de informatieplicht van het college richting de raad bij besluiten onder tijdsdruk?
Antwoord van het college
6a. Door wie is de fiscale en juridische constructie waarop het spoedbesluit was gebaseerd vooraf getoetst (intern en/of extern)? 6b. Indien deze toetsing intern heeft plaatsgevonden: waarom is niet gekozen voor onafhankelijk extern fiscaal-juridisch advies vóór besluitvorming? 6c. Indien extern advies is ingewonnen: kan het college aangeven van welke partij, met welke opdracht en met welke mate van zekerheid dit advies is verstrekt?
Vraag 4
Deelt het college de opvatting dat de uitspraak “dit mag niet nog een keer gebeuren” geen bestuurlijke verantwoording is, maar het risico in zich draagt dat verantwoordelijkheid wordt vooruitgeschoven?
Antwoord van het college
Slotvraag
Vraag 5
Deelt het college de opvatting dat dit besluit niet op deze manier aan de raad had mogen worden voorgelegd?
Antwoord van het college
Zo nee, waar ligt volgens het college dan de grens van zorgvuldige besluitvorming bij spoedbesluiten met grote financiële consequenties?
Fractie Durlacher Frederique Durlacher
Bekijk de brief: Schriftelijke vragen art 42 Fractie Durlacher over Spoedbesluit Emmastraat
Bron: raadsinformatie van de gemeente Hilversum (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.