10 september 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Houten

doelgroepenvervoer

Een raadslid stelde op 10 september 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Houten.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Gemeente Houten Onderdoor 25 Postbus 30, 3990 DA Houten Telefoon 030 639 26 11 Fax 030 639 28 99 E-mail: [email protected] Internet: www.houten.nl

Aan het raadslid Ooms (SGP) i.a.a. de leden van de raad en de commissieleden

Datum

Uw kenmerk

10 oktober 2024

Uw brief van

Ons kenmerk

Bijlagen

10 september 2024

850689

geen

Onderwerp

Beantwoording schriftelijke vragen n.a.v. doelgroepenvervoer

Geachte heer Ooms, Op 10 september 2024 heeft u ons schriftelijke vragen gesteld op grond van artikel 36 van het Reglement van Orde (RvO) over het doelgroepenvervoer. Middels deze Raadsinformatiebrief geven wij u antwoord op deze vragen.

Vraag 1: In januari 2024 is er vertraging ontstaan omdat het beoordelingsprotocol niet volledig is gevolgd in de aanbesteding. Nadat deze fout is ontdekt, is direct een nieuwe beoordeling uitgevoerd. Waar is de fout ontstaan in het aanbesteding project? Is dit een fout vanuit onze eigen gemeente of uit het samenwerkingsverband voor het doelgroepen vervoer?

Antwoord:

De fout is ontstaan door een afrondingsfout in de beoordeling van de inschrijvingen.

De aanbesteding is een bovenregionaal proces geweest, met 22 Utrechtse gemeenten en de Provincie Utrecht. De inschrijvingen van de partijen voor de Lekstroomregio zijn door de beoordelingscommissie, bestaande uit collega’s uit de Lekstroomregio, beoordeeld. Dit proces is begeleid door de programmamanager die het proces bovenregionaal aanstuurt en door een externe partij. Individuele leden hebben de inschrijving beoordeeld aan de hand van het programma van eisen. Na deze individuele beoordelingen is er een gesprek met elkaar gevoerd om tot consensus te komen w.b. de kwaliteit van de partijen. Deze beoordeling wordt samen met de prijsopgave van de partijen omgerekend naar een score. In deze omrekening is een afrondingsfout gemaakt.

Vraag 2: Hoeveel kinderen die gebruik maken van leerlingen- en jeugdhulpvervoer hebben te maken met deze overbruggingsperiode?

Antwoord:

In de gemeente Houten maken er 86 kinderen en jongeren gebruik van het door de gemeente bekostigd vervoer, waarvan:

• 83 kinderen/ jongeren in het Leerlingenvervoer,

• 6 kinderen/ jongeren vanuit de Jeugdwet,

Bij beantwoording datum en kenmerk vermelden.

*733797* 733797

•

3 kinderen/ jongeren maken gebruik van zowel het Leerlingenvervoer als het Jeugdwetvervoer.

Vraag 3: Hoeveel daarvan ervaren problemen, zoals te laat gebracht of gehaald worden van school of jeugdhulpinstelling? Wordt dit actief gemonitord door de gemeente?

Antwoord:

Bij de start van het schooljaar werd een aanzienlijk deel van de Houtense kinderen en jongeren nagereden. Dat betekent dat leerlingen na de start van de schooldag aankomen op school, omdat datzelfde busje en diezelfde chauffeur al een rit gereden hebben. Daarna zaten er een aantal kinderen/ jongeren helemaal niet in het vervoer. Op dit moment hebben we 3 kinderen/ jongeren die niet in het vervoer zitten, en is er 1 nagereden rit.

Wij krijgen een wekelijkse update van de vervoerder. Daarnaast participeren we als Lekstroomgemeenten in een spoedoverleg met de vervoerder en het contractmanagementbureau om actief de situatie te monitoren.

Vraag 4: Hoe is mogelijk, dat ondanks een vrijmaking van een forse hoeveelheid geld, er alsnog signalen zijn van problemen in het leerlingenvervoer? Liggen de uitdagingen bij de vervoerders of liggen deze ook bij de gemeente (in verband met vertrek van verantwoordelijke ambtenaar).

Antwoord:

De problemen hebben te maken met de vertraging in het proces van de aanbesteding, de overgang naar een nieuwe vervoerder en de implementatie van een nieuw systeem om gegevens aan te leveren, aan te passen en van waaruit ook de ritten gepland worden. De vertraging in het proces van de aanbesteding zorgt ervoor dat de nieuwe contracten pas per 1 januari 2025 kunnen ingaan en dat we nu in een overbruggingsperiode zitten.

De toekomstige vervoerder is bereid geweest om ook tijdens deze overbruggingsperiode het leerlingenvervoer te verzorgen en heeft zijn uiterste best gedaan het mogelijk te maken. Daarnaast is er sprake van een schaarste in chauffeurs, dit probleem speelt landelijk en is niet op korte termijn opgelost. Extra middelen lossen dit ook niet op.

De aanbesteding betreft een bovenregionaal proces, met 22 gemeenten en de Provincie Utrecht. We zien in alle gemeenten vergelijkbare problemen in het Leerlingenvervoer. De wisseling van de verantwoordelijke ambtenaar lijkt niet van invloed te zijn op de huidige problemen. Bovendien wordt met deze suggestie tekort gedaan aan de inzet die er vanuit de gemeente is voor deze groep kinderen en jongeren en hun ouders.

Vraag 5: Is het juist dat er tegen de ouders en verzorgers in een brief gezegd is dat zij zelf (ook) maar naar creatieve oplossingen moeten kijken? Zo ja, wat vindt u hiervan? Uiteraard mag een beroep gedaan worden op het meedenken van ouders, maar op ouders kan het ook overkomen als: zoekt u het zelf maar uit.

Antwoord:

Primair zijn ouders zélf verantwoordelijk om hun kinderen naar school te brengen. Het Leerlingenvervoer is een vangnet voor als dat niet lukt. De gemeente heeft een verordening Leerlingenvervoer om in eerste instantie tegemoet te komen in de extra kosten die zij hebben om hun kind naar het speciaal onderwijs te brengen. De taxibus, het aangepast vervoer, is de laatste stap in de ondersteuning van ouders om hun kind naar school te brengen. Desondanks voelen wij ons wél verantwoordelijk en zetten ons maximaal in voor deze kinderen, door met ouders mee te denken in creatieve oplossingen.

Bij beantwoording datum en kenmerk vermelden.

Pagina 2 van 4

Het chauffeurstekort in het Leerlingenvervoer is niet nieuw, dat speelt al een aantal jaar. We zien dat landelijk het aantal kinderen en jongeren in het aangepast vervoer toeneemt, dat de routes die gereden moeten worden steeds complexer zijn en dat er gedurende het hele schooljaar aanmeldingen binnen blijven komen voor vervoer. Dat maakt dat de druk op het vervoer is toegenomen. We hebben met elkaar (onderwijs, gemeente, vervoerder en ouders) de taak om te zorgen dat de uitvoering behapbaar blijft.

Vraag 6: Waar kunnen de ouders/verzorgers terecht als er geen creatieve oplossingen mogelijk zijn of als er (grote) problemen ontstaan doordat het vervoer niet goed uitgevoerd wordt?

Wordt er vanuit de gemeente hulp geboden in deze situatie?

Antwoord:

Ouders die problemen ervaren staan in contact met de gemeente. De gemeente probeert mee te denken door te kijken of het mogelijk is om bijvoorbeeld een vergoeding voor een elektrische fiets te verstrekken, door te kijken of ouders aan elkaar gekoppeld kunnen worden om elkaars kinderen mee te nemen en de gemeente heeft zelfs zelf een bus ingehuurd waarin 8 kinderen naar dezelfde school vervoerd worden door gemeentemedewerkers zelf.

Vraag 7: Zou het wenselijk zijn om een bijeenkomst te beleggen met alle ouders, die te maken hebben met doelgroepenvervoer, en de problemen met hen te bespreken?

Antwoord:

Ja, het is goed om zo’n bijeenkomst te organiseren. Dit is in voorbereiding.

Vraag 8: Is de overbruggingsperiode voor leerlingen- en jeugdzorgvervoer afgestemd op elkaar als leerlingen beide vormen van vervoer gebruiken? En is dit ook goed afgestemd voor kinderen en jongeren die in onze gemeente verblijven bij een jeugdhulpaanbieder, pleegouder, in een instelling voor opvang of beschermd wonen, maar onder het woonplaatsbeginsel jeugdhulp vallen?

Antwoord:

Ja, dit is op elkaar afgestemd. Wanneer er kinderen/ jongeren onder het woonplaatsbeginsel vallen, wordt er maatwerk geboden.

Vraag 9: Er is gebleken dat er extra budget nodig was voor de overbrugging. Hierbij is echter de raad niet meegenomen. Was (een indicatie van) het budget niet al eerder bekend waardoor het ook voor gelegd kon worden aan de raad?

Antwoord:

Het was niet mogelijk voor de vervoerder om op voorhand al een goede kostenindicatie te geven.

Eerst moest duidelijk worden hoeveel ritten er gereden moesten worden en daarna kon geïnventariseerd worden of hun capaciteit voldoende was. Vervolgens is naar aanleiding daarvan gekeken hoeveel extra chauffeurs en hoeveel extra bussen zij nodig hadden. Wij vonden dit ongewenst, maar vanwege de omstandigheden was er geen andere mogelijkheid.

Vraag 10: In januari 2024 is gebleken dat het beoordelingsprotocol is gevolgd, waarom is dit niet toen al meegedeeld aan de raad incl. de mogelijke problemen die hierdoor konden ontstaan? Welke risicobeheersmaatregelen zijn vanaf januari genomen toen duidelijk werd dat het beoordelingsprotocol niet gevolgd was?

Antwoord:

Bij beantwoording datum en kenmerk vermelden.

Pagina 3 van 4

Op dat moment was er nog veel onzekerheid door lopende rechtszaken. Daarbij zijn de gemeenten in het gelijkgesteld en mocht er een herbeoordeling plaatsvinden. Met het verschuiven van de ingangsdatum van het nieuwe contract naar 1-1-2025 is rekening gehouden met een krappe maar niet onmogelijke implementatietijd van het overbruggingscontract.…

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen over doelgroepenvervoer

Bron: raadsinformatie van de gemeente Houten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Houten

Alle artikel 35-vragen in Houten