zelfredzaamheid
Een raadslid stelde op 22 september 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Hilversum (15 vragen).
In het kort
15 vragen en wat het college antwoordt
- Is het college bekend met het genoemde artikel en herkent het college de daarin beschreven problematiek dat inwoners ondanks werk, inkomen, eigen financiële middelen en… → Het college is bekend met het artikel.
- De Huisvestingsverordening bepaalt dat het college bij een urgentieaanvraag de individuele situatie beoordeelt en meeweegt in welke mate de aanvrager zelf heeft… → Om deze vragen goed te kunnen beantwoorden, moet eerst in grote lijnen worden toegelicht hoe een aanvraag om urgentie wordt afgehandeld.
- Kan het college uitsluiten dat inwoners die hun woonprobleem gedurende langere tijd zelf proberen op te lossen – bijvoorbeeld door spaargeld aan te spreken, tijdelijk… → Het college kan niet uitsluiten dat inwoners langer buiten de urgentiecriteria vallen.
- Zo nee, acht het college het wenselijk dat het systeem op deze manier kan uitpakken? → Het college onderkent dat de regels in specifieke gevallen onbedoeld en ongewenst kunnen uitpakken.
- De verordening stelt als randvoorwaarde dat een woningzoekende “in voldoende mate” moet hebben gereageerd op passende woningaanbiedingen. → Zie de beantwoording onder vraag 2.
- Hoe worden de belangen van minderjarige kinderen meegewogen bij de beoordeling van een urgentieaanvraag en welk gewicht wordt daarbij toegekend aan signalen van… → Het Urgentiebureau toetst of een aanvrager aan de randvoorwaarden voldoet.
- Kan het voorkomen dat professionele hulpverlening constateert dat een instabiele woonsituatie schadelijk is voor de ontwikkeling of het welzijn van minderjarige… → Zo ja, hoe beoordeelt het college deze mogelijke tegenstelling?
- De Huisvestingsverordening bevat een hardheidsclausule waarmee het college kan afwijken van de urgentieregels wanneer strikte toepassing daarvan leidt tot… → Voor 2024 is niet bekend hoe vaak de hardheidsclausule is toegepast.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
1 Aan de gemeenteraad cc commissieleden cc pers GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES RAADHUIS DUDOKPARK 1 TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL D A T U M25 september 2026 Z A A K N U M M E R2001216 B E H A N D E L D D O O RA. Tempelaars en M. Chahid T E L E F O O N+31356292862 U W K E N M E R K B I J L A G E N B E T R E F TBeantwoording vragen Art. 42 van fractie HvH inzake zelfredzaamheid wordt afgestraft Geachte raads- en commissieleden, Op 1 september 2026 heeft de fractie Hart voor Hilversum vragen (hieronder cursief) gesteld op basis van artikel 42 van het Reglement van Orde over zelfredzaamheid wordt afgestraft. In deze brief worden deze vragen beantwoord.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is het college bekend met het genoemde artikel en herkent het college de daarin beschreven problematiek dat inwoners ondanks werk, inkomen, eigen financiële middelen en aantoonbare inspanningen langdurig zonder structurele woonruimte kunnen blijven?
Antwoord van het college
Het college is bekend met het artikel. Ook herkent het college de beschreven problematiek. De Hilversumse woningmarkt staat, net zoals elders in het land, onder druk. Het is vooral voor de lage- en middeninkomens moeilijk om aan betaalbare huisvesting te komen. Het onderliggende probleem is het tekort aan betaalbare woningen voor verschillende inkomensgroepen.
Vraag 2
De Huisvestingsverordening bepaalt dat het college bij een urgentieaanvraag de individuele situatie beoordeelt en meeweegt in welke mate de aanvrager zelf heeft geprobeerd het woonprobleem op te lossen. Kan het college aangeven hoe deze zelfredzaamheid in de praktijk 2 wordt meegewogen?
Antwoord van het college
Om deze vragen goed te kunnen beantwoorden, moet eerst in grote lijnen worden toegelicht hoe een aanvraag om urgentie wordt afgehandeld. Een aanvraag wordt behandeld door het Regionale Urgentiebureau. De bevoegdheid om het primaire besluit op een urgentieaanvraag te nemen is gemandateerd aan het Regionale Urgentiebureau.
De taak van het Urgentiebureau is toetsen of de aanvraag aan de hand van de urgentieregels uit de huisvestingsverordening toegewezen kan worden.
Er wordt getoetst op basis van de volgende onderdelen:
a. randvoorwaarden (artikel 4.2 van de huisvestingsverordening Gooi en Vechstreek 2024.
Hilversum)
b. urgentiecriteria (artikel 4.1.1 en 4.1.2 van de huisvestingsverordening Gooi en Vechstreek 2024. Hilversum) Als de aanvraag in eerste instantie niet voldoet aan de randvoorwaarden, dan wordt de aanvraag door het Urgentiebureau afgewezen. Toetsing aan de urgentiecriteria vindt niet meer plaats.
In het geval van een afwijzing door het Urgentiebureau staat de mogelijkheid tot het indienen van bezwaar op deze beslissing. Het bezwaar wordt vervolgens behandeld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum. Het college neemt bij beoordeling van dat bezwaar alle relevante feiten en omstandigheden en betrokken belangen mee in zijn heroverweging. Als de toepassing van de randvoorwaarden ertoe leidt dat er onvoorziene en onevenredige nadelige gevolgen zijn voor de bezwaarmaker, dan kan het college de hardheidsclausule toepassen. De bezwaarschriftencommissie beoordeelt of deze aanvraag voor urgentie op de juiste manier is getoetst.
Zelfredzaamheid wordt door het Urgentiebureau als volgt meegewogen. Ten eerste moet de aanvrager van urgentie aantonen dat het woonprobleem dat aanleiding geeft tot de urgentieaanvraag niet door de aanvrager had kunnen worden voorkomen.
Hieruit vloeit voort dat een afweging moeten worden gemaakt waarin de capaciteiten en de mogelijke mate van verwijtbaarheid van de aanvrager wordt beoordeeld.
Ten tweede moet de aanvrager van urgentie aantonen dat hij, vanaf het moment waarop het woonprobleem voorzienbaar was, in voldoende mate heeft gereageerd op alle voor zijn
3 huishouden passende woningaanbiedingen. Het gaat om woningaanbiedingen in alle gemeenten binnen de regio Gooi en Vechtstreek.
De norm voor ‘in voldoende mate’ is dat gemiddeld, drie actuele reacties per week, dertien keer per maand op een passende woning wordt gereageerd. Dit vereist van de woningzoekende een actieve houding en voldoende vaardigheid in het gebruik van het woonverdeelsysteem.
Vraag 3
Kan het college uitsluiten dat inwoners die hun woonprobleem gedurende langere tijd zelf proberen op te lossen – bijvoorbeeld door spaargeld aan te spreken, tijdelijk bij familie of vrienden te verblijven of tijdelijke woonruimte te huren – hierdoor juist langer buiten de urgentiecriteria kunnen blijven vallen?
Antwoord van het college
Het college kan niet uitsluiten dat inwoners langer buiten de urgentiecriteria vallen. Door het ‘oplossen’ van hun woonprobleem blijven deze inwoners buiten het systeem vallen. Dit vindt het college niet wenselijk en een onbedoeld effect in het systeem. In 2027 werken we samen met de regio aan een nieuwe huisvestingsverordening. Daarbij worden ook de urgentieregels geëvalueerd. Ervaringen met situaties waarin de huidige regels onbedoeld uitpakken, nemen we hierin mee.
Vraag 4
Zo nee, acht het college het wenselijk dat het systeem op deze manier kan uitpakken?
Antwoord van het college
Het college onderkent dat de regels in specifieke gevallen onbedoeld en ongewenst kunnen uitpakken. Tegelijkertijd is de huisvestingsverordening nodig om de schaarse sociale huurwoningen zo eerlijk mogelijk te verdelen. Daarbij wordt steeds een afweging gemaakt tussen het belang van de individuele woningzoekende en dat van andere woningzoekenden.
In 2027 werken we samen met de regio aan een nieuwe huisvestingsverordening. Daarbij worden ook de urgentieregels geëvalueerd. Ervaringen met situaties waarin de huidige regels onbedoeld uitpakken, nemen we hierin mee.
Vraag 5
De verordening stelt als randvoorwaarde dat een woningzoekende “in voldoende mate” moet hebben gereageerd op passende woningaanbiedingen. Wat verstaat het college concreet onder “in voldoende mate” en acht het college 108 reacties in twaalf maanden in beginsel een serieuze en substantiële inspanning om zelf het woonprobleem op te lossen?
Antwoord van het college
Zie de beantwoording onder vraag 2. De Urgentiecommissie hanteert een norm van gemiddeld 3 actuele reacties per week, 13 reacties per maand. Daarnaast toetst de Urgentiecommissie of een aanvrager op passend aanbod reageert. Echter als het aanbod er niet is kan de aanvrager ook niet
4 reageren op een passende woningen. Dit is een gevolg van de enorme woningschaarste. Ook dit onderwerp neemt het college mee in de evaluatie van de huisvestingsverordening.
Vraag 6
Hoe worden de belangen van minderjarige kinderen meegewogen bij de beoordeling van een urgentieaanvraag en welk gewicht wordt daarbij toegekend aan signalen van bijvoorbeeld Veilig Thuis, Jeugdbescherming of andere professionele hulpverleners over de gevolgen van een instabiele woonsituatie?
Antwoord van het college
Het Urgentiebureau toetst of een aanvrager aan de randvoorwaarden voldoet. Als dit het geval is, kan getoetst worden aan de urgentiecriteria. Hierin zijn criteria opgenomen voor situatie van ‘dakloosheid van een ouder met minderjarige kinderen’.
In geval van een afwijzing door het Urgentiebureau staat de mogelijkheid tot een bezwaarprocedure open. Het college neemt bij de beoordeling van een eventueel bezwaar alle relevante feiten en omstandigheden en betrokken belangen mee in zijn heroverweging. Bij heroverweging kan het college altijd extra informatie opvragen bij zorginstanties en hulpverlening. In bezwaar worden alle belangen van de minderjarige kinderen, ouders en de eventuele betrokken partijen meegewogen ter heroverweging van het besluit.
Vraag 7
Kan het voorkomen dat professionele hulpverlening constateert dat een instabiele woonsituatie schadelijk is voor de ontwikkeling of het welzijn van minderjarige kinderen, terwijl dezelfde situatie volgens de woonurgentieregels onvoldoende grond vormt voor urgentie?
Antwoord van het college
Zo ja, hoe beoordeelt het college deze mogelijke tegenstelling?
Zoals bij de beantwoording van vraag 2 is toegelicht wordt een aanvraag voor urgentie door het Urgentiebureau behandeld. Het Urgentiebureau toetst een aanvraag als eerst aan de randvoorwaarden. Pas als voldaan wordt aan de randvoorwaarden wordt de aanvraag getoetst aan de urgentiecriteria. Het kan dus zijn dat professionele hulpverlening constateert dat een instabiele woonsituatie schadelijk is voor de ontwikkeling of het welzijn van minderjarige kinderen en dat niet aan de randvoorwaarden uit de huisvestingsverordening wordt voldaan.
De tegenstelling in bovengenoemde situatie acht het college onwenselijk. Dit kan voor het college aanleiding zijn voor toepassing van de hardheidsclausule.
Deze specifieke gevallen worden meegenomen in de evaluatie van de Huisvestingsverordening in 2027 en zullen aansturen op de aanpassing in de Huisvestingsverordening in 2028.
Vraag 8
De Huisvestingsverordening bevat een hardheidsclausule waarmee het college kan afwijken van de urgentieregels wanneer strikte toepassing daarvan leidt tot niet-gerechtvaardigde 5 hardheid. Hoe vaak is deze hardheidsclausule in Hilversum in 2024, 2025 en tot op heden in 2026 toegepast bij woonurgentie?
Antwoord van het college
Voor 2024 is niet bekend hoe vaak de hardheidsclausule is toegepast. In 2025 heeft het college de hardheidsclausule één keer toegepast. Ook in 2026 is de hardheidsclausule tot nu toe één keer toegepast.
Vraag 9
Hoe vaak is in diezelfde periode een beroep op de hardheidsclausule afgewezen en kan het college, zonder herleidbare persoonsgegevens te verstrekken, aangeven wat de belangrijkste redenen voor toekenning dan wel afwijzing waren?
Antwoord van het college
Bij het Urgentiebureau worden de aanvragen voor woonurgentie afgehandeld middels een afwijzings/toekenningsbesluit, echter het urgentiebureau heeft niet de bevoegdheid voor nader onderzoek en toetsing van de hardheidsclausule. Verzoeken op de hardheidsclausule worden in de bezwaarprocedures behandeld en zijn mede gevraagd op medische gronden. In onderstaande gevallen heeft het college nader onderzoek gedaan en de medische gevallen dan ook voorgelegd aan een onafhankelijk medisch adviesbureau. 2024 Hardheidsclausule: geen beroep 2025 ** 1x criterium “huren onder voorwaarden” – toepassing op de hardheidsclausule **Hardheidsclausule: 1 x 2026 Gegrond: **1 x toepassing hardheidsclausule – geen maatschappelijke opvang. **Hardheidsclausule: 1 x
Vraag 10
Acht het college een situatie waarin een werkende ouder met minderjarige kinderen langdurig geen structurele woonruimte heeft, aantoonbaar zeer actief naar een woning zoekt, eigen financiële middelen inzet en waarbij professionele hulpverlening zorgen uit over de kinderen, bij uitstek een situatie waarin toepassing van de hardheidsclausule nadrukkelijk moet worden onderzocht?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom niet?
In het geval van dreigende dakloosheid waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken, wordt dit aangemerkt als een situatie waarin bij uitstek de toepassing van de hardheidsclausule moet worden onderzocht. Het college neemt bij beoordeling van bezwaar alle relevante feiten en omstandigheden en betrokken belangen mee in zijn overweging. Als de toepassing van de randvoorwaarden ertoe lijdt dat er onvoorziene en onevenredige nadelige gevolgen zijn voor de bezwaarmaker, dan kan het college de hardheidsclausule toepassen. De
6 bezwaarschriftencommissie beoordeelt of de aanvraag voor urgentie op de juiste manier is getoetst.
Vraag 11
Heeft het college zicht op het aantal Hilversumse gezinnen met minderjarige kinderen dat momenteel geen zelfstandige structurele woonruimte heeft en bijvoorbeeld noodgedwongen bij familie, vrienden, in vakantieverblijven of op verschillende tijdelijke adressen verblijft?
Antwoord van het college
Zo ja, om hoeveel huishoudens en minderjarige kinderen gaat het?
Nee, het college heeft geen volledig zicht op alle thuisloze Hilversumse gezinnen met minderjarige kinderen. Niet iedereen die dak- of thuisloos is, meldt zich bij de gemeente voor hulp of ondersteuning. Uit landelijke onderzoeken blijkt dat vooral vrouwen met kinderen vaker buiten beeld kunnen blijven, bijvoorbeeld doordat zij tijdelijk bij familie of vrienden verblijven.
Hierdoor is deze groep slechts gedeeltelijk bij de gemeente in beeld. Om deze groep beter in beeld te krijgen wordt in 2027 een ETHOS- telling uitgevoerd. Zie beantwoording vraag 12.
Vraag 12
Is het college van mening dat deze vorm van “verborgen dakloosheid” voldoende in beeld is?
Antwoord van het college
Zo nee, welke maatregelen gaat het college nemen om deze groep beter in beeld te krijgen?
Ja, het college onderkent dat er ook in Hilversum sprake is van verborgen dakloosheid. In 2027 zullen de gemeenten in de Regio Gooi en Vechtstreek meedoen aan de ETHOS-telling. De ETHOS-telling brengt zowel de zichtbare als de onzichtbare dakloosheid in beeld. Met de resultaten van deze telling zal vanuit het regionale beleidsplan Bescherming en Opvang gericht beleid worden gevoerd. Ook neemt het college de resultaten mee in de evaluatie van huisvestingsverordening.
Vraag 13
Is het college bereid om – binnen de grenzen van de privacywetgeving en indien betrokkene daarmee instemt – naar aanleiding van het genoemde artikel te laten onderzoeken of in deze specifieke casus daadwerkelijk alle beschikbare mogelijkheden zijn benut, waaronder toepassing van de hardheidsclausule, en of er mogelijkheden zijn om te voorkomen dat dit gezin opnieuw zonder woonruimte komt te zitten?
Antwoord van het college
Alle gevallen worden altijd gelijk behandeld, ongeacht of politieke aandacht voor individuele casussen wordt gegenereerd.
Als de situatie van een urgentieaanvrager wijzigt, kan een nieuwe aanvraag worden ingediend.
Het Urgentiebureau beoordeelt de situatie opnieuw. Tegen een afwijzing staat bezwaar open. In
7 dat kader worden alle relevante feiten, omstandigheden en betrokken belangen meegewogen en wordt ook bezien of toepassing van de hardheidsclausule aan de orde is.
Daarbij blijft het noodzakelijk om, vanwege de extreme schaarste aan woningen, steeds een zorgvuldige afweging te maken tussen de belangen van verschillende woningzoekenden in kwetsbare situaties. De bezwaarschriftencommissie beoordeelt of een aanvraag zorgvuldig en volgens de geldende regels is getoetst.
Vraag 14
Is het college bereid om naar aanleiding van deze casus te onderzoeken of de huidige urgentiecriteria onbedoeld inwoners kunnen benadelen die langdurig zelfredzaam zijn en hun eigen financiële middelen inzetten, en indien dit het geval blijkt te zijn dit binnen de regio Gooi en Vechtstreek aan de orde te stellen en met voorstellen te komen om de uitvoeringspraktijk of regelgeving aan te passen?
Antwoord van het college
Voor 1 januari 2028 moet een nieuwe Huisvestingsverordening zijn vastgesteld. In 2027 werken we samen met de regio aan deze nieuwe Huisvestingsverordening. Onderdeel hiervan is ook het evalueren van de urgentieregels. Onze ervaringen met de regeling en alle casussen nemen we mee bij het vernieuwen van de regeling.
Vraag 15
Kan het college aangeven welke onderdelen van de besluitvorming over woonurgentie door het college zelf worden uitgevoerd en welke bevoegdheden zijn gemandateerd aan de Regio Gooi en Vechtstreek, en op welke wijze het college bestuurlijk verantwoordelijkheid neemt wanneer de toepassing van de regionale urgentieregels in individuele Hilversumse situaties tot maatschappelijk ongewenste uitkomsten leidt?
Antwoord van het college
De bevoegdheid om het primaire besluit op een urgentieaanvraag te nemen is gemandateerd aan het Urgentiebureau Regio Gooi en Vechtstreek. Het college neemt bij heroverweging in bezwaar alle relevante feiten en omstandigheden en betrokken belangen mee. Als de toepassing van de randvoorwaarden ertoe lijdt dat er onvoorziene en onevenredige benadelende gevolgen zijn voor de bezwaarmaker kan het college de hardheidsclausule toepassen.
8 Voor 1 januari 2028 moet een nieuwe Huisvestingsverordening zijn vastgesteld. In 2027 werken we samen met de regio aan deze nieuwe Huisvestingsverordening. Onderdeel hiervan is ook het evalueren van de urgentieregels. Als uit de evaluatie blijkt dat regels uit de huidige verordening leiden tot ongewenste maatschappelijke uitkomsten nemen we dit mee in de nieuwe Huisvestingsverordening.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen Art. 42 van fractie Hart voor Hilversum inzake zelfredzaamheid
Bron: raadsinformatie van de gemeente Hilversum (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.