20250131 Beantwoording schriftelijke vragen GL n.a.v. Raadsinformatiebrief Ronde van Houten
Een raadslid stelde op 10 december 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Houten.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Gemeente Houten Onderdoor 25 Postbus 30, 3990 DA Houten Telefoon 030 639 26 11 Fax 030 639 28 99 E-mail: [email protected] Internet: www.houten.nl
Aan het raadslid Van Telgen (GroenLinks) i.a.a. de leden van de raad en de commissieleden
Datum
Uw kenmerk
30 januari 2025
Uw brief van
Ons kenmerk
Bijlagen
12 december 2024
861793
geen
Onderwerp
Beantwoording schriftelijke vragen GL n.a.v. Raadsinformatiebrief Ronde van Houten
Geachte mevrouw Van Telgen Op 12 december 2024 heeft u ons schriftelijke vragen gesteld op grond van artikel 36 van het Reglement van Orde (RvO) over de Ronde van Houten n.a.v. de Raadsinformatiebrief Ronde van Houten d.d. 18-09-2024 & Schriftelijke vragen “Ronde van Houten, de participatie vindt (waarschijnlijk) plaats op basis van verkeerde benchmarks” d.d. 27-09-2024.
Een woord vooraf. In de beantwoording van eerder gestelde vragen over de Ronde van Houten, zowel schriftelijk als mondeling tijdens de college bijpraat, is volop gesproken over het gebruik van de benchmark van Berenschot, de gebruikte cijfers en de verschillen tussen de verschillende enquête rondes. Het college ziet in dat het handiger was geweest om hier vanaf het begin duidelijkheid over te verschaffen, en heeft daarvoor dan ook excuses aangeboden. Het college tracht de zorgen en onduidelijkheden met de beantwoording van deze (en de vorige) set vragen weg te nemen.
Vraag 1: Over de referentiegemeenten blijft onbeantwoord waarom specifieke referentiegemeenten zijn gebruikt die niet op alle thema’s vergelijkbaar zijn met Houten (in het Berenschotrapport worden hier al waarschuwende opmerkingen over gemaakt). Er wordt uitleg gegeven over het doel van de selectie, maar onduidelijk blijft waarom consistentie ontbreekt.
Waarom is er niet per thema gekeken naar of de referentiegemeenten vergelijkbaar zijn en/of gezocht naar andere gemeenten daar waar de huidige selectie niet vergelijkbaar was?
Antwoord: Het college deelt uw mening niet dat dit onbeantwoord is gebleven. Zie het antwoord bij vraag 4 in de beantwoording op eerdere vragen van uw fractie van 27 september 2024. Hieronder volgt de beantwoording nogmaals:
In de door u genoemde benchmark uit 2022 stond een helder overzicht opgenomen van een tiental gemeenten die in algemene zin en objectief vergelijkbaar zijn met onze gemeente. Om ongewenste sturing vooraf te voorkomen werd er daarom voor gekozen deze te gebruiken. De tien referentiegemeenten zijn in algemene zin vergelijkbaar (sociale structuur, omvang, aantal inwoners).
De opzet was om te laten zien dat gemeenten desondanks in de praktijk heel eigen keuzen maken. Bij
Bij beantwoording datum en kenmerk vermelden.
*771426* 771426
elk thema is een greep uit de beschikbare tien gemeenten gedaan om – zonder oordeel – die verschillen te laten zien. Hierbij is naast de gemeente Houten steeds een gemeente gekozen die van alle 10 gemeenten:
- Dicht bij de gemiddelde uitgaven per inwoner zat. Het gemiddelde van alle referentiegemeenten.
- De hoogste uitgaven per inwoner had.
- De laagste uitgaven per inwoner had.
Er is inderdaad niet voor elk thema gekozen voor dezelfde twee of drie referentiegemeenten. Voor sommige thema’s was er relatief weinig verschil tussen de uitgaven van referentiegemeenten Als voor ieder thema dezelfde twee of drie referentiegemeenten gehanteerd waren, zouden de uitgaven per inwoner te dicht bij elkaar liggen en niet zorgen voor een uiteenlopend spectrum. Dit spectrum is belangrijk omdat het laat zien dat dat het mogelijk is om verschillende beleidskeuzes te maken per thema. En soms was Houten de gemeente die het meest of het minst uitgaf. Voor alle thema’s is zo goed mogelijk, met inachtneming van leesbaarheid en toegankelijkheid, weergegeven wat voor dat bedrag wordt gerealiseerd/aangeboden. Bij de straatinterviews is steeds expliciet uitgelegd wat de bedoeling was en waar de informatie vandaan kwam.
Vraag 2: Hoe is het ontbreken van consistentie in referentiegemeenten van invloed op de betrouwbaarheid van de conclusies?
Antwoord: Er is naar het inzicht van het college geen sprake van ontbrekende consistentie. Houten is per thema consequent vergeleken met een groep referentiegemeenten die in algemene zin (sociale structuur, omvang, aantal inwoners) vergelijkbaar zijn. Per thema zijn, binnen deze groep aan referentiegemeenten, bewust andere gemeenten gekozen vanwege het belang om een spectrum aan beleidskeuzes en bijbehorende uitgaven te tonen (zie antwoord bij vraag 1). Ook dit is consequent gedaan waardoor de uitkomsten betrouwbaar zijn. Consistentere referentiegemeenten zoals door u bedoeld, hadden niet geleid tot volledig inzicht in het spectrum per thema en waren daarmee minder informatief geweest.
Vraag 3: Had het gebruik van consistentere referentiegemeenten tot andere conclusies kunnen leiden?
Antwoord: Als wel telkens exact dezelfde twee of drie referentiegemeenten (uit de groep van 10) waren gekozen had dit, voor sommige thema’s, ervoor gezorgd dat er weinig verschil was tussen de uitgaven per inwoner. Daarnaast zou de meedenkende Houtenaar dan slechts beperkt inzicht krijgen in de beleidskeuzes van vergelijkbare gemeenten. Dit zou tot andere uitkomsten en conclusies kunnen leiden.
Vraag 4: In het kader van de betrouwbaarheid van de participatie is onvoldoende beantwoord in welke mate de verstrekte informatie van invloed is geweest op de uitkomsten. Er wordt gesteld dat de informatie zorgvuldig is samengesteld, maar kritiek van GroenLinks op mogelijke sturing wordt niet weerlegd. Hoe wordt voorkomen dat burgers door deze aanpak hun input niet terugzien en daardoor het vertrouwen in het participatieproces verliezen?
Antwoord: Het college is niet van mening dat de input van burgers niet terug te zien is. De inbreng uit de verslagen in het participatielogboek is volgens het college goed herkenbaar in het Houtens Begrotingsadvies. Het college heeft geen berichten of signalen ontvangen waaruit blijkt dat burgers geen vertrouwen in het participatieproces hebben. Daarnaast wordt de koers van het begrotingsadvies nog gevalideerd door het burgerpanel in stap 4 en 5, zoals ook beschreven in de raadsinformatiebrief van december 2024 over dit onderwerp.
Vraag 5: De onderbouwing ontbreekt waarom de resultaten van stap 2 afwijken van stap 1, terwijl gesteld wordt dat de participatie-output leidend zou zijn. Dit verschil wordt verklaard
Bij beantwoording datum en kenmerk vermelden.
Pagina 2 van 6
door een verfijning in stap 2, maar een onderbouwing ontbreekt. Welke (methodologische) verschillen tussen stap 1 en stap 2 leiden tot de afwijkende resultaten?
Antwoord: Het zijn uitkomsten van twee verschillende vragen, zoals toegelicht bij de beantwoording op eerdere vragen van uw fractie van 27 september 2024. Het verschil zit hem erin dat de achtergrondinformatie (uitgaven referentiegemeenten, aanbod / serviceniveau, Houtens DNA etc.) die gebruikt is in stap 2, meer gedetailleerd is in vergelijking met stap 1. In de eerdere beantwoording op eerdere vragen van uw fractie van 27 september 2024 wordt ingegaan op de gehanteerde methode en de weging van de eerste 2 stappen.
Vraag 6: In het kader van controleerbaarheid: hoe zijn de ingezette methoden met elkaar gewogen? Achtergrond van deze vraag is dat de uitwerking van de toezegging over deze uitwerking in stap 3 van de RvH was zeer summier. Hierin werd gesteld dat stap 2 was leidend voor de eindconclusie en dat stap 1 daar een inkleuring aan heeft gegeven. De conclusie voor de taakvelden Gemeente, Cultuur en Onze leefomgeving kloppen in dit licht niet.
Antwoord: Uit stap 1 kan grofweg worden geconcludeerd
- Dat Houtenaren, in primaire zin, een aantal onderwerpen benoemen waar ze denken dat de meeste mogelijkheden zijn om te bezuinigen (en dus ook waarop minder) (de vraag was: prioriteer en geef aan waar je denkt dat de meeste mogelijkheden zijn om te bezuinigen).
- Veel Houtenaren vinden het lastig om zonder context (hoeveel geld geven we er aan uit? En wat krijgen we er voor? En welke keuzes maken andere gemeenten?) om een standpunt hierover in te nemen.
- Houtenaren het zeer waarderen om mee te denken bij dit vraagstuk en graag zeer actief betrokken worden bij het vervolggesprek over de bezuinigingen. o Hierbij willen ze meer context en details. o Willen ze het gesprek voeren over de wettelijke taken. Dat is het grootste deel van de begroting en daar moet ook iets in te vinden zijn. o Streven ze naar een combinatie van de 3 gepresenteerde oplossingsrichtingen.
In stap 2 is met meer context detail een uitvraag gedaan over de bezuinigingsbereidheid van Houtenaren (door ze per thema die vraag te stellen, niet zozeer een prioritering van de thema’s onderling). Op basis van inzicht in dat specifieke thema is dus een reactie opgehaald.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Houten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.