vragen CDA - Bestuurlijke regievoering Schelluinen
Een raadslid stelde op 22 april 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 22-04-2025 Zaaknummer: 1243270 Steller van de vragen: Wout de Jong Politieke partij: CDA Onderwerp: Neemt het college voldoende bestuurlijke regie in Schelluinen?
Portefeuillehouder: Wethouder Lock Behandelend ambtenaar: Willem van Valen, Denis Burggraaf en Arie van den Berg Toelichting:
De CDA-fractie vraagt zich af of het college wel voldoende bestuurlijke regie voert op een aantal processen die thans in en rondom Schelluinen moeten worden uitgevoerd. Ter
onderbouwing brengen wij vier documenten in relatie tot elkaar. Dat zijn de volgende documenten: -
Motie 2024-03 (Groen en leefbaar Schelluinen);
-
RIB Groenplan Schelluinen (zaaknummer 1238375) van 11 maart 2025;
-
Vragen en antwoorden van VVD en Doe Mee over Groenplan Schelluinen n.a.v. RIB 11 maart 2025);
-
Bijlage 1 van RIB Samenwerkingsovereenkomst windenergie RES Alblasserwaard (zaaknummer 1237717 d.d. 11 maart 2025).
Er zijn in een betrekkelijk klein fysiek gebied een aantal politieke en bestuurlijke wensen geformuleerd die op gespannen voet met elkaar kunnen staan. Wij vragen ons af of ons college hierop wel voldoende bestuurlijke regie uitvoert.
Vraag 1:
De eerste politieke wens in het gebied is de Motie Groen en Leefbaar Schelluinen.
Daarover is een raadsinformatiebrief gekomen, die aanleiding vormde voor de VVD en
Doe Mee! om er vragen over te stellen. Ze wilden weten (vraag 1) op welke momenten u
met de inwoners van Schelluinen in gesprek geweest bent. Uit het antwoord maken wij op dat u (bestuur) helemaal niet in gesprek met de inwoners geweest bent: uw ambtenaren
(vakspecialisten) hebben gesprekken gevoed met de Dorpsraad en de Dorpsraad heeft gesprekken gevoerd met de inwoners van Schelluinen (onder toeziend oog van de verbinder).
Klopt het dat leden van het gemeentebestuur hier zelf niet in persoon bij betrokken waren en dat het enige bestuurlijke besluit wat u n.a.v. de motie tot nu toe genomen heeft de vaststelling van de Raadsinformatiebrief geweest is?
Antwoord vraag 1: Dank voor uw vraag over de betrokkenheid van het gemeentebestuur bij de gesprekken in het kader van de Motie Groen en Leefbaar Schelluinen.
De aanleiding voor deze motie lag in een brief van het Dorpsberaad Schelluinen. Conform ons participatiebeleid en de ‘Molenlandse manier’ is het dorpsberaad vervolgens gevraagd om de regie te nemen bij het opstellen van het groenplan. Daarbij hebben zij ondersteuning gekregen van onze vakspecialisten en de verbinder. De eerste plannen waren er alleen voor het zuidelijke en oostelijke gedeelte van Schelluinen. Omdat de oorspronkelijke behoefte aan de westkant lag, is na bestuurlijk overleg, aanvullend gevraagd naar ideeën voor de westkant (omdat daar ook het bedrijventerrein ligt).
De gesprekken met inwoners zijn gevoerd door het dorpsberaad, in samenspraak met genoemde ondersteuning. Zoals gebruikelijk in de gemeentelijke organisatie koppelen medewerkers zo nodig de voortgang van projecten terug aan de betreffende bestuurder.
Dat is in dit geval ook gebeurd. Daar is ook de vraag naar ideeën voor de westkant van Schelluinen uitgekomen.
Tot op heden is het enige formele bestuurlijke besluit de vaststelling van de raadsinformatiebrief, zoals die met u gedeeld is. De opstelling van die brief is overigens, zoals gebruikelijk, een samenspel tussen medewerkers en bestuurder. Dat samenspel gaat uit van vertrouwen in elkaar, waarbij bestuurder en medewerker elkaar over en weer bevragen op haalbaarheid en wenselijkheid. De RIB is vervolgens geagendeerd voor een collegevergadering en daarin door het college vastgesteld.
Vraag 2:
In RIB Groenplan Schelluinen en in de beantwoording van de vragen van VVD en Doe Mee! wordt het belang van een projectontwikkelaar geschetst.
Letterlijk schrijft u dat de vergroening aan de westkant van Schelluinen alleen mogelijk is als dat als meekoppelkans voor woningbouw meegenomen kan worden.
Betekent dit dat de realisatie van het groenplan aan de westkant van Schelluinen niet zonder realisatie van woningbouw kan?
Antwoord vraag 2:
In de RIB en in de beantwoording van eerdere vragen is benoemd dat vergroening aan de westkant van Schelluinen op dit moment wordt verkend als meekoppelkans met mogelijke woningbouw. Die meekoppelkans is er omdat in de periode van de verkenning de normen
voor vergroening in geval van nieuwbouw aangescherpt zijn. Het is dus niet vrijblijvend: als er woningen ontwikkeld worden, dan is er ook de realisatie van groen.
Als er geen woningen komen, dan is er ook geen groen. Volledigheidshalve citeren we daarom nog het betreffende gedeelte uit de RIB dat dat probeert aan te geven: “Naar het oordeel van het college kan het schetsontwerp voor de westzijde van Schelluinen echter voldoende invulling geven aan de motie. De vergroeningsopgave kan daarbij ‘meeliften’ op het planproces van de ontwikkelaar, waarbij voor de ontwikkelaar de groennorm geldt uit het Handboek duurzaamheid.” De koppeling biedt vooral kansen voor gezamenlijke belangen en efficiënter gebruik van middelen. Mocht de woningbouw om wat voor reden dan ook niet doorgaan dan blijft het groenplan als zelfstandig traject overeind. In dat geval wordt het beschikbare budget opnieuw ingezet om de oorspronkelijke ideeën uit het groenplan zo goed mogelijk te realiseren.
Op die manier borgen we dat de vergroening van Schelluinen west, in lijn met de motie Groen en Leefbaar Schelluinen, hoe dan ook aandacht en zo goed als mogelijk ook invulling krijgt.
Vraag 3:
In de afspraken 5 en 6 van de samenwerkingsovereenkomst (zaaknummer 1237717)
neemt u de taak op u om minimaal 50% van het windbod RES Alblasserwaard in te vullen met middelgrote windturbines, passend binnen het omgevingsbeleid van gemeente en
provincie, en waarbij de samenwerking met de ondernemingsverenigingen niet onvermeld blijft.
In de media hebben we twee berichten gezien die tegenstrijdig lijken te zijn: -
Wethouder Lock heeft aangegeven dat de ondernemers in met name SchelluinenWest kansen zien in opwekking windenergie op deze manier (artikel 18 maart 2025 op website Het Kontakt geplaatst);
-
De dorpsraad Schelluinen heeft aangegeven de komst van middelgrote windturbines op Schelluinen-West onaanvaardbaar te vinden (artikel 4 april 2025 op website Het Kontakt geplaatst).
In het geval van het groenplan aan de westzijde heeft u een projectontwikkelaar nodig,
waarbij u vindt dat de instemming van de dorpsraad een absolute noodzaak is om in te kunnen stemmen met het plan van de ontwikkelaar. In het geval van de verduurzaming aan de oostzijde heeft u een ondernemingsvereniging nodig. Is instemming van de
dorpsraad aan het plan van de ondernemingsvereniging ook een absolute voorwaarde? Als dat niet zo is: waarom is er dan in het ene geval wel instemming van de dorpsraad nodig en in het andere geval niet?
Antwoord vraag 3:
Een omgevingsvergunningsaanvraag ten behoeve van de realisatie van middelgrote windturbines op een bedrijventerrein, past binnen het gemeentelijke en provinciale beleid.
De aanvraag zal worden getoetst op alle wettelijke eisen ten aanzien van geluid, slagschaduw en externe veiligheid en eisen die gekoppeld zijn aan een goede ruimtelijke ordening.
De Omgevingswet en ons participatiebeleid dat daarop is gebaseerd verplicht initiatiefnemers, om een participatietraject uit te voeren, voordat een vergunningaanvraag wordt ingediend.
We hebben hiervoor een stappenplan gemaakt dat wordt aangeboden aan iedere initiatiefnemer, waarin de te doorlopen stappen van participatie met de omgeving zijn beschreven.
Daarnaast is na vergunningverlening inspraak mogelijk en kunnen zienswijzen ingediend worden met betrekking tot de ontwerp-omgevingsvergunning.
Op deze wijze heeft de directe omgeving invloed op initiatieven voor middelgrote windturbines. Formele instemming van bewonersgroepen is niet vereist.
U vergelijkt aan het eind van uw vraag de twee processen. Het proces van het groenplan is de uitvoering van een motie, waarbij het college de opdracht heeft het geld optimaal in te zetten. Daar betrekt ze, zoals aangegeven in het antwoord, ook de dorpsraad bij.
De windturbines betreft uitvoering van door uw raad vastgesteld beleid, waarbinnen vergunningen kunnen worden aangevraagd. In dat geval is de rol van participatie anders.
Tijdens de vaststelling van het beleid rond kleine en middelgrote windturbines heeft participatie rond dat beleid plaatsgevonden. In dat beleid zijn bedrijfsterreinen algemeen aangewezen en is er vanuit de kernen geen inbreng geweest die er op wees dat specifieke kernen uitgezonderd moesten worden van dat beleid.
Vraag 4:
In de samenwerkingsovereenkomst (zaaknummer 1237717) staat dat de gemeente zich zal inspannen voor middelgrote turbines als die passen binnen bestaand beleid van
gemeente in provincie. Nu is het bedrijventerrein Schelluinen-West zo’n gebied waarop…
Bekijk de brief: Beantwoording vragen CDA - Bestuurlijke regievoering Schelluinen
Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.