15 mei 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Molenlanden

vragen CDA n.a.v. raadsinformatiebrief voortgang realisatie opvang Giessenburg

Een raadslid stelde op 15 mei 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 15-05-2025 Zaaknummer: 1245200 Steller van de vragen: Wout de Jong Politieke partij: CDA Onderwerp: Vragen n.a.v. raadsinformatiebrief Informeren voortgang realisatie opvang Giessenburg (zaaknr. 1243921).

Portefeuillehouder: wethouder Bikker Behandelend ambtenaar: Harm Brandwijk Geacht college, Dank voor de informatie inzake de opvang van Oekraïense vluchtelingen, die u door

middel van een raadsinformatiebrief toestuurde, en ook dank voor de toezegging dat

rondom juli en aan het einde van de zomer nog meer informatie naar de raadsleden zal

worden verzonden. De toegezonden raadsinformatiebrief geeft ons aanleiding om enkele vragen te stellen.

Vraag 1:

Onder het kopje ‘Waar werken we naartoe’ schrijft u dat de Oekraïense vluchtelingen die aan de Peursumseweg moeten worden opgevangen reeds in de gemeente Molenlanden verblijven. En u schrijft ook dat ze allen al langere tijd in onze gemeente zijn.

In het raadsvoorstel van 28 januari 2025 (zaaknummer 1229358) schrijft u onder het kopje ‘Beoogd effect’ dat de locatie Peursumseweg een bijdrage moet leveren aan de maatschappelijke opgave voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne, waarbij het streefgetal 504 genoemd wordt.

Wordt met de komst van de locatie Peursumseweg het aantal opvangplaatsen in de

gemeente uitgebreid of juist niet, en laat u her en der opvangplaatsen verdwijnen die gecompenseerd worden door nieuwe opvangplaatsen aan de Peursumseweg?

Antwoord vraag 1:

Door de opvanglocatie in Giessenburg te openen, stromen er Oekraïense vluchtelingen door vanuit onze andere gemeentelijke opvanglocaties en de particuliere opvang.

Hierdoor ontstaat er in de reeds bestaande locaties (Waal en Groot-Ammers) ruimte om nieuwe mensen te verwelkomen.

Op dit moment, vóór opening van locatie Giessenburg, worden er 140 Oekraïense

vluchtelingen opgevangen in de gemeentelijke opvang (75 in Groot-Ammers, 65 in Waal) en ca. 150 Oekraïners in particuliere opvang verspreid over de gemeente. Door de

opvanglocatie in Giessenburg te openen (voor 75 personen), komt de totaaltelling van

gemeentelijke opvang dus op 215 te staan. Daarmee wordt het aantal opvangplekken in de gemeente uitgebreid. Er verdwijnen geen gemeentelijke opvangplekken met de opening van de opvanglocatie in Giessenburg.

Vraag 2:

U schrijft in de raadsinformatiebrief (13 mei) dat die 75 nieuwe bewoners van de

Peursumseweg nu al opgevangen worden: deels bij particulieren en voor een deel in een andere gemeentelijke opvanglocatie.

U schrijft in het raadsvoorstel (28 januari) dat het Rijk op dit moment € 44 per opvangplek per nacht vergoedt.

A. Betekent dat dat er nu reeds € 44 x 75 personen = € 3300 rijksvergoeding per kalenderdag in de richting van Molenlanden gaat voor de opvang van deze vluchtelingen?

B. Hoeveel van die € 3300 per dag gaat naar particulieren, en hoeveel gaat naar de gemeente?

C. Als er geld naar particulieren gaat: worden die er dan door u op voorbereid dat hun vorm van inkomsten zal wegvallen zodra de locatie aan de Peursumseweg gereed is?

D. Als (een deel van) die inkomsten nu naar de gemeente toegaat, en het aantal opvangplaatsen niet groter wordt: gaat de rekensom van het raadsvoorstel (28 januari), waarin gesteld wordt dat de investering aan de Peursumseweg betaald kan worden met extra opvang-inkomsten nog wel op?

Antwoord vraag 2:

A. Op dit moment zijn er in de gemeentelijke opvang 140 plekken (75 in Groot-Ammers,

65 in Waal). Hiervoor ontvangt de gemeente een vergoeding van €44 per plek per dag, om in de kosten te kunnen voorzien. Het totaal hiervan komt op €6.160 per dag.

Daarnaast worden er ca. 150 personen opgevangen in de particuliere opvang. De

gemeente ontvangt een vergoeding voor ontheemden die leefgeld uitgekeerd krijgen.

Deze vergoeding bedraagt in 2025 €48 per persoon per maand (in welke leefgeld wordt

uitgekeerd). Deze vergoeding is bedoeld voor ambtelijke kosten en administratieve lasten.

Bij de opening van de opvanglocatie in Giessenburg wordt het aantal gemeentelijke

opvangplekken uitgebreid met 75 naar 215. Een gedeelte van de 75 personen die naar Giessenburg gaan, wordt nu particulier opgevangen. Wanneer zij verhuizen naar

Giessenburg, betekent dit dat de totale inkomsten vanuit de particuliere opvang voor de gemeente wat zullen dalen. Daar staat tegenover dat de uitgaven aan de particuliere opvang vanuit de gemeente daarmee ook zullen dalen. De daling van inkomsten en

uitgaven vanuit de particuliere opvang kunnen tegen elkaar worden weggestreept. Wat overblijft, is dat bij de opening van de opvanglocatie in Giessenburg het aantal

gemeentelijke opvangplekken wordt uitgebreid met 75. Het totaal komt daarmee op 215

maal €44 per plek per dag, oftewel: €9.460. De door u genoemde €3.300 euro komt dus

nog bovenop de ontvangen vergoeding die we nu reeds ontvangen voor de plekken in de gemeentelijke opvang.

B. Er stromen geen middelen vanuit de gemeente naar de gastgezinnen in de particuliere opvang. Zoals bij A aangegeven, ontvangt de gemeente een vergoeding van €48 per

persoon per maand voor ontheemden die leefgeld uitgekeerd krijgen in die maand. Deze vergoeding is bedoeld voor ambtelijke kosten en administratieve lasten. Het overschot van de vergoedingen voor de particuliere opvang over de periode 2022-2025 wordt

gebruikt voor het realiseren van de opvanglocatie in Giessenburg. Met de realisatie van

deze opvanglocaties zal de druk op de particuliere opvang afnemen, doordat particulier opgevangen ontheemden door kunnen stromen naar de gemeentelijke opvang.

C. Zoals bij B aangegeven, stromen er geen middelen vanuit de gemeente naar de gastgezinnen in de particuliere opvang. Zoals verder bij B aangegeven wordt een

overschot van de vergoedingen voor de particuliere opvang gebruikt om een nieuwe

opvanglocatie te openen. Zo worden de gastgezinnen die al zo lang hun huis en hart opengesteld hebben voor de ontheemden, ontlast.

D. Zoals hierboven toegelicht, neemt het aantal opvangplekken toe: het aantal gemeentelijke opvangplekken stijgt van 140 naar 215 bij de opening van de

opvanglocatie in Giessenburg. Dat betekent dat de rekensom die aangedragen is in het raadsvoorstel van 28 januari jl. opgaat.

Vraag 3:

In de openbare besluitenlijst van de collegevergadering van 1april 2025 schrijft u bij besluit nr. 11 dat het college ingestemd heeft met het gebruik van het originele

technische plan van aanpak voor het bouw- en woonrijp maken van het perceel aan de Peursumseweg 93 te Giessenburg.

A. Het originele plan: was dat het bestek dat in juni 2024 werd aanbesteed en waarop de laagste inschrijver ca. € 850.000 ingeschreven had; en wat vervolgens niet door u gegund werd?

B. Heeft u op 1 april 2025 besloten om een hogere aanneemsom te accepteren dat waarvoor in juni 2024 ingeschreven werd? Zo ja: hoeveel was het uiteindelijke bedrag hoger?

Antwoord vraag 3:

A. Dat is correct.

B. De laagste inschrijver heeft in 2024 ingeschreven voor een bedrag van ca. €850.000.

Zeker in deze branche is het noodzakelijk dat de prijzen elk jaar worden geïndexeerd,

onder andere vanwege sterk stijgende materiaalprijzen en stijgende lonen. Dit geldt ook voor de aanbieding voor het saneren en bouw- en woonrijp maken. Er is een reële

indexatie doorgevoerd van ongeveer 11%. Deze indexatie leidt niet tot een verhoging van het totaal benodigde budget, aangezien er wijzigingen en besparingen in de opzet van het plan hebben plaatsgevonden.

Vraag 4:

De aanvraag voor de omgevingsvergunning heeft u op 22 april ingediend, bijna drie maanden na het positieve raadsbesluit.

A. In het raadsvoorstel van 28 januari geeft u aan dat dezelfde units worden gebruikt als in Waal. U beschikte op dat moment dus al over de bouwkundige gegevens.

Waarom is desondanks pas eind april de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor de bouw ingediend?

B. Voor zover ons bekend is de vergunning nog niet verleend. U stelt in de raadsinformatiebrief dat u verwacht dat de locatie rond de zomer gereed zal zijn.

Gaat u direct na vergunningverlening starten met de realisatie, of wacht u tot de vergunning onherroepelijk is?

Antwoord vraag 4:

A. Bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn veel stukken en onderliggende rapportages benodigd. De periode tussen de raadsvergadering van 28 januari jl. en het moment van indienen van de aanvraag is gebruikt om de benodigde stukken en rapportages te

verzamelen en te actualiseren. De aanvraag kan pas worden ingediend wanneer alles compleet en goed is.

B. Het is de gemeente toegestaan te starten met de realisatie direct na

vergunningverlening. De gemeente zal de units bestellen voordat de bezwaartermijn is

afgelopen. De bouwwerkzaamheden en oplevering van de locatie vinden plaats na afloop van de bezwaartermijn op de omgevingsvergunning.

Het saneren en bouw- en woonrijp maken valt niet onder de aanvraag omgevingsvergunning en start dientengevolge al eerder.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen CDA n.a.v. raadsinformatiebrief voortgang realisatie opvang Giessenburg

Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Molenlanden

Alle artikel 35-vragen in Molenlanden