18 april 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Houten

schriftelijke vragen nav de raadsinformatiebrief Aanbesteding grondverkoop dd 11 maart jl

Een raadslid stelde op 18 april 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Houten.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Gemeente Houten Onderdoor 25 Postbus 30, 3990 DA Houten Telefoon 030 639 26 11 Fax 030 639 28 99 E-mail: [email protected] Internet: www.houten.nl

Aan de raadsleden Zwijsen (ITH), Jonkers (NatuurlijkHouten), Verbeek (VVD) en Ooms (SGP) i.a.a. de leden van de raad en de commissieleden

Datum

Uw kenmerk

19 juni 2025

Uw brief van

Ons kenmerk

Bijlagen

18 april 2025

873867

geen

Onderwerp

Beantwoording schriftelijke vragen n.a.v. de raadsinformatiebrief ‘Aanbesteding grondverkoop’ dd. 11 maart jl.

Geachte raadsleden, Op 18 april 2025 heeft u aan ons schriftelijke vragen gesteld op grond van artikel 36 van het Reglement van Orde (RvO). Deze vragen gaan over ‘Ruimte voor inwoners- en/of burgerinitiatieven, althans Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO’s), in programma van eisen en/of selectiecriteria’. Daarnaast gaan de vragen over de raadsinformatiebrief ‘Aanbesteding grondverkoop’ (11 maart 2025) n.a.v. motie 69-2024 en het bijbehorende advies van kantoor Van Bentum en Keulen (VBK).

Bij de aanbesteding van verkoop van gemeentelijke grond voor ontwikkeling van woningen kijkt het college naar alle mogelijkheden en ook naar mogelijkheden voor CPO’s en bewonersinitiatieven.

Daarbij moeten de mogelijkheden en de wensen die bij elk project gelden afgezet worden tegen de regels van de aanbestedingswet en het Didam-arrest. De omvang en de wensen van de gemeente t.a.v. de te realiseren plannen zijn dan bepalend hoe er aanbesteed of grond verkocht kan worden.

In deze raadsinformatiebrief willen we deze vragen graag beantwoorden en onze antwoorden toelichten.

Algemene vragen Vraag 1: In het collegeprogramma stelt het college: “De behoefte aan seniorenhofjes is groot in Houten. Voor een voorgenomen seniorenhofje zijn al ruim 400 aanmeldingen. Daarom staan die hoog op de agenda van het college.” Welke mogelijkheden ziet u op korte termijn (buiten de Grund en de Beverakker) voor de realisatie van een of meerdere seniorenhofjes?

Antwoord:

Wij vinden het belangrijk dat er seniorenhofjes gerealiseerd worden in de gemeente zodat deze specifieke doelgroep bediend wordt. Helaas zijn er op korte termijn geen grondverkopen met als doel woningbouw gepland. Vooralsnog wordt wel ingezet op de bouw van seniorenappartementen in Houten-Oost, Loerik VI en het CMK-gebied.

Vraag 2: Kan de gemeenteraad en/of het college nog een impuls geven om de kansen voor inwonersen/of burgerinitiatieven, althans CPO’s, om seniorenhofjes te bouwen op korte termijn te vergroten?.

Antwoord:

Zoals in de voorgaande vraag is beantwoord, zien wij de oplossing niet op korte termijn. Bij de verkoop van de grond door de gemeente zijn er twee scenario’s, ‘platte verkoop’ of aanbesteding

Bij beantwoording datum en kenmerk vermelden.

*775559* 775559

waarin de gemeente eisen en wensen meegeeft, zoals verwoord in het advies van VBK advocaten van 20 januari 2025. Wij zetten in ieder geval in op een oplossing op de lange termijn, aangezien wij waarde hechten en ruimte willen bieden binnen de gemeente aan een ontwikkelvorm als CPO’s. De lange termijn oplossing is dat er in de omgevingsvisie locaties aangewezen worden voor het realiseren van seniorenhofjes. De omgevingsvisie is nog in ontwikkeling, dus het is nog niet concreet waar seniorenhofjes in Houten een plek zouden kunnen krijgen.

Vragen over selectiecriteria naar aanleiding van de criteria van de Beverakker en de Grund Vraag 3: Als indieners deze selectiecriteria lezen zien zij geen criterium dat bevorderd dat inwonersen/of burgerinitiatieven, althans Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO’s), meer kans maken.

Hoe ziet het college dit?

Antwoord:

Wij hebben de aanbestedingswet in acht te nemen. Vanuit één van de vier basisbeginselen uit de aanbestedingswet, gelijke behandeling, is het niet mogelijk om een partij meer kansen te bieden dan andere inschrijvers. De selectie- en gunningscriteria zijn wel zo opgezet dat ook CPO’s een goede kans maken op deelname en op gunning.

Vraag 4: De aanbestedingswet 2012 kent geen beperkingen voor het stellen van selectiecriteria. De selectiecriteria dienen objectief, eenduidig, transparant, proportioneel en in verhouding tot de opdracht te staan. Waarom zijn er geen criteria opgenomen waarin ook punten toegekend worden voor lokale betrokkenheid en/of lokale opstellers?

Antwoord:

Wij waarderen de lokale betrokkenheid en inzet van inwoners, maar hiervoor geldt dat vanuit de basisbeginselen uit de aanbestedingswet ‘gelijke behandeling’ en ‘non-discriminatie’ het niet mogelijk is om punten toe te kennen voor lokale betrokkenheid en/of lokale opstellers.

Vraag 5: Indien het college van mening is dat dit niet bij de criteria thuishoort, waarom is er in het essay niet expliciet gevraagd naar een toelichting over lokale betrokkenheid?

Antwoord:

Het vragen naar een beschrijving van lokale betrokkenheid heeft alleen zin als dit een van de selectiecriteria zou zijn. Hoewel wij lokale betrokkenheid graag stimuleren en op prijs stellen, is lokale betrokkenheid in deze geen bruikbaar criterium. De selectiecriteria dienen objectief, eenduidig, transparant, proportioneel, mogen niet discrimineren (conform aanbestedingswet), te zijn en moeten in verhouding tot de opdracht staan.

Vraag 6: Dient de gemeenteraad specifiek in een startnotitie te zetten dat inwoners- en/of burgerinitiatieven, althans CPO’s, meer punten dient te krijgen bij selectie, voordat dit bij een toekomstige aanbesteding in de selectiecriteria wordt meegenomen?

Antwoord:

Zolang als er sprake is van een Europese aanbestedingsprocedure blijft het basisbeginsel van ‘gelijke behandeling’ van toepassing. Wanneer wensen of eisen van de gemeenteraad in tegenspraak zijn met de aanbestedingswet kan het niet op die manier opgenomen worden in de aanbestedingsdocumenten. Dit kan dan ook niet opgenomen worden in een startnotitie. Dan zou de raad een onuitvoerbaar besluit nemen.

Vragen over de RIB van 11 maart 2025 - RIB aanbesteding grondverkoop n.a.v. motie 69-2024 en het bijbehorende advies van kantoor Van Bentum en Keulen (VBK) Vraag 7 a: In de RIB stelt de wethouder “Bij grondverkoop voor de bouw van woningen of maatschappelijk vastgoed zijn veel vakbekwame partijen (bouwbedrijven en ontwikkelaars) op de markt actief waardoor het niet aannemelijk is dat er slechts één partij geschikt is voor die opdracht.” Indieners zijn het hiermee oneens. In een situatie dat een initiatiefnemer naar de gemeente toekomt met een plan op een locatie waar de gemeente nog geen plannen had, is het goed mogelijk dat alleen die initiatiefnemer gegadigde is. VBK stelt dat je dan één moment van transparantie moet betrachten (zie paragraaf 3.5).

Hoe kijkt het college naar de stelling van indieners?

Bij beantwoording datum en kenmerk vermelden.

Pagina 2 van 4

Antwoord:

Wij verwijzen u naar het advies van VBK, onder 5.8. Bovendien wijzen wij erop dat het onder paragraaf 3 en 5 in het advies van VBK gestelde, ziet op de situatie dat er sprake is van een ‘platte verkoop’ en de gemeente dus geen eisen stelt die verder gaan dan zij op basis van het publiekrecht kan stellen. Bij de uitgifte van de grond voor de projecten Beverakker en De Grund is de aanbestedingswet van toepassing. Overeenkomstig de vastgestelde startnotities verkoopt de gemeente tenslotte grond met de belangrijkste eis om woningen te bouwen. Dit is een overheidsopdracht in de zin van de aanbestedingswet. Vraag 7a heeft betrekking op een situatie waarbij grond via een ‘platte grondverkoop’ wordt verkocht en waarop het Didam-arrest van toepassing is.

Vraag 7 b: Kan het college toezeggen dat in een dergelijke situatie eerst gekeken wordt of onderhands gegund kan worden voordat de openbare aanbesteding weer wordt ingezet?

Antwoord:

Bij elke aanbesteding wordt gekeken wat wettelijk mogelijk is en welke aanbestedingswijze het beste aansluit bij de aan te besteden opdracht of verkoop. Daarbij wordt een brede afweging gemaakt en kan niet gesteld worden dat er altijd als eerste naar onderhandse aanbesteding wordt gekeken.

Zoals in het aanbestedingsbeleid is vastgelegd en bovendien wettelijk is vereist, moeten opdrachten boven de Europese drempelwaarde openbaar worden aanbesteed. Voor opdrachten onder dit bedrag zijn de proportionaliteitsregels van toepassing en mag er meervoudig-onderhands worden aanbesteed. De aard en de omvang van de opdracht maken dan hoeveel partijen gevraagd worden om een aanbod te doen. Kleine opdrachten kunnen 1-op-1 aanbesteed worden.

Vraag 8 a: In het advies van VBK stellen zij dat “In beide sporen bestaat overigens de mogelijkheid om via kwalitatieve gunning- of selectiecriteria maatschappelijke, kwalitatieve en/of beleidsmatige wensen een plek te geven en de invulling daarvan door de verschillende inschrijvers of gegadigden met punten te waarderen.…

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen nav de raadsinformatiebrief Aanbesteding grondverkoop dd 11 maart jl

Bron: raadsinformatie van de gemeente Houten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Houten

Alle artikel 35-vragen in Houten