balans grondrecht op demonstratie, leefbaarheid en openbare orde
Een raadslid stelde op 13 oktober 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Houten.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Gemeente Houten Onderdoor 25 Postbus 30, 3990 DA Houten Telefoon 030 639 26 11 Fax 030 639 28 99 E-mail: [email protected] Internet: www.houten.nl
Aan raadsleden Dubbink (PvdA), Van Erp (GroenLinks), Aanen (NH), Van Gooswilligen (D66), De Heer (CDA), Van Rees (CU) en Stiekema (VVD) i.a.a. de leden van de raad en de commissieleden
Datum
Uw kenmerk
21 november 2025
Uw brief van
Ons kenmerk
Bijlagen
13 oktober 2025
894290
geen
Onderwerp
Beantwoording schriftelijke vragen over balans grondrecht op demonstratie, leefbaarheid en openbare orde
Geachte raadsleden, Op 13 oktober 2025 heeft u ons schriftelijke vragen gesteld op grond van artikel 36 van het Reglement van Orde (RvO) over de balans tussen het grondrecht op demonstratie en de leefbaarheid en openbare orde.
Vraag 1: Demonstratierecht in Houten Hoe beoordeelt het college de huidige praktijk rondom demonstraties in Houten, in het bijzonder met betrekking tot de balans tussen het grondrecht op demonstratie en het handhaven van de openbare orde?
Antwoord:
Het college en de burgemeester hechten groot belang aan het grondrecht op demonstratie, zoals vastgelegd in artikel 9 van de Grondwet en uitgewerkt in de Wet openbare manifestaties (WOM). De burgemeester biedt ruim baan aan vreedzame demonstraties en stelt alleen beperkingen wanneer dit noodzakelijk is in het belang van de gezondheid, het verkeer of de openbare orde. Bij de beoordeling wordt tevens rekening gehouden met de zogenoemde gehoor- en gezichtsafstand: demonstranten moeten hun boodschap kunnen uitdragen op een plek waar zij door hun beoogd publiek kunnen worden gehoord en gezien. Gezien de komst van (vaak meer radicale) landelijk opererende groeperingen die lokaal komen demonstreren is het in toenemende mate een uitdaging om een zorgvuldige balans te vinden tussen het ruimte bieden aan vreedzame manifestaties en het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Daarbij komt dan nog de uitdaging om onze (beperkte) politiecapaciteit proportioneel in te zetten.
Vraag 2: Handhavingsmogelijkheden Welke instrumenten heeft de gemeente tot haar beschikking om bij excessen of overlast (zoals geluidsoverlast, het blokkeren van wegen of het gebruik van vuurwerk) op te treden, zonder het demonstratierecht te schenden?
Bij beantwoording datum en kenmerk vermelden.
*788569* 788569
Antwoord:
Het recht om te demonstreren is een grondrecht. Dit betekent dat de burgemeester vooraf slechts zeer beperkt kan sturen op de inhoud, vorm of het karakter van een aangekondigde demonstratie.
Alleen wanneer er concrete, objectieve en zwaarwegende aanwijzingen zijn dat de openbare orde of veiligheid ernstig in het gedrang komt, kan de burgemeester vooraf voorschriften of beperkingen opnemen in het bewijs van kennisgeving. Deze voorschriften zijn uitsluitend gericht op het waarborgen van een ordelijk en veilig verloop, zoals het aanwijzen van een locatie of route, het bepalen van tijdstippen, het reguleren van geluidsversterking of het verplicht stellen van een aanspreekpunt en stewards. De driehoek (burgemeester, politie, OM) hanteert hiervoor gezamenlijk vastgestelde tolerantiegrenzen.
Indien tijdens de demonstratie excessen of overtredingen ontstaan – zoals ernstige geluidsoverlast, blokkades of het afsteken van vuurwerk – wordt in eerste instantie opgetreden met het reguliere strafrechtelijke en bestuursrechtelijke instrumentarium, zoals het Wetboek van Strafrecht, de Wegenverkeerswet en de APV.
Pas wanneer sprake is van (dreigende) wanordelijkheden of massale overtredingen kan de burgemeester aanvullend optreden op grond van de Wet openbare manifestaties (WOM). Hierbij kan worden gedacht aan het geven van aanwijzingen, het opleggen van aanvullende beperkingen, het tijdelijk onderbreken of vroegtijdig beëindigen van de demonstratie, of – in het uiterste geval – het instellen van maatregelen zoals een veiligheidsrisicogebied of samenscholingsverbod. Deze bevoegdheden worden alleen ingezet als ultimum remedium, om disproportionele inmenging in het demonstratierecht te voorkomen.
Vraag 3: Visuele uitingen in de openbare ruimte Acht het college het wenselijk dat grote aantallen vlaggen, spandoeken en andere symbolen de openbare ruimte domineren, en ziet het college mogelijkheden om dit — binnen de kaders van de wet — te beperken of te reguleren? Is er bijvoorbeeld een termijn dat de uitingen mogen blijven hangen in de openbare ruimte?
Antwoord:
Het college is verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en het handhaven van de openbare orde, veiligheid en leefbaarheid. Voor het ophangen van vlaggen, spandoeken en andere symbolen in de openbare ruimte geldt op dit moment geen vaste wettelijke termijn waarbinnen deze verwijderd moeten worden. Wel kan de gemeente optreden indien uitingen leiden tot verkeersgevaar, schade of verstoring van de openbare orde, of wanneer deze zijn aangebracht op gemeentelijke eigendommen zonder toestemming. Grote aantallen vlaggen of symbolen kunnen afbreuk doen aan het neutrale karakter van gemeentelijke ruimte. De burgemeester of het college kan besluiten maatregelen te treffen, waaronder het verwijderen van uitingen die in strijd zijn met de APV of het geven van aanwijzingen over tijdelijkheid, locatie of wijze van bevestiging. Gezien de enorme (landelijke) polarisatie op dit thema is het een complexe taak om een juiste balans te vinden tussen het demonstratierecht en de vrijheid van meningsuiting en het handhaven van een ordelijke en veilige openbare ruimte. In Houten spannen we ons hiervoor in door met alle partijen in gesprek te gaan met als doel dit in goede afstemming te reguleren.
Vraag 4: Gelijktijdige demonstraties Op welke manier gaat het college faciliteren dat gelijktijdige voor- en tegendemonstraties plaats kunnen vinden en confrontaties tussen beide groepen worden voorkomen (bijvoorbeeld aparte vakken, toezicht en aanwijzingen etc.)?
Bij beantwoording datum en kenmerk vermelden.
Pagina 2 van 4
Is het toegestaan dat tegendemonstranten hinderlijk en/of intimiderend aanwezig mogen zijn bij een (toegestane) demonstratie of manifestatie? Is het college het met de indieners eens dat ieder in vrijheid haar/zijn boodschap moet kunnen delen?
Antwoord:
Wanneer er sprake is van gelijktijdige voor- en tegendemonstraties, worden binnen de lokale driehoek vooraf afspraken gemaakt over de inrichting en beveiliging van de ruimte, afgestemd op de verwachte opkomst, spanningen en de locatie. Groepen worden op verschillende, duidelijk gescheiden locaties/ vakken geplaatst, waarbij beiden zich binnen gehoor- en gezichtsafstand van hun beoogd publiek mogen bevinden. Er is zichtbare politieaanwezigheid en er wordt eventueel fysieke afscheiding (hekken, linten) ingezet ter voorkoming van confrontaties. Organisatoren en deelnemers krijgen er concrete aanwijzingen over routes, tijdstippen of gedragsregels en vooraf vindt contact plaats tussen gemeente, politie en organisatoren om afspraken te verduidelijken en om escalatie te voorkomen.
Tegendemonstranten mogen aanwezig zijn en hun mening laten horen, ook als dat als hinderlijk wordt ervaren door de andere partij. De vrijheid van meningsuiting en het recht op tegendemonstratie worden eveneens beschermd door de Grondwet. Dat betekent niet dat intimiderend, bedreigend of gewelddadig gedrag wordt toegestaan. Zodra sprake is van gedragingen die de openbare orde verstoren of anderen in hun recht om vreedzaam te demonstreren belemmeren, wordt door de politie en burgemeester optreden overwogen op basis van de WOM, de APV of het Wetboek van Strafrecht.
Het college onderschrijft dat ieder in vrijheid en zonder intimidatie zijn of haar boodschap moet kunnen uitdragen. Bij gelijktijdige demonstraties wordt daarom steeds gezocht naar een zorgvuldige balans tussen beide grondrechten – dat van de demonstranten én dat van de tegendemonstranten – met als uitgangspunt dat beide groepen binnen de wettelijke kaders zichtbaar, hoorbaar en veilig kunnen demonstreren.
Vraag 5: Rol van BOA’s en handhavers Zijn BOA’s en andere handhavers op de hoogte van gemaakte afspraken met demonstranten en wie een vergunning heeft en wie niet?
Zijn organisatoren van een demonstratie met vergunning op de hoogte wanneer en hoe BOA’s en andere handhavers optreden, zodat zij begrijpen waarom wel of niet wordt opgetreden?
Antwoord:
De gemeente verstrekt een bewijs van kennisgeving van een demonstratie aan de organisator, met daarin de voorschriften en voorwaarden (vanuit de WOM). Dit wordt ook gedeeld met de betrokken BOA’s, de politie en beveiligers, zodat zij op de hoogte zijn van de gemaakte afspraken. Tijdens een demonstratie maken BOA’s, politie en beveiligers op basis van de actuele omstandigheden een professionele afweging over hun wijze van optreden. Het college begrijpt dat het optreden van handhavers en politie op het moment zelf niet altijd direct duidelijk kan zijn voor organisatoren of deelnemers.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Houten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.