vragen Berry Wilkens - 15 sept. 2022.pdf
Een raadslid stelde op 21 september 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Vragen raad & beantwoording
datum:
Steller(s):
Behandelend ambtenaar onderwerp:
Ontvangst griffie:
15-09-2022 Berry Wilkens - VVD Florian Sloots
(in te vullen door de griffie)
Windturbines Caprice 09-09-2022 (in te vullen door de griffie)
Aanleiding / toelichting:
Op 8 september is er een raadsoriëntatieavond georganiseerd waarop omwonenden de raad konden informeren over hun standpunten. Naar aanleiding van de toelichting van de heer Nas, namens omwonenden, zijn namens de VVD door Berry Wilkens vragen gesteld.
Vragen:
Vraag 1. Het verhaal over planschade waarbij er een substantieel deel zelf betaald moet worden om deze aan te vragen/procederen. Wat klopt er van dit verhaal?
Antwoord 1: Op grond van de Wet ruimtelijke ordening kan iedereen die meent schade te lijden als gevolg van het besluit tot het verlenen van de omgevingsverguning voor de windturbine een verzoek om planschade indienen bij burgemeester en wethouders. Schade die binnen het normaal maatschappelijk risico valt, blijft voor rekening van aanvrager. Hieronder wordt in ieder geval verstaan een vermindering van de waarde van een onroerende zaak met 2%.
Vraag 2: Er komen veel mensen in feite in aanmerking voor planschade binnen een straal van 2,4 km volgens TNO. Hoe is dit bij ons geregeld, wie betaald de eventueel toegekende planschade/proceskosten?
Antwoord 2: Een verzoek om planschade wordt ingediend bij burgemeester en wethouders. Op grond van de Verordening voor advisering tegemoetkoming in planschade wordt een verzoek om advies voorgelegd aan een onafhankelijke adviescommissie. Het college neemt op basis van dit advies een besluit. Eventuele planschade wordt betaald door de gemeente. De kosten worden door de gemeente verhaald op initiatiefnemer. Zie antwoord vraag 3.
Vraag 3: Is hier al een pot voor aangelegd middels een anterieure overeenkomst? En zo ja hoe groot is deze?
Antwoord 3: Het college heeft een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten met initiatiefnemer. Hiervoor heeft een onafhankelijk bureau een risicoanalyse planschade uitgevoerd. Daarbij is een inschatting gemaakt van de maximale planschade. Dit bedrag is genoemd in de overeenkomst, staat vast, en is daarmee gegarandeerd beschikbaar om uit te keren wanneer planschade wordt toegekend. Om te garanderen dat het bedrag kan worden betaald, is hiervoor een bankgarantie verstrekt.
1
Vraag 4: Het verhaal van de advocaat maakte het meeste indruk. Volgens dhr. Nas zijn niet de juiste rapporten gebruikt en zou het voorliggende geen stand houden bij de Raad van State. Waarom vernemen wij deze informatie nu pas? En wat klopt van deze beweringen?
Vraag 4. De heer. Nas heeft eerst op 8 september zijn reactie met ons gedeeld. Naar aanleiding van zijn toelichting, hebben wij de beweringen over onjuistheden in de onderzoeken en rapportages beoordeeld. Wij hebben ook provincie en betrokken onderzoekbureaus gevraagd om een reactie. Wij hebben nog niet alle gevraagde reacties ontvangen, daarom is onderstaande reactie nog niet volledig. Wij zullen u voor de raadsvergadering van 21 september een volledige reactie geven.
Beweringen van de heer Nas:
1. Geluid
a. Voor woningen in de omgeving zal het woon- en leefklimaat wijzigen. Het zou maar om enkele woningen gaan. Er zijn echter ook maar enkele woningen onderzocht. In de directe nabijheid van deze woningen liggen andere, niet onderzochte woningen, waarvoor de verslechtering evenzeer geldt.
Reactie: De methode die gebruikt is om te bepalen dat de windturbines niet voor een significante verslechtering zorgen is op de juiste manier uitgevoerd.
b. Het cumulatief effect van onder andere de toekomstige A15 in combinatie met het windmolenpark is onderzocht, maar daarbij is gebruik gemaakt van verouderde gegevens.
Reactie: De gegevens en uitgangspunten van het cumulatieve geluid zijn opnieuw bekeken en we zien geen aanleiding om hier aan te twijfelen. c.
De handhaafbaarheid is niet goed geregeld in de vergunningsvoorschriften.
De vergunningsvoorschriften zijn zowel vanuit technisch als juridisch oogpunt onderzocht met het oog op efficiëntie en handhaafbaarheid. We zijn van mening dat handhaafbaarheid in de vergunning goed geregeld wordt.
2. Slagschaduw: Het ontwerpbesluit ziet op het toelaten van een windturbine met een maximale tiphoogte van 240 m, een maximale rotordiameter van 170 m en een maximale ashoogte van 160 m.
Bij onderzoek naar slagschaduw is gerekend met een ashoogte van 155m. Dit kan daarom niet aan een beslissing ten grondslag worden gelegd.
Reactie: in de MER moet gerekend worden met de ‘worst-case’ variant om het grootst mogelijk effect te beoordelen. In het geval van slagschaduw is dat niet de variant met de hoogste as (160m), maar de grootste rotordiameter (170m). Bij die diameter is de ashoogte 155m. Dit is op de juiste manier onderzocht en kan daarmee wel aan een besluit van college over vergunningverlening ten grondslag liggen.
3. Ecologie (vleermuisslachtoffers): De mortaliteitsnormen zijn verkeerd berekend, en er is alleen gerekend met aanvaringsslachtoffers en niet met slachtoffers ontstaan door onderdruk die optreedt achter een rotorblad.
Reactie: De bewering wordt nog in detail onderzocht, hier komen we nog op terug.
4. Omgevingsverordening:
a. Ten minste een van de twee windturbines is gelegen in het beschermde ganzenrustgebied, daarom moet een toelichting die is vereist op grond van artikel 2.251b van de omgevingsverordening gegeven worden. 2
Reactie: Deze bewering wordt nog in detail bekeken. Een toelichting om te voldoen aan de vereisten van artikel 2.251b kan toegevoegd worden indien dit nodig blijkt te zijn.
b. Beide windturbines liggen binnen de groene ontwikkelingszone, mogen geen significante negatieve effecten hebben op de kernkwaliteiten van de groene ontwikkelingszone. En dit is niet voldoende onderbouwd in de ruimtelijke onderbouwing.
Reactie: De bewering wordt nog in detail onderzocht, hier komen we nog op terug.
Wij merken op, dat wij met inachtneming van de toelichting van de heer Nas, geen aanleiding zien, om aan te nemen dat het besluit geen stand houdt bij de Raad van State.
Vraag 5: Als deze informatie juist is dan is het stuk dus eenvoudig weg niet rijp voor behandeling en moet dit eerst gecorrigeerd worden.
Antwoord 5. We delen de veronderstelling dat het stuk niet rijp is voor beraadslaging niet.
3
Bekijk de brief: Beantwoording vragen Berry Wilkens - 15 sept. 2022.pdf
Bron: raadsinformatie van de gemeente Lingewaard (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.